De prijs van het zwijgen

De prijs voor slechte timing in de politiek gaat deze week met stip naar VVD-kamerlid Hessing. Precies op het moment dat zich in Indonesië weer een militaire coup lijkt te voltrekken, met de bevolking van Oost-Timor als eerste slachtoffer, komt Hessing met een warm pleidooi voor het zegenrijke bewind van Habibi. De VVD'er wil dat Indonesië nog dit jaar op de lijst van negentien landen komt waarmee Nederland een ontwikkelingsrelatie heeft. Volgens hem moet Nederland door ‘incidenten’ als Atjeh, Oost-Timor en Ambon heenkijken, en Jakarta belonen voor de ‘werkelijke economische hervormingen die het doorvoert’.

Wie te midden van zoveel apocalyptische hectiek in Timor zo cool kan blijven, moet wel een ras-optimist zijn, of een bord voor z'n kop hebben van Chinese Muur-achtige afmetingen. Wie de 100.000 Timorezen die sinds de invasie van Indonesië in 1975 over de kling zijn gejaagd afdoet als een ‘incident’, heeft wel een hele globale kijk op de wereldgeschiedenis. Hessings zonnige verwachtingen omtrent de zegeningen van Habibi zijn helemaal ongerijmd als ze worden vergeleken met de uiterst principiële koers die zijn partij altijd heeft gevaren inzake die andere ex-kolonie waar het maar niet wil boteren met de democratie. Hoewel Bouterse c.s. toch hemel en aarde bewogen om duidelijk te maken dat de Decembermoorden in gang waren gezet door een keten van 'incidenten’, hield de VVD hier altijd principieel de hand op de knip. Volkomen terecht natuurlijk, maar je zou je kunnen afvragen waarom vijftien vermoorde Surinamers zwaarder zouden wegen dan 100.000 Timorezen, om maar te zwijgen van de al even surrealistische dodencijfers die zijn gemeld vanuit Nieuw-Guinea, Atjeh, de Molukken en andere opstandige Javaanse uithoeken.
Het verschil zit hem natuurlijk in de kosten en baten. Behalve als doorvoerland van illegale stimulerende middelen stelt Suriname economisch natuurlijk geen hout voor, terwijl de financiële belangen van Nederland in Indonesië nog altijd kolossaal zijn. Zo wees SP-kamerlid Van Bommel op het bestaan van een keten van brievenbusfirma’s in Nederland, gesteld op naam van diverse leden van de clan van Soeharto, waarnaar de afgelopen decennia honderden miljoenen zouden zijn weggesluisd, dit alles in harmonisch overleg met de meeprofiterende Nederlandse fiscus, die in ruil voor de forse afdrachten zelfs kwantumkortingen zou hebben geboden. Werkgeversvoorzitter Blankert maakte ook reeds duidelijk waar Nederland de prioriteiten zou moeten leggen en sloot zich van ganser harte aan bij het betoog van Hessing: 'Anders missen we de boot met kapers als Japan, Duitsland en Australië op de kust.’
De Haagse positieve grondhouding ten opzichte van Jakarta klinkt ook door nu Nederland het voorzitterschap van de Veiligheidsraad bekleedt. Voorzitter Van Walsum wringt zich in alle bochten om duidelijk te maken dat Kosovo toch van een geheel andere orde is dan de huidige toestand van Oost-Timor. Voor het gemak ging hij voorbij aan het feit dat de Indonesiërs in Timor sinds hun bombardement op Dili in 1975 qua genocide c.q. bevolkingspolitiek heel wat systematischer en grondiger te werk zijn gegaan dan Milosevic ooit heeft kunnen dromen inzake Kosovo.
Sinds de erkenning van de Indonesische staat door Nederland, in december precies vijftig jaar geleden, heeft Den Haag keer op keer niet thuis gegeven als er door de diverse bevolkingsgroepen van de gewezen wingewesten aan de deur werd geklopt om hulp tegen de dictatuur vanuit Jakarta. De Zuid-Molukkers, ooit nog hulp toegezegd in hun strijd voor onafhankelijkheid, kwamen in het grote vergeetboek terecht. Ook de papoea’s van Irian Jaya werden aan hun lot overgelaten. Drie jaar geleden speelde Nederland het zelfs klaar om een groep Timorese demonstranten die na een protestactie een veilig heenkomen zochten in de Nederlandse ambassade van Jakarta, uit te leveren aan de autoriteiten. Telkens weer besloot Den Haag mensenrechten ondergeschikt te maken aan de goede economische betrekkingen met de Soeharto-clan. Naarmate het bewind van Habibi verder desintegreert, zal de Hollandse koopmansgeest ongetwijfeld steeds meer uitwaaien naar sympathie voor de diverse onafhankelijkheidsbewegingen. Zo kregen de Zuid-Molukkers verleden week opeens te horen dat premier Kok met hen wil spreken - niet minder dan een doorbraak en wellicht het voorteken van een mega-inhaalmanoeuvre, die echter hoe dan ook te laat zal komen.