Tema con variazioni

De PvdA is niet voor de leuk

De meest onthutsende scène in het portret dat Gerard van Westerloo van de PvdA-Tweede Kamerfractie heeft gemaakt (NRC) vond ik het collectieve afschieten van collega Thanasis Apostolou.

Het geschiedde op de vergadering waarin het wetsontwerp over euthanasie werd besproken. Wie klaagt er over de kleurloosheid van de Partij van de Arbeid? Aan de rand van de groeve zijn de dames en heren sociaal-democraten zo principieel als de pest. Behalve als het om het beginsel gaat een afwijkend standpunt in te nemen. Zo ondervond Apostolou, Griek van geboorte, die in de veronderstelling verkeerde dat men in het vrije Nederland, anders dan onder het Griekse kolonelsbewind, mag zeggen wat men wil. Jazeker, dat mag — behalve in de kamerfractie van de Partij van de Arbeid. Daar werd de potentiële dissident zo het vuur na aan de schenen gelegd dat hem op een gegeven moment het huilen nader stond dan het lachen.

Hij moest als soldaat in het Griekenland van de kolonels, zei hij na afloop tegen de verslaggever, «Leve de revolutie!» roepen en heeft daar nog steeds spijt van. Zou hij nu, in het vrije Nederland van Wim Kok, tegen zijn geweten in moeten stemmen?

Dus hij volhardde in zijn afwijkende standpunt, tot wilde woede van menige collega-parlementariër die snerend sprak van «die lariekoek over het geweten». Het is een interessante onthulling te midden van veel andere interessante onthullingen: in de moderne sociaal-democratie wordt een beroep op het geweten als «lariekoek» beschouwd.

«Nee», zei Thanasis Apostolou een dag na de stemming, «ik denk niet dat ze me de volgende keer hoog op de kandidatenlijst zullen zetten.»

Het speelde zich af in het najaar van 2000, toen de voorzitterscrisis in de Partij van de Arbeid op zijn hoogtepunt was. Het drama is in de drie weken dat Van Westerloo zich vrijelijk onder de fractieleden mocht bewegen blijkbaar niet ter sprake gekomen. Het interesseert de dames en heren volksvertegenwoordigers blijkbaar niet wat er elders in hun partij wordt gedacht en bedacht. Twee man maken de dienst uit: Wim Kok en Ad Melkert. De fractie bestaat uit stemvee. Het partij bestuur wordt geacht aan de leiband te lopen. De leden hebben de status van donateur zonder enige zeggenschap. De min of meer kritische partijbladen zijn opgeheven. Externe kritiek in dag- of weekbladen wordt schouderophalend («Ach, dat mens») afgedaan. De voertaal is «beleids-Esperanto», als je maar genoeg «doorakkert» en «afvinkt» word je vanzelf staatssecretaris van Justitie en als je ook maar een millimeter van de fractielijn afwijkt, krijg je Sharon Dijksma op je afgestuurd. Het is Brezjnev aan de Hofvijver. Het is het puurste democratisch-socialistische centralisme. Zelfs de CPN in haar meest stalinistische jaren was een wonder van openheid en flexibiliteit, vergeleken met de Partij van de Arbeid van thans.

Sharon Dijksma is de hofhond van het regime Kok-Melkert. In de kwestie-Apostolou was zij er «helemaal niet aan toe» iemand ruimte voor een tegenstem te geven. Eén keer dreigde zij voor de microfoon iets afwijkends te zeggen over de studiefinanciering. Nét op tijd werd zij door collega Tineke Netelenbos de fractiekamer binnengerukt. Zij is door Kok en Melkert uitverkoren om, als opvolger van de weggeïntrigeerde Marijke van Hees, voorzitter van het PvdA-bestuur te worden. Hier lijken Kok en Melkert hun hand te overspelen. Want de irritatie onder het PvdA-kader over «de dominante Haagse kliek» is groot, zodat het niet waarschijnlijk is dat iemand die hiervan duidelijk een representante is met unaniem gejuich zal worden binnengehaald, te meer omdat haar verkiezingsprogramma slechts vier letters omvat. Zij wil de PvdA weer l-e-u-k maken. De PvdA? Leuk? Alles is mogelijk in de Nederlandse politiek. De Partij van de Arbeid die met aartsvijand VVD coalieert. De ChristenUnie die zich sociaal gezien plotseling links van de sociaal-democratie pos teert. GroenLinks dat straks met het CDA in een centrum-linkse regering gaat zitten. Maar een Partij van de Arbeid waarin het «leuk» is behoort, partijgenoten, helaas tot de onmogelijkheden, zelfs als Youp van ’t Hek op elke PvdA-fractievergadering de dames en heren volksvertegenwoordigers met een pleeborstel onder de sociaal-democratische okselpartijen zou kietelen.

Dus provoceerden Kok en Melkert diverse tegenkandidaten, merendeels mensen die het betreuren dat de Partij van de Arbeid tot een «uitzendbureau voor kamerleden en een reclamebureau voor de lijst-Kok» is getransformeerd. Deze kwalificaties zijn afkomstig van Bart Tromp, hoofddocent politieke wetenschappen in Leiden en verklaard tegenstander van een politiek waarin de kiezers eerst met een fraai «beginselprogramma» worden gepaaid, waarna deze beginselen onmiddellijk op het altaar van de macht worden gemassacreerd. Hij heeft zelf een paar jaar deel uitgemaakt van het PvdA-bestuur en denkt daaraan met weinig genoegen terug: «Het partijbestuur is eigenlijk de meest oligarchische, inefficiënte club waar ik ooit heb ingezeten» (Tromp in 1983). Niettemin, daar kan iets aan veranderen. «Er moet een goede voorzitter komen die het als zijn taak beschouwt, niet om de een of andere ‹clique› te vertegenwoordigen, maar om de partij op een behoorlijke manier te leiden zonder dat-ie zijn eigen voorkeur daar te veel in laat mee spreken. Een volstrekt neutrale voorzitter is niet mogelijk en ook niet nodig, het gaat er maar om dat-ie de politiek van de partij via formele kanalen zo openbaar en controleerbaar mogelijk maakt» (Tromp in 1978).

Een kleine kwart eeuw later kandideert Bart Tromp zichzelf. Het lijkt een ongelijke strijd. Ogenschijnlijk heeft hij alles tegen: hij is een intellectueel die boeken leest en schrijft, hij heeft op een hinderlijke manier altijd gelijk, hij was aanwezig op de recente première van Richard Wagners elitaire opera Tristan und Isolde, zijn onbeteugelde tong is niet geneigd om welke partijgenoot ook te sparen. Hij vindt fatsoenlijk denken belangrijker dan politiek zaken doen. Bovenal wil hij de Partij van de Arbeid niet «leuk» maken, maar hertransformeren tot een serieuze politieke partij, waarin wordt gediscussieerd en nagedacht, en waarin Thanasis Apostolou vrijelijk mag verklaren dat hij tégen euthanasie is.

Bart Tromp is dus kansloos.