Gaat Portugal door zijn nieuwe EK-stadions ten onder?

De prijs van de bal

Tien gloednieuwe stadions laat Portugal verrijzen voor het Europees Kampioenschap voetbal in 2004. Maar de armste lidstaat van de EU is al zo goed als failliet en de enorme kosten van de voetbalkoorts zouden de genadeklap kunnen betekenen. Gaat Portugal al voetballend de ondergang tegemoet?

BRAGA — Met een tevreden glimlach loopt Ernie Walker, hoofd inspectie stadions van de Europese voetbalbond Uefa, over het mosgroene veld van het nieuwe stadion van Braga. «Het is geweldig», zegt de Schot geroerd. «Dit is een van de mooiste stadions die ik ooit heb gezien. De hele wereld zal hierover praten.»

Het is inderdaad een opmerkelijk staaltje architectuur, de nieuwe voetbaltempel van de hoofdstad van de provincie Minho, in het noorden van Portugal, waar in 2004 twee wedstrijden van de Europese voetbalkampioenschappen zullen worden gespeeld. Gelegen onder een indrukwekkende uitgehouwen rotspartij aan de rand van de stad hebben de twee enorme granieten vleugels waaruit het 30.154 plaatsen tellende stadion bestaat de futuristische allure van een enorme Batman-cave. Het complex moet na het Europees Kampioenschap de thuisbasis worden van de lokale voetbaltrots, de FC Braga, heden nog gehuisvest in een sombere betonkolos uit de tijd van Salazar, bij het grootste zigeunerkamp van de stad.

«In mijn lange voetballoopbaan heb ik nog nooit zo’n dramatisch en aangrijpend stadion gezien», zegt Uefa-controleur Walker na afloop van zijn inspectietocht in Braga. «Hier is voetbalgeschiedenis geschreven.»

Burgemeester Mesquita Machado van Braga hoort Walkers betoog met een instemmende blik aan. «We hebben gedaan wat velen onder u voor onmogelijk hielden», houdt de burgervader de massaal aanwezige Portugese pers met enig sarcasme voor. «Velen van u schreven dat we het nooit zouden halen, dat het stadion nooit op tijd klaar zou zijn. Ik vind het altijd jammer om de pers te moeten teleurstellen, maar we hebben het gered.»

Braga heeft het inderdaad gered. Net als de negen andere voetbaltempels die de afgelopen maanden in ijltempo uit de Portugese grond zijn gestampt, zal het stadion ruim op tijd klaar zijn om in de zomer van 2004 de Europese gasten te ontvangen. Maar de vraag is: tegen welke prijs? In het geval van Braga stond de bouw van het stadion voor ruim dertig miljoen euro in de boeken, maar in werkelijkheid werd het meer dan negentig miljoen. De gemeente verkeert in grote financiële problemen als gevolg van de onverwacht hoge kosten bij het afkopen van de geconfisqueerde grond. Tal van andere openbare werken — zoals de bouw van een hoognodig nieuw ziekenhuis — zijn al op de lange baan geschoven.

De budgetoverschrijdingen bij de bouw van de andere Euro-stadions mogen er ook zijn. Het nieuwe Estádio da Luz van Lissabon, waar op 1 juli 2004 de finale van Euro 2004 wordt gespeeld, zou eigenlijk maar 25 miljoen euro mogen kosten — het werden er een slordige honderd miljoen meer. Het rijk moest ernstig bijspringen voor de nieuwe «kathedraal» van Benfica. Dat mocht niet verhinderen dat premier Durão Barroso twee weken geleden bij de officiële opening van het stadion massaal werd uitgefloten door het publiek, wat voor de verzamelde bisschoppen van Portugal weer aanleiding was om in een speciale missive te klagen over de «zedenverwildering» op en rond de velden. Benfica’s stadgenoot Sporting deed het voor niet minder: de bouw van het nieuwe stadion Alvalade ging met een eindbedrag van honderd miljoen euro 45 miljoen over de schreef. Toen het Alvalade klaar was bleken als gevolg van een ontwerpfout enkele honderden zitplaatsen geen zicht te bieden op het veld. Het probleem werd opgelost door de plaatsen ter beschikking te stellen aan de blinden van Lissabon.

De zaterdag geïnaugureerde arena van de Portugese landskampioen FC Porto, het Estádio do Dragão (Stadion van de draak) zou voor 65 miljoen worden gebouwd — reële kosten: 125 miljoen. Het eveneens in Porto opererende Boavista koos ervoor geen nieuw stadion te bouwen, maar de bestaande installatie, de Bessa, geheel te renoveren, wat een budgetoverschrijding met twintig miljoen tot 37 miljoen euro niet in de weg mocht staan. In Leiria kostte de renovatie van het bestaande stadion 38 miljoen, toch achttien miljoen meer dan begroot. Het stadion van de studentenclub Coimbra zou volgens de directie voor achttien miljoen euro worden gebouwd, het werd ruim twee keer zo veel: 37 miljoen euro. Hetzelfde patroon bij het Dom Afonso Henrique-stadion in Guimarães: ingepland voor 25 miljoen euro, reële kosten 47 miljoen.

Alleen in Faro, in de Algarve, wist men de uitgaven voor het nieuwe stadion in de hand te houden: dertig miljoen euro, precies als voorzien. Het probleem daar is dat men bij God niet weet wat te doen met het dertigduizend plaatsen tellende stadion als de enkele wedstrijd die er in het kader van Euro 2004 wordt gespeeld straks voorbij is. Faro heeft helemaal geen voetbalclub in het Portugese beroepsvoetbal: de banken van het stadion moeten worden gevuld door de semi-amateurs van derde-divisieclub Louletano, die nu gemiddeld vierhonderd toeschouwers per wedstrijd trekt.

In totaal heeft Portugal dus 661 miljoen euro uitgegeven aan stadions. Het is de overheid die grotendeels opdraait voor de kosten en de bijkomende tekorten. De meeste clubs van Portugal — met name het van crisis naar crisis strompelende Benfica — staan met één been in het financiële graf. Daarnaast hebben de diverse gemeenten nog veel uitgegeven aan het gratis of tegen bodemprijzen beschikbaar stellen van grond (alleen al in Porto goed voor een presentje van zeventig miljoen euro) en moeten zij opdraaien voor de kosten van de bijkomende infrastructuur. Euro 2004 vergde met andere woorden een mega-investering die ver boven de mogelijkheden van het land uitstijgt.

Portugal staat er aan het eind van het nationale «annus horribilis» 2003 miserabel voor. In de zomer ging 360.000 hectare bos in rook op, met twintig doden als resultaat. Het land werd verder nog geteisterd door overstromingen, politieke seksschandalen, grootschalige corruptieaffaires bij de militaire politie GNR (op dit moment actief bij het toezicht in Irak) en de ene regeringscrisis na de andere. Binnen een jaar tijd verloor de centrum-rechtse regering onder leiding van ex-maoïst Durão Barroso maar liefst vijf ministers, symbolisch voor de verregaande instabiliteit.

De Portugese economie bevindt zich na tien jaren van tamelijk euforische groei in een diep zwart gat. Het Europese economisch-statistische bureau Eurostat rekende uit dat Portugal zich sinds vorige maand de armste lidstaat van de Europese Unie mag noemen. Voor het eerst werd Griekenland als hekkensluiter afgelost. De werkloosheid loopt dramatisch snel op — vorige maand alleen al met 57.000 — en zal volgens de nog rooskleurige prognose van de regering in 2004 zijn gestegen tot 6,5 procent. Onderwijsinstellingen kunnen de salarissen van het personeel niet meer betalen, terwijl er al zeventienduizend werkloze onderwijzers zijn. In de grote steden protesteren de studenten ongekend massaal tegen de aangekondigde verhogingen van de collegegelden met soms meer dan tweehonderd procent. Bij gebrek aan artsen gaan de ziekenhuizen over tot sluiting van hele afdelingen. De regering weet niet méér te verzinnen dan nog meer bezuinigen, want de dreigbrieven vanuit Brussel, waarin Portugal forse boetes in het vooruitzicht worden gesteld als het begrotingstekort boven de norm van drie procent blijft, liggen al stapelhoog in het regeringspaleis in Lissabon.

Tien procent van de Portugese bevolking leeft onder de armoedegrens. Onder hen zijn veel immigranten uit de voormalige Afrikaanse koloniën Angola en Mozambique, die van oudsher al een onderklasse vormen. Maar de crisis komt ook keihard aan bij de tienduizenden gastarbeiders uit Brazilië en Oost-Europa. Zij krijgen vaak minder betaald dan het Portugese minimumloon, driehonderd euro per maand, áls ze hun geld al krijgen. In het centrum van Braga vonden de afgelopen maanden hongerdemonstraties plaats van arbeiders uit de Oekraïne, die zo hun beklag deden over hun toestand van verregaande rechteloosheid.

Uit de Braziliaanse enclave klinken eveneens noodsignalen. Door speciale interventie van president Lula kregen onlangs honderdduizend illegale Brazilianen in Portugal een officiële verblijfsstatus, maar ook zij komen vaak in de marge van de Portugese samen leving terecht, bijvoorbeeld in de prostitutie. Voor het Amerikaanse weekblad Time was dat vorige maand reden voor een coverreportage waarin Portugal werd uitgeroepen tot «Europe’s new red light district». De Portugese regering was daar zo verbolgen over dat het Amerikaanse weekblad bij wijze van represaille geen advertenties tegemoet zal mogen zien voor de promotie van Euro 2004 (slagzin: «In Portugal extra time is always the best part of the game»).

Gezien al deze rampspoed neemt de kritiek op de torenhoge uitgaven voor het voetbalfeest hand over hand toe. De invloedrijke journalist/schrijver Miguel Sousa Tavares — die eerder voor veel opschudding zorgde met zijn pleidooi om de firma Endemol vanwege zijn banaliserende invloed over de Portugese grenzen te zetten — begon een anti-Euro-campagne. Tavares houdt van voetbal, maar meent dat het geld voor Euro 2004 beter aan andere doelen had kunnen worden besteed. Ook Carlos Queiroz, de Portugese oefenmeester van Real Madrid, uitte veel kritiek op de verspilling van overheidsgelden. Tien nieuwe stadions bouwen voor één toernooi van drie weken is volgens Queiroz «excessief».

En nu is ook de regering om. De Portugese minister van Financiën Manuela Ferreira Leite verklaarde mordicus tegen de komst van het voetbaltoernooi te zijn. Volgens haar krijgt Portugal zijn miljardeninvestering in Euro 2004 nooit terug. Als ze indertijd aan de macht zou zijn geweest, zo verklaarde de hardvochtige rentmeesteres van de republiek, zou Portugal zich nooit voor het evenement kandidaat hebben gesteld.

Voor de voetbalgekke Portugezen waren de woorden van de minister van Financiën hoogst onvaderlandslievend. De verwachtingen rond het voetbaltoernooi zijn hooggespannen, met name rond de prestaties van de Portugese equipe. «We kunnen nu bewijzen dat er meer te koop is in het leven dan cocktails serveren aan gepensioneerde Britten», zo schreef O Jogo, een van de drie dagelijks verschijnende voetbalkranten die het land rijk is. Helaas presteert het Portugese nationale elftal onder leiding van de voormalige Braziliaanse bondscoach Scolari tot nu toe uiterst matig. In de afgelopen serie oefenduels werd op vernederende wijze met 3-0 verloren van aartsrivaal Spanje, werd maar ternauwernood gelijk gespeeld tegen het povere Albanië en ook afgelopen zaterdag kwam de nationale elf tegen Griekenland niet verder dan een frustrerende 1-1. Het Portugese voetbal beschikt over grote namen — Figo, Rui Costa — maar zodra ze bij elkaar staan ontbreekt tot nu toe iedere vorm van chemie. De situatie is zo zorgwekkend dat de Portugese regering bij monde van staatssecretaris van Algemene Zaken José Luís Arnaut een decreet liet uitgaan waarin de uitverkoren atleten te verstaan werd gegeven dat het landsbelang in het spel is. Alleen een Europese titel zal volstaan om de financiële schade van Euro 2004 te dekken.