De poort gaat open

Dirk Weber
Duivendrop
Querido, 128 blz., € 12,95 (10+)

Dirk Weber schreef met Kies mij (2005) een zeer beloftevol debuut. Zo’n debuut dat je doet uitkijken naar het tweede boek, zodat zal blijken of Weber een echt talent of een eendagsvlieg is. Dat boek is er inmiddels: Duivendrop. En, gelukkig, Weber lost de belofte in. Duivendrop verrast en ontroert als zijn voorganger, is aangenaam licht verteerbaar en smaakt naar meer.
Dit keer geen elfjarig verweesd meisje in de hoofdrol, maar een elfjarig jongetje, Alexander genaamd. Een gewoon, levensecht jongetje. Beetje dromerig, enig kind, moeder afkomstig uit een ongenoemd buitenland, vader gepassioneerd duivenmelker. Een jongetje dat door iedereen aardig wordt gevonden, maar nergens echt bij hoort en het vervelend vindt ‘als iedereen zomaar bij je naar binnenkijkt’. Een jongetje dat de hond van zijn buurvrouw uitlaat en zijn moeder in het ‘Bella Rademaker bejaardenhuis’ helpt. Een jongetje dat graag stenen in de rivier gooit en houdt van het geluid van ‘zinken voetstapjes van duiven in de goot’.

Alexanders leven verandert wanneer zijn lievelingsduif Blanche wegblijft. Een zoektocht brengt hem bij een schijnbaar verlaten gesloten kazerne. Op de binnenplaats hoort hij ‘klepperen en ritselen’. Alsof iemand duiven voedert. Vanaf dat moment wil hij weten wát er achter de hoge kazernemuur is. En wíe. Dat maakt het verhaal mysterieus en spannend. Nachtelijke sluip-, klauter- en valpartijen doen Alexander ontdekken dat binnen de kazernemuren een jongen in een afgesloten vroegere wereld leeft. Hij besluit de kazernejongen, Jubes, te leren kennen.

Mooi is het hoe je door Alexanders ogen een vaag beeld krijgt van de strenge (mormoonse?) geloofsgemeenschap waarvan Jubes deel uitmaakt. Mooi ook, en sterk, dat Weber de geloofsrichting onbenoemd laat. Jubes’ bevreemdende wereld, treffend tegengesteld aan onze razende alledaagsheid, krijgt voldoende vorm door middel van beeldende gebeurtenissen en levendige, onbevangen dialogen tussen de jongens.

‘Vind jij het raar dat ik wil weten hoe het buiten is?’ vraagt Jubes aan Alexander. ‘Ze zeggen dat dit de Ark is, dat het buiten onveilig is, maar toen kwamen de duiven en ik dacht dat het een teken was, dat de poort open kon.’

De poort gáát open (vooral figuurlijk). Voor Jubes én Alexander, die zich dankzij zijn vriend realiseert wat vrijheid is en daardoor zijn eigen weg durft te kiezen.

Zwaar als dat mag klinken, Duivendrop is een luchtig boek. Weber portretteert de jongensvriendschap ongecompliceerd eerlijk. En geestig zijn de scènes met de dementerende bejaarden en vergeefse inburgeringspogingen van Alexanders moeder. Zachtzout en bitterzoet. Dát is de voortreffelijke, eigen smaak van Duivendrop.