Zanger en cultfiguur Klaus Nomi vereeuwigd op dvd

De prins van Utopia

Over het leven van de in 1983 overleden zanger Klaus Nomi verscheen een film op dvd, The Nomi Song. Bewonderaars proberen de herin nering aan deze «man from outer space» levend te houden, misschien tegen beter weten in.

Klaus Nomi wilde een groot kunstenaar zijn, maar was dat niet. Hij stierf ellendig, gefrustreerd en eenzaam, zoals grote kunstenaars vaker sterven, maar ook na zijn dood kwam de erkenning niet. Hij wordt vooral herinnerd als een van de eerste bekende aids-doden.

De Waalse kunstenaar Messieurs Delmotte organiseerde onlangs samen met kunstenaarscollectief Extrapool een Klaus Nomi-dag in Nijmegen. «Hij was voor mij een soort prins van Utopia», zegt Delmotte. «Ik zie Klaus Nomi als iemand die smaak opnieuw heeft gede fi nieerd. Hij was een eenling tussen de miljoenen, die een eigen en excentriek pad heeft gekozen. Deze curieuze buitenaardse punk, met zijn driehoekige kapsel en zijn popstijl, was voorbestemd om iets buitenaards voort te brengen.»

Vorig jaar maakte Andrew Horn een film over zijn leven, The Nomi Song. Daarin wordt het beeld geschetst van een man die te veel wilde, in een verkeerde tijd. De film is een portret met liefdevolle getuigenissen van oude vrienden en medemuzikanten. Kritische noten worden er nauwelijks gekraakt. Gelukkig heeft Andrew Horn de beschikking over een audio-interview met Nomi’s tante Trude, die hij in beeld brengt met een pasfotootje op een curieus kartonnen lichaampje.

Nomi presenteerde zich op het podium als een buitenaards wezen. Hij was niet de eerste muzikant die dat deed. De jazzmuzikant Sun Ra beweerde van Mars te komen, en maakte albums als Space Is the Place, We Travel the Spaceways en Heliocentric Worlds of Sun Ra. De pre occupatie van Sun Ra met het buitenaardse leven leek voort te komen uit de behoefte om te ontsnappen aan het zware leven van de zwarte Amerikanen in zijn tijd. Het gaf hem bovendien de vrijheid om te ontsnappen aan de bestaande «aardse» conventies in de muziek.

De funkartiest George Clinton volgde Sun Ra in zijn flirt met het buitenaardse leven, en ook in de rockmuziek loopt er een lijntje naar ruimteschepen: Ground Control to Major Tom, zong David Bowie. Het was in het kielzog van die an drogyne kameleon dat een andere Space Oddity op het toneel verscheen. Hij noemde zichzelf Klaus Nomi en zijn carrière verliep uiteindelijk als het traject van een raket, die snel de hoogte in schiet, nooit het gewenste doel bereikt en snel weer uitdooft. Op dit moment is Morrissey de meest bekende fan van Nomi; daarnaast roemt alleen het underground circuit hem. Nomi is de art scene nooit ontstegen.

Nomi wordt als Klaus Sperber geboren in Beieren. Hij groeit op met de muziek van Maria Callas. Op jonge leeftijd vertrekt hij naar Berlijn om daar als zaalwacht te werken bij de opera. Een klassieke zangcarrière zit er voor Sperber niet in, hij mist de benodigde techniek en misschien ook wel het talent, hoe groot zijn liefde voor het operagenre ook is. Gelukkig is er nog New York, waar Nomi in 1972 naartoe verhuist. Hij vindt er een baan als banket bakker. Pas aan het eind van de jaren zeventig manifesteert hij zich als artiest.

«Eind jaren zeventig ging het op economisch gebied niet zo best in New York», zegt Eric de Bruyn, kunsthistoricus aan de Rijksuniversiteit Groningen. «De kunstenaars namen toen zelf het initiatief. Ze richtten kleine galeries op en de muziekscene was nog het meest vooruitstrevend met eigen avonden.» Zo is er in 1978 de New Wave Vaudeville waar iedereen zijn rare kunstje mag doen. In de film zijn beelden te zien van zo’n avond. Bij de laatste muzikant van het feest wordt door de presentator expliciet gemeld dat hij met zijn hoge stem alles live zingt. Ook achteraf wordt dit het verbaasde publiek nog eens ingeprent. Sperber heeft zijn naam die avond omgedoopt tot Nomi (een anagram van zijn favoriete tijdschrift OMNI). Die avond zingt hij de aria Samson en Delila van Saint-Saëns. Nomi’s zangleraar vertelt in de documentaire dat de Duitser een aardige countertenorstem had. Ze oefenden de toppen van zijn zangstem door falset te zingen. Nomi maakt van zijn falsetstem zijn handelsmerk.

Na het eerste optreden in de vaudevilleshow wil het publiek meer Nomi, en er komt ook meer Nomi. Er formeert zich een bandje achter hem, hij gaat zich excentrieker kleden en schminken. Zijn haar staat in een driehoek met de punt naar boven, zijn schoudervullingen zijn zo groot dat hij de uitdossing heeft van een Star Trek-personage, zijn gezicht is wit geschminkt. Nomi treedt op in Fiorucci, de winkel die dan bepaalt wat hip is, de winkel waarvoor Andy Warhol de etalages ontwerpt.

Eind 1979 bereikt Nomi zijn top. Hij treedt op in het televisieprogramma Saturday Night Live als achtergrondzanger en rekwisiet van David Bowie, die daar The Man Who Sold the World, TVC-15 en Boys Keep Swinging zingt. Bowie komt net uit zijn Berlijnse periode en zorgt dat hij in gelijke tred loopt met het hipste van het hipste, in dit geval Nomi. Bowie is nog buitenissiger uitgedost dan Nomi, met een plastic oversized smoking waarin hij niet kan lopen.

In de film vertellen de bandleden dat ze verwachtten dat de wereldwijde doorbraak na dat televisieoptreden aanstaande was. Nomi is vaak en met graagte in de media te zien – de film toont hem onder meer in een Jägermeister-reclame en in een vreemd televisiefragment waar hij, geschminkt, aan een jong publiek uitlegt hoe je een taart bakt. Een van de geïn terviewden noemt hem ronduit exhibitionis tisch.

Maar veel verandert er niet; het gaat de ambitieuze Nomi te langzaam. Treurig vertellen zijn bandleden dat hij een contract tekent bij een grote platenmaatschappij die hem nauwelijks verder helpt, en hoe in diezelfde tijd de oude band aan de kant wordt geschoven.

Europa reageert net zo geamuseerd op de rariteit Klaus Nomi als Amerika, maar ook hier komt hij niet veel verder dan de status van curiositeit. Tot overmaat van ramp laat zijn gezondheid hem tijdens zijn Europese tournee in de steek. Terug in New York constateren artsen aids. In 1983 sterft Nomi, eenzaam, omdat zijn vrienden bang zijn besmet te worden met de onbekende ziekte. Ze mijden hem als was hij een melaatse.

Een grote plek in de muziek- en kunstgeschiedenis heeft Klaus Nomi nooit weten te verwerven. De homoseksuele kunstenaar toonde zich aan de wereld met schmink, glinsterende pakken en de wens om een ster te zijn precies in de tijd dat de punk afrekende met de glitter en glamour van de pop. Eric de Bruyn: «Aan het einde van dat decennium komt er een kloof tussen de populaire, commerciële cultuur en de punk, die afrekent met dat grote sterrendom. Het is lastig balanceren als muzikant in die tijd.»

Het alternatief voor punk is new wave, met groepen als de Talking Heads, Television en Blondie. Mannelijke diva’s als Elton John en Freddie Mercury beleven magere tijden. Zelfs David Bowie houdt zich rustig. Nomi kan echter niet terugvallen op grote muzikale kwaliteiten. Zijn muziek wordt door anderen geschreven. «Hij is meer een cultfiguur dan een algemeen invloedrijk muzikant uit de muziekgeschiedenis», zegt Gert Keunen, docent popgeschiedenis aan de rockacademie en auteur van Pop! Een halve eeuw beweging. «Voor mij is Nomi vooral een poseur en een gimmick-artiest. Dat past in de tijdgeest van punk en new wave. Enerzijds choqueerde hij, anderzijds verwierp hij bestaande conventies.» Zelf zei Nomi over zijn voorkomen als buitenaards wezen: «Ik kan er net zo goed uitzien als een alien. Dat versterkt alleen maar het punt dat ik wil maken. Ik benader alles als een complete buitenstaander. Het is de enige manier om zo veel mogelijk regels te overtreden.»

Waar een groep als Queen met de mini opera Bohemian Rhapsody (1975) nog elk jaar hoog scoort in de hitlijsten aller tijden, is Nomi’s mix van opera en pop maar weinigen bijgebleven. Ook Eric de Bruyn, die lange tijd in New York woonde en daar promoveerde, kent hem niet. Kenny Scharf kent hij wel, Nomi’s goede vriend en kunstschilder, die veelvuldig in de documentaire aan het woord is. «Scharf past in de warholeske traditie om heel jong en heel snel succesvol te worden. Hij flirt erg met populaire cultuur, maar Scharf vind ik niet zo’n briljant kunstenaar.»

Kunstenaar Messieurs Delmotte is niet on der de indruk van het ontbreken van het lemma Nomi in de reguliere kunstgeschiedenis. «Klaus Nomi is een voorbeeld voor mij, en niet het minste. Een man die operazanger wilde worden en uiteindelijk die buitenaardse curiositeit werd zoals we hem nu kennen. Hij gebruikte dat buitenaardse om zijn eigen universum te scheppen. Hij moest wel omdat hij niet in de conventies paste. En dan moet je doen wat je moet doen, op zelfstandige wijze een nieuwe vorm van kunst maken. Volgens mij is dat de beste kunst.»