Hoe lang bestaat Kaiserslautern nog als «K-Town»?

De prijs van de nieuwe Duitse vrijheid

De plannen van generaal James Jones, opperbevelhebber van de Navo en commandant van de Amerikaanse troepen in Europa, kunnen een ernstige klap betekenen voor de militaire gemeenschap in zuidwest-Duitsland.
Jones wil kleinere bases en vooral minder soldaten. Dat is goedkoper voor de Amerikanen. Maar catastrofaal voor Kaiserslautern en Ramstein. «K-Town is toch Little America!»

Aan boord van vlucht LH 0416 zaten ten minste twee gespannen gezichten. In het toestel van Lufthansa op de route Frankfurt-Washington bevonden zich dinsdag Bernhard Deubig en Klaus Layes. Ze zijn lokale politici uit de deelstaat Rijnland-Palts in Duitsland. In hun normale leven zijn hun onderlinge tegenstellingen simpel. Bürgermeister Layes van Ramstein wil bijvoorbeeld niet dat Oberbürgermeister Deubig van Kaiserslautern ook een pretzwembad bouwt. «Want wij hebben er toch al een in Ramstein.» Kaiserslautern kan echter niet zonder. De stad van Deubig is immers een Oberzentrum. Dinsdag was het anders. Ze vlogen naar de Verenigde Staten om te lobbyen: voor de blijvende aanwezigheid van de Amerikaanse militairen. Want als die weg zouden gaan, is er hoe dan ook geen behoefte meer aan zwembaden.

Voor K-Town, zoals de Amerikanen hun verblijfplaats noemen, en het naburige Ramstein is Washington de bron van hun welvaart. De regio in het zuidwesten van Duitsland tussen Mannheim en Saarbrücken leeft van de meer dan 38.000 Amerikaanse militairen die er zijn gelegerd. Ze maken een kwart van de bevolking uit. De plannen van generaal James Jones, opperbevelhebber van de Navo en commandant van de Amerikaanse troepen in Europa, zouden een ernstige klap voor de Kaiserlautern Military Community betekenen. Generaal Jones wil geld besparen en de militaire strategie van de VS bijvijlen. In plaats van grote bases, met een dure infrastructuur, bepleit hij kleine steunpilaren over het hele continent. Deze kleinere bases hebben niet meer nodig dan een startbaan en wat onontbeerlijke logistiek. En vooral minder soldaten, die bovendien niet langer dan zes maanden op zo’n minibasis zouden hoeven verblijven. Hun gezinnen kunnen dan in Amerika achterblijven.

Dat is goedkoper voor de Amerikanen. Maar het is catastrofaal voor Kaiserslautern en Ramstein. Hoeveel van de veertienduizend soldaten en even zoveel gezinsleden de regio zouden verlaten, is onduidelijk. Hetzelfde geldt voor het bestuur dat, inclusief familie, nog eens negenduizend mensen telt. Maar met zesduizend banen voor de host nations is het Amerikaanse militaire apparaat zeker de grootste werkgever in de regio. De gemeente Ramstein heeft nauwkeurig uitgerekend dat het per jaar 1.081.920.703 dollar in de lokale economie pompt.

«Kaiserslautern is altijd structureel zwak geweest», zucht Michael Schaum, secretaris van de Industrie- und Handelskammer für die Pfalz (IHK). Pas in Mannheim, zestig kilometer naar het oosten, getuigen witte en bruine rookwolken uit tientallen schoorstenen langs de Rijn van enige bloei. «Daar zal, nu we met Luxemburg en België concurreren, niets aan veranderen.» Schaum wil echter niet bij de pakken neerzitten. Hij wijst uit het raam: «Nog aan het begin van de jaren negentig marcheerden hier Franse dienstplichtigen. Maar we hebben kans gezien aan te tonen wat voor mogelijkheden militaire barakken kunnen bieden.» Meer dan 150 miljoen euro investeerden Kaiserslautern en de deelstaat Rijnland-Palts in het gebied dat Pre-Park ging heten. De kazernes werden grotendeels gesloopt. De IHK is nu omgeven door felgekleurde futuristische kantoorpanden, waar de new economy van Kaiserslautern zich vestigde en ten minste duizend banen schiep.

De militairen zijn desondanks de belangrijkste economische factor gebleven. «Een paar branches hebben zich zelfs speciaal op Amerikanen gericht», aldus Schaum. «Autohandelaren verdienen hier meer dan in andere delen van de bondsrepubliek.» Voor elke auto die een Amerikaan koopt, krijgt hij zestien procent btw van de Duitse fiscus terug. Die auto’s steken later namelijk meestal de grote plas over.

«Loop maar in Vogelweh door de Pariser Straße, de uitvalsweg van Kaiserslautern naar Ramstein en Landstuhl», beveelt Schaum me aan. Buslijn 1 brengt me van de Panzerkaserne naar Vogelweh. Anderhalve dollar kost de rit. De afkortingen HK, AD en AF op de nummerplaten overheersen en verwijzen naar Amerikanen. Uit veiligheidsredenen lijken ze op de Duitse nummers, maar ze zijn net een slag anders. Even verderop staan links en rechts de paleizen van VW, Audi en DaimlerChrysler. Zelfs Porsche, dat normaal alleen in de belangrijkste steden is gevestigd, showt dure sportwagens in een koepelvormige hal van staal, chroom en glas. Ernaast andere bedrijven: car-clinics, car-insurances en een drive-in-bioscoop. Seafood & Steakhouse (Wait here until your car’s repaired) vermeldt de openingstijden in het Engels. Duits lees je alleen op borden als Hunde müssen draußen bleiben.

Duizenden auto’s staan hier geparkeerd voor het goedkope shoppingparadijs AAFES, dat alleen voor Amerikaanse stervelingen is bestemd. De koopwaar wordt door de VS gesubsidieerd en niet door btw belast, omdat de Duitsers er nooit een douanepost hebben opgezet. Aan de overkant van de bruisende straat heeft een Engelsman zijn geluk gevonden in Vogelweh Tax Free Cars Sales. «Op dit moment is het helaas wat rustiger», klaagt hij. «De troepen hangen nog in Irak rond.» Maar in juli, heeft hij gehoord, komen ze weer terug. Dan komt er weer leven in de brouwerij, hopen ook zijn buurmannen Nadine Automobile en het US Videocenter. Dat de militairen bereid zouden zijn naar het oosten te vertrekken, wil hij niet geloven. «K-Town is toch Little America!»

Die indruk wekt ook Petra Day, persvoorlichtster van Ramstein Airbase. In haar cabriolet rijden we door het veertienhonderd hectare grote gebied van het vliegveld en de housing area. Het is druk op de weg. De middagspits is aangebroken. Vanuit het vliegveld in het dal stromen rijen auto’s het bergachtige woongebied binnen. Hoekige Amerikaanse schoolbussen brengen 7050 kinderen naar huis. Bruine borden met straatnamen, zoals Kissinger Memorial Drive en Lincoln Avenue, staan eendrachtig naast Duitse stoplichten. Day: «De Amerikanen hebben hier alles wat ze van thuis kennen. Banken, shopping malls, bioscopen, golflinks.» Trots somt Day op: «Wij verzorgen de troepen met butter and bullets van Noorwegen tot Zuid-Afrika. Landstuhl herbergt het grootste militaire hospitaal buiten de VS. De landstrijdkrachten oefenen in Kaiserslautern. We zijn zelfs attractief voor de marine. Een buitenpost repareert op een heuvel bij Sembach vliegtuigelektronica.»

Al 26 jaar werkt Day voor de Amerikanen. Een week voor nine eleven trad ze in dienst op de Airbase en ze werd na jaren de eerste Duitse in de persstaf. «Behalve een paar aardigheden schreef niemand iets over ons.» Na de aanslagen op het World Trade Center draaide ze overuren. «Ik had niet eens een eigen bureau!» De infrastructuur is nog steeds niet om over naar huis te schrijven. Day moet genoegen nemen met een kantoor in een beige-bruin geschilderde zeecontainer. Een oranjegele klaptafel met groene ijzeren poten, bij de oosterburen als Biergartentisch bekend, dient als secretaire. Maar buiten wemelt het van de bouwputten, waar nieuwe huizen, straten en kantoren worden gebouwd. Er wordt gebouwd omdat in 2005 de Rhein-Main-Airbase in Frankfurt gesloten wordt. De investeringen belopen een kleine zeshonderd miljoen euro.

«We doen alle moeite om dit geld binnen de regio te houden», vertelt Klaus Hoffmann van de Handwerkskammer der Pfalz (HWK), de belangenvereniging van de ambachtslieden. «Voor het eerst in de geschiedenis doet de Westpalts het beter dan Ludwigshafen aan de Rijn. Het militaire apparaat werkt stabiliserend.» Alleen de kleinste bedrijfjes dreigen door de bodem te zakken. Hoffmann: «Ze vechten om het dagelijkse overleven. Want de Amerikanen verstrekken de opdrachten in grote pakketten zodat een doorsnee installatiebedrijf alleen als onderaannemer aan de slag komt.» Hoffmann probeerde de Amerikanen hiervan af te brengen. Zonder succes. Maar hij heeft er begrip voor dat ze niet met vijfhonderd eenmansbedrijven willen bespreken wie wanneer aan wat moet sleutelen.

De Airbase werd in 1952 geopend. De regio is inmiddels gewend aan de Amerikanen. Veel huizen in de dorpjes rond Ramstein worden aan Amerikanen verhuurd. Dat is makkelijk. Want het Pentagon betaalt indirect de huur, zodat elke genoemde prijs aanvaard wordt. Sommige Paltse gezinnen hebben daardoor moeite betaalbare huurwoningen in de streek te vinden. «Maar zonder Amerikanen zouden de huizenmarkt en de bouw in elkaar storten», voorspelt Hoffmann.

Het was ooit anders. «In de eerste jaren waren er protesten, omdat er grote stukken bos sneuvelden om de Airbase te kunnen scheppen», herinnert burgemeester Deubig van Kaiserslautern zich. Maar de vechtpartijen tussen Duitse en Amerikaanse mannen draaiden meer om meisjes dan om culturele verschillen. «Vroeger waagde niemand het te mopperen wanneer de Amerikaanse buurman ’s avonds het gazon begon te maaien, louter omdat men vreesde voor internationale verwikkelingen», aldus Petra Day. Maar nu wordt zelfs van de Amerikanen geëist dat ze de grootste passie op het Duitse platteland, afval sorteren, delen.

Desondanks zorgde de oorlog in Irak ook in Kaiserslautern voor discussies. «Maar de werknemers op het vliegveld deden hun plicht, ook al hebben ze bij de Stammtisch een eigen mening», zegt vakbondsfunctionaris Thomas Warth. «Sommigen hadden het gevoel dat ze gemanipuleerd zouden worden met valse bewijzen, wat ons herinnerde aan de nazi’s. Maar we hebben van de Siegermächte geleerd dat je als democraat altijd wakker moet zijn.»

Als de Amerikanen inderdaad vertrekken, voorziet Warth niet alleen economische problemen voor de regio. «In Zweibrücken, waar de Amerikanen inmiddels vertrokken zijn, is te constateren wat ons dan te wachten staat. De mensen zakten er weg in diepe treurigheid. Naast hun baan verloren ze ook hun vrienden. Ooit was daar een rijke muziek scene. Nu is het heel rustig geworden.»

Ondanks alle vriendschap en voorspoed wordt K-Town nu gedwongen te concurreren met Polen, Bulgarije en Roemenië. Petra Day bagatelliseert de dreiging: «Polen? De omgeving klopt daar niet. Hier praat iedereen Engels. De transporttoestellen kunnen zonder tussenstop vliegen. Polen of Roemenië is gewoon een brug te ver.»

Ook de soldaten in Ramstein en Kaiserslautern zijn allesbehalve enthousiast. «Ik ben hier graag, ik zat twee jaar geleden nog in de woestijn», is alom te horen. Of: «Het lijkt hier net Amerika.»

Maar hen wordt niets gevraagd. Daarom moeten politici als Deubig en Layes de belangen van de Duitsers én de Amerikanen in de regio gaan behartigen. Dat is niet eenvoudig. Militair-strategisch heeft Kaiserslautern nauwelijks iets te bieden. Daarom benadrukt burgemeester Deubig de zachte vestigingsvoordelen, zoals het welzijn van de soldaten. Hij herinnert het Pentagon dus liever niet aan vroeger. De in K-Town gelegerde dienstplichtigen zonder familie veroorzaakten toen veel overlast. Omdat ze vaak stomdronken waren. Of omdat op de Steinstraße duizenden hoertjes voor hen tippelden, aldus Deubig. «De invloed van de gezinnen werkt positief op de discipline van de soldaten. Nu bieden wij de soldaat en zijn gezin recreatiewoningen in plaats van containers op een kamp. Bovendien is er nauwelijks een land waar ze zo veilig kunnen leven.»

Dat is niet helemaal juist. Zonder speciale veiligheidsmaatregelen willen de Amerikanen zelfs in Duitsland niet leven. Het begon in de jaren zeventig met hekken. Nu worden alle straten in de buurt gründlich en streng gecontroleerd. Deubig erkent het. Hij opereert daarom vaak als bemiddelaar: «Prikkeldraad en hoge hekken creëren ressentiment bij de bevolking, die haar vrijheden niet graag beperkt ziet worden. We proberen andere oplossingen te vinden. Toen de Amerikanen ons verzochten een straat in Vogelweh uit veiligheidsredenen te blokkeren, hebben we dat aan onderhoudswerk gekoppeld.»

Sinds de oorlog om Irak is dat minder makkelijk. Vroeger waren de Amerikanen niet onwillig om te luisteren naar klachten over vlieglawaai. Burgemeester Layes van Ramstein: «Sommige piloten, vooral als ze kersvers hier zijn, trekken zich niets aan van de lokale gevoeligheden. Maar als we ons beklagen, krijgen we te horen: ‹Typisch Duits, tegen alles›.»

Irak is ook voor Deubig en Layes een breekpunt gebleken. Ze voelen zich slachtoffer van de sociaal-democratische regering. Nadat bondskanselier Schröder weigerde in te stemmen met de aanval op Bagdad werden de plannen van generaal Jones openbaar. De Amerikaanse commandant ontkende een verband. Maar de christen-democraten Deubig en Layes denken daar anders over. Ze vrezen dat de regering van Schröder met haar anti-oorlogspolitiek de relaties zodanig heeft verslechterd dat Berlijn geen invloed meer kan uitoefenen op de plannen van Jones. Terwijl Deubig met zachte stem opmerkt dat de heren in Berlijn de draagwijdte van hun politiek niet overzien, trekt Layes in niet mis te verstane bewoordingen van leer tegen de bondsregering: «Deze betweterige intellectuele discussiegroepen lullen over de defensielasten, maar ze vragen zich nooit af wie de lasten echt moet dragen. Als wij de dupe zouden worden van de politiek in Berlijn eis ik knalhard dat ze ons schadeloos stellen!»

In Washington is al besloten het financieel beheer in K-Town te sluiten. «Dat kost 240 banen», treurt Deubig. «Daarom activeren we nu op eigen houtje onze kennissen op Capitol Hill en in het Pentagon.»

«We zijn niet meer dan een speelbal. Vandaag breiden de Amerikanen de Airbase uit, maar over drie jaar kunnen ze voor eeuwig vertrekken», beseft burgemeester Layes.

Dat de twee lokale politici de taak van het Duitse ministerie van Buitenlandse Zaken overnemen om in Washington de betrekkingen tussen de twee landen weer op te poetsen, maakt duidelijk dat het front niet meer langs de Elbe loopt. Het is de prijs van de soevereine vrijheid die ze ver weg in Berlijn nu nastreven.