De rapen zijn gaarder

Dhelft, Gerrits, Giphart e.a.
Leven in technologie: Korte verhalen voor de nabije toekomst
Nijgh & Van Ditmar/XS4ALL, 80 blz., € 5,-

Beter dan non-fictie – want per definitie gebonden aan de barre feiten – leent literatuur zich voor toekomstvisioenen. Schrijvers als George Orwell (1984), Aldous Huxley (Brave New World), Margaret Atwood (The Handmaid’s Tale) en Kazuo Ishiguro (Never Let Me Go) laten overtuigend zien dat visioenen pas aankomen als ze een tijdloze snaar raken. Vooral Ishiguro schreef een onvergetelijk mooie roman die een griezelig beeld schetst van hoe ver het ooit kan komen met genetische manipulatie, maar die au fond toch ‘gewoon’ over liefde en verlies gaat. Nu is het natuurlijk belachelijk om met zulke zwaargewichten te komen aanzetten in een bespreking van een kleine bundel met toekomstverhalen van overwegend beginnende schrijvers, maar ik kon het niet laten. Vooral omdat ik ongeveer gelijktijdig met deze verhalen een artikel in de New York Review of Books las van Janet Malcolm over de gevaren van e-mail. Haar conclusie luidt dat alleen de huidige, van geen brievenbus wetende twaalfjarigen de kunst beheersen te e-mailen zonder schade te veroorzaken. En opeens daagde het me: waar ‘vroeger’ toekomstscenario’s focusten op de toenemende macht en onzichtbare controle van de staat, gaat het tegenwoordig veel meer over het individu versus zijn omgeving. Alle technologie ooit ontworpen voor persoonlijk gemak gaat zo langzamerhand een eigen leven leiden, met alle risico’s van dien. Eén heetgebakerde druk op de verzendtoets en de rapen zijn gaarder dan je ooit echt wenste. Eén snelle Google-ronde, en je belandt in het verslag van een personeelsuitje van een vroegere geliefde, met foto’s en al. Om nog maar iets betrekkelijk onschuldigs te noemen.

Op de achterflap van Korte verhalen voor de nabije toekomst staat vermeld dat de auteurs zijn opgegroeid met nieuwe media, en dat het schrijvers zijn ‘voor wie msn-en even vanzelfsprekend is als fietsen’. Toch wekken hun verhalen de indruk dat ze bang zijn voor de loop die de nieuwe media uiteindelijk met hen/ons zullen nemen. De meest geslaagde verhalen, van Robbert Welagen, Niels ’t Hooft en Jonathan van het Reve, appelleren aan deze angst, door een volkomen herkenbare situatie met de introductie van een nieuw snufje uit de bocht te laten vliegen. Origineler nog, en griezeliger, schetst Karin Giphart een nabije toekomst waarin het onderbewuste het dankzij een ingebouwde computer voor het zeggen krijgt. Karin Spaink blaast de aloude Orwell-nachtmerrie (‘Big Brother is watching you’) op microniveau een geestig nieuw leven in. Eén ding wordt duidelijk: wie nog geheimen wil koesteren, moet snel zijn.