FILM

De prinses en de katvis

Uncle Boonmee Who…

Het licht, de textuur van het beeld, in een magisch-realistische sequentie in Uncle Boonmee Who Can Recall His Past Lives, is zacht en glimmend waardoor verlangen en erotiek even verlokkelijk en verboden en vanzelfsprekend worden als de praktische elementen van de scène zelf, namelijk een Thaise prinses verleid door een pratende of denkende katvis.
Wat het allemaal betekent? ‘Ik word dikwijls gevraagd dingen uit te leggen’, verduidelijkt regisseur Apichatpong Weerasethakul, 'en ik geef niet altijd dezelfde antwoorden.’
Internationaal zijn critici danig in de war van de obscure, trage films van Weerasethakul (1970). Toen Uncle Boonmee Who Can Recall His Past Lives eerder dit jaar de Gouden Palm in Cannes won, waren veel Franse recensenten not amused. Maar anderen zijn weer lyrisch, zoals NRC Handelsblad: 'Deze film is onontkoombaar. Hij is radicaal. Geestig. Geestverruimend. Een politieke mokerslag.’ Ook dit oordeel is illustratief. Want wie erin slaagt mee te gaan in de associatieve beeldenstroom in de bizarre werelden van Weerasethakul raakt onwillekeurig in een euforische stemming.

Hoe vreemd de films ook lijken, ze vertellen simpele verhalen. In Tropical Malady (2004), wijzen motieven en verhaallijnen vooruit naar Uncle Boonmee. Twee soldaten worden verliefd op elkaar. In de bioscoop raken ze elkaar speels aan, in de kroeg zingen ze samen karaoke. Tussendoor zitten ze in het bos te praten over dingen die ze boeiend vinden, bijvoorbeeld die oom, Boonmee, die zich al zijn vorige levens kon herinneren. Dat kun je alleen als je een goed geheugen hebt, zegt een van de personages.
Deze ideeën keren terug in Uncle Boonmee waarin de stervende Boonmee op een dag met allerlei vreemde wezens wordt geconfronteerd: aapachtigen met angstwekkende, rode ogen die overal rondsluipen en geesten als die van zijn dode vrouw. Boonmee accepteert deze figuren waardoor ze een 'normaal’ deel van zijn laatste dagen worden. In die tijd praat hij over zijn herinneringen met zijn zuster, vooral over zijn verleden als soldaat die in het noorden van Thailand tegen de communisten vocht.
Dit deel van de film is cruciaal doordat de regisseur een rechtstreekse, thematische connectie tussen politiek, landschap en herinnering schept. Boonmee maakt zich namelijk zorgen dat hij als soldaat te veel bij geweldpleging betrokken was. Dat niet alleen, op zijn boerderij met tamarindebomen maakt hij vrijelijk gebruik van insecticide, wat betekent dat hij nog meer 'levens’ neemt. Wat zouden de implicaties hiervan zijn in het leven dat hierna komen gaat, vraagt Boonmee zich af. Boonmee, die zich al zijn eerdere levens herinnert.
Zo kristalliseert zich de werking van herinnering uit als het hoofdthema. Weerasethakul verwijst in interviews naar het stadje Nabua in het noorden van Thailand waar de regering in de jaren zestig het leger had ingezet in de strijd tegen de communisten. Gevolg: veel doden en verkrachting, marteling en gedwongen deportatie, uitgerekend het soort geschiedenis dat onderdrukt wordt, bewust en onbewust. Maar niet door Boonmee, die zich alles herinnert. Is dat een vloek of een zegen?
Weerasethakul laat zien dat herinnering misschien in mensen onderdrukt kan worden, maar dat het landschap zelf die herinneringen bewaart. De levende natuur in de vorm van het geluid van stromend water, van het beeld van de wind in de bomen, vertelt zelf het verhaal waardoor herinnering eeuwig is. Film dus. In film leven de herinneringen voort. Deze gedachten vormen het uitgangspunt voor de 'obscure’ films van Weerasethakul, die dus helemaal niet obscuur of langzaam zijn. Want voor alle vragen die hij stelt zijn er antwoorden te vinden, in het bos, in het heldere water, in de donkere grot, in het verhaal van de prinses en de katvis.

Nu te zien