Na de bom in Bali

De prijs van ontkenning

Indonesië heeft altijd ontkend dat het land een broedplaats voor terrorisme is. Na de bom in Bali, de ergste terroristische aanslag in de geschiedenis van Indonesië, wordt de dreiging van extremistische moslimgroeperingen eindelijk serieus genomen.

Jakarta — Indonesië was gewaarschuwd. Maar alle signalen waren aan dovemansoren gericht. Tot op het hoogste niveau werd ontkend dat de uitgestrekte archipel een vrijhaven, zo niet een broedplaats voor terrorisme is geworden. Zaterdagavond werden twee nachtclubs op het eiland Bali getroffen door een dodelijke bomaanslag. De explosie eiste bijna tweehonderd doden. Honderden mensen raakten gewond. «Dit is de ergste terroristische aanslag in de geschiedenis van Indonesië», zei minister voor Veiligheid Soesilo Bambang Yoedhoyono op de plaats van het onheil.

De daders zijn niet bekend. Maar de aanslag maakt een eind aan de ridiculisering van de Amerikaanse overtuiging dat Indonesië terroristische organisaties huisvest. In de afgelopen maanden hebben de Verenigde Staten herhaaldelijk hun zorgen geuit over het dreigende gevaar. Rond 11 september besloot het State Department de ambassade in Jakarta, net als die in andere risicolanden, te sluiten. Op 20 september waarschuwde de ambassade dat westerlingen het doelwit zouden kunnen zijn van een acute geweldsdreiging in de omgeving van Jogyakarta.

Drie dagen later was er een explosie voor een gebouw van de Amerikaanse diplomatieke dienst in een wijk van Jakarta. In eerste instantie bracht het hoofd van de politie, Da’i Bach tiar, de aanslag in verband met terrorisme, maar een dag later slikte hij zijn woorden weer in. Kort voor de aanslag in Bali dreigde de Amerikaanse regering alle non-essentiële stafleden van de ambassade en de consulaten in Indonesië terug te roepen. Door de halfslachtige houding van de lokale veiligheidsautoriteiten werd het risico te groot geacht.

De VS en Indonesië’s buurlanden Singapore, Maleisië, de Filippijnen en Australië dringen er al maanden op aan dat Indonesië de terroristische dreiging serieus neemt. In december vorig jaar arresteerde Singapore dertien verdachte leden van een terreurnetwerk in Zuidoost-Azië dat de VS op basis van in Afghanistan vergaarde inlichtingen hadden gereconstrueerd. In augustus werden nog eens achttien vermeende leden in Singapore opgepakt. Maleisië heeft in het afgelopen jaar meer dan zestig mensen gearresteerd op verdenking van betrokkenheid bij een regionale terroristische organisatie.

De houding van Jakarta steekt schril af bij de maatregelen in de regio. Jakarta weigerde geloof te hechten aan het bestaan van een regionaal netwerk van islamitische terroristen. Zolang er geen harde bewijzen waren, konden er geen arrestaties worden gedaan, zo lieten regeringsfunctionarissen keer op keer weten. Indonesië was na de val van Soeharto in 1998 immers een democratisch land geworden. De binnenlandse veiligheidswet die het de Singaporese en Maleisische autoriteiten nog altijd mogelijk maakt mensen op te pakken zonder enig juridisch proces, is in Indonesië vier jaar geleden afgeschaft. Jakarta beschimpte de manier waarop Singapore, Maleisië en de Filippijnen lukraak vermeende terroristen oppakten. De buurlanden gedroegen zich als lakeien van Washington.

Ondertussen stapelden de bewijzen zich op. Al ruim een jaar circuleert de theorie dat een extremistisch moslimnetwerk met de naam Jemaah Islamiyah (JI) diverse terreuraanslagen heeft gepoogd te plegen in Zuidoost-Azië. Het zou banden onderhouden met al-Qaeda en Indonesië zou als standplaats dienen van een netwerk dat zich uitstrekt over Singapore, Maleisië, de Filippijnen en andere landen in de regio. Doel van JI is het creëren van een pan-islamitische staat in de regio.

De sterkste aanwijzingen voor deze theorie komen van Omar al-Faruq, een Koeweiti die in juni in Indonesië werd opgepakt en in het diepste geheim werd uitgeleverd aan de VS. Bekentenissen van Omar werden in september gepubliceerd in het Amerikaanse weekblad Time op basis van gelekte CIA-documenten. De Indonesische reactie was veelzeggend. In eerste instantie ontkende Jakarta dat hij hier was opgepakt, maar een dag later besefte de regering dat dit standpunt niet langer houdbaar was.

Omar heeft gezegd de liaison van al-Qaeda in Zuidoost-Azië te zijn. Hij is getraind is in het al-Qaeda Khaldan-kamp in Afghanistan. Hij heeft toegegeven nauwe banden te onderhouden met Abu Zubaydah, de hoogste functionaris van al-Qaeda die de VS in hechtenis hebben. Omar bekende aanslagen te hebben beraamd op westerse doelwitten in de regio. Hij had zelfs plannen gemaakt om Megawati Soekarnoputri te vermoorden. Eerst in 1999 en later nog eens toen ze president van Indonesië was geworden.

Volgens de bekentenissen van Omar zou al-Qaeda erin zijn geslaagd het netwerk Jemaah Islamiyah in Indonesië voor zich te winnen. JI zou in het begin van de jaren negentig door Indonesische radicalen zijn opgezet.

JI zou volgens Omar simultane bomaanslagen hebben gepland op verschillende westerse ambassades en kantoren in Singapore in december vorig jaar. De actie werd door de veiligheidsdiensten verijdeld nadat in een huis van al-Qaeda in Afghanistan een video was gevonden waarop de doelwitten waren afgebeeld. In reactie hierop volgde de golf arrestaties in Singapore en Maleisië. Maar verschillende verdachten wisten te ontkomen en zouden naar Indonesië zijn gevlucht.

Abu Bakar Bashir, hoofd van een islamitische school in de buurt van Solo in midden-Java, is volgens verschillende westerse inlichtingendiensten de geestelijk leider van JI. «Het lijdt geen twijfel dat Bashir de hoofdpersoon is», zei de Australische minister van Buitenlandse Zaken onlangs nog. Hoewel Abu Bakar openlijk zijn waardering uitspreekt voor Osama bin Laden ontkent hij het bestaan van het vermeende JI-netwerk. Omar heeft daarentegen gezegd dat Abu Bakar logistieke steun leverde voor diverse terreuraanslagen. Hij zou wel degelijk aan het hoofd staan.

De man die ervan wordt verdacht JI te hebben overgehaald om terroristische cellen op te zetten in Indonesië, Maleisië en Singapore is Riduan Isamuddin, beter bekend als Hambali, een 37 jaar oude Indonesiër en veteraan van de Afghaanse oorlog tegen de Sovjet-Unie. Hambali is een pupil van Abu Bakar Bashir. Hij wordt in verband gebracht met de aanslag op het Amerikaanse slagschip Cole voor de kust van Jemen twee jaar geleden. Naderhand vluchtte hij uit Maleisië terug naar Indonesië. Toen Amerikaanse inlichtingendiensten zijn schuilplaats vonden, kwamen de Indonesische autoriteiten pas na veel vertraging in actie. Inmiddels was hij het land al weer ontvlucht, vermoedelijk naar Pakistan.

Ondanks de overvloed aan signalen dat Indonesië te kampen had met een terroristisch netwerk met mogelijke banden had met al-Qaeda bleef het land Oost-Indisch doof. Regeringsfunctionarissen, religieuze leiders en de media wezen de waarschuwingen bijna unaniem af als Amerikaanse propaganda. Vrijwel elke openbaring werd afgedaan als propaganda en een aanval op de islam. Het artikel in Time werd naar de prullenbak verwezen als een Amerikaanse verzinsel om Indonesië in een kwaad daglicht te stellen. Tijdens een bijeenkomst zetten de leidende ulama’s president Megawati onder druk om in het geweer te komen tegen de kwaadaardige pogingen van de VS en de buitenlandse media om Indonesië zwart te maken.

Vice-president Hamzah Haz nam de vermeende hoofdfiguren van het netwerk zelfs openlijk in bescherming. Enkele maanden geleden nodigde hij de leiders van radicale moslimbewegingen, onder wie Abu Bakar Bashir, nog bij hem thuis uit. «Er zijn hier geen terroristen. Dat garandeer ik», zo werd Haz geciteerd na een ontmoeting met volgelingen van Bashir. «De beschuldigingen moeten ophouden of het Indonesische volk zou wel eens boos kunnen worden», zei hij bij een andere gelegenheid.

Daarmee speelt Haz schaamteloos in op de angst die president Megawati koestert, zeggen veel politieke analisten. Indonesië is met ruim 210 miljoen inwoners waarvan 85 procent moslim is het grootste islamitische land ter wereld. Het lijdt geen twijfel dat de overgrote meerderheid van het volk gematigd is. «Maar de vraag is of gematigde moslims zich in de verkiezingen van 2004 solidair zullen opstellen met radicalen wanneer islamitische leiders zeggen dat de vervolging van terroristen anti-islamitische trekken heeft», zegt Leonard Sebastian, onderzoeker aan de Institute of Defence and Strategic Studies in Singapore. Volgens Sidney Jones, Indonesië-directeur van het Europese onderzoeksinstituut International Crisis Group (ICG), zou een harde aanpak van moslimextremisten inderdaad een boemerangeffect hebben.

Het gevolg is dat extremisten zich vrijuit kunnen ontplooien, onder de mantel van de gematigde massa’s. De halfslachtige houding van de regering ten aanzien van de Laskar Jihad-milities in de Molukken en Soelawesi en het Islam Verdedigings Front (FPI), is symptomatisch. Dat elementen binnen het leger nauwe banden hebben met deze groepen maakt het probleem des te groter. «Maar zelfs als de autoriteiten ingrijpen, doen ze dat heimelijk, uit angst voor de publieke opinie», aldus Sebastian. «Tot nu toe durven ze alleen buitenlandse infiltranten op te pakken en uit te leveren. Verdachte radicalen met de Indonesische nationaliteit gaan vrijuit.»

De aanslag in Bali heeft veel ogen geopend. De regering erkent nu dat er een terroristisch netwerk actief is. «We weten zeker dat al-Qaeda hier zit», zei minister van Defensie Matori Abdul Djalil twee dagen na de aanslag. «De bom heeft een relatie met al-Qaeda in samenwerking met lokale terroristen.» Het was de eerste keer dat een minister het bestaan erkende. Soesilo Bambang Yoedhoyono voorspelde een keerpunt in de houding van zijn land.

Maar zelfs nu blijven stemmen opgaan over een Amerikaans complot. Een vooraanstaande krant als Bisnis Indonesia schreef maandag in een redactioneel artikel dat het niet onmogelijk is dat de terreurdaad het werk is van westerse landen die het hebben gemunt op de natuurlijke rijkdommen van Indonesië.

Abu Bakar Bashir heeft elke betrokkenheid ontkend. Hij beschuldigde de VS ervan achter de aanslag te zitten: «Ik vermoed dat de bomaanslag door de VS en hun bondgenoten is gearrangeerd om de beschuldigingen te rechtvaardigen dat Indonesië een basis voor terroristen is.»