Complotdenken - Poetin en de kunst van de politieke fantasie

De Protocollen van Moskou

Dat de Russen worden blootgesteld aan propaganda om de acties in de Krim en Oekraïne te rechtvaardigen, is niet nieuw (en ook niet typisch Russisch). Al sinds de Protocollen van de wijzen van Zion wordt de recente geschiedenis doelbewust vervalst.

Het element van de fantasie is in het Russische politieke discours al een hele tijd sterk aanwezig (en sterker geworden), niet alleen op het niveau van de straat, maar ook in officiële verklaringen. Sinds het voorjaar van 2014 is het nog in intensiteit en omvang toegenomen door de gebeurtenissen op de Krim en in Oekraïne. Hoe is dit te verklaren? Waar komt dit vandaan en hoe belangrijk is het in de algemene context van de nieuwe ‘Russische doctrine’? Extreme, zelfs fanatieke uitspraken tegen de ‘vijand’ worden in veel landen in vrijwel alle tijden aangetroffen – daar is niets specifiek Russisch aan. Maar zelfs de absurditeit kent grenzen. Hoe is het te verklaren als die niet in acht worden genomen?

Joseph Goebbels, de naziminister van Propaganda, die zeer bedreven was in dit genre, is een goed voorbeeld van de doelbewuste productie van onwaarheden. Bernhard Weiss, de politiechef in Berlijn in de jaren vlak vóór de machtsovername door de nazi’s, was een jood, een voormalige legerofficier en een carrièrejager met gematigde standpunten. Goebbels lanceerde een frontale campagne tegen hem, die hem in een demonische figuur veranderde: zeer gevaarlijk, ongelooflijk slim en geniepig, en eropuit om alles wat hem in de weg zat te vernietigen. Toen vrienden Goebbels erop wezen dat Weiss (die hij de bijnaam Isidor had gegeven) een volkomen onschuldige bureaucraat was, lachte hij en zei: ‘Denken jullie dat ik dat niet wist?’

Dit is een typisch voorbeeld van een cynische aanpak. Maar niet alle overduidelijk absurde uitspraken, ideeën en theorieën zijn doelbewust gefabriceerd en op cynische wijze geëxploiteerd, als onderdeel van een bredere propagandacampagne. Aan sommige van deze theorieën wordt, zoals in het hedendaagse Rusland, daadwerkelijk geloof gehecht om redenen die niet voldoende zijn onderzocht. De Protocollen van de wijzen van Zion (een zogenaamd verslag van een bijeenkomst, eind negentiende eeuw, van joodse leiders die uit zijn op de wereldheerschappij) waren het product van een doelbewuste fabricatie en hetzelfde geldt voor het ‘artsencomplot’ (negen Kremlin-artsen, van wie zes joods, zouden twee prominente leiders van de communistische partij hebben omgebracht) in het laatste jaar van Stalin. Maar zowel de Protocollen als het verhaal van de joodse ‘moordartsen’ werden door velen geloofd, en de vraag waarom dat gebeurde is niet zo makkelijk te beantwoorden.

Er is een wijdverbreide tendens (die zeker niet alleen is voorbehouden aan Rusland en daar ook niet is uitgevonden) om geloof te hechten aan occulte, verborgen krachten die de werkelijke krachten zouden zijn die ertoe doen in de wereldpolitiek, terwijl de krachten waar we over lezen en horen in de media uit louter marionetten zouden bestaan. Sommige Russische ideologen geloven (of pretenderen te geloven) dat de werkelijke strijd in de wereldpolitiek zich afspeelt tussen twee partijen – de partij van de Rothschilds en de volgelingen van de Rockefellers. Zij die geloven in hedendaagse samenzweringstheorieën hebben gewoonlijk slechts een vaag idee waar het echte grote geld kan worden gevonden. Volgens de beter opgeleide volgelingen van de controversiële Amerikaanse politieke activist Lyndon LaRouche gaat het bijvoorbeeld om een bitter gevecht tussen facties op een hoger filosofisch niveau – de aristotelianen en de neo-platonisten. Maar het is niet duidelijk waar zij hun geld bewaren, hoewel dat zeker niet in het hedendaagse Griekenland is. De afgelopen jaren is er sprake geweest van nauwe samenwerking tussen Russisch extreem-rechts en de larouchianen; een recent voorbeeld daarvan is het artikel On Eurofascism in Executive Intelligence Review, een orgaan van LaRouche.

Dit geloof in de onzichtbare hand en de krachten van het kwaad is meestal bijzonder sterk in tijden van grote opschudding. De Protocollen waren niet echt invloedrijk tijdens de eerste twee decennia van hun bestaan. Maar na de Eerste Wereldoorlog en de Russische Revolutie, wereldhistorische gebeurtenissen die niet makkelijk konden worden verklaard, werden de Protocollen alom gelezen en dikwijls geloofd, omdat ze een verklaring leken te geven voor gebeurtenissen die anders onverklaarbaar waren.

Het uiteenvallen van de Sovjet-Unie was een soortgelijke gebeurtenis met enorme gevolgen. Hoe kon in hemelsnaam worden uitgelegd dat een grote macht die voorgoed zou zijn gevestigd – naveki, zoals dat in het toenmalige Russische volkslied heette – en die onoverwinnelijk leek, plotseling ineen was gestort? Het zou voor de hand hebben gelegen bij het onderzoek naar deze kwestie op zoek te gaan naar interne, binnenlandse oorzaken: er moest overduidelijk iets fout hebben gezeten in de fundamenten van het systeem. Maar dat zou te makkelijk zijn geweest, en ook te pijnlijk, want velen hadden in het systeem geloofd en waren ervan overtuigd dat de fundamenten solide waren. Vandaar de overweldigende verleiding om achter het voor de hand liggende te kijken, en op zoek te gaan naar verborgen krachten en geheimzinnige machinaties van occulte, externe machten die eropuit waren het sovjetsysteem te vernietigen.

***

De speurtocht naar de echte schuldigen nam verschillende vormen aan. Eén was het zoeken naar een masterplan, de zogenoemde Dulles-doctrine. Dit zou de cia-strategie zijn die naar verluidt in 1945 was ontworpen door Allen Dulles (hoofd van de geheime dienst aan het begin van de Koude Oorlog) en was gericht op de vernietiging van de Sovjet-Unie. Deze strategie was eenvoudig, maar ingenieus. Er kwam geen oorlog of oorlogsdaad aan te pas. Zij behelsde daarentegen de verwoesting van het land, de staat en de natie van binnenuit, door het ondermijnen en corrumperen van het cultureel erfgoed van de Sovjet-Unie en de morele waarden van het land. Sovjetschrijvers, -acteurs en -filmmakers moesten worden beïnvloed zodat ze geweld, verdorvenheden, alcoholisme, drugsverslaving, schaamteloosheid, kosmopolitische ideeën, corruptie, haat tussen volkeren en algeheel wantrouwen zouden gaan verspreiden, om maar een paar factoren te noemen.

‘Door chaos in Rusland te zaaien vervangen we ongemerkt de Russische waarden door valse waarden’

Het had van het begin af aan duidelijk moeten zijn dat er iets verdachts was aan het ‘masterplan van Dulles’. In 1945 was er nog geen cia en geen Koude Oorlog. Dulles zat toen in Zwitserland en gaf leiding aan de Amerikaanse spionageactiviteiten tegen nazi-Duitsland. Hij bekleedde geen leidende functie en, omdat hij geen Rusland-deskundige was, niemand zou van hem een strategisch document hebben verwacht over wat er met de Sovjet-Unie moest gebeuren. Het culturele leven van de Sovjet-Unie was ook niet zijn specialisatie. Bovendien werd strikt op dat culturele leven toegezien door Stalin en Zhdanov, via diverse vormen van strenge censuur. Zij zouden schrijver Boris Pasternak niet hebben toegestaan drugs aan de man te brengen, of dichteres Anna Achmatova om pornografie en alcoholisme te propageren en geweld te prediken. Op iedereen die ook maar een beetje op de hoogte was van het culturele leven in de Sovjet-Unie had het hele plan absurd moeten overkomen.

Sommige onderzoekers van het sovjetleven hebben getracht de oorsprong van dit document te achterhalen. Bepaalde zinsneden lijken te zijn ontleend aan Dostojevski (Boze geesten): ‘We zullen gebruik maken van laster en dronkenschap, we zullen de jongeren corrumperen’, enzovoort. Het vermeende masterplan verscheen in de jaren zestig en zeventig in politieke romans van een paar tweederangs sovjetauteurs, zoals Nikolai Jakovlev, Dold Mikhailik en Anatoli Ivanov. Maar in zijn huidige vorm dook het pas op in 1993, toen de Russisch-orthodoxe metropoliet Ioan van Sint-Petersburg en Lagoda in een boodschap getiteld Bitva za Rossii (‘De strijd om Rusland’) het zijn zegen gaf (en misschien zelfs hielp te schrijven).

***

Deze metropoliet was ook een steunende kracht achter een herdruk van de Protocollen van de wijzen van Zion. Hij citeerde Dulles (en promoveerde hem zelfs tot de rang van generaal): ‘Door chaos in Rusland te zaaien vervangen we ongemerkt de Russische waarden door valse waarden, en we zullen hen dwingen erin te geloven. Hoe? We zullen medeplichtigen, helpers en bondgenoten in Rusland zelf vinden. In een reeks episoden zal zich een tragedie van grandioze omvang voltrekken: de ondergang van de laatste ongebroken natie ter wereld, de definitieve, onherroepelijke vernietiging van haar nationale zelfbewustzijn. Uit de kunst en de literatuur zullen we bijvoorbeeld geleidelijk aan het sociale element elimineren. We zullen kunstenaars opnieuw opleiden, en in hen het verlangen wegnemen om de wereld te verbeelden en de processen te onderzoeken die in de volksmassa’s plaatsvinden. De literatuur, het theater en de cinema zullen allemaal de laagste menselijke gevoelens aanprijzen. We zullen al onze middelen inzetten om de zogenoemde “scheppers” te steunen en aan te moedigen die de cultus van seks, geweld, sadisme en verraad in het bewustzijn van de mensen laten doordringen – in één woord: immoraliteit.’

Kortom: de triomf van Satan. De inmiddels overleden metropoliet vervolgde in dezelfde geest: ‘We zullen chaos en verwarring zaaien in de werking van de overheid.’ Hij ging aanzienlijk gedetailleerd in op de Protocollen, en merkte op dat sommige historici niet in hun authenticiteit geloven, noch in die van het Dulles-plan. Hij viel ook het katholieke Westen aan, dat ten prooi zou zijn gevallen aan ‘ijdelheid en de valse glorie van wereldlijke grootsheid’, en zou zijn afgedreven van de universele volheid van de Ware Orthodoxie.

Ioan verwees naar het cynisme van het ‘verlichte Europa’, waarvoor woorden eenvoudigweg tekortschieten. Hij merkte op dat niet alleen de Wijzen van Zion aan de ondergang van Rusland hebben bijgedragen; al in 1564 had een Duitser genaamd Heinrich Staden, die dertien jaar in Rusland had gewoond, een plan uitgewerkt voor de verwoesting van het land. Maar de metropoliet keerde steevast terug naar de Protocollen. Hoewel hij toegaf dat hun geschiedenis nogal duister was en dat hij zeker niet gekwalificeerd was om te beoordelen of zij een fabricatie waren of niet, schrok hij er niet voor terug hun boodschap volledig te onderschrijven, omdat alles wat er in de tachtig jaar sinds hun eerste verschijnen was gebeurd deze boodschap had bevestigd.

Het Dulles-document lijkt daarom een gemoderniseerde versie van de Protocollen te zijn. Het wordt gesteund door en/of met instemming geciteerd door een hele reeks prominente Russische burgers, waaronder Vladimir Zjirinovski, leider van de Liberaal-Democratische Partij (ldpr), Nikita Michailov, een van Ruslands meest bekende filmmakers, Sergei Kara Murza, hoogleraar chemie en politiek commentator, en Sergej Glaziev, nog een bekend politiek figuur. Er is echter een zeer belangrijk verschil tussen de versie van Dostojevski en de versie van de metropoliet en zijn volgelingen. In de roman van Dostojevski is de persoon die de samenzwering bekendmaakt (de jongere Verkhovenksi) een leugenaar: er is helemaal geen samenzwering, omdat het een hersenspinsel van hem is, terwijl hedendaagse propagandisten erover praten alsof het om een vreselijke, onmiddellijke werkelijkheid gaat, een gevaar dat pal om de hoek ligt.

Omdat Allen Dulles al bijna vijftig jaar dood is, moest zijn ‘doctrine’ worden aangevuld door een paar recentere supergeheime plannen, zoals het vaak aangehaalde plan van de geopolitiek strateeg Zbigniew Brzezinski en de voormalige Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Madeleine Albright voor het bewerkstelligen van de desintegratie van Rusland, waarnaar verleden jaar oktober bijvoorbeeld in een interview werd verwezen door Nicolai Patroesjev, het hoofd van de Russische Nationale Veiligheidsraad. Maar omdat ook Brzezinski al heel lang niet meer in functie is (sinds de regering-Carter uit de jaren zeventig om precies te zijn, toen hij nationaal veiligheidsadviseur was), zal binnenkort waarschijnlijk een vijandige samenzwering van recentere datum moeten worden ontdekt.

‘We zullen kunstenaars opnieuw opleiden, en in hen het verlangen wegnemen om de wereld te verbeelden’

Het masterplan van Dulles is geenszins het meest extreme voorbeeld van een politieke samenzweringstheorie; er zijn er de afgelopen jaren veel meer geweest. Het wordt hier alleen in enig detail opgevoerd omdat het de bereidheid helpt verklaren waarmee vervalsingen door velen in het hedendaagse Rusland zijn aanvaard als de absolute waarheid, eerst door louter extremisten, maar vervolgens ook door delen van de gevestigde orde. Een Russische burger die ’s avonds televisie kijkt wordt blootgesteld aan de geschiedenisprogramma’s van Nicolai Starikov (om maar één vertegenwoordiger van dit genre te noemen), waarin tot in de kleinste, overtuigende details wordt ‘bewezen’ dat de Russische revoluties van 1917 in scène zijn gezet door de Britse geheime dienst (de vraag of Somerset Maugham een beslissende rol in deze context heeft gespeeld wordt opengelaten), en dat ook Hitler een agent van MI5 of MI6 was, die de Sovjet-Unie niet echt wilde aanvallen. Hij werd echter onder druk gezet door Churchill en Roosevelt.

Dit wordt dan gevolgd door een documentaire waarin wordt aangetoond dat Trotski de vader was van het Duitse nazisme (wat ook de titel van deze serie blijkt te zijn). Als de kijker dan nog steeds behoefte heeft aan sensationele onthullingen kan hij overschakelen naar nog een andere serie die gaat over de connectie tussen de ‘Duitse patriot Martin Heidegger’ en de Balfour Declaration. En als hij met een goed boek in bed wil gaan liggen, kan hij kiezen voor dat van de immens populaire Maxim Kalasjnikov (geen familie van de wapenontwerper), waarin wordt beweerd dat – hoewel de huidige generatie Russen behoorlijk hopeloos is – er in recordtijd een nieuwe generatie helden kan worden geproduceerd, op basis van het pionierswerk van de SS Ahnenerbe bij het onderzoek naar het Arische ras, zodat alles wat in het hedendaagse Rusland verkeerd of imperfect is kan worden rechtgezet.

***

Het stalinistische systeem kwam negentig jaar geleden in Rusland op en bracht het frequente geloof in overduidelijk onware beweringen met zich mee. Deze praktijk is in sommige periodes uitgesprokener geweest dan in andere. Bij diverse gelegenheden is hij door deskundigen gehekeld, maar hij is nooit helemaal afgewezen. Als er in recente jaren sprake is geweest van toegenomen sympathie voor, of zelfs van een zeker verlangen naar de stalinistische periode in de Russische geschiedenis mag het geen verrassing zijn dat hierbij de bereidheid hoort om in overduidelijk onware beweringen te geloven. President Poetin heeft zelf nog niet zo lang geleden betoogd dat Stalin niet erger was dan Oliver Cromwell.

Volgens Isiom en andere toonaangevende Russische opinie-instituten had bijna vijftig procent van de Russen in 2008/9 een positieve kijk op Stalin. Dat aantal is sindsdien zeker niet gedaald. Dit betekent niet dat alle aspecten van het Stalin-regime als wenselijk worden beschouwd, maar een overdaad aan antistalinisme wordt door de autoriteiten met gefronste wenkbrauwen ontvangen, en de schoolboeken zijn dienovereenkomstig aangepast. Het betekent echter wel dat bepaalde psychologische instellingen die in de tijd van Stalin de boventoon voerden opnieuw aanvaardbaar en zelfs wenselijk zijn geworden.

Hiertoe behoort het geloof in samenzweringen, en misschien zelfs een voorliefde voor dit genre, om gebeurtenissen in heden en verleden te kunnen verklaren. Maar deze geesteshouding alleen kan alle huidige trends niet verklaren. Hoe leg je bijvoorbeeld uit dat doelbewuste onwaarheden vrij vaak in alle eerlijkheid worden geloofd?

Dit fascinerende fenomeen wordt al heel lang waargenomen en beschreven door neurologen, psychiaters en psychologen. Het heet ‘klinische confabulatie’. Het werd voor het eerst in 1889 door de beroemde Russische psychiater Sergej Korsakov (1854-1900) beschreven bij patiënten met geheugenverlies, en is in de hedendaagse geneeskunde bekend als het syndroom van Wernicke. Korsakov behaalde bij zijn eindexamen een gouden medaille, de hoogste onderscheiding in het Russisch middelbaar onderwijs, en studeerde medicijnen in Moskou en Wenen. Hij observeerde wat sommigen een ‘verzonnen geheugen’ noemen; anderen hebben de term ‘eerlijke leugenaars’ gebruikt voor sommige van hun patiënten.

Deze kwestie is de afgelopen decennia intensief onderzocht, toen de geneeskunde en de psychologie steeds meer interesse kregen in geheugenproblemen. Om een recent klinisch voorbeeld te geven: op een maandagochtend in een tehuis voor ouderen vroeg een verpleegster uit Keulen aan de 73-jarige meneer K hoe zijn weekend was geweest. ‘O, mijn vrouw en ik zijn naar Hongarije gevlogen, en we hadden een fantastische tijd’, antwoordde hij. De verpleegster was even stil, want de vrouw van meneer K was vijf jaar eerder overleden, en hij was al in geen maanden meer buiten het tehuis geweest. Probeerde hij indruk op haar te maken? Het was waarschijnlijker dat meneer K aan het confabuleren was, een verschijnsel waarbij mensen onware denkbeelden beschrijven en daar ook actie op ondernemen, omdat ze denken dat ze waar zijn. (Maria Dorothea Heidler, ‘Is Your Brain Lying to You?’, American Scientist, maart 2014.)

‘Hij beschuldigt iedereen in zijn familie ervan hem te willen schaden en verlaten, en naar het vijandige kamp te willen overlopen’

Uit onderzoek naar klinische confabulatie is gebleken dat er diverse varianten van dit verschijnsel bestaan. De mensen die eraan lijden vertellen zeer gedetailleerde verhalen, doorgaans met absolute overtuiging, en willen die verhalen zelfs niet heroverwegen als ze met rationele argumenten worden geconfronteerd. De onderzoekers naar confabulatie hebben ook ontdekt dat het vaak wordt veroorzaakt door een of andere vorm van hersenschade, die leidt tot een gebrek aan vitamine B1. (Korsakov dacht aanvankelijk dat alcoholisme de voornaamste oorzaak was). Maar over het geheel genomen is er geen unanimiteit over de oorzaken van deze aandoening, waarschijnlijk omdat er niet één specifieke ziekte of beschadiging aan ten grondslag ligt, maar een verscheidenheid aan oorzaken.

***

De medische literatuur over confabulatie is uitgebreid, maar niet zeer behulpzaam als het gaat om het verklaren van de vele gevallen van politieke confabulatie. Het is zeer onwaarschijnlijk dat wijlen de metropoliet van Sint-Petersburg en Lagoda en de vele anderen die de Dulles-doctrine en soortgelijke samenzweringstheorieën aan de man willen brengen allemaal leden aan een tekort aan vitamine B1. Sommigen wisten ongetwijfeld beter, maar beschouwden hun specifieke verhaal als een bruikbaar instrument voor de verspreiding van hun ideeën. Anderen kunnen hebben geloofd dat hoewel niet alles van hun theorieën of verhalen waar hoefde te zijn, ze dat in ieder geval voor een deel konden zijn – genoeg om ze breeduit te laten circuleren. Of ze kunnen hebben geloofd dat ook al kon niet worden bewezen dat de theorieën waar zijn ze dat zeker wel kónden zijn, of dat iets soortgelijks waar was.

In ieder geval is er een treffende overeenkomst tussen klinische en politieke confabulatie: de diepe overtuiging van de confabulatoren dat ze de waarheid spreken, en de eliminatie van iedere twijfel waar juist behoefte is aan twijfel. Dit is, om het nog maar eens te herhalen, geenszins een specifiek Russisch fenomeen. Maar het is wijdverbreid geraakt in Rusland, waar het niet alleen door het meer goedgelovige en minder goed opgeleide deel van de bevolking is omarmd, maar ook door delen van de intelligentsia, die zijn getraind om zich niet in blind geloof te storten maar een kritische benadering te hanteren.

De politieke confabulatie in Rusland werd ruim honderd jaar geleden voor het eerst beschreven door de grote theoloog Vladimir Solovjov: ‘Laten we ons een persoon voorstellen die sterk en gezond van lichaam is, getalenteerd en niet onaardig – want dat is terecht het algemene beeld van het Russische volk. We weten dat deze persoon (of dit volk) er nu beroerd aan toe is. Als we hem willen helpen, moeten we eerst begrijpen wat er mis is met hem. Zo komen we erachter dat hij niet echt gek is; zijn geest is alleen in aanzienlijke mate getroffen door valse denkbeelden die iets weg hebben van folie de grandeur (grootheidswaanzin), en door vijandigheid jegens alles en iedereen. Onverschillig over zijn werkelijke voordeel, onverschillig over de schade die waarschijnlijk zal worden aangericht, beeldt hij zich gevaren in die niet bestaan en bouwt hij daarop de meest absurde veronderstellingen. Het komt hem voor dat zijn buren hem beledigen, dat ze in ontoereikende mate zijn grootheid erkennen en hem op iedere manier willen benadelen. Hij beschuldigt iedereen in zijn familie ervan hem te willen schaden en verlaten, en naar het vijandige kamp te willen overlopen. Hij beeldt zich in dat zijn buren zijn huis willen ondermijnen en zelfs een gewapende aanval willen lanceren. Daarom besteedt hij enorme bedragen aan de aankoop van wapens, revolvers en ijzeren sloten. Als hij nog tijd over heeft, keert hij zich tegen zijn familie. We zullen hem uiteraard geen geld geven, ook al staan we klaar om hem te helpen, maar zullen proberen hem ervan te overtuigen dat zijn ideeën verkeerd en ongerechtvaardigd zijn. Als hij dan nog steeds niet kan worden overtuigd en nog steeds vasthoudt aan zijn manie, zullen geld noch geneesmiddelen helpen.’

Zelfs Solovjov kon geen verklaring bieden, maar zijn verbazingwekkend accurate beschrijving uit 1893 lijkt vandaag de dag nog net zo veel geldingskracht te hebben, en zal ongetwijfeld nog lange tijd worden onderzocht.


Dit essay verscheen oorspronkelijk in Standpoint Magazine (standpointmag.co.uk)

Vertaling: Menno Grootveld


Walter Laqueur

Walter Laqueur is een eminente Amerikaanse historicus en politieke commentator. Hij werd in 1921 geboren in een joods gezin in Breslau (het huidige Wroclaw in Polen) en vluchtte in 1938 uit Duitsland naar Palestina, toen nog een Brits Mandaat. Zijn ouders overleefden de holocaust niet. Hij leefde vijf jaar lang in een kibboets en werkte op het land, ging vervolgens als journalist aan de slag in Jeruzalem en vertrok in 1955 naar Londen, waar hij onder meer het Journal of Contemporary History oprichtte en verbonden was aan het Institute of Contemporary History. Van 1969 tot 2000 werkte hij aan het Center for Strategic and International Studies in Washington. Hij was hoogleraar aan verschillende prestigieuze universiteiten (Brandeis, Harvard en University of Chicago) en schreef een indrukwekkende hoeveelheid boeken over de Europese geschiedenis van de negentiende en twintigste eeuw, met name over Rusland en Duitsland. Zijn meest recente boeken zijn: After the Fall: The End of the European Dream and the Decline of a Continent (2012) en Putinism: Russia and Its Future with the West (2015)