De ramp van de roes

IN DE EERSTE vertaling, uit 1966, van Under the Volcano (1947) van de Engelse schrijver Malcolm Lowry staat een aanstekelijk voorwoord van vertaler John Vandenbergh. Daarin geeft Vandenbergh - die als vertaler pionierswerk verrichtte door onder meer Ulysses van James Joyce, romans van William Faulkner en Het dagboek van Albion Moonlight van Kenneth Patchen in de Nederlandse taal te introduceren - niet alleen broodnodige biografische informatie over Lowry, hij plaatst de roman ook in de avantgardistische literaire traditie van die tijd: ‘Zeker is echter dat dit uitzonderlijke boek grote invloed heeft gehad op althans één Nederlandse schrijver, te weten Bert Schierbeek. (Kan het zijn dat veel dat men in Schierbeeks werk joyceaans vindt via Lowry tot stand is gekomen?)’

Vandenbergh, goed op de hoogte van de Amerikaanse literatuur, zag in het spoor van een reeks academici grote overeenkomsten tussen Under the Volcano en The Snows of Kilimanjaro van Ernest Hemingway. Immers, in beide romans sterft de hoofdpersoon in de buurt van een vulkaan, speelt een vrouw een dramatische rol en overziet de held zijn leven, zijn verleden dat hem kwelt, dat duister en tastbaar is en een beschuldigende vinger naar hem uitsteekt. Vandenbergh slaat Lowry veel hoger aan dan Hemingway, die hij eentonig, karig, oppervlakkig en ongenuanceerd vindt. Aan het slot van The Snows of Kilimanjaro vliegt Hemingways held naar de top, terwijl Lowry’s protagonist als een hond wordt afgemaakt en in een ravijn gegooid: ‘Wat een gore manier om dood te gaan.’ Dat is natuurlijk een lekker bekkende zin, maar staat het er in het Engels wel (waarmee ik Vandenberghs vertaalprestatie overigens niet achteraf wil bagatelliseren)? ’(T)his is a dingy way to die.’ Dingy heeft twee soorten betekenissen: smerig, smoezelig, groezelig, vuil (maar valt daar het figuurlijke 'goor’ van Vandenbergh onder?); of sjofel, armoedig, afgedragen. Sinds een maand is er een tweede Nederlandse vertaling van Under the Volcano, van Peter Bergsma, die zijn sporen als vertaler al ruimschoots heeft verdiend door zijn Nederlandse versies van romans van J. Coetzee, Mark Twain, Thomas Pynchon, Vladimir Nabokov, Matt Cohen, John Hawkes en vele anderen. Bergsma kiest voor de tweede betekenis van dingy bij zijn vertaling: 'Dit is wel een armetierige manier om dood te gaan.’ Hij voegt het woordje 'wel’ in, kiest voor een andere toon en blijft dichter bij de tekst ('dit is…’). En dat maakt meteen het grootste verschil uit tussen de vertaalpraktijk van 1966 en die van dertig jaar later. Laten we zeggen dat Vandenbergh veel 'losser’ vertaalde. Peter Bergsma is veel dichter bij de Engelse tekst gebleven en weet tegelijkertijd de talrijke woordspelingen van Malcolm Lowry op virtuoze wijze naar zijn vertaalhand te zetten (net als de limericks van Pynchon in Gravity’s Rainbow) en een zinnige, nieuwe betekenis mee te geven. Bijvoorbeeld: 'The way he pronounced “vocabulary” to rhyme with “foolery”, or “bible” with “runcible”. Runcible spoon.’ In het Nederlands wordt dat: 'Hoe zijn uitspraak van “larie” rijmde op “Marie” en die van “bijbel” op “vrijwel”. De bijbel vindt Marie vrijwel larie.’ De laatste zin weerspiegelt het wanhopige ongeloof waarmee de hoofdpersoon in Onder de vulkaan worstelt, een drankzuchtige consul in Mexico wiens baantje en huwelijk zijn opgeheven. Tweede voorbeeld: ’“Yes, I’m on the wagon now,” he commented, “in case you didn’t know.” “The funeral wagon, I’d say, Firmin,” Mr. Quincey muttered testily.’ Bergsma’s Nederlandse variant luidt: ’“Ja, ik ben nu van de blauwe knoop,” verklaarde hij, “voor het geval je dat nog niet wist.” “De blauwe dood, zal je bedoelen, Firmin,” mompelde Quincey korzelig.’ Alcoholisme en sterven, op elke bladzijde van Onder de vulkaan waren de drank en de dood rond. De vertaler maakt dus niet alleen Nederlands van wat er staat, maar hij begrijpt ook de grote thematiek van de roman die hij onder handen heeft, en hij presenteert met dat inzicht vertaalvondsten op plekken waar een letterlijke vertaling geen zinvolle betekenis oplevert. Peter Bergsma laat met zijn vertaling van Under the Volcano zien wat een uitstekende vertaler uit de oorspronkelijke tekst kan halen. Ondertussen kent de Nederlandse lezer de weelde van twee vertalingen van een meesterwerk. Bergsma’s vertaling wordt uitgeleid door een sublieme brief uit 1946 van Malcolm Lowry aan zijn uitgever Jonathan Cape, waarin hij het stupide leesrapport over de roman dat Cape hem had toegestuurd (het boek is te langdradig; de karaktertekening te zwak; excentrieke woordenkramerij en veel gedoe met innerlijke monologen; de dronkemansgedachten te lang en te onvoorspellend, enz.) onsterfelijk belachelijk maakt en hij de lezer tegelijkertijd een kijkje gunt in de keuken van de schrijver. ONDER DE VULKAAN is één grote sterfscène maar ook een langgerekt en in drank ondergedompeld memento mori. Er gaat niet alleen een mens dood, de hele wereld lijkt eraan te gaan. De roman is meer dan een optelsom van Faulkners obsessie voor het voorbije en het speels-fanatieke taalbewustzijn van Joyce. Het boek begint bij het einde van het verhaal, op Allerzielen van het jaar 1939, de Dag der Doden die op 2 november valt. Daarna springt de vertelling precies een jaar terug - 2 november 1938, een week voor de Kristallnacht - zodat de roman één grote flashback wordt. De Tweede Wereldoorlog staat voor de deur, ondanks Chamberlains papieren overeenkomst met Hitler ('Peace for our time’); de Spaanse Burgeroorlog is bijna gewonnen door Franco. De spengleriaanse Ondergang van het Avondland is in volle gang. Volksfronten scheuren, democratieën gaan tot ontbinding over. Alle pogingen om 'opwaarts te streven’ zijn voorlopig gedoemd te mislukken. De vleugels zijn verlamd of verbrand. Faust duikt de aarde in: 'Aanschouw zijn helse val.’ (Marlowe). Maar Lowry’s roman is meer dan een Elizabethaans drama, meer dan een variant op Cervantes’ dolende en hallucinerende ridder Quichot. In zijn roman kunnen leven en dood, oorlog en vrede, opstanding en kruisiging, heden en verleden, hemel en hel niet zonder elkaar. En de liefde, de enige gemoedsbeweging die de aarde nog draaiend kan houden, weet in haar benevelde wanhoop niet meer waar zij het zoeken moet. In het katholieke Mexico - het land dat zo vrolijk zijn afstervende indiaanse verleden ('de dood die onder alles schuilging’) wil vergeten - is het kermis, fiesta, een vrije dag om alle doden te kunnen herdenken. Geoffrey Firmin is de hoofdpersoon, een Britse ex-consul omdat Engeland de diplomatieke betrekkingen met Mexico heeft verbroken, een alcoholist die drinkt 'om het eeuwige sacrament’ te ontvangen en zijn sterven nog even uit te stellen. Achter de klapdeurtjes van de cantina zoekt hij alle mysterie, alle hoop, alle teleurstelling en onheil. De consul wankelt op de rand van de afgrond. De terugkeer van zijn weggelopen vrouw Yvonne en het gezelschap van zijn halfbroer Hugh - een Hemingway-achtige journalist en salonrevolutionair met volksfronterige sentimenten die even met de Spaanse Burgeroorlog heeft meegedaan - brengen geen verbetering. Zijn zelfdestructieve neigingen kan hij niet onderdrukken. Joseph Conrad zakte af naar Belgisch Kongo, naar het hart van de duisternis; Lowry raakte in zijn zucht naar het zuiden verzeild in Mexico. Daar ontstond Onder de vulkaan, een roman in twaalf strak gecomponeerde hoofdstukken vanuit vier perspectieven, een stad der vernietiging waarin de mens 'een klein zieltje’ is 'dat een lijk rechtop helpt staan’. Vlak nadat Yvonne bij hem is teruggekeerd, staat Geoffrey Firmin in de verwilderde tuin voor zijn huis. Hij heeft al in tien minuten niets alcoholisch gedronken. De tequila is uitgewerkt en de duiveltjes trompetteren in zijn oren. Waarop deze prachtige zin volgt: 'Hij had naar de tuin gegluurd, en het was alsof er stukjes van zijn oogleden waren afgebrokkeld die nu voor hem fladderden en dwarrelden, in nerveuze vormen en schaduwen veranderden, opspringend bij het schuldbewuste gekakel in zijn hoofd, nog niet echt stemmen, maar ze kwamen terug, ze kwamen terug; het beeld van zijn ziel als een stad kwam hem opnieuw voor ogen, maar ditmaal een stad die verwoest en geteisterd was op het zwarte pad van zijn onmatigheid, en terwijl hij zijn brandende ogen sloot had hij aan dat prachtig functionerende systeem gedacht van degenen die werkelijk leefden, de schakelaars aangesloten, de zenuwen alleen bij echt gevaar onder spanning, en in nachtmerrieloze slaap nu kalm, niet rustend en toch in rust: een vredig dorpje.’ In de tierra caliente van de naar het hogere strevende mensenziel woedt een oorlog, en er bestaat geen vrede 'die niet volledig tol moet betalen aan de hel’. ONDER DE VULKAAN is de dodendans van Malcolm Lowry. In zijn roman lijken hemel en hel soms zo op elkaar dat vallen vliegen lijkt en 'opwaarts streven’ vaak in een neerwaartse spiraal terechtkomt. Alleen de dieren, die niet belast en beladen zijn door het verleden, lijken waarlijk vrij te zijn. Zij hebben immers geen ziel die hen kwelt. Het lokkende en gevreesde ravijn vergelijkt Lowry met een hongerige aalscholver. De andere vogels die als levende zwaarden van Damocles boven het hoofd van de ex-consul, zijn ex-vrouw en zijn halfbroer en ex-revolutionair hangen, zijn gieren, die helse vogels van Prometheus die, net als de menselijke geest in Onder de vulkaan, opbloeien in de schaduw van het abattoir. Zij zijn de medereizigers die alleen maar op de bekrachtiging van de dood wachten. Het stadje waar de roman zich grotendeels afspeelt, Quauhnahuac, is als de tijd. Om elke hoek wacht de afgrond. Het Mexicaanse plaatsje met de twee sluimerende vulkanen is een 'slaapzaal voor gieren en de Moloch van de Grote Stad’. De paarden die worden bereden of op hol slaan en dood en verderf zaaien, zijn niet alleen het oersymbool van mannelijkheid. Lowry citeert Goethe, volgens wie het paard, de vrijheid moe, zich liet zadelen en breidelen 'en werd doodgereden als dank voor zijn moeite’. De Pegasus-mythe komt al in het eerste hoofdstuk aan de orde. Als filmregisseur M. Laruelle tijdens een met veel reflectie en terugblikken gepaard gaande wandeling in de omgeving, door de twee vulkanen als waakhonden in de gaten gehouden, omhoog kijkt, ziet hij de dreigende wolken 'als donkere snelle paarden die de hemel bestormden. Een zwart onweer dat buiten de geëigende tijd losbrak! Zo was de liefde, dacht hij: de liefde die te laat kwam.’ Yvonne, in de avondlijke duisternis lopend op een bospad dat door een omgevallen boom versperd is, op zoek naar haar ex-consul, wordt door een op hol geslagen paard onder de voet gelopen en stijgt hemelwaarts. Datzelfde paard was bezit geweest van een door de Unión Militar - een politieke gangsterbende met nazi-trekjes - vermoorde indiaan en vormde nog geen tien minuten voordat het Yvonne doodde aanleiding voor de moord op Geoffrey Firmin. Eerder die dag, wanneer een uitgehongerde straathond hem de kroeg in volgt, denkt de ex-consul dat dit dier een mens zonder ideeën is. En het is zo'n hond die hem tot het bittere einde volgt. In mescalkroeg, hoerenkast en centrum van Unión Militar Farolito ('Vuurtoren’) legt de ex-consul zijn identiteit af, geeft hij zich voor een ander uit - William Blackstone, die de Puriteinen verliet om onder de indianen te gaan leven - en wordt hij slachtoffer van paranoïde politieke krachten. In de slotzin van Onder de vulkaan is de neergang volledig. Iedereen en alles heeft de bodem van het bestaan bereikt. 'Iemand gooide een dode hond achter hem aan in het ravijn.’ Het is een knipoog naar en een hommage aan Kafka’s Het proces, waarin K. wordt afgemaakt 'als een hond’. Waarna het Inferno van de alcohol, de ramp van de roes, de litanie van de liefde en haat, het labyrint van de alcoholverslaving, het opstaan en neervallen opnieuw kan beginnen. Want Onder de vulkaan is één lange sterfscène, een eeuwige doodsstrijd van de mens, van de twintigste eeuw, van de wereld. Maar vergis u niet, Malcolm Lowry’s magistrale boek is ook een politieke roman. Filmregisseur M. Laruelle speelt in het eerste hoofdstuk met de gedachte in Frankrijk een moderne filmversie te maken van het Faust-verhaal 'met een soort Trotski als hoofdpersoon…’ De politieke moord op Allerzielen 1938, na een reeks misverstanden, op ex-consul Geoffrey Firmin wijst nadrukkelijk vooruit naar de succesvolle aanslag twee jaar later op Trotski, in Mexico. Die werd echter niet door nazi’s gepleegd maar door handlangers van Stalin.