Profiel: Commissaris Ad Smit

De Rambo van de Lijnbaansgracht

Vrijstad Amsterdam, de kashba van Europa, is niet meer hetzelfde sinds commissaris Ad Smit chef is van de politie in de binnenstad. Aan de orde van de dag zijn de grootscheepse verkeerscontroles — opmerkelijk genoeg gepresenteerd als «Europese controles», wat dat ook betekenen mag — waarbij alles en iedereen in grote verkeersfuiken van de politie wordt geloodst. Het prettige van deze grootscheepse acties is dat iedereen kan worden aangehouden. Dat is bijvoorbeeld heel gemakkelijk bij het vinden van illegalen. Die acties worden telkens geleid door Ad Smit, die daar heel triomfantelijk bij pleegt te staan, buik naar voren, de ogen samengeknepen in een blik die vóór alles een fundamenteel wantrouwen tegen het niet-geüniformeerde gedeelte van de wereldbevolking verraadt.

Amsterdam is anno 2000 veranderd in een Chicago aan de Amstel. Liquidaties, schietpartijen en gewapende overvallen zijn aan de orde van de dag. Het is het klimaat waarin Ad Smit zich als een vis in het water voelt. Dit is zijn hoogseizoen, het moment dat zijn ster kan stralen. Regelmatig haalt hij de plaatselijke pers met weer een opvallend optreden.

Nog maar net aangesteld als chef binnenstad gaf hij twee jaar geleden zijn visitekaartje af door een houseparty van krakers in een tent aan het Noordzeekanaal binnen te vallen en alles wat hij voor de voeten kreeg omver te schoppen, inclusief een hond van een der aanwezigen die zich op zijn been had gestort. «Het leek wel een razzia», aldus een van de belaagde krakers. «Ze dreven ons in linie op en als het niet snel genoeg ging naar hun zin, sloegen ze of duwden ze je in de modder.» De kenners weten dan genoeg: een dergelijk optreden draagt onveranderlijk de signatuur van Ad Smit, de Rambo van de Lijnbaansgracht, op wie het politie-uniform naar eigen zeggen al op zeer jonge leeftijd een onweer staanbare aantrekkingskracht uitoefende.

Smit pareerde alle kritiek op zijn optreden tegen de houseparty met de hem kenmerkende stoïcijnse houding. «Als die gasten zeggen dat ze dizzy waren, was dat niet door de tikken die ze kregen, maar door de onvoorstelbare hoeveelheden drank en pillen die ze naar binnen hadden gewerkt. Ze liepen rond met pupillen als dobbelstenen, sommigen waren helemaal van de wereld.» In zo'n uitspraak zit het hele wereldbeeld van Smit compact verwerkt: de politie als laatste rots in de branding in een wereld die aan drugsslikkend werkschuw tuig ten onder gaat. Enige jaren geleden was het nog niet salonfähig om het zo te verwoorden, vandaag de dag is het mode.

Het brengt met zich mee dat Ad Smit langzaam is geëvolueerd van een verborgen spook op de politiezolder tot een waar idool, op handen gedragen door zijn chefs, die in hem hun belangrijkste wapen zien. Ook onder de steeds verbolgener bevolking van de binnenstad kreeg Smit een soort helden status. Hij was de man die ervoor zou zorgen dat de portieken niet langer zouden worden ondergeplast dan wel -gescheten door het lompenproletariaat van het hedendaagse junkendom.

De roep om harde actie vanuit de vroeger zo liberale binnenstadbevolking gaat zelfs Smit af en toe te ver. Enkele weken geleden verklaarde hij in Het Parool dat de tolerantie in hartje Mokum zelfs voor zijn begrippen wel erg mager aan het worden was. «Het is hier geen Jipsingboertange», verklaarde de chef binnenstad bij die gelegenheid. Het leverde hem de nodige boze ingezonden brieven op.

Ook helemaal in zijn element was Smit tijdens de Amsterdamse Eurotop van 1997, waar hij zijn oude vendettagevoelens ten opzichte van de autonomen eens helemaal kon botvieren met massale arrestaties op grond van een bijzondere noodverordening. Het regende ongeoorloofde arrestaties, de grondwet delfde van alle kanten het onderspit, maar de deelnemers aan de Eurotop konden in ieder geval zonder hanenkammen in de nek ongestoord een vorkje prikken in de Eurotenten aan het Frederiksplein, en daar ging het allemaal om. Weer kreeg Ad Smit een plusje in zijn dossier.

Niemand ontkomt aan de toorn van Ad Smit, de gesel van Amsterdam. De Amsterdamse jeugd kent hem vooral als de man die de deuren van discotheek iT aan het Rembrandtplein liet dichttimmeren. In juli werd hij nog aangeklaagd door de advocaat van een demonstrant voor een autovrij Amsterdam, die met kenmerkend Smit-geweld op het Spui van zijn fiets was gemept. Het Parool sprak bij die gelegenheid over het «harde politieoptreden onder leiding van de obsessieve binnenstadcommissaris Ad Smit».

Ook bij het ontruimen van kraakpanden is Smit steevast van de partij, ook al dwingt zijn huidige positie hem helemaal niet om vóór in de rijen te lopen. Maar deze commissaris ontleent nu eenmaal een zeer persoonlijk lustgevoel aan het betere actiewerk. Veel klachten oogstte zijn optreden tijdens het ontzetten van de verdrukte Vlaams Blok-baas Filip Dewinter in de studio van Buitenhof. Ook daar vielen weer extreem veel klappen, helemaal in harmonie met Smits opvattingen dat elke betoging in principe uit elkaar dient te worden geramd

Verleden week donderdag haalde Smit weer de kranten na een wilde achtervolging door Amsterdam-West, die bekroond werd met een onvervalste wildwest-achtige schietpartij op de Willem de Zwijgerlaan. Twee mannen die het Albert Heijn-filiaal pal bij de Dam hadden overvallen, gewapend met kleine mitrailleurs, kaapten een auto en probeerden te ontkomen aan hun achtervolgers, onder wie Ad Smit, die onmiddellijk in zijn auto was gesprongen toen hij het bericht op de politiemobilofoon had gehoord. Trots meldde de commissaris later aan de media dat zijn wagen als eerste was geraakt door de wild om zich heen schietende overvallers. Smit en zijn mannen schoten terug, hetgeen die ochtend een fraai aangezicht moet hebben geboden. Een van de overvallers werd door de politie neergeschoten. Het mag een wonder heten dat tijdens de schietpartij geen omstanders werden geraakt.

Nadat de kruitdampen waren opgetrokken liet een tevreden Ad Smit zich interviewen. «Ik wil niet weer op een voetstuk staan», sprak hij bescheiden. Niettemin was zijn bekendheid als Amsterdams crime fighter nummer één weer behoorlijk toegenomen.

Enkele dagen later beleefde de woelige carrière van Ad Smit opnieuw een orgastisch hoogtepunt. Voorzien van een carte blanche van zijn directe chef Joop van Riessen, die al sinds Smits verblijf in de Bijlmermeer als zijn persoonlijke beschermengel fungeert, mocht Smit zich aan het hoofd stellen van een speciale actie tegen «de georganiseerde criminaliteit» van Amsterdam. Pal aan het begin van de heilige islamitische vastenmaand de Ramadan stormden Smit en zijn gevolg een moskee aan de Zeeburgerdijk binnen, een actie die in het geheel niets opleverde, behalve dat de vondst van «Grijze Wolven-materiaal» werd gemeld, hetgeen een zo breed begrip is dat alles eronder kan vallen, dus ook een of ander boekwerkje over deze beruchte clan van Turkse ultranationalisten dat men eveneens in de Openbare Bibliotheek zou kunnen aantreffen.

Ook enkele Joegoslavische restaurants moesten het ontgelden, in het kader van het nieuwe volksgeloof dat achter iedere allochtoon uit de Balkan minstens een kist handgranaten en een partij baby-uzi’s staat. Het nettoresultaat van deze grootscheepse politieactie was minimaal. Maar het ging dan ook met name om het publicitaire effect, een campagne die het huidige streven van de Amsterdamse korpsleiding naar een nieuwe «maffiawet» kracht moest bijzetten.

Die nieuwe wet zou vooral impliceren dat de strenge regels die de commissie-Van Traa aan de opsporingsambtenaren voorschreef, onverwijld in de prullenbak kunnen worden gedeponeerd als een nodeloos remmend keurslijf. De politie anno 2000 heeft vrijheid nodig, veel vrijheid. Ziedaar de achtergrond die essentieel is voor de huidige onstuitbare opkomst van het fenomeen Ad Smit.

De spijkerharde law and order-man fungeert als de pitbull van hoofdcommissaris Jelle Kuiper, de zwaarmoedige opvolger van Ernst Nordholt die als levenstaak op zich heeft genomen de droom van een getemd Amsterdam, zonder wildplassers en graffitispuiters. Ad Smit, alias Ad Latjes, is de man die deze droom in de praktijk moet brengen. Hij doet dat met absolute overgave, zoals hij eerder, begin jaren tachtig, ook een totale levensvervulling zag in zijn leiderschap over een speciale arrestatie-eenheid van de Mobiele Eenheid, een alom gevreesde geheime unit die in bruine Volkswagenbusjes in toenmalige krakerscentra als de Staatsliedenbuurt opereerde.

Rond Smit hangt vanaf het prille begin van zijn loopbaan een dreigend aura van buitensporig geweld. Zijn dossier bij het Amsterdamse meldpunt voor klachten over al te uitbundig optreden van politieagenten is vuistdik. Het overgrote deel van de klachten is gerelateerd aan de donkere dagen rond de dood van Hans Kok, toen de uit het van oudsher hardvochtige Rotterdam overgekomen Smit en zijn speciale eenheid met bivakmutsen over hun hoofd een geheel nieuwe dimensie gaven aan het Amsterdamse opsporingsbeleid.

Ad Smit was de «Dirty Harry» van het hoofdstedelijke politiekorps, de speciale joker die werd getrokken als orthodoxe methodes niet meer mochten baten. Zo werd hij ingezet bij de opsporing van de makers van een krakersposter waarin «de moordenaars van Hans Kok» met persoonlijke represailles werden bedreigd, de beruchte «Wij pakken jullie»-poster. Als agenten worden bedreigd, is de stelregel dat alles geoorloofd is, en in zo'n geval werd een beroep gedaan op Ad Smit, de boze dondergod. De advocaten van de krakers bombardeerden de rechterlijke macht met klachten over de «Zuid-Afrikaanse methodes» van Smit en zijn speciale eenheid, klachten die met ijzeren regelmaat in de bureaulade van het Openbaar Ministerie verdwenen.

Medio jaren tachtig was Ad Smit met stip de meest beruchte agent van Amsterdam geworden, waarna zijn superieuren het raadzamer achtten hem even uit de schijnwerpers te halen. Smit kreeg een nieuwe functie in de Bijlmermeer, het Siberië van het Amsterdamse politie-universum. Ook daar ging het in een mum van tijd geheel fout. Weer regende het klachten over excessief politieoptreden. Smit werd losgelaten op de junkies van Ganzenhoef. In de praktijk kwam het erop neer dat iedereen die zwart was en rondhing in het probleemgebied in principe vogelvrij was.

Historisch dieptepunt was een massale actie van de politie van Ganzenhoef waarbij iedereen met een kleurtje in principe als een drugsdealer gold, dus ook moeders met kinderwagens. Ook de teddybeer van de baby kon in principe tjokvol heroïne zitten. Zulks is uiteindelijk de rode draad in het door fundamenteel wantrouwen voortgestuwde wereldbeeld van Ad Smit.

Tragisch dieptepunt van de actie bij Ganzenhoef was het moment dat er ook een zwarte agent in burger werd gearresteerd als potentiële dealer. Het toonde vooral aan dat de methode-Smit zich in het bijzonder toesneed op eenieder die zich niet geheel roomblank door de Bijlmer voortbewoog. De Surinaamse gemeenschap van de Bijlmermeer besloot het niet te pikken. Gesproken werd over een cruciale deuk in het vertrouwen van de plaatselijke bevolking in de etnische onbevooroordeeldheid van de politie. In werkelijkheid ging het vooral om afschuw voor het rauwe, bijna Amerikaanse optreden van Ad Smit.

De Haarlemse rechter De Beaufort werd aangewezen als de man die het vertrouwen weer moest herstellen. Dat geschiedde via een estafette van zeer moeizame vergaderingen in Cultureel Centrum Ganzenhoef, waar de Surinaamse organisaties steen en been klaagden over de onacceptabel ruwe methodes van Smit. Wederom werd Smit uit de wind gehouden door zijn chefs. Hij werd gepromoveerd tot commissaris, zodat hij, gezeten achter een bureau, in elk geval geen kwaad meer kon doen op straat.

In februari 1998 werd de tijd rijp geacht om Ad Smit uit zijn isolement in Amsterdam-Zuidoost te halen. «De Bijlmer is voor de politie geen strafkolonie meer», zo omschreef Smit het door hem behaalde resultaat in het zevende district. Als nieuwe held werd hij naar het crisisgebied in de Amsterdamse binnenstad gehaald. Blijkbaar werd er vanuit gegaan dat zijn oude agressieve imago inmiddels wel door de Amsterdammers vergeten zou zijn. Of misschien werd het juist als een pluspunt gezien, in het kader van de «heropvoeding» van de Amsterdamse bevolking waar hoofdcommissaris Kuiper de mond vol van had.

Met de komst van Smit kwam de boel zoals te verwachten op scherp te staan. Smit maakte er een soort persoonlijke kruistocht van, ook tegenover de kleine overtreders. «Bijvoorbeeld zo'n lamstraal die tegen een telefoonpaal staat te pissen, omdat-ie te beroerd is een paar meter naar de toiletten te lopen», zoals hij het zelf verwoordde.

Een enthousiastere commissaris heeft de Amsterdamse binnenstad in elk geval nog nooit gekend. Voor hem is het niet gewoon een baan, het is een heilige missie. Bij voortduring van het huidige criminele hoogseizoen zijn er vrijwel geen limieten meer aan de carrièremogelijkheden van Ad Smit. Wie weet brengt hij het zelfs tot hoofdcommissaris, om nog maar te zwijgen van de perspectieven die zich aandienen als het gekozen burgemeesterschap er straks toch nog komt. De Amsterdammer die dan nog een avondje ruig wil stappen, zal dan vermoedelijk moeten uitwijken naar Jipsingboertange.