Het is «fun» mensen dood te schieten; berichten uit een bloeiende bedrijfstak

De privatisering van de oorlog

Het is «fun» om mensen dood te schieten, aldus de directie van Blackwater Security, leverancier van huurlingen voor Irak. Momenteel werft het bedrijf kandidaten in Portugal. Berichten uit een bloeiende bedrijfstak.

PORTO – Knuppels, werpmessen, camouflagepakken, survivalsets, colberts met plek voor pistool, boeken over het Afrika-korps van Rommel: op het eerste gezicht ziet het pand van Milicia, in de binnenstad van Porto, eruit als de eerste de beste dumpzaak. Met één verschil: sinds enige maanden worden hier vrijwilligers gerekruteerd voor een echte oorlog. Eigenaar Antonio Amaro werft vanuit zijn winkel ex-leden van de Portugese militaire strijdkrachten ten behoeve van Irak.

Amaro, zelf ex-commando met ervaring in Bosnië en Angola, is de agent van de Amerikaanse Private Military Company Blackwater Security, gevestigd in North Carolina. Hij zoekt naar minimaal honderd vrijwilligers die voor minimaal vierduizend dollar per maand (met uitloopmogelijkheden tot duizend dollar per dag voor degenen met «special skills») vanaf augustus deel zullen uitmaken van het privé-leger van Blackwater in Irak. Hij heeft al achthonderd kandidaten binnen. Het gaat om «booming business». Terwijl in de Eerste Golf oorlog tegenover iedere honderd soldaten één particuliere kracht stond, is de verhouding in Irak nu zo dat tegenover iedere tien soldaten één contractor actief is.

Om geen problemen te krijgen met de Portugese autoriteiten mogen de kandidaten geen deel uitmaken van de huidige strijdkrachten. De contractering geschiedt in de VS. Formeel heeft Portugal geen rol in het proces.

Een van de reeds uitverkoren kandidaten is Antonio Fernandes, 54 jaar, ex-lid van de Portugese rijkswacht GNR en veteraan van de kolo niale oorlog in Angola. Fernandes is hondentrainer, gespecialiseerd in het opsporen van munitie en drugs. «Precies zo’n man die we goed kunnen gebruiken», zegt Milicia-directeur Amaro. Sinds zijn pensionering viel Fernandes naar eigen zeggen in «een zwart gat». Nu maakt hij zich op voor het grootste avontuur van zijn leven: «Ik ben in Amerika getraind om bommen op te sporen met mijn honden, maar in al die tijd dat ik bij de GNR werkte heb ik maar één keer zo’n geval bij de hand gehad. Dat zal in Irak ongetwijfeld anders zijn.»

De maximale verblijfsduur van de Portugezen in Irak bedraagt vooralsnog drie maanden. Fernandes heeft al besloten dat hij vervolgens nog drie maanden zal bijtekenen, of voor hoe lang dan ook. Hij geeft toe: financiële over wegingen spelen een rol. Maar dat is niet het enige. Eindelijk eens het werk te doen waarvoor hij getraind heeft, was minstens even belangrijk.

Amaro benaderde Blackwater zelf met het idee om Portugese strijders naar Irak te sturen. Hij is ervan overtuigd dat dit nog maar het begin is van een vruchtbare samenwerking. «Gegadigden zijn er genoeg hier», legt hij uit: «Portugese soldaten behoren tot de top van de wereld. Ze hebben een avontuurlijke geest en ze willen zich weer eens jong voelen.»

Antonio Antunes, voorzitter van een vereniging van Portugese ex-leden van het Franse Vreemdelingenlegioen, begrijpt waarom Black water onder zijn landgenoten werft: «Portugezen zijn samen met de Engelsen de beste soldaten van de wereld. Achter elke Amerikaanse soldaat zijn drie logistiek medewerkers in bedrijf. Portugese strijders zijn veel zelfstandiger. De ervaring tijdens de koloniale oorlogen in Afrika heeft op dit gebied een grote traditie gecreëerd.»

De betaling van Blackwater is volgens deze ex-scherpschutter van het Legioen in onder meer Djibouti en Irak niet spectaculair hoog. «Zelf heb ik in het verleden aanbiedingen ontvangen om te werken bij de diamantmijnen en oliegebieden van Angola en voor de spoorwegmaatschappij van Mozambique. Daar kon ik wel tienduizend dollar per maand verdienen», aldus Antunes.

Amaro ontkent in alle toonaarden dat het gaat om een operatie met huurlingen: «Als ex-militair weet ik heel goed wat huurlingen zijn. Huurlingen zijn mensen die tegen betaling voor welk leger dan ook vechten en er een kick van krijgen om te kunnen moorden. Uit de grond van mijn hart: ik haat dat soort mensen. In ons geval geef ik de voorkeur aan de term ‹veiligheidsmedewerkers›. Blackwater werkt niet offensief, maar is erop gericht om personen en goederen te beschermen. Dat is fundamenteel iets anders dan een huurling. En let wel: formeel is er geen sprake van oorlog in Irak.»

Die mening wordt niet gedeeld door Peter Singer, auteur van het recent verschenen boek Corporate Warriors: The Rise of the Privatized Military Industry. Volgens Singer, lid van de denktank Brookings Institution in Washington, is er feitelijk geen verschil tussen de huurling van vroeger en de civil contractor van vandaag. Onder het mom van professionalisering van de privaat-militaire bedrijfstak tekent zich in zijn ogen een wildgroei af. De Private Military Companies (PMC’s) zijn getalsmatig nu al de eerste partner van de VS in Irak. Er zijn wereldwijd naar schatting tussen de vijftien- en veertigduizend mensen werkzaam in deze markt. Alleen al in Irak zijn tienduizend contractors actief. Het gaat om oud-leden van de CIA, Amerikaanse ex-commando’s, maar ook steeds meer niet-Ame rikanen. Behalve in Irak worden hun diensten ook veel gebruikt in Afghanistan en Colombia.

De huurlingen worden voor steeds meer taken ingezet. Het grote probleem, aldus Singer, is dat hun activiteiten nauwelijks worden gecontroleerd. Zo waren er diverse contractors betrokken bij de mishandeling van gedetineerden in de Abu Ghraib-gevangenis in Irak. Zodra het onderzoek naar de wantoestanden op gang kwam, werden de huurlingen door hun opdrachtgevers teruggetrokken en nog steeds weet niemand wie ze zijn en wat ze precies hebben uitgespookt. Even schimmig is het aantal huurlingen dat inmiddels is omgekomen tijdens de gevechtshandelingen in Irak. De schattingen lopen ver uiteen. Op 31 maart 2004 kwamen vier Blackwater-medewerkers om het leven bij een aanslag in Fallujah. Hun lijken werden door Irakezen vertrapt, achter auto’s gebonden en uiteindelijk opgehangen aan een brug. Het was de eerste keer dat Amerikanen de ogen openden voor de aanwezigheid van de privaat-militaire sector in Irak.

Behalve Blackwater Security zijn er nog enkele privé-legertjes actief in Irak. In een recent rapport aan het Amerikaanse Congres spreekt minister Donald Rumsfeld van Defensie – een pleitbezorger van de zegeningen van de PMC’s – over totaal zestig van deze bedrijven, die in Irak werkzaam zijn ten behoeve van het leger, de olie-industrie en diverse ngo’s.

Global Risk Strategies is met twaalfhonderd man de grootste in Irak, gevolgd door Control Risks Group (750), Blackwater (600), SOC-smg (300), Triple Canopy (350), Olive (265) en DynCorp (175). Van deze bedrijven is Blackwater het meest in het nieuws, mede dankzij het ongelukkige pr-beleid van de firma zelf. In april kwam een elektronische nieuwsbrief van het bedrijf in handen van de Britse krant The Observer. In dat bericht, gedateerd 7 maart 2005, merkte Blackwater-directeur Gary Jackson op dat het in sommige gevallen «fun» was om mensen dood te schieten: «Terrorists need to get creamed, and it’s fun, meaning satisfying, to do the shooting of such folk», aldus Jackson in zijn nieuwsbrief. Amnesty International greep de gelegenheid aan om aan te dringen op meer controle op de privaat-militaire sector.

Blackwater Security («Dedicated to make you the best») beschikt over het grootste privaat-militaire trainingskamp ter wereld en heeft een contract voor 21 miljoen dollar op jaarbasis lopen met de Coalition Provisional Authority (CPA) in Irak. Het bedrijf had verleden jaar naar eigen zeggen 450 medewerkers operatief in Irak, maar hun aantal loopt momenteel snel op, vandaar ook de wervingsactiviteiten in Portugal. Eerder ging Blackwater al in zee met contractors uit Zuid-Afrika en Chili. Ook Bosnië en de Filippijnen leverden al veel manschappen.

De zestig Chilenen van Blackwater genoten hun opleiding tijdens het regime van Pinochet, meestal van Amerikaanse instructeurs. Blackwater-directeur Jackson toonde zich uiterst tevreden over zijn Chileense contingent: «De Chileense commando’s zijn zeer professioneel en ze passen binnen het profiel van Blackwater. Het gaat hier niet om de padvinderij.» Minder gelukkig was de Chileense minister van Defensie Michelle Bachelet. Deze kondigde een onderzoek aan naar de rechtmatigheid. Bachelet vermoedt dat Black water diverse zittende leden van het Chileense leger heeft benaderd, hetgeen de Chileense wet expliciet verbiedt.

Ook in Zuid-Afrika rijzen de zorgen over de toevloed van huurlingen richting Irak. Er zijn naar schatting al vijftienhonderd Zuid-Afrikaanse strijders actief in Irak. Ze waren voorheen verbonden aan het leger of aan de politie. Ze werken voor bedrijven als Meteoric Tactical Solutions en Erinys, een Zuid-Afrikaans-Britse joint venture die onlangs een miljoenencontract afsloot ter beveiliging van de belangen van de olie-industrie in Irak. Volgens een recent rapport van de Verenigde Naties is Zuid-Afrika op de VS en Groot-Brittannië na de grootste leverancier van huurlingen. De regering van het land zit ermee in haar maag, want de Zuid-Afrikaanse wet verbiedt dat burgers van dat land tegen betaling deelnemen aan gevechtshandelingen over de grens.

Ook in Nederland neemt de zorg over de snelle groei van de privaat-militaire sector toe. Het IKV presenteerde onlangs het rapport Particuliere militaire ondernemingen: Conflicten en falende staten, waarin de Nederlandse regering wordt opgeroepen zich fundamenteel te beraden op deze nieuwe realiteit. Uiteindelijk krijgt Nederland als een der trouwste militaire partners van de VS onherroepelijk te maken met de privaat-militaire sector. IKV-onderzoekster Stella Beernink: «De opkomst van de privatisering op de militaire markt is niet te stuiten en wordt alleen maar groter. Een grote zorg echter is dat deze economische groei niet gevolgd wordt door internationale regulatie. Zodoende ontstaat een schemergebied wat de verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid aangaat.»

Waren het eerst huurlingen die op eigen houtje op oorlogen afkwamen voor geldelijk gewin, nu zijn het de particuliere militaire ondernemingen die hun diensten aanbieden aan regeringen, internationale organisaties en andere partijen, aldus Beernink. «Er bestaan nauwelijks wettelijke regels die de ondernemingen verbieden hun diensten aan te bieden aan bijvoorbeeld dictators, terroristische groeperingen en drugskartels. Door het uitbesteden van militaire taken aan particulieren kan op de lange termijn de nationale soevereiniteit worden bedreigd.»