De polsstok van Timmermans

PvdA-minister van Buitenlandse Zaken Frans Timmermans vindt dat het debat over ‘de finalité politique van de Europese Unie’ verlammend kan werken en afleidt van ‘wat er de eerste jaren te doen staat’. Daarom, zo schrijft hij in de Staat van de Europese Unie 2013 die hij vorige week namens het kabinet naar de Tweede Kamer stuurde, dat ‘wij nu niet verder willen springen dan onze polsstok lang is’.

Even geen vergezichten over Europa dus, maar wel sprongetje voor sprongetje verder. Enerzijds heeft Timmermans gelijk dat, zoals hij in de Staat van de Unie schrijft, de huidige wereld dusdanig in beweging is en er zoveel onbekende variabelen zijn dat nu voorspellen hoe de EU er over dertig jaar uitziet zou neerkomen op ‘veredeld giswerk’. Toch knaagt het. Want wie springt, springt ergens heen. Die wil ergens naartoe. Die moet voor ogen hebben wat zijn bestemming is, maar door het daar niet over te willen hebben, laadt hij de verdenking op zich dat het hem nu even beter uitkomt het daar niet over te hebben.

In het televisieprogramma Buitenhof erkende Timmermans volmondig dat zijn eerste Staat van de Unie als minister van Buitenlandse Zaken een compromis is tussen pvda en vvd. De sociaal-democraten zijn voorstander van nauwere samenwerking, de liberalen zien Europa vooral als markt. Vandaar die polsstokbenadering en niet alleen omdat de toekomst zo ongewis is. Volgens de minister is dat verschil van mening tussen de twee coalitiepartners niet erg, want Europa zal het de komende jaren druk genoeg hebben met het repareren van de euro en de onvolkomenheden in de markt, en met de bankenunie. Daarover verschillen pvda en vvd inderdaad niet sterk van mening. Maar ook die reparatiemaatregelen geven richting aan het Europese project. En die richting gaat naar méér Europa.

Het is juist ómdat die reparatiemaatregelen nodig zijn dat de manier waarop dit kabinet Europa wil benaderen ook niet zomaar geruststelt. Want het is juist die al zeventig jaar gehanteerde stap-voor-stapbenadering die Europa ‘een euro met gaten’ heeft gegeven, zoals Timmermans dat zelf in Buitenhof uitdrukte. Het is deze benadering die om op de korte termijn interne EU-ruzies te voorkomen op de lange termijn onvoldoende rekening hield met de grote verschillen tussen economieën, met de sterkte of zwakte van staten en met de verschillen in politieke cultuur binnen Europa. En het is juist die stap-voor-stapbenadering die de bevolking wantrouwend heeft gemaakt, omdat haar daardoor onvoldoende duidelijk was waar het uiteindelijk naartoe ging met Europa.

Om dat wantrouwen weg te nemen wil Timmermans een discussie over de vraag hoe de parlementaire controle in Europa te borgen. Ook die discussie kun je niet optimaal voeren als je niet weet waar je met je polsstok heen wilt. Timmermans mag dan het debat over de finalité politique verlammend vinden werken, maar een Verenigde Staten van Europa vraagt andere parlementaire controle dan een losser samenwerkingsverband tussen de landen die deel uitmaken van de Europese Unie. Ook daarom is een polsstok zonder vergezicht toch niet aanlokkelijk. Niet voor de voorstanders van meer Europa én niet voor hen die daar kritisch tegenover staan.