Gabriel Matzneff. Parijs, maart 2009 © Axelle de Russe / Abacapress / ANP

In Franse bourgeois-gezinnen is het een moment waar kinderen naar uitkijken. Tijdens l’heure du goûter krijgen ze snoepgoed en fijn gebak, als een vieruurtje bij ons. Het is een traditie die de familiebanden aanhaalt, waarbij het gezin keuvelt rondom de salontafel. Als veertienjarige had Vanessa Springora heel andere bezigheden rond dat tijdstip. Dat die niet helemaal normaal waren wist ze ergens wel.

‘Op die leeftijd word je niet geacht je door een man van vijftig van school te laten halen’, schrijft ze in Le consentement, de memoir die in Frankrijk voor enorme ophef zorgde en zojuist in het Engels is verschenen. ‘Je wordt niet verondersteld met hem in een hotel te wonen, noch rond theetijd met hem in bed te liggen, zijn pik in je mond.’

De vijftigjarige man was de schrijver Gabriel Matzneff en in de jaren tachtig hadden de twee gedurende enkele jaren een verhouding. Springora was aanvankelijk dolverliefd. Matzneff omschreef hun relatie als ‘subliem’ en ‘hemels’. Maar dat bleek toch vooral zijn kant van het verhaal. Springora raakte getraumatiseerd en het duurde jaren eer ze erin zou slagen een gelijkwaardige en veilige liefdesrelatie met iemand op te bouwen. Misschien het pijnlijkst was het besef dat er van de kant van Matzneff helemaal niet van werkelijke liefde sprake was. Nooit stimuleerde hij haar om zich te ontwikkelen, zélf iets te schrijven, terwijl ze niets liever wilde.

Hij was er niet voor haar; ze was er voor hém, ze bood het materiaal dat hij uitspon in meerdere romans, dagboeken en dichtbundels. Hij zonderde haar van haar natuurlijke omgeving af; maakte de rockmuziek waarmee haar vriendinnen wegliepen belachelijk.

Bovenal zette hij haar gevangen in zijn boeken. ‘Iedere dag laafde hij zich, dankzij mij, aan een passie die wettelijk was toegestaan, en met deze overwinning zou hij triomfantelijk zwaaien in een nieuwe roman.’ Springora voelde zich van haar ervaringen, van haar existentie beroofd. Talloze andere pubermeisjes misbruikte Matzneff op die manier, voor Springora, en na haar. Zijn omvangrijke oeuvre wemelt van de Vanessa’s, de Francesca’s en de Marie-Hélène’s – prooien die hij zorgvuldig uitkoos tijdens zijn strooptochten door de parken van Parijs. Les moins de seize ans, de tekst waarmee Matzneff begin jaren zeventig notoriëteit vergaarde, verdedigt de stelling dat de samenleving erbij gebaat is wanneer jongeren seksueel door ouderen geïnitieerd worden, zoals dat in de antieke Oudheid soms praktijk was. Bij vlagen leest het als een handboek voor pedofielen. Zoals wanneer Matzneff schrijft dat hij zijn ‘vriendinnetjes’ bij voorkeur in onthechte en chaotische gezinnen zoekt (‘en ik vind er altijd van mijn gading’).

In de verontwaardiging die volgde op de publicatie van Springora’s memoires nam de uitgever Gallimard Les moins de seize ans schielings uit de handel. Elders verhaalt Matzneff van zijn reizen naar de Filippijnen, waar hij zich aan jonge jongens vergreep, soms niet ouder dan acht. ‘Deze man werd niet door de beste bedoelingen gedreven’, schrijft Springora. ‘Hij was wat we in onze kindertijd leren te vrezen: een mensenetende reus.’

Toch werd Matzneff decennialang geen strobreed in de weg gelegd. Zijn romans en dagboeken verschenen bij Frankrijks meest prestigieuze uitgevers. Hij mocht aanschuiven bij veelbekeken literaire programma’s op televisie, prominente schrijvers en intellectuelen loofden hem en hij ontving stipendia en prijzen. Dat alles tot verbijstering van Springora – na veel omwegen inmiddels zelf werkzaam in het boekenbedrijf (ze is directeur bij uitgeverij Julliard). In 2012 ontving Matzneff de prestigieuze Prix Renaudot (in de categorie ‘essay’). Het was de spreekwoordelijke druppel.

In interviews zei ze dat ze haar boek had bedacht als een ‘briefje in een fles’, als een noodkreet aan de wereld. Het bleek een fragmentatiebom. De inmiddels 84-jarige Matzneff viel van zijn voetstuk en zal zich binnenkort moeten verantwoorden voor de Franse rechter. Er volgden invallen bij Gallimard, Frankrijks meest gezaghebbende uitgeverij. Een wethouder van de stad Parijs moest het veld ruimen nadat bekend werd dat hij Matzneff in een eerdere functie financieel bijstond. Onwerkelijk aandoende fragmenten doken op uit Apostrophes, het legendarische literaire televisieprogramma waar Matzneff in geuren en kleuren over zijn escapades mag vertellen. En niet één keer. Binnen de Parijse literaire wereld overheerst de malaise. Uitgevers zwijgen als het graf. Anders zo zelfverzekerde schrijvers als Frédéric Beigbeder staan ineens te schutteren wanneer ze wordt gevraagd naar hun eerdere steun voor Matzneff.

En passant is het door en door corrupte literaire jurysysteem onder druk komen te staan. Hierin dragen uitgevers die in jury’s zitten zonder gêne hun eigen auteurs voor. In jury’s zetelende schrijvers kunnen rekenen op extra voorschotten als ze op de genomineerde auteur van hun eigen uitgeverij stemmen. François Busnel, de presentator van La grande librairie, in zekere zin de opvolger van Apostrophes, vergeleek het jurysysteem met de Zuid-Italiaanse maffia. ‘Het is als de Camorra’, zei hij. ‘Met name de Renaudot.’

De belangen zijn groot: winnaars van een van de grote vier prijzen (Goncourt, Médicis, Renaudot, Femina) zien hun verkopen met soms honderdduizenden stijgen.

Tegelijk bracht de zaak-Matzneff een nationaal debat over pedofilie op gang. Een heel tijdperk – de jaren zeventig en tachtig – ligt onder de loep. Afgelopen najaar gaf de juriste Camille Kouchner het debat een extra zwiep met een explosief boek waarin ze haar pleegvader, de prominente constitutionalist Olivier Duhamel – adviseur van president Macron en spin in het web van de Franse bestuurlijke elite – beschuldigt van misbruik van haar tweelingbroertje. Wekenlang was de hashtag #metooinceste trending en op Twitter deelden slachtoffers massaal hun eigen ervaringen. Duhamel trad inmiddels af als voorzitter van de onderwijskoepel waar ook het toonaangevende Institut d’études politique (Sciences Po) onder ressorteert. Later zag ook de directeur van Sciences Po zich genoodzaakt op te stappen. Na eerdere ontkenningen bleek hij al jaren op de hoogte van de zaak. Kouchner verklaarde nadrukkelijk dat ze haar boek zonder het taboedoorbrekende werk van Springora niet had kunnen schrijven.

Tegenover The New York Times stelde Olivier Nora, de baas van Grasset, de uitgeverij waar Le consentement verscheen, dat hij wel had verwacht dat het boek in het literaire milieu voor opschudding zou zorgen, maar niet dat ‘deze vlinder een tsunami tot gevolg zou hebben’. In de zich nog steeds ontwikkelende affaire heeft de krant vanaf het begin een belangrijke rol gespeeld. Zo wisten journalisten van de Times de naar de Italiaanse Rivièra gevluchte Matzneff op te sporen en te spreken (hij bleek gewoon in het koffiehuis in Bordighera te zitten dat hij in zijn dagboeken beschrijft).

Een tweede slachtoffer meldde zich: Francesca Gee, wier foto zonder haar toestemming prijkt op de cover van een van Matzneffs boeken (Ivre du vin perdu, destijds verschenen bij Gallimard). Haar getuigenis is saillant omdat ze samen met Springora behoort tot de drie meisjes die Matzneff als zijn ‘grote liefdes’ zegt te beschouwen. Gee vertelde dat ze in 2004 met een manuscript over haar ervaringen de boer op was gegaan, maar overal werd afgescheept. Bij uitgeverij Albin Michel kreeg ze te horen dat Matzneff te veel onderdeel was van ‘Saint-Germain-des-Prés’, zeg maar het Parijse literaire wereldje, en het daar op te veel weerstand zou stuiten. Ook bij Grasset kon ze destijds niet terecht. Een redacteur zou zich na lezing ‘ontroerd’ hebben getoond, maar had ook gezegd dat het onderwerp ‘te gevoelig’ lag en dat twee leden uit de directie ‘nauwe banden’ met Matzneff onderhielden.

Vanessa Springora. Parijs, september 2020 © Alexander Mahmoud / DN / TT / ANP

Dat het buitenlandse journalisten zijn die de pijnlijke vragen stellen is in Frankrijk niets nieuws. Op persconferenties in het Elysée was ik er meer dan eens getuige van dat die durven gaan waar Franse collega’s doorgaans halt houden. Dat ook nu een buitenlandse krant het beulswerk verricht bewijst op zich niets. Maar reken er maar op dat de belangenverstrengeling binnen de Parijse culturele wereld groot is.

Le consentement staat in een traditie van boeken waarin de auteur slachtofferschap claimt. Maar het is veel meer dan dat. Springora kantelt het perspectief. Plotseling is zij de jager en Matzneff de prooi – al is Springora niet per se uit op de huid van haar vroegere belager. Ze wil bovenal haar leven terug, ze wil bestáán, en niet louter door de ogen van een geobsedeerde en egocentrische romancier. Ze beschrijft hoe ze een paniekaanval kreeg toen ze las wat Matzneff van hun verhouding maakte, hoe hij haar idealiseerde, dat zij zijn grote liefde was…

Begreep hij niet dat die zogenaamd verheven en sublieme liefde zijn eigen echec in zich droeg? Er was immers geen enkele toekomst mogelijk omdat Matzneff slechts van een vluchtig en transitoir aspect van haar kon houden, haar puberteit… Maar hij zou haar met brieven blijven bestoken, decennialang.

Matzneff doemt op als een narcist wiens emotionele ontwikkeling niet verder lijkt te reiken dan de pubermeisjes die hij bejaagt en zo zelfvoldaan in zijn boeken portretteert. Springora houdt het erop dat hij geblokkeerd is geraakt in zijn eigen puberteit – mogelijk door misbruik. Tegelijk ontbreekt het hem aan elke vorm van introspectie. Van ongemak is geen sprake; van schuldgevoel al helemaal niet. Hoe anders is dat in Nabokovs Lolita, een boek dat de jonge Springora herleest tot het uit elkaar valt. Daar heerst een broeierigheid die ongemakkelijk op de lezer inwerkt. Maar zich onbekommerd uitleven zit er voor de hoofdpersoon niet in. Aldoor worstelt Humbert Humbert met zijn verlangens. Niet dat Matzneff nu zuiver kwaadaardig is. Bezien door de ogen van Springora is hij vooral een beetje triest. Onmachtig om boven zichzelf uit te stijgen; emotioneel onderontwikkeld, veroordeeld tot het najagen van zijn obsessies en het schrijven van steeds dezelfde boeken. En ineens hopeloos passé.

Een maand geleden sloeg Matzneff vanaf zijn Italiaanse schuilplaats terug met een in eigen beheer uitgegeven récit, getiteld Vanessavirus. Maar met zo’n titel hoef je de tekst niet te lezen om te weten dat hier iemand de aanval kiest die niet doorheeft dat zijn benen al onder hem vandaan gezaagd zijn.

Springora leerde Matzneff kennen tijdens een etentje waar haar moeder haar mee naartoe genomen had. Haar vader was toen al jaren uit beeld. Ze wekt een Parijs tot leven met grote houten poorten met daarachter binnenplaatsen waar kleine uitgeverijtjes en drukkerijtjes zijn gevestigd. Haar jonge moeder werkt er in een niet helemaal duidelijke functie. Maar het biedt een opening naar het Parijse literaire milieu. ‘Een afwezige vader die een gapende leegte in mijn bestaan had geslagen. Een uitgesproken voorliefde voor boeken. Een zekere seksuele vroegrijpheid. En bovenal, een enorme behoefte om gezien te worden.’ Aan alle voorwaarden was voldaan.

Matzneff doemt op als een narcist wiens emotionele ontwikkeling niet verder lijkt te reiken dan de pubermeisjes die hij bejaagt

Springora herinnert zich hoe Matzneff zijn blauwe ogen op haar laat rusten en hoe dat haar raakte. Ze is dan dertien. Le consentement is non-fictie, maar wat zich voltrekt doet nog het meeste denken aan een zwart sprookje à la de gebroeders Grimm. Springora’s moeder probeert de verhouding aanvankelijk uit alle macht te saboteren. Maar ze laat zich door haar verliefde dochter overreden. Al snel woont Springora bij Matzneff in. Zo nu en dan eten ze bij haar moeder. Het zijn hallucinante scènes, gedrieën rondom de lamsbout, ‘als een knus gezin; papa en mama eindelijk weer bij elkaar’.

Wanneer Matzneff een oogoperatie moet ondergaan schieten rijke bewonderaars te hulp: Pierre Bergé, de levenspartner van modeontwerper Yves Saint Laurent, brengt hem onder in een hotel aan de boulevard Saint-Germain zodat hij in alle rust kan herstellen. Voor twee jaar vooruitbetaald, inclusief diner bij brasserie Lipp. ‘Voor ons is het niets, en we houden van u’, luidt de boodschap. Het hotelverblijf komt om meerdere redenen goed uit, want toevallig is ook de zedenpolitie naar Matzneff op zoek. Voor die momenten draagt hij altijd een kopie bij zich van het lovende artikel dat François Mitterrand schreef over een van zijn romans. Een presidentiële talisman.

Springora krijgt steeds meer aanwijzingen dat hij ook andere meisjes ziet, en wordt jaloers. Later ontdekt ze ook de boeken waarin hij zijn avonturen in Manilla uit de doeken doet. Of komt het gewoon doordat ze hem is ontgroeid? Na drie jaar verlaat ze hem. Moeilijke jaren volgen. Ze heeft een enorme leerachterstand; ontwikkelt allerlei psychische problemen. Ze herinnert zich dat ze een oud-leraar Frans tegen het lijf loopt die iets zegt als ‘hé, ben jij niet diegene die met Matzneff samenwoonde? Ik ben een bewonderaar.’

Gabriel Matzneff, 1990 © Sophie Bassouls / Sygma via Getty Images

In Le consentement rekent Springora niet alleen af met Matzneff zelf, maar ook met de tijd en de mensen die hem de ruimte boden. Een fragment uit de eerdergenoemde uitzending van Apostrophes: wat hem toch zo aantrekt in die pubermeisjes, wil presentator Bernard Pivot weten (Pivot gebruikt het woord ‘minettes’, jonge poesjes).

‘Ze zijn nog niet gehard door het leven’, antwoordt Matzneff. ‘Jonge meisjes zijn nog steeds overwegend lief.’

‘U bent wel een verzamelaar, hè’, schertst Pivot. De andere gasten lachen besmuikt. Behalve Denise Bombardier, een Canadese romancière.

‘Het voelt alsof ik van een andere planeet kom’, breekt ze in. ‘Mij lijkt monsieur Matzneff eerder een deerniswekkende figuur. Want wat vertelt hij ons in zijn uitermate saaie boek? Dat hij als heer op leeftijd graag meisjes van veertien en vijftien sodomiseert.’

Matzneff, geprikkeld: ‘Ik verbied u zulke oordelen te vellen!’

Een opmerkelijke uitspraak, want áls er een periode was waar hij van profiteerde, was het de tijd die de leus ‘het is verboden te verbieden’ tot strijdkreet had verheven: de jaren zeventig.

In het debat dat Le consentement ontketende dook al snel een in 1977 door Matzneff geïnitieerde petitie op. De tekst maakt bezwaar tegen de hoogte van de straf (vijf jaar cel) die drie mannen opgelegd hebben gekregen nadat zij opnames hebben gemaakt van twee kinderen (van twaalf en dertien jaar oud) die elkaar seksueel betasten. Dit stuk verscheen eerst in dagblad Libération en vervolgens in Le Monde en wordt ondertekend door de fine fleur van de linkse Parijse intelligentsia van dat moment: Jean-Paul Sartre, Simone de Beauvoir, Roland Barthes, Gilles Deleuze. Sommigen tekenden uit een diepe theoretische overtuiging, anderen sloegen nauwelijks acht op waar ze hun handtekening onder zetten. Petities, die waren er zoveel.

Het proces tegen de jaren-zeventig-excessen is afgelopen decennia al wel vaker gevoerd. Interessanter is de paradox die deze tijd kenmerkt. Ja, het ging om emancipatie, om vrijheid. Maar van wie? Ging het er nu om het kind te bevrijden van de onderdrukkende systemen van de bourgeois-cultuur, of ging het erom de weg vrij te maken voor het volwassen individu zodat die zijn lusten ongehinderd kon botvieren? Was het interdit d’interdire, of jouir sans entraves?

Bepaalde libertaire ideeën en noties legitimeerden praktijken als die van Matzneff. Maar ze vormen geen representatieve afspiegeling van de tijd. Want ook in de jaren zeventig choqueerde Matzneff al in brede lagen van de samenleving. De socioloog Pierre Verdrager spreekt over de kringen rond Matzneff als een ‘aristocratie’ die zich boven de wet waande.

Het is verleidelijk om het debat rond Le consentement in het verlengde te zien van het ook in Frankrijk woedende #MeToo-debat. Vorige week nog werd bekend dat de Franse justitie meerdere vrouwen heeft gehoord in een zaak tegen voormalig achtuurjournaalicoon Patrick Poivre d’Arvor (‘PPDA’). Minstens drie getuigenissen zouden feitelijk neerkomen op verkrachting. Het toont dat er een nieuwe generatie vrouwen is opgestaan die niet met zich laat sollen. Zo nu en dan stuit die op een oudere generatie, die is opgegroeid met diepgewortelde begrippen als ‘séduction’ of ‘galanterie française’. La galanterie is zelfs dusdanig Frans dat het een apart hoofdstuk heeft in de klassieke ‘Les Lieux de mémoire’, de reeks boeken die de Franse collectieve herinnering poogt te vatten. In een ook over de grens veelbediscussieerde open brief in Le Monde zei een groep prominente vrouwen (onder wie de actrice Catherine Deneuve en de schrijfster Catherine Millet) een ‘golf van puritanisme’ te vrezen, en verdedigde een mannelijk ‘recht om hinderlijk te zijn’.

Of je Springora’s boek in de context van het #MeToo-debat moet lezen is de vraag. Het idee van toestemming is dat je die kunt geven of weigeren. Maar dat is een kwestie die je als vijftienjarige helemaal niet kunt overzien. De strijd is te ongelijk. Dat Matzneff hier zo lang mee wegkwam dankte hij tot op zekere hoogte aan de tijd waarin hij zijn naam vestigde, en aan belangrijke mensen die hem faciliteerden, maar veel meer aan de bijzondere plaats die de schrijver in Frankrijk traditioneel inneemt. Of kunst en cultuur in het algemeen. Het betekent enerzijds dat de cultuursector altijd verzekerd is van ruime budgetten. Of dat er avondvullende boekenprogramma’s zijn. Maar ook dat de kunstenaar een status aparte geniet. Hij geldt als een wezen dat over superieure deugdzaamheid beschikt, of zoals Springora het zegt: ‘een soort aristocraat die over privileges beschikt die zich aan ons oordeelvermogen onttrekken’.

Veelzeggend is een bezoek dat ze als zestienjarige brengt aan de Roemeense filosoof Emil Cioran. Matzneff heeft haar opnieuw bedrogen en ze is de wanhoop nabij. Hij heeft Cioran ooit eens aan Springora voorgesteld als een soort mentor. Nu staat ze ineens in de huiskamer van de beroemde misantroop. Ze legt uit dat ze het niet meer aankan, de leugens, de mysterieuze absenties, de meisjes die aan de deur komen kloppen.

‘Vanessa’, zo onderbreekt hij haar, ‘Matzneff is een kunstenaar, un très grand écrivain, en op een dag zal de wereld zich daar rekenschap van geven (…) Hij bewijst je een enorme eer door jou uit te kiezen. Jouw rol is het om hem te begeleiden op de weg van de schepping, en je te voegen naar zijn grillen.’

‘In dit land staat de literatuur op zo’n voetstuk dat ze als alibi dient voor ontboezemingen à la Matzneff’, had Denise Bombardier, de Canadese romancière, gezegd tijdens de gewraakte uitzending van Apostrophes. Na afloop koos iedereen in de studio de kant van Matzneff. ‘Het was een verschrikking’, verklaarde Bombardier onlangs terugblikkend in Le Monde. ‘Na vijf minuten ben ik weggegaan.’

In de dagen na de uitzending richt de kritiek zich niet op Matzneff, maar op de mevrouw uit Canada die de goede sfeer is komen bederven. De schrijver Philippe Sollers zegt dat ze verzuurd is en noemt haar een ‘trut’. Josyane Savigneau, op dat moment de chef boeken van Le Monde, vindt dat Bombardier maar wat overdrijft. ‘Matzneff verkracht niemand’, zei ze, sussend. Toen het debat naar aanleiding van Le consentement afgelopen jaar loskwam, sprak ze over een ‘heksenjacht’.

De uitzending van Apostrophes was in de jaren negentig, maar de zweem van heiligheid en onaantastbaarheid die in Frankrijk rond alles hangt wat naar kunst en cultuur riekt is nooit verdwenen. Je ziet het terug in de verbetenheid waarmee iemand als Roman Polanski wordt verdedigd door toonaangevende kunstenaars en intellectuelen. Polanski werd in 1977 in absentia veroordeeld in de Verenigde Staten wegens misbruik van de dertienjarige Samantha Geimer. Minder bekend is dat zich sindsdien nog zes andere vrouwen met zeer serieuze beschuldigingen hebben gemeld, in 2019 nog, toen de actrice Valentine Monnier zeer gedetailleerd vertelde hoe ze als jong meisje door Polanski was verkracht in diens Zwitserse chalet. Intellectuelen als Alain Finkielkraut blijven het onvermoeibaar voor hem opnemen, en ook het Franse publiek lijkt niet bijster onder de indruk. Polanski’s film over de joodse kapitein Dreyfus die dat jaar uitkwam was een enorme hit, terwijl Amerikaanse en Britse distributeurs er liever hun handen niet aan wilden branden.

Uiteraard is het belangrijk om onderscheid te maken tussen kunstenaar en kunstwerk. En ook in de zaak-Matzneff klinkt dat argument, zelfs vanuit de Académie française. Maar juist in zijn geval vallen de twee op niet te onderscheiden wijze samen – Matzneff zélf laat zich daar nota bene op voorstaan. Bernard Pivot, de televisiepresentator, ging al voor publicatie van Le consentement door het stof. Hij verklaarde dat hij destijds scherpzinniger had moeten zijn, en van meer karakter blijk had moeten geven. Op Twitter schreef hij dat de literatuur in de jaren zeventig en tachtig voor de moraal uitging. Nu was dat omgekeerd. Pivot noemde dat vooruitgang. In een land dat literatuur op zo’n voetstuk plaatst als Frankrijk nam Springora op superieure wijze wraak. Ze sloot haar kwelgeest op, en waarin anders dan een boek?