Twitter is het perfecte discussieplatform voor de zwarte gemeenschap

De power van Black Twitter

Black Twitterati bepalen in belangrijke mate hoe traditionele media en politici over Afro-Amerikanen spreken. Dat bleek bijvoorbeeld na de schietpartij in Charleston waarbij negen zwarte kerkgangers werden vermoord.

Medium blacktwitter

CNN-journalist Don Lemon gaf twee jaar geleden de handigste definitie van het fenomeen Black Twitter: ‘Niet alle Black Twitterati zijn zwart, en niet alle zwarte mensen die twitteren zijn onderdeel van Black Twitter. Maar zij die wel onderdeel van Black Twitter zijn, twitteren vaak. Over ras, popcultuur, en andere zaken die de zwarte gemeenschap aangaan.’

Er valt niet echt een exacte datum te plakken op het eerste gebruik van de term Black Twitter. Hij moet rond 2009 ontstaan zijn, toen de massale aanwezigheid van Afro-Amerikanen op Twitter begon op te vallen. Er verschenen in die tijd talloze trendstukken (What Were Black People Talking about on Twitter Last Night – theawl.com) die het verschijnsel moesten duiden. Zelfs de term Black Twitter werd onderwerp van discussie. Is het een etiket dat Afro-Amerikaanse twitteraars zichzelf hebben toebedacht, of is het ze opgedrongen door witte, gevestigde media die graag alles labelen dat afwijkt van hun standaard? Een belangrijke discussie, maar wel erg meta. Waar het op neerkomt, is dat Black Twitter een twittersphere is waar Afro-Amerikanen en anderen kwesties doornemen die Afro-Amerikanen bezighouden.

Inmiddels is Black Twitter uitgegroeid tot een krachtig fenomeen waar je niet gemakkelijk omheen kunt. De twitteraars zijn (mede)bepalend geworden in de wijze waarop over Afro-Amerikanen wordt gesproken door traditionele media, politici en andere publieke figuren. Hun invloed bleek zelden zo groot als vorige week.

‘Bent u Afro-Amerikaans?’ werd burgerrechtenactiviste Rachel Dolezal op 11 juni gevraagd door een tv-journalist. Dolezal – lichtbruine teint, krullend haar – leek overvallen door de vraag. Na een korte aarzeling antwoordde ze: ‘Ik begrijp de vraag niet.’ Tot een verder gesprek kwam het niet. Dolezal liep snel weg uit beeld. Dat was het startsein voor de publieke ontmaskering en neergang van Rachel Dolezal, leider van de naacp (The National Association for the Advancement of Coloured People) in Spokane, Washington. Lange tijd had Dolezal zich uitgegeven voor deels Afro-Amerikaans, terwijl ze in werkelijkheid een Tsjechisch-Duits-Zweedse achtergrond had. De krullen, de mokkakleurige huid? Aangebracht met een krultang en een heleboel make-up.

Media konden maar geen genoeg krijgen van dit merkwaardige verhaal. Op Twitter domineerde Black Twitter met de hilarische hashtag #AskRachel, bedoeld om haar authenticiteit als Afro-Amerikaan te testen. Maar die melige toon verdween snel toen Black Twitter ook aandacht begon te vragen voor de ernstiger implicaties van Dolezals bedrog. Een van de verwijten die Black Twitter haar voor de voeten wierp, was white privilege. Dolezal gaf zich uit voor een zwarte vrouw, zonder ooit echt de nadelige gevolgen van zwart-zijn te hebben ondervonden – een beter voorbeeld van een geprivilegieerde status als witte was nauwelijks denkbaar. Ook maakte ze zich schuldig aan appropriation, het zich toe-eigenen van de zwarte cultuur om zichzelf vooruit te helpen, in haar geval tot leider van de naacp in Spokane. Dolezal bezette een plek die naar een echte zwarte vrouw had kunnen gaan.

De kritiek van Black Twitter vond al snel een weg naar grote online publicaties, zoals The Huffington Post (The Reactions to Rachel Dolezal’s Lie that Get It Right), Salon.com (I’m black, and Rachel Dolezal is not) en politico.com (Choosing to be black is the epitome of white privilege). Er ontstond een opmerkelijke wisselwerking tussen een sociaal medium en de gevestigde journalistiek die niet onbesproken bleef. The New Republic wijdde er een artikel aan: Why Twitter Is the Perfect Platform to Debate Rachel Dolezal. ‘Twitter (is)remarkably effective at not only forming communities, but complicating and enlivening the debate around identity.’

Woensdagavond 17 juni, twee dagen nadat Rachel Dolezal als leider van de naacp Spokane was afgetreden: de 21-jarige Dylann Roof – blank, blond bloempotkapsel – stapte gewapend de Emanuel ame-kerk binnen in Charleston, South-Carolina, een staat waar blank superioriteitsdenken diepe sporen heeft getrokken. In de kerk was op dat moment een bijbelstudie aan de gang. Roof schoof aan en deed een uurlang mee. Daarna trok hij zijn vuurwapen en doodde negen Afro-Amerikaanse kerkgangers. ‘You all rape women and you’re taking over the country’, beet hij zijn slachtoffers toe. Vrienden van Roof verklaarden later dat ze niet verbaasd zijn, Roof sprak vaak over het ondernemen van drastische acties om een ‘rassenoorlog’ te ontketenen.

Black Twitter volgde de verslaggeving over de #charlestonshooting op de voet en haalde direct uit als media de schietpartij probeerden te bagatelliseren. A boy’ of ‘a kid’ werd hij genoemd, zelfs toen zijn naam en leeftijd bekend waren. Hij was een blanke volwassen man, geen jongen, vond Black Twitter. Hem een jongen noemen deed afbreuk aan de ernst van zijn daad. Net zo veel moeite had Black Twitter met karakteriseringen als ‘quiet and softspoken’. Ook speculaties over de psychische gesteldheid van Roof werden door Black Twitter snel afgestraft. Hij was niet ‘disturbed’, ‘mentally ill’, of ‘whacked out’. Berichten over wat hij deed en zei in de kerk wezen er namelijk op dat zijn denken gedrenkt was in weloverwogen blank superioriteitsgevoel.

Op twee punten had Black Twitter de meeste invloed. In de uren kort na de aanslag werden er dertigduizend tweets verstuurd die het woord ‘confederate’ bevatten. Dat startte een brede discussie over de confederate flag, de officiële vlag van de zuidelijke staten die in de negentiende eeuw een burgeroorlog uitvochten met de noordelijke staten om slavernij te behouden. De confederate flag staat voor een racistische ideologie, maar wordt nog altijd fier gehesen voor het South Carolina State House. ‘@ShaunKing: South Carolina still flies the confederate flag and is 1 of only 5 states without an official hate crime law. Yeah, this crime has context.’ Het debat over de wenselijkheid van de vlag gaat al een tijd mee, maar volgens The New York Times (Charleston Shooting Reignites Debate about Confederate Flag) gaven sociale media er een nieuwe impuls aan. Vooral politici konden niet om dit debat heen en moesten zich over de vlag uitspreken.

Belangrijk was Black Twitter ook in de benaming van Roofs daad. Eerst werd die aangeduid met het neutrale ‘a shooting’. Daarop volgde de omschrijving die de politie eraan gaf: A hatecrime’. Maar Black Twitter had een ander oordeel: dit was een racistisch geïnspireerde daad van terrorisme. Vervolgens werd Twitter overspoeld met tweets die de laffe voorzichtigheid van gevestigde media hekelden. ‘@BrownBlaze: To call #CharlestonShooting terrorism would require a bold admission: that black people are American citizens.’

Blijkbaar willen de media het predikaat ‘terreurdaad’ niet eens overwegen als de slachtoffers zwart zijn

De bewijzen die binnendruppelden, wezen volgens Black Twitter overduidelijk op een terroristische daad: Roof putte uit wit superioriteitsdenken dat al eerder racistische terreurdaden inspireerde; Roof wilde Amerika ontwrichten en Afro-Amerikanen angst aanjagen door een ‘rassenoorlog’ te starten. Black Twitter schamperde dat gevestigde media in 2013 geen moeite hadden om de bomaanslag op de marathon in Boston direct een terreurdaad te noemen. Blijkbaar willen ze het predikaat niet eens overwegen als de slachtoffers zwart zijn. De kritiek van Black Twitter vond de volgende dag weerklank in The New York Times (Many Ask, Why Not Call Church Shooting Terrorism?). Daarin werden tweets geciteerd van invloedrijke Black Twitterati die de discussie hadden geëntameerd, zoals burgerrechtenactivist Samuel Sinyangwe en journalist Jelani Cobb. Ook andere media namen de kritiek van Black Twitter als uitgangspunt voor artikelen. Motherjones.com deed dat, maar ook vox.com, politico.com, vice.com, New York Magazine en Christian Science Monitor. Sommige Black Twitterati penden zelf stukken over deze kwestie, zoals in The Washington Post, The New Yorker, Slate.com, The Guardian, Dailykos.com. Het debat vond uiteindelijk ook weerklank buiten sociale en traditionele media. Democratisch presidentskandidaat Bernie Sanders noemde de daad van Roof onomwonden ‘an act of terror’. Ook de nationale president van de naacp, Cornell William Brooks, nam geen blad voor de mond en sprak over ‘racial terrorism’. Dergelijke bewoordingen gebruikte ook de burgerrechtenbeweging Black Lives Matter: ‘This was an undeniable act of terrorism intended to strike fear in the hearts of Black communities.’

Afgelopen vrijdag meldde het Amerikaanse ministerie van Justitie dat het nu ook gaat bekijken of in Charleston inderdaad sprake was van terrorisme.

‘Ergens in 2009 begon mij iets op Twitter op te vallen’, zegt Meredith Clark, docent journalistiek aan University of North Texas, in een Skype-gesprek. ‘Ik werkte toen nog in de journalistiek en volgde op Twitter voornamelijk collega-journalisten en politici. Totdat ik merkte dat er nog een andere wereld aanwezig is op Twitter, waar grappige en boeiende gesprekken werden gevoerd. En de mensen in dat Twitter-wereldje waren voornamelijk zwart.’

De discussie rond Black Twitter deed volgens Clark de diversiteit in dit digitale universum geen recht. Ze besloot zelf op wetenschappelijk onderzoek uit te gaan. Dat resulteerde in een dissertatie (To Tweet Our Own Cause, 2014) waarin ze de veelstemmigheid van Black Twitter liet zien. Clark: ‘Binnen Black Twitter heb je mensen die twitteren vanuit het perspectief van vrouw, man, gay, transseksueel. Anderen twitteren vanuit hun klasse, hun interesses, hun werk. Alles loopt door elkaar heen. Het kan gaan over banale zaken, maar ook over prangende sociale kwesties.’

Een verklaring voor het succes is volgens Clark het feit dat jonge Afro-Amerikanen dankzij technologische vooruitgang meters hebben kunnen maken in de digital divide – de kloof tussen de haves en de have nots op het gebied van internettoegang. Vooral Twitter, jongerenmedium bij uitstek, werd populair onder Afro-Amerikanen. Van de online actieve Afro-Amerikanen zit 25 procent op Twitter, bij online actieve blanke Amerikanen is dat zestien procent.

De sterkste kracht van Black Twitter is de sterke onderlinge verbondenheid. In 2010 analyseerde de postdoctorale student computerwetenschappen Brendan Meeder honderd miljoen tweets en ontdekte grote clusters van Afro-Amerikaanse twitteraars die elkaar allemaal volgen. Het eenrichtingsverkeer van veel twitteraars – Twitter als je persoonlijke reclamezuil – lijkt bij Afro-Amerikanen afwezig. Zij zenden én ontvangen. Twitter staat bekend als een gigantische echokamer, maar binnen Black Twitter zijn de muren dikker en weerklinkt elke tweet vaker. Op die manier lukt het de twitteraars steevast hoog op de trending topic list van Twitter te eindigen met onderwerpen die de Afro-Amerikaanse gemeenschap aan het hart gaan. Vervolgens is het een kleine stap om die invloed te verzilveren in traditionele media.

Volgens Meredith Clark is Black Twitter niet alleen een Amerikaans fenomeen. Ze ziet soortgelijke twitterspheres in Zuid-Amerika, Afrika, Europa. ‘Ik spreek een beetje Frans en weet daarom dat Parijs een levendige Black Twitter heeft. Daar zijn ze met dezelfde dingen bezig als in Amerika, met raciale kwesties.’

Ook Nederland heeft iets wat op een Black Twitter-universum lijkt. Een globale verkenning levert een paar Black Twitterati uit de polder op: Quinsy Gario, anti-Zwarte-Piet-activist; Anusha Nzume, journaliste; Sylvana Simons, tv-presentatrice; Zarayda Groenhart, tv-presentatrice; Milouska Meulens, journaliste; Harriet Duurvoort, columniste; Jörgen Raymann, comedian. De lijst is verre van volledig. Dit zijn alleen een paar zichtbare mensen die in contact staan met talloze gelijkgestemden.

Een van de eerste keren dat deze Nederlandse twittersphere van zich liet horen, was in 2011, toen het blad Jacky zich vergaloppeerde met een artikel over de NiggaBitch, een modetype met street cred en een ghetto ass. Zarayda Groenhart plaatste een foto van het artikel op Facebook en Twitter. De verontwaardiging binnen de Nederlandse Black Twittersphere sloeg snel over op de rest van twitterend Nederland en zelfs op Rihanna, de zangeres uit Barbados. Resultaat: Eva Hoeke, hoofdredactrice van Jacky, kon haar biezen pakken. Ook in de Zwarte-Pietendiscussie is de Nederlandse Black Twittersphere van invloed. Anusha Nzume en Quinsy Gario zorgen ervoor dat Zwarte Piet het hele jaar door de gemoederen online en offline blijft bezighouden.

Recent behaalde de Nederlandse Black Twittersphere nog twee successen. In april plaatste vrouwenblad V __iva een stereotyperend artikel op de site: Tien redenen om een donkere man te daten. In een mum van tijd stond Twitter bol van verontwaardiging. Een van de Black Twitterati die het voortouw namen in de kritiek op V_ iva_ was Sylvana Simons. Mede dankzij haar Twitter-bombardement trok Viva het artikel in en werd ze uitgenodigd om columnist bij het blad te worden. Een ander slachtoffer van Black Twitter in de polder: het cultureel festival Valtifest. Dit jaar zou het festival de naam ‘Hottentottententententoonstelling’ krijgen om diversiteit te vieren. Critici vonden het een smakeloze verwijzing naar de echte hottentottententoonstelling uit de negentiende eeuw waarin een zwarte Zuid-Afrikaanse vrouw getoond werd voor een wit publiek. Quinsy Gario leidde de aanval op het festival, via Twitter, Facebook en zijn eigen site. De kritiek die vervolgens op de organisatie van het festival af kwam, deed haar besluiten de naam van het festival te laten vallen.

‘Met haar bedrog zet ze een oude gewoonte voort: het wegpoetsen van zwarte mensen en hun prestaties’

‘Het steekt mij als Black Twitter wordt voorgesteld als een gemeenschap van boze, zwarte mensen’, zegt Meredith Clark. ‘Dat ondermijnt het idee van gemeenschap dat wij binnen Black Twitter hebben. Maar het ondermijnt ook de zaken die wij willen aankaarten.’

Toch behaalt Black Twitter de grootste successen als verontwaardigde twitteraars ergens tegen in het verweer komen. Een paar Amerikaanse hoogtepunten op een rij:

Op 13 juni 2013 werd George Zimmerman vrijgesproken van moord op de Afro-Amerikaanse jongen Trayvon Martin. Twee dagen later maakte een literair agent bekend dat een van de juryleden in deze rechtszaak een contract voor een boek had getekend. Financieel gewin slaan uit de dood van een zwarte jongen? Black Twitter opende een online petitie tegen het boekencontract en bestookte de literair agent met mails. Een dag later maakte het jurylid bekend dat er geen boek zou komen en bood ze haar excuses aan.

Een andere reactie van Black Twitter op de Trayvon Martin-zaak was de hashtag #BlackLivesMatter die aandacht vroeg voor de ongelijke behandeling van Afro-Amerikanen door politie en justitie. In 2014 werd de hashtag zelfs tot woord van het jaar gekozen. Maar belangrijker was de invloed die de hashtag had op burgerrechtenactivisme. De hashtag groeide uit tot een daadwerkelijke burgerrechtenbeweging die politiegeweld tegen Afro-Amerikanen agendeert en grootscheepse protesten door het land organiseert. Door de hele wereld zijn solidariteitsprotesten onder de noemer #blacklivesmatter gehouden, onder meer in Amsterdam.

In augustus 2014 werd de achttienjarige Afro-Amerikaan Michael Brown doodgeschoten door een politieagent. Gevestigde media die erover berichtten, gebruikten een foto van Brown waarop hij poseert als een gangsterachtig joch, terwijl er ook foto’s van hem waren die hem afbeelden als een brave student. De keuze suggereerde dat Brown het er wel naar gemaakt moest hebben. Black Twitterati startten de hashtag #iftheygunnedmedown en plaatsten telkens twee foto’s van zichzelf, één waarop ze een stoere pose aannemen, en één die hun van hun brave kant laat zien: welke van de twee foto’s zouden media gebruiken als zij waren neergeschoten? De kritiek werd opgepikt door een keur van media en gaf voer aan een kritisch zelfonderzoek naar hun portrettering van Afro-Amerikaanse jongeren.

Black Twitter schiet niet altijd raak. Soms is de verhouding zoek tussen de misstand die aangekaart wordt en het gewicht dat Black Twitter er tegenaan gooit. Neem bijvoorbeeld Justine Sacco, een New Yorkse pr-medewerker. Going to Africa. Hope I don’t get AIDS. Just kidding. I’m white!’ tweette ze in 2013 vlak voordat ze in een vliegtuig stapte. De tweet werd opgepikt door witte gevestigde media, maar Black Twitter maakte het tot trending topic. Een virtuele lynchmob van miljoenen nam het vervolgens op zich om deze ‘witte, geprivilegieerde vrouw’ op haar plek te zetten. Sacco – die tot dan in Twitter-anonimiteit leefde met een handjevol volgers – verloor vanwege de giftige aandacht haar baan en is nog altijd psychisch herstellende.

Ook Black Twitters kritiek op Rachel Dolezal schoot sommigen in het verkeerde keelgat. Wie er moeite mee had, was Jon Ronson, auteur van So You’ve Been Publicly Shamed, waarin hij beschrijft wat voor enorme psychische schade virtuele lynchmobs kunnen aanrichten. ‘@jonronson Feeling incredibly sorry for #RachelDolezal and hope she’s okay. The world knows very little about her, her motives.’ Vervolgens werd Jon Ronson bekritiseerd door Black Twitter; Dolezals misbruik van zwartheid, zonder werkelijk te weten wat het is om zwart te zijn in Amerika, was onverdedigbare white privilege en moest aan de kaak gesteld worden. Waarom nam hij het niet op voor Afro-Amerikaanse vrouwen die zich beschadigd voelen door Dolezal?

‘Het is duidelijk dat Jon Ronson geen idee heeft van wat Black Twitter is’, zegt Clark. ‘Hij begrijpt niet waarom wij over deze vrouw tweeten en waar onze boosheid vandaan komt. Wij zijn boos op Dolezal omdat zij met haar bedrog een oude gewoonte voortzet: het wegpoetsen van zwarte mensen en hun prestaties.’

Maar eerlijk is eerlijk, Black Twitter pakt niet alleen blanke mensen en witte media aan. Ook Afro-Amerikanen die een blunder begaan kunnen Black Twitter over zich heen krijgen. Toen Kanye West afgelopen maart een jas droeg waarop een confederate flag was genaaid, gaf Black Twitter hem er ook van langs. Hetzelfde gebeurde met andere bekende Afro-Amerikanen – actrice Raven-Symoné, rapper Common – die iets zeiden over raciale kwesties waar Black Twitter aanstoot aan nam. Maar favoriete kop van jut van Black Twitter is de Afro-Amerikaanse cnn-journalist Don Lemon. Ja, dezelfde Lemon uit de eerste alinea van dit artikel die zo’n heldere definitie gaf van Black Twitter. Hij kan weinig goed doen omdat zijn verslaggeving over raciale kwesties wordt beschouwd als laf.

Vorige week was het resultaat van die constante Black Twitter-kritiek ook zichtbaar in de offline wereld. Terwijl Lemon in Charleston verslag deed van de aanslag dook achter hem een Afro-Amerikaanse vrouw op die ‘Uncle Tom!’ naar hem riep. Uncle Tom: een zwarte die in het gevlij bij blanken probeert te komen. Black Twitter juichte en slingerde hem het verwijt nog een paar keer naar het hoofd. In dat opzicht discrimineert Black Twitter niet – iedereen die het in hun ogen verdient, kan een corrigerende tik krijgen.


Het beeld is van John Jennings, onder meer redacteur van APB: Artists against Police Brutality_, en_ The Blacker the Ink: Constructions of Black Identity in Comics and Sequential Art