De pvda kan zich geen affaire veroorloven

De argumenten pro en contra het uitzetten van de familie Gümüs kennen wij zo langzamerhand wel. Die zullen straks weer in de Tweede Kamer worden herkauwd. In de discussie domineren de argumenten van diegenen die het schandalig vinden wat er dreigt te gebeuren.

Dat is op zichzelf geen criterium; voor hetzelfde geld blijkt de meerderheid van het volk voor de doodstraf en het afschaffen van de belastingen. In dit geval is er echter een verschil: de kwaliteit van de argumenten.
In feite is de zaak geëscaleerd toen de verantwoordelijke staatssecretaris Elisabeth Schmitz een week geleden met bloedend hart liet weten dat er ‘geen sprankje hoop’ was. Regels zijn regels. 'Ja, het is hard voor ze, opnieuw te moeten beginnen.’ Zij kreeg ’s anderendaags een ongelofelijk pak slaag van haar partijgenote Ed. van Thijn. 'Het is de uitleg van een ambtelijk woordvoerder die de goegemeente wegwijs probeert te maken in het doolhof van onwerkbare regelgeving. Het is niét de uitleg van een bewindsvrouw die, als belichaming van het primaat van de politiek, aanvoelt wat er in de samenleving leeft en recht laat prevaleren boven regelneverij.’
Waarom wordt er zo massaal pro de familie Gümüs gedemonstreerd? Om mevrouw Schmitz dwars te zitten. 'Is dit soort massale uitingen van multiculturele solidariteit niet juist een hoopgevende ontwikkeling, die de overheid zou moeten toejuichen in plaats van afstraffen en ontmoedigen?’ Kijk, hierom is de sociaal-democratie indertijd opgericht, ook al woonden de Turken toen nog veilig in Ankara en omgeving.
Inmiddels heeft Van Thijn gedemonstreerd dat het hem ernst is. Als de PvdA-fractie in de Tweede Kamer zich niet hard maakt voor een verblijfsvergunning van de familie Gümüs, stapt hij uit zijn partij, wat nogal een daad is voor iemand die reeds een mensenleven lang met de socialistische beweging getrouwd is.
Dus nu staat de zaak ècht op scherp. Hoewel dat door de verantwoordelijke PvdA-woordvoerder Th. Apostolou onmiddellijk werd ontkend. Het wàs helemaal niet Van Thijns bedoeling om met vertrekken te dreigen, sprak hij tandenklapperend. Hij wil alleen maar dat de Partij van de Arbeid 'zeer kritisch’ naar de kwestie kijkt . 'We doen dat ook.’
Er is voor een man als Van Thijn echter inmiddels geen weg terug meer, als hij dat al zou willen. Hetzelfde geldt voor de Partij van de Arbeid. Als straks, over een maand, de volksvertegenwoordiging over de affaire gaat discussiëren, kàn het niet alleen maar over het lot van die ene, keurig geïntegreerde, Turks-Nederlandse familie gaan. Dat zou een zaak van individueel, sentimenteel medelijden zijn, met alle verachtelijke aspecten van dien. Dus het moet ook gaan over die zestig vergelijkbare gevallen (keurige mensen, nèt niet door de bureaucraten in te schalen), die allemaal een generaal pardon moeten krijgen. Zoals er überhaupt reden is om ons 'moedig verwijderingsbeleid’ (term van Wim Kok) eens krachtig ter discussie te stellen. In het belang van ons nationale zelfrespect en in het belang van de Partij van de Arbeid zelf, die zich na het WAO-schandaal, op straffe van verdere decimering, geen affaire-Gümüs kan veroorloven.