Immigratie en integratie verdeelt de partij

De PvdA is er nog lang niet uit

Is de PvdA niet te soft, dan is de partij op zijn minst hopeloos verdeeld over integratie en immigratie, menen critici. Zeker is dat op papier vooralsnog niets vastligt. Ed van Thijn: «Inburgering is mede door mij uitgevonden.»

PvdA-leider Wouter Bos gaf het zaterdag ruiterlijk toe: in de verkiezingscampagne heeft hij wel eens standpunten verkondigd die niet in het verkiezingsprogramma of anderszins op papier stonden. «Maar hoe erg is dat eigenlijk?» vroeg hij zich af. «Ik wil een partij leiden die niet elke keer denkt dat ze klaar is als er een standpunt in druk is verschenen.»

De ontboezeming van Bos was een impliciet antwoord op critici als Paul Scheffer. Daags na de verkiezingen signaleerde de gewezen medewerker van de Wiardi Beckman Stichting, het wetenschappelijk bureau van de PvdA, in een omvangrijke beschouwing in NRC Handelsblad licht tussen de opvattingen in het PvdA-program over de multiculturele samenleving en de uitlatingen van de lijsttrekker. «Moeten we hem straks houden aan het geschreven of aan het gesproken woord?» vroeg Scheffer zich terecht af. Want dankzij het persoonlijke succes van Bos én door de machtsvraag mag de PvdA met 42ýzetels dan wel weer terug zijn op de oude sterkte, door de snelle val van het kabinet-Balkenende is van de groots aangekondigde inhoudelijke vernieuwing vooralsnog niet veel gekomen. Vooral een visie op de multiculturele samenleving, op integratie en immigratie, volgens het vernietigende rapport-De Boer De kaasstolp aan diggelen een van de «brandende kwesties» waarin de PvdA een «diepgaande verdeeldheid» moet overwinnen, staat vooralsnog niet op papier.

In het tweede lijsttrekkersdebat verbaasde Bos vriend en vijand door van immigranten die niet inburgeren als «ultieme sanctie» de verblijfsvergunning te willen intrekken. Later nuanceerde hij dit standpunt en bleef het bij nieuwkomers die «op vrijwillige basis», door gezinshereniging dus, naar Nederland komen. Maar de toon was gezet: laat duidelijk zijn dat de Partij van de Arbeid niet meer de partij is van «pappen en nathouden», laat staan een partij die vastzit in een «wurggreep» van «multiculti’s en moslimconservatieven», zoals VVD-kamerlid Ayaan Hirsi Ali het bij haar vertrek in oktober vorig jaar fijntjes analyseerde.

«Moslimconservatieven? Multiculti’s? Nee, die heb ik nog nooit ontmoet», zegt Mohamed Sini, gemeenteraadslid namens de PvdA in Utrecht en voorzitter van een nieuwe koepel van moslimorganisaties, het soort organisaties dat volgens Hirsi Ali «apartheid in Nederland in stand houdt». Sini: «We leven in een tijd van schreeuwerige terminologie, van scherpe bewoordingen in turbotaal. Ik weiger daaraan mee te doen.» Wél doet hij mee aan de wedloop die in zijn partij is ontstaan over wie het strengste integratiebeleid voorstaat. Ook wat hem betreft mogen immigranten op straffe van uitzetting worden verplicht Nederlands te leren. Dat is geen plotseling opgekomen mening na de afstraffing van de PvdA bij de verkiezingen van 15 mei vorig jaar, welnee, dat vindt Sini al jaren: «In 1996 sprak ik in een artikel allochtonen al aan op hun eigen verantwoordelijkheid. Er is sprake van een verharding, ook in de PvdA, en dat is goed. De samenleving verandert nu eenmaal. Het wordt tijd dat mensen weten dat als ze de stap hebben gezet om te emigreren en de Nederlandse overheid ze de mogelijkheden geeft zichzelf te verheffen, ze daar dan ook gebruik van moeten maken.»

Toegegeven, die verheffing laat soms even op zich wachten. Het geringe cursusaanbod maakt keiharde sancties op gebrekkige inburgering wat problematisch, zegt de Amsterdamse wethouder Rob Oudkerk. «Maar indien er voldoende mogelijkheden zijn, dan mag wat ýij betreft het leren van de taal vandaag nog verplicht worden op straffe van dit soort sancties voor weigerachtige nieuwkomers én oudkomers», vindt ook hij. Zijn Utrechtse collega Hans Spekman, een van de lokale adviseurs van Bos, pleit al langer voor gedwongen inburgering van oudkomers. «Maar dwang is zelden nodig», weet Spekman. «De meeste mensen willen heus wel. Het gaat vooral om een aantal vrouwen die door hun man wordt verboden te gaan. Daarom is zo’n verplichting goed.»

Het vlak voor 11 september 2002 verschenen PvdA-verkiezingsprogramma stelde vooral veiligheid centraal. De auteur van het program, de voormalige Amsterdamse fractievoorzitter Eberhard van der Laan, leverde eveneens een scherpe analyse over het falende immigratie- en integratiebeleid, maar hij werd ten langen leste door het partijbestuur teruggefloten. Het program was na lang beraad te weinig positief bevonden over de successen die door de multiculturele samenleving zijn geboekt. Uiteindelijk bleef het in het verkiezingsprogramma onder het kopje «Een steeds kleurrijker Nederland» beperkt tot enkele gemeenplaatsen. Er was «zorg over verlies van eigen identiteit en over de grenzen van tolerantie». En de constatering dat «bepaalde culturele waarden (…) moeilijk of helemaal niet (passen) bij de Nederlandse». Sancties bij het niet afronden van een inburgeringscursus waren er wel, maar bleven beperkt tot maatregelen op het vlak van de sociale zekerheid. Aan de islam wordt in het hele programma angstvallig geen woord vuil gemaakt.

Ruim een jaar later, kort na de val van het kabinet-Balkenende, fabriceerde datzelfde PvdA-partijbestuur eigenhandig een «verkiezingsmanifest» als aanvulling op het nog altijd vigerende verkiezingsprogram van Van der Laan. Boven aan deze puntenlijst staan in niet mis te verstane bewoordingen de eisen die de post-paarse PvdA aan migranten stelt. Het gaat over taal, over normen en waarden, over een scherp uitzettingsbeleid voor uitgeprocedeerde asielzoekers — kortom over een aantal items dat de PvdA de laatste twaalf regeringsjaren zoveel mogelijk had vermeden en dat in het verkiezingsprogramma voor mei 2002 in meer of mindere mate op vergoelijkende toon werd aangestipt. Voor uitgebreide discussies was zo kort voor 22 januari geen tijd: lijsttrekker én manifest werden direct op het verkiezingscongres van half november door het kader aangenomen.

En zo kon Bos de verkiezingen in met een minimum aan op papier vastgelegde punten: gesproken woord geldt. En bij dat gesproken woord lijken in de partij vooralsnog alle handen op elkaar te gaan. Alleen Ed van Thijn, eind jaren negentig voorzitter van de laatste partijbrede commissie die een visie op de multiculturele samenleving trachtte te formuleren, vond de dreigende taal van Bos in de richting van niet inburgerende oudkomers volgens weekblad Elsevier «te ver» gaan, maar zelfs dat berust op een misverstand. «Ik wil best over sancties praten voor oudkomers», zegt de oud-minister, «maar dan moeten er eerst voldoende inburgeringscursussen zijn.»

Het is Van Thijn alles meegevallen, die taboedoorbrekende campagne: «Steeds weer was de multiculturele samenleving inzet van het debat. Het is winst gebleken dat zoiets mogelijk is zonder dat dit automatisch tot verrechtsing leidt. Veel te lang hebben we ten onrechte dat gedacht. Bos heeft zich in de campagne geen enkele keer in generaliserende zin uitgesproken.»

Buiten de PvdA gaat de discussie in de ogen van Van Thijn wél de verkeerde kant op: «Je kunt pleiten voor integratie met respect voor elkaars culturele identiteit en je kunt voorstander zijn van gedwongen assimilatie. Als ik Zalm, Herben en soms ook Balkenende hoor, dan heb ik de indruk dat ze het hebben over gedwongen assimilatie. Dat vind ik een zorgwekkende ontwikkeling die onrecht doet aan de diversiteit in ons land en die bovenal polariseert. Zoiets beangstigt minderheidsgroepen.» Van Thijn merkte dat toen hij in de Amsterdamse straten zijn steentje bijdroeg aan de PvdA-campagne: «Al dat geroep over de islam leidt tot mensen die zich volkomen afsluiten én tot polarisatie. De sympathie voor de Arabisch Europese Liga is daar een gevolg van, maar volgens mij heeft ook de neiging van sommige moslims om tegenwoordig een sluier te dragen hiermee te maken.»

Ook de opmerkingen van Hirsi Ali polariseren, meent Van Thijn. «Ik ben geen kenner van de islam, trouwens ook niet van andere religies, maar een kind kan aanvoelen dat je Mohammed niet in zijn hemd moet zetten. Ook ík heb een broertje dood aan fundamentalisten. Maar je maakt fundamentalisten als je heel bewust iedere christen, moslim of jood op zijn ziel gaat trappen. Als het over dit vraagstuk gaat, moeten we ons fatsoen bewaren. Ik kan en wil niet ontkennen dat ik tot degenen behoor die zich in zorgvuldige termen willen uitlaten over dit probleem, die niet generaliseren en geen tegenstellingen willen creëren. Het geeft geen pas om permanent maar te zeggen wat je denkt.»

In het stuk Wisselwerking rapporteerde Van Thijn in 1997 zijn eerste bevindingen aan de partij. Op de eerste pagina constateert de commissie dat «de discussie over migratie, integratie en etnische minderheidsgroepen» in de PvdA te veel is «ingegeven door angst en onzekerheid voor het politieke en publieke debat. Angst om de confrontatie aan te gaan met politieke partijen die minder kieskeurig met het vraagstuk van migratie en integratie omspringen.» Al met al een constatering die ook nu nog hoogst actueel is.

Het vervolg van de rapportage staat echter weer in de angstige traditie waarmee aanvankelijk werd afgerekend. Angst, niet zozeer voor de politiek minder correcte buitenwereld, als wel voor de sterke allochtone lobby in de eigen partij, zeggen critici alsýhet machtige multi-etnisch vrouwennetwerk. De multiculturele samenleving is in het rapport geen probleem maar «een feit», waarmee de mensen in het land nog slechts vertrouwd dienen te worden gemaakt. De «meerwaarde» van de multiculturele samenleving moet zichtbaar worden gemaakt, er moet «draagvlak» worden verkregen en de «betrokkenheid» moet worden vergroot.

Wisselwerking II, dat in 2000 op het partijcongres werd besproken en dat formeel nog altijd dé PvdA-visie is op minderhedenbeleid, was van hetzelfde laken een pak. «Eén grote lofzang op de multiculturele samenleving was het», herinnerde ex-kamerlid Bert Middel zich onlangs in de Volkskrant: «Ik heb het met collega Gerrit-Jan van Oven naar de prullenbak verwezen.»

Zoiets vindt Van Thijn niet leuk om te horen: «Je kunt de multiculturele samenleving niet ontkennen; je zult alleen moeten streven naar samenhang.» De boel bij elkaar houden dus, zoals de Amsterdamse burgemeester Job Cohen het onlangs Joop den Uyl nazei. «Dat is een keihard credo», vindt Van Thijn. «Je kunt de boel alleen bij elkaar houden en een tolerant, leefbaar klimaat schapen als het veilig is. Die veiligheid is heel belangrijk.» VVD-leider Zalm zou zoiets weer te soft vinden. Van Thijn: «Wat wil híj dan? Politici die de boel niet bij elkaar willen houden, steken de lont in het kruitvat.»

Sinds de Wisselwerking-exercitie wordt Van Thijn tot zijn spijt weggezet in de hoek van de «multiculti’s». Een «ongefundeerd scheldwoord» overigens: «Bedoelt men dat ik voorstander ben van integratie met behoud van identiteit? Dat standpunt hebben we in de jaren negentig al verlaten.» In diezelfde tijd was hij, als minister van Binnenlandse Zaken, verantwoordelijk voor de Contourennota Integratie Minderheden. «Die inburgering is mede door mij uitgevonden. Ik heb die nota geschreven. Als mensen hier komen en verder alles aan hun laars lappen, dan zijn ze niet welkom. Dat vond ik toen en dat vind ik nu.»

De Leidse emeritus hoogleraar Jan Brugman schreef enkele jaren terug dat Van Thijn, als hij zijn ideeën over een multiculturele samenleving consequent zou toepassen, voorstander was van islamitisch recht voor islamieten in Nederland. Van Thijn: «Toen hoorde ik op de radio zeggen dat ik voorstander was van het afhakken van handen. Krankzinnig natuurlijk. Iedereen moet zich aanpassen aan de Nederlandse rechtsorde. Ik heb dat altijd gevonden en natuurlijk vind ik dat nog steeds. Dat betekent echter niet dat iedereen zich moet aanpassen aan onze culturele waarden en opvattingen. Ik heb altijd gepleit voor een integratiemodel waarin diversiteit wordt erkend langs minima moraliaæ kernwaarden waarmee eenieder zich kan identificeren. Zo vind ik dat iedereen recht heeft op privacy, maar niet op anonimiteit. Een chador past dus niet in onze samenleving, net zo min als ik vind dat je bivakmutsen mag dragen.»

Wat anderen ook mogen zeggen, Wisselwerking is ook nu nog zeer bruikbaar, vindt Van Thijn. Er hing slechts een «waas» omheen dat het van «de softies» kwam, waardoor niemand het heeft gelezen. «Wisselwerking is voor elk wat wils, te weinig compact», geeft hij toe. Maar daardoor staan er ook nu nog actuele dingen in. Wie goed zoekt, vindt bijvoorbeeld ook een pleidooi voor verplichte inburgering, zonodig met sancties. Eén groot thema heeft hij indertijd echter laten liggen, realiseert hij zich nu ook: «De religieuze kant van de zaak, de islam dus. Dat hebben we werkelijk gemist.»

Paul Kalma, directeur van de Wiardi Beckman Stichting, pleitte er in dit kader voor, net als in 1977, in een eventueel nieuw beginselprogramma te wijzen op het belang van levensbeschouwing en geloofsovertuiging. Kalma: «In onze multi-etnische samenleving heb je te maken met immigranten die voor een aanzienlijk deel gelovig of diep gelovig zijn. Dat is voor een van de meest geseculariseerde landen ter wereld op zijn minst een uitdaging.» Over de islam is in de PvdA nooit serieus gesproken, erkent hij: «Er waren twijfels over sommige aspecten, maar het is nooit uitgesproken of op papier gezet, terwijl een deel van wat nu is losgekomen, gaat over de islam, over die vermeende ‹achterlijke cultuur›. Dan is belangstelling voor die religie op zijn plaats. In Wisselwerking zie je een hoge mate van voorzichtigheid. De positie van de allochtone vrouw in het algemeen bijvoorbeeld komt wel ter sprake, maar wordt vervolgens niet in verband gebracht met de islam. Bovendien volgt op iedere opmerking meteen een waarschuwing: discrimineer niet. Door de PvdA is altijd met twee maten gemeten: discriminatie door autochtonen lag altijd op de loer, terwijl die bij allochtonen nimmer is benoemd.»

En die angst is diepgeworteld. Nog steeds, verzucht Haci Karacaer, directeur van de Turkse moskeeorganisatie Milli Görüs en in de PvdA sinds de overstap van Hirsi Ali naar de VVD de meest vooraanstaande hardliner. «In de PvdA is iedereen zó geobsedeerd door de angst te discrimineren dat maar weinig resultaten worden geboekt», zegt hij. Huwelijken met partners uit het buitenland mogen wat hem betreft door hogere inkomenseisen of een minimumleeftijd nog best iets moeilijker worden gemaakt. «Maar dan begint men weer over het mensenrecht op vrije partnerkeuze. En dat terwijl al die aanvoer van partners uit het buitenland rechtstreeks in de kaartenbakken van de sociale dienst belandt. Dat is toch niet normaal?»

Karacaer brengt een recent PvdA-debat over integratie in Amsterdam-West in herinnering waar kamerleden als Kadija Arib en John Leerdam voor een overwegend allochtoon publiek veel bijval oogstten met «begripvolle teksten over uitsluiting en het grondrecht om je eigen taal te spreken». «Die mensen blijken nog steeds niet bereid de problemen te onderkennen en daarover in discussie te gaan. Ze luisteren niet, maar herhalen steeds weer hun eigen standpunt en beginnen over het gevaar van discriminatie, waarna ze applaus van hun achterban krijgen.» Karacaer is niettemin blij dat in de partij de discussie tegenwoordig op alle niveaus kan worden gevoerd, maar veel vertrouwen in de parlementaire voorhoede heef hij vooralsnog niet: «Ze laten zich meer leiden door hun emoties dan door hun verstand.»

De partij is er dus nog niet uit. «Je loopt nog steeds tegen personen aan die een andere opvatting hebben», aldus Oudkerk. «Praten in je moerstaal is een fundamenteel grondrecht, vinden sommige partijgenoten. Ja, oké, maar dan wel als ze het Nederlands machtig zijn.» Kalma: «Het rapport van de commissie-De Boer staat nog recht overeind, dat is duidelijk. Ondanks de verkiezingswinst zijn we er nog lang niet uit.» De Wiardi Beckman Stichting zal samen met het Politiek Forum van de PvdA, het advies van de commissie-De Boer indachtig, de komende tijd pogen een nieuwe PvdA-visie op de multiculturele samenleving op papier te krijgen. En de woorden van partijleider Bos indachtig: zelfs dan is de partij nog niet klaar. Oudkerk: «Er moet nog heel wat water door de Rijn stromen. Het is 2003 en we hebben net een voorzichtige stap gezet naar herstel van een enorme dreun. Alle mensen die denken dat 15 mei een rimpeling in de vijver was, moeten op cursus. Zonodig op straffe van sancties.»