Het landschap van het leven

De populier geveld

Een mens is het landschap waarin hij is opgegroeid. Wie goed kijkt kan er zijn leven in teruglezen. De film Weemoed & Wildernis van Digna Sinke maakt de eindigheid van het bestaan tastbaar. Niets is blijvend.

ER ZIJN FILMS die je zou willen navertellen. Van minuut tot minuut. In de jaren zestig en zeventig was het een genre in het Duitse maandblad Filmkritik. Kritisch was dit minutieus in woorden terughalen van een film nooit. De schrijvers vonden het alleen de moeite als er sprake was van bewondering of ontroering. Het waren pogingen een gemis op te vullen. Als een film is afgelopen, is hij verdwenen. Je kunt hem niet koesterend in je handen houden. Je kunt hem alleen maar terugkijken. Of navertellen.
Weemoed & Wildernis, de nieuwe documentaire van Digna Sinke, zou ik graag willen navertellen. Maar ik denk dat het niet zou lukken. Dat is vreemd voor een film waarin de helden een sluisje, een T-splitsing, een werkmanshuisje, een kaarsrechte sloot en bovenal een populier aan de voet van een dijk zijn. Sinke is gedurende vijftien jaar met grote regelmaat teruggekeerd naar die helden. Ze zette de camera met klinische precisie op wat ze haar ‘vaste standpunten’ noemde en filmde wat ze zag. Hoe de seizoenen langskwamen en hoe haar helden een voor een, veelal langzaam en soms ook bruusk, verdwenen. Ze begon aan het project toen ze hoorde dat er plannen bestonden het poldereiland Tiengemeten terug te geven aan de natuur. Het was een kwestie van tijd, maar uiteindelijk zouden de dijken worden doorgestoken. In het jargon van Nederlandse beleidsmakers moest het eiland 'nieuwe natuur’ worden, en zoals alles in ons land wordt zoiets niet overgelaten aan God, maar maken we het zelf.
Toen Sinke op 18 oktober 1996 voor haar eerste draaidag met het pontje het Haringvliet overstak, kon ze niet vermoeden dat de Nederlandse bureaucratie daar vijftien jaar voor nodig zou hebben. Ze had bedacht te gaan filmen totdat het eerste wilde boompje net zo hoog zou zijn als ze zelf lang is. Dat boompje is er nooit gekomen. De natuurmakers bleken een ander beeld voor ogen te hebben, waarin een spontaan boompje niet paste.

Sinke had zo haar redenen om juist de verandering van Tiengemeten vast te willen leggen. Ze is geboren in Zonnemaire, Schouwen-Duiveland, omringd door een landschap dat niet veel verschilt van dat van Tiengemeten: uitgestrekte weilanden, grijze aardappelvelden, stijve polderwegen, populieren aan de einder en de zeedijk nooit ver weg. Achter de dijk het slik van de wildernis. Op Tiengemeten zou een omgeving als van haar jeugd op de schop gaan. Ze zegt het nergens, maar ik denk dat Sinke wilde testen of ze zo'n gemis zou aankunnen. En wat ze zou kunnen vasthouden, ondanks de veranderingen.
Een mens is het landschap waarin hij is opgegroeid. In het jargon van filmmakers heet dat: space defines character. In Weemoed & Wildernis vertelt Sinke dat ze vroeger bang was voor bossen. Rond haar geboorteplaats Zonnemaire kon je altijd zo ver kijken alsof de einder niet bestond. Alleen als de horizon een dijk was, stuitte je blik op een grens. Google Earth gunt ons nog steeds een blik op het Tiengemeten dat daarop lijkt (en nu niet meer bestaat), een ovale dijk waarbinnen strakgelijnde weilanden en akkers een veilig gevoel van orde suggereren, waar veranderingen louter worden aangereikt door de seizoenen, waar niets is wat je van je stuk kan brengen. Het is een landschap dat strikte en rechtlijnige mensen voortbrengt.
Een rechtlijnigheid die zich laat herkennen in de aanpak die Sinke koos voor de drie televisiefilms die ze uiteindelijk over Tiengemeten zou gaan maken. Steeds over een periode van vijf jaar gaf ze de ambtelijke processen, de veranderingen in het landschap en de gebeurtenissen in de levens van de laatste bewoners, evenredig veel aandacht. Soms observeerde ze met ingehouden woede het schuren van de ambtelijke molens, maar nooit werd het wat tegenwoordig een docusoap heet, of emo-tv, noch een pamflet voor of tegen het idee van 'nieuwe natuur’. Waar menig filmmaker aan een natuurramp zou hebben gedacht, liet ze iedereen begaan, als in een proces waarop ze geen invloed wilde uitoefenen. God wikt, maar Natuurmonumenten en het ministerie van Landbouw beschikken.
Daar had ze het bij kunnen laten. Maar er moet iets geknaagd hebben. Kon ze een landschap zoals van haar jeugd zomaar laten verdwijnen? Voelde ze daar dan niets bij? Ze was vijftien jaar naar Tiengemeten teruggekeerd, ze had gezien hoe alle bewoners waren vertrokken, de laatste oogsten van het land waren gehaald, bulldozers de polderweggetjes hadden omgewoeld, een stuk van de dijk was neergehaald en uiteindelijk het water naar binnen was gestroomd. Was haar daarmee niet iets afgenomen dat ook van haar was? Het antwoord bleek meerduidiger dan voorzien. Het filmmateriaal vertelde een onverwacht verhaal, dat in de drie televisiefilms niet was uitgesproken.
Landschappen mogen dan definiëren wie we zijn, het zijn ook projectieschermen, spiegels van onze ziel. Wie goed kijkt kan er zijn leven in teruglezen. Toen Digna Sinke na vijftien jaar alle opnames van Tiengemeten nog eens terugkeek, moet ze hebben beseft dat dit voor haar sterker gold dan ze tijdens het filmen ooit heeft vermoed. Het was alsof het landschap naar haar terugkeek, soms met een knipoog, soms met een troostende hand op haar schouder, vaak ook streng en meedogenloos, als een hardvochtige leraar. Ze besloot van de vierde film, een bioscoopversie van de drie televisiefilms, niet een eenvoudige samenvatting te maken, maar een nieuwe film waarin ze de lessen van het landschap een kans zou geven te spreken.
Het resultaat, Weemoed & Wildernis, is een soort 'Tiengemeten en Digna’ geworden. Een spiegelpaleis van landschappen, herinneringen en de klappen van het leven. Een film die moeilijk is na te vertellen, omdat de vertelling zich alleen laat vinden in nuances: schaduwen van wolken die over de velden glijden, hazen die in de mist aan de blik van de jager ontsnappen, de herinnering aan een vader die nog naar kantoor fietste met een aktetas onder zijn snelbinders. Op het moment dat ik het navertel, verliest het de vluchtigheid die het in de film heeft. Terwijl het daar juist om draait, dat we dingen proberen vast te houden waarmee dat niet lukt.

LANDSCHAPPEN EN WOORD, ze lijken elkaars vijanden. Probeer de aanblik van een weggetje in de polder te beschrijven, hoe dat doodloopt tegen een dijk, ernaast een slootje, eigenlijk niet meer dan een greppel, onder aan het talud een populier, fier en krachtig, het gras in de berm dat anders groen kleurt dan het gras van de dijk, de geploegde voren in de akker die in het perspectief van je blik taps toelopen, daarboven een lucht zwanger van wolken, een regenbui in de diepte, of ochtendmist, de wind in je oren, achter de zeedijk het klotsende water, enzovoort. Er komt geen einde aan. Landschappen geven zich in een eerste blik als een overzichtelijk totaalbeeld, maar zo gauw je wat langer kijkt vallen ze uiteen in een ontelbaar aantal details. Daarom heeft Sinke voor 'vaste standpunten’ gekozen, zoals standpunt 1 op Dijk West, waar ze naar het doodlopende polderweggetje keek. Ze plantte een ijzeren staaf in de dijk, liet steevast het kruis in de zoeker van haar camera precies op het einde van het weggetje rusten, noteerde het aantal centimeters van de lens boven de grond, en de hoogte tot de statiefknop. Ze heeft geprobeerd greep te houden op de oneindigheid van veranderlijke kleinigheden door letterlijk haar blik te verankeren.
Maar er hangt mislukking in de lucht.
Niet dat die zich snel aandient. Zo staat de populier vijf jaar lang als vanzelfsprekend overeind, totdat in de laatste maand van 2000 de boom in een storm wordt geveld. Hij ligt te kreunen in het besneeuwde landschap en in een flits weet je dat het een slecht voorteken is: die boom valt niet zomaar om.
Het voorjaar dat volgt, vertelt Sinke dat bij haar geliefde, de filmproducent René Scholten, een ongeneeslijke kanker is geconstateerd. Ze kijkt dan naar de populier, die het langer zal gaan volhouden dan René. De omgevallen boom is toch nog uitgelopen, een laatste wortel perst met de moed der wanhoop levenssappen naar de takken. René ontbeert zo'n energiebron. Tussen twee bezoeken aan Tiengemeten overlijdt hij. Het poldereiland en de terugkerende filmopnames worden de kalender van Sinkes verdriet en rouw.
Even lijkt het dat het landschap haar vijand wordt. Sinke zou zo graag de tijd vasthouden, want niets is eenzamer dan de dood, vooral voor degenen die achterblijven. Zelfs de gelukkige herinneringen aan haar jeugd vullen zich nu met gevoelens van verlies. 'De tijd ging voorbij, doch wij merkten het niet’, zong haar vader als de kleine Digna achter op de bagagedrager van zijn fiets zat. Je stelt je de zwarte Fongers voor, het fortuin van een zingende vader, de polderwegen zonder eind, maar het liedje verraadt nu pas zijn wrange kanten. Voor de ogen van de filmmaakster verandert Tiengemeten in een woestenij, niet langer een polder, maar ook nog geen wildernis. Bulldozers graven en schrapen, alsof er een nieuwe stad moet verschijnen. Aan de 'nieuwe natuur’ blijkt een troosteloos voorgeborchte vooraf te gaan.
Dat is wat er in Weemoed & Wildernis in heel zijn minimalistische eenvoud voortdurend gebeurt: een landschap kan zomaar vollopen met emoties en zijn aanblik verandert radicaal. Zet er een jeugdherinnering tegenaan en je leest een beeld vervuld van nostalgie. Vertel over de wederwaardigheden van de familie Vos, de laatsten op het eiland, en het landschap drukt de wrede kanten van het maakbare Nederland uit. Toon je verdriet, zoals Sinke geserreerd maar pijnlijk eerlijk durft, en de omgewoelde akkers, de fijngemalen polderwegen, de gevelde populier stromen vol met weemoed.
Gaandeweg verstrengelen de jeugdherinneringen en de rouw om de geliefde zich met elkaar. Door de dood van René staat ook het onwankelbare vertrouwen van Digna in het landschap van haar jeugd op het spel. Niet alleen landschappen blijken eindig (dat gebeurt immers voor haar ogen op Tiengemeten), maar zelfs herinneringen. Wat blijft er van haar vader na zijn dood, mijmert Sinke, als ook zij ooit zal sterven? Dan is er niets meer, want haar herinneringen aan hem zijn het laatste wat er van hem rest. Ook de filmploeg wordt de vaste standpunten ontnomen. Tiengemeten is kaal geschraapt, de dijken worden doorgestoken. Standpunt 1, met zicht op de populier, is alleen nog een imaginair zwevend punt in de ruimte: de dijk is verdwenen, de boom weggehaald, het landschap voorgoed onherkenbaar anders.
Weemoed & Wildernis maakt de eindigheid van het bestaan tastbaar. Niets is blijvend. Sinke vindt uiteindelijk troost in dat besef. Verandering hoort bij het leven. De nieuwe wildernis van Tiengemeten heeft ook zo zijn charmes. Het laat haar dromen van immer stijgende leeuweriken. De toeschouwer kan meedromen, en proberen het na te vertellen, om zijn eigen verhalen van gemis en verlies draaglijk te maken.

Weemoed & Wildernis draait in de filmtheaters