De praagse affaire

Als Frits Bolkestein in het openbaar wordt bekritiseerd, heeft zijn onderlip de neiging om langzaam te verzakken, hetgeen een heel verongelijkte, stuurse gelaatsexpressie tot gevolg heeft. Zo keek hij afgelopen maandagavond nogal eens tijdens de drukbezochte presentatie van zijn nieuwe boek Onverwerkt verleden in Paradiso. De Amsterdamse poptempel was tot de nok toe vol, voor het grootste gedeelte met om en nabij de twintig jaar oude neo-hippies die bij gebrek aan stoelen in kleermakerszit plaatsnamen in de zaal. Voor de rest waren er veel oudgedienden van de CPN, plus een schilderachtige verzameling excentrieke bejaarden. Een en ander zorgde ironisch genoeg voor een sfeertje als in de jaren zestig en zeventig, de decennia die Bolkestein nu juist uit alle macht wil onderbrengen in de horrorafdeling van de vaderlandse geschiedschrijving.

De toon werd al direct gezet door panellid Elsbeth Etty van NRC Handelsblad, die Bolkestein van ‘intellectuele luiheid’ betichtte omdat zijn nieuwe pennevrucht vooral bestaat uit opgewarmde artikelen en ingezonden stukken, slecht geschreven bovendien. De onderlip van Bolkestein zakte direct enige centimeters omlaag.
Maar het werd nog erger. De Amsterdamse politicoloog Meindert Fennema, ook op het podium aanwezig, deed weliswaar eerst waar hij als ex-lid van de CPN voor gevraagd was - hij trakteerde de zaal op een roerende spijtbetuiging over zijn dwalingen - maar vervolgde gelijk met een heel listige steek richting Bolkestein. De laatste memoreert in zijn boek namelijk het bezoek dat hij in augustus 1956 als vertegenwoordiger van de Amsterdamse studentenorganisatie Asva bracht aan het congres van de International Union of Students (IUS) te Praag. De IUS was een beruchte communistische mantelorganisatie, en het bezoek van Bolkestein zorgde toen al voor veel rumoer. Bijna alle studentenorganisaties uit niet-communistische landen boycotten de IUS-bijeenkomsten. Bolkesteins bezoek werd door hen dan ook gezien als verraad en als fellow travelling: een te zachte houding tegenover het communisme, op grond waarvan Bolkestein onlangs nog de arme Dick Tommel uitmaakte voor 'politiek onbenul’. In De Groene van 26 november 1997 werd de IUS-kwestie al eens ontvouwd. Asva-documenten uit 1956 toonden aan dat Bolkestein niet alleen onder heftig protest van onder meer de Nederlandse Studentenraad naar Praag was vertrokken, maar dat hij ter financiering van de trip ook nog eens geldelijke steun had gevraagd aan IUS-president Jiri Pelikan, die, enthousiast over de doorbraak in Nederland, meteen toezegde.
In zijn nawoord bij Onverwerkt verleden probeert Bolkestein de politieke angel uit deze jeugdzonde te halen door te schrijven dat hij tijdens het IUS-congres een gloedvolle rede hield tegen het Sovjet-imperialisme. Doodse stilte was naar eigen zeggen zijn beloning toen hij in zijn speech voor het internationale studentencongres stelde dat Polen was gekoloniseerd door de Sovjetunie. Helaas, in het verslag dat Bolkestein van zijn Praagse avontuur opstelde ten behoeve van zijn Asva-medebestuurders, ontbreekt van die opmerking elk spoor, hoewel zijn toespraak (driekwart A4) toch integraal in zijn rapportage staat weergegeven.
In Paradiso herhaalde Bolkestein wat hij in Onverwerkt verleden schreef: hij verzweeg het communistische partizanengedeelte van zijn toespraak bewust voor zijn Asva-medebestuurders, want 'dat zou te gortig zijn geweest’. Meindert Fennema bleek een van zijn studenten de zaak tot de bodem te hebben laten uitzoeken. Die ging te rade bij IUS-president Pelikan, die later tot Dubcek werd bekeerd en na de Russische invasie in Praag naar Italië vluchtte, om uiteindelijk in het Europarlement terecht te komen. Helaas, deze herinnerde zich niets van de politieke angel in Bolkesteins speech, hoewel hij er toch met zijn neus bovenop had gezeten. 'Het gaat er sterk op lijken dat Bolkestein het verzonnen heeft’, zei Fennema. 'Maar dat geeft niet, want het was mooi verzonnen.’
Bolkestein stribbelde nog wat tegen. De zaal waar hij indertijd zijn historische rede had gehouden, was zo groot, misschien had Pelikan hem niet kunnen verstaan. Echt overtuigen deed het niet. Elsbeth Etty merkte terecht op dat het toch heel wat uitmaakte of Bolkestein nu de dikke duim had gebruikt of niet. De zaal beleefde het allemaal met dikke pret mee.
Maar voordat er echte politieke averij opgelopen kon worden, nam de happening in Paradiso helaas een andere wending. Enige ex-CPN'ers probeerden hoogleraar geschiedenis Maarten Brands, ook op het podium, de oren te wassen door te verkondigen dat deze zich aan minstens even grote dwalingen had bezondigd door ooit een positieve recensie te schrijven over een boek van Friedrich Weinreb. Uit de zaal werd geroepen dat niet het communisme maar Otto von Habsburg het grootste gevaar voor de vrijheid personifieert. Bolkestein, heel stilletjes geworden, kroop door het oog van de naald. Direct na afloop koos hij een veilig heenkomen. Het bleef nog lang onrustig in Paradiso.