De reactie van politici op ‘Utrecht’ móet geruststellen

Aanslag of moordpartij? We kunnen er niet omheen dat het antwoord op die vraag een belangrijke rol speelt in hoe de samenleving reageert op een schietpartij zoals in de Utrechtse tram begin deze week. Een aanslag, van welke kant de kogels ook komen, is méér dan een afschuwelijke moordpartij, het is bewust een schending van onze samenleving als geheel, met het doel die te ontwrichten, een lesje te leren.

Dat kan zijn uit angst voor de islam, zoals vorige week in de moskeeën in het Nieuw-Zeelandse Christchurch. Of uit woede over onze westerse manier van leven, zoals in de Parijse concertzaal Bataclan drie jaar geleden. In beide gevallen voelt een aanslag daarom beangstigender en bedreigender dan wanneer het om een moordpartij gaat.

En daarom willen we antwoord op die vraag. In de hoop dat we gerustgesteld worden. Maar zeker kort na een schietpartij in de publieke ruimte, zoals in Utrecht, tasten de autoriteiten nog in het duister. Wachten tot ze het definitieve antwoord hebben op die vraag kan echter niet. Dus waden ze aanvankelijk door dikke mist, gebruik makend van de informatie die beetje bij beetje naar buiten komt. Niks zeggen is geen optie. Want binnen de kortste keren zijn het dan de sociale media die de toon zetten en de temperatuur in de samenleving mogelijk tot het kookpunt brengen.

Wilders’ optreden verbleekt bij dat van de Turkse president Erdogan

Dus als de foto van de vermoedelijke dader een Turks-Nederlandse achtergrond laat zien, en dat gecombineerd wordt met het gegeven dat de schietpartij in de publieke ruimte plaatsvond en er ook een getuige meende dat de dader Allah aanriep, dan kunnen de autoriteiten niet anders dan de mogelijkheid van een terroristische aanslag openhouden. En oproepen de kalmte te bewaren en eraan herinneren dat de rechtsstaat ‘sterker is dan fanatisme en geweld’, zoals minister-president Mark Rutte deed.

Toen later op de dag van de schietpartij bleek dat de vermoedelijke dader een strafblad had en coke snuivend door het leven ging, zuchtte de samenleving van opluchting. Maar dat kan te vroeg zijn geweest. De recente geschiedenis laat zien dat het wel vaker kleine criminelen zijn die zich laten verleiden tot een ideologisch geïnspireerde aanslag.

Maar zelfs als deze dader een dergelijk motief niet zou hebben gehad, is het beangstigend dat een man met een strafblad zoals hij aan wapens kan komen. pvv-leider Geert Wilders twitterde daarover. Geen onbelangrijke vraag, die over het wapenbezit. Kijk hoe dat nu ook in Nieuw-Zeeland direct onderwerp van discussie is. De toevoeging van Wilders op Twitter, ‘Leg dat eens uit Rutte’, maakte er – zeker met het oog op de verkiezingen van deze week – jammerlijk genoeg partijpolitiek van. Dat riekt naar een slaatje slaan uit deze schietpartij.

Maar Wilders’ optreden verbleekt bij dat van de Turkse president Erdogan. Die liet op verkiezingscampagne in eigen land beelden zien van de aanslag op de moskeeën in Christchurch. Erdogan voegde daaraan toe dat er volgens de dader voor Turken geen plaats is in Europa. Door dit niet te weerspreken draagt de Turkse president bij aan angst en tweespalt in de samenleving. Juist dat moeten politici, maar ook opiniemakers, niet doen.