Hoofdcommentaar

De rapen van Davids

MEESTER DAVIDS KRIJGT bij zijn onderzoek toegang tot alle informatie waartoe hij en zijn commissie toegang willen hebben‚ zei premier Balkenende begin februari, toen hij bekendmaakte dat de onafhankelijke commissie-Davids onderzoek zou gaan doen naar de Nederlandse steun aan de oorlog tegen Irak. Afgelopen week werd echter het protocol bekend dat bepaalt hoe de commissie dient om te gaan met vertrouwelijke informatie.
Daaruit blijkt dat Davids wordt beknot. De ministers die voor de veiligheidsdiensten verantwoordelijk zijn (onder wie de premier) kunnen besluiten dat staatsgeheime informatie niet gebruikt mag worden. Vóór publicatie moet het onderzoeksverslag zelfs ter controle aan hen worden voorgelegd. Willen zij schrappen, dan volgt overleg met Davids, maar het is duidelijk wie aan de touwtjes trekt. Tot het moment dat de minister heeft ingestemd, blijft openbaarmaking achterwege, zo luidt punt 9 van het protocol. Volgens Davids moet dat niet te kwader trouw worden uitgelegd. Hij gaat ervan uit dat hij inzage krijgt in alle informatie, ook als hij die niet mag gebruiken, zei hij bij de VPRO op Radio 1. ‘Wat denkt u als ik meld bij de presentatie dat we een bepaald stuk niet hebben mogen inzien, zijn de rapen dan gaar of niet?’
En of die gaar zijn. Maar de waarheid weten we dan nog steeds niet. De ironie wil namelijk dat Davids nu in de rol wordt gedwongen die destijds de regering speelde. Ook Davids kent straks de inhoud van geheime rapportages, maar zal die niet bekendmaken. Hij zal er hooguit iets algemeens over zeggen, zoals: het is mijn indruk dat de diensten genuanceerd hebben bericht. Of het klopt wat hij zegt, of hij de juiste rapportages heeft gezien, of er zaken voor hem zijn weggehouden, we zullen het niet weten. Zal Willibrord Davids bij de presentatie van het rapport werkelijk durven melden dat hij zich in de wielen heeft laten rijden en dus gefaald heeft? Het is een sterke menselijke neiging iets waarvoor hard is gewerkt te willen vrijwaren van kritiek. We moeten er maar op vertrouwen. En daar ligt nu juist het probleem. Niet harde empirie maar boterzacht vertrouwen zal met dit protocol de waarde bepalen van Davids’ onderzoek, en dat vertrouwen is in de afgelopen zes jaar maar al te vaak geschonden.
Neem de positie van het PVDA. Die partij heeft in de kwestie-Irak haar aanhang zo vaak op het verkeerde been gezet dat je er duizelig van wordt. Eerst verleent de partij politieke steun aan de oorlog, vervolgens – als regeringsdeelname uitblijft – vecht ze voor openheid over de Nederlandse rol, en uiteindelijk – om in de regering te komen – legt ze zich neer bij Balkenende’s verbod op een onderzoek. In het debat naar aanleiding van de instelling van de commissie-Davids herpakte de partij zich toen fractievoorzitter Mariëtte Hamer de premier dwong een parlementaire enquête na de commissie-Davids niet uit te sluiten. Nu echter zwaait de pendule weer de andere kant op. Zelfs PVDA-minister Bert Koenders, ooit onvermoeibaar strijdend voor een parlementaire enquête, toont begrip voor de restricties.
Met dit protocol verliest het onderzoek veel van zijn potentiële waarde. Als de PVDA werkelijk de waarheid op tafel wil, zou ze zich er met hand en tand tegen moeten verzetten. Schrale troost: commissievoorzitter Davids hintte op de radio meermaals op het opnemen van staatsgeheime informatie in een geheim deel van zijn rapport. En dat lekt altijd uit.