Waarom zouden Amerikanen geïnteresseerd zijn?

De rebellen van Manila

Wat is nodig om een nieuwsverhaal te worden in de zomer van Arnold en Kobe, Ben en Jen? Veel, zoals een groep jonge Filippijnse soldaten onlangs ontdekte. Op 27 juli plantten driehonderd soldaten in een mega-winkelcentrum in Manila C-4-explosieven, beschuldigden een van de trouwste bondgenoten van Washington ervan zijn eigen gebouwen op te blazen om Amerikaanse legerdollars binnen te halen — en wisten nog steeds maar nauwelijks het internationale nieuws te halen. Dat is jammer, want na de Mariott-bomaanslag in Jakarta en pas uitgelekte inlichtingenrapporten die beweren dat de aanslagen van 11 september werden uitgebroed in Manila, lijkt het erop dat Zuidoost-Azië op het punt staat het volgende grote front te worden in de War on Terror™ van Washington.

De Filippijnen en Indonesië bieden Washington iets dat Iran en Noord-Korea niet bieden: VS-vriendelijke regeringen die bereid zijn het Pentagon te helpen een gemakkelijke overwinning zeker te stellen. Zowel de Filippijnse president Gloria Macapagal-Arroyo als de Indonesische president Megawati Soekarnoputri heeft de kruistocht van Bush omhelsd als de volmaakte dekmantel voor hun zuivering van afscheidings bewegingen uit grondstofrijke gebieden — Mindanao op de Filippijnen, Atjeh in Indonesië.

De Filippijnse regering heeft al een goudmijn gemaakt van haar status als de favoriete terrorisme-bestrijdende bondgenoot van Washington in Azië. Amerikaanse militaire hulp steeg van twee miljoen dollar in 2001 tot tachtig miljoen dollar per jaar, terwijl Amerikaanse soldaten en Special Forces naar Mindanao stroomden om offensieven in te zetten tegen Abu Sayyaf, een groep waarvan het Witte Huis beweert dat hij banden heeft met al-Qaeda.

Dat ging door tot half februari, toen de Amerikaans-Filippijnse alliantie een tegenslag te verduren kreeg. Aan de vooravond van een nieuwe gezamenlijke militaire operatie waarbij meer dan drieduizend VS-soldaten waren betrokken, zei een woordvoerder van het Pentagon tegen journalisten dat Amerikaanse troepen op de Filippijnen ‘actief zouden participeren’ — een afwijking van de lijn van de regering-Arroyo dat de soldaten slechts voor «trainingen» aanwezig waren. Het verschil is veelbetekenend: een artikel in de Filippijnse grondwet verbiedt strijd door buitenlandse soldaten op zijn grondgebied, een beveiliging tegen een terugkeer van de Amerikaanse legerbases die in 1992 werden verbannen van de Filippijnen. Het publieke verzet was zo sterk dat de hele operatie moest worden afgelast, en toekomstige gezamenlijke operaties uitgesteld.

In de zes maanden sindsdien, terwijl alle ogen gericht waren op Irak, zijn er terroristische bomaanslagen geweest in Mindanao. Nu, post-muiterij, is de vraag: wie heeft het gedaan? De regering geeft de schuld aan het Moro Islamitisch Bevrijdingsfront (MILF). De muitende soldaten wijzen naar het leger en de regering en beweren dat zij door het uitvergroten van de terroristische dreiging de rechtvaardiging aan het herbouwen zijn voor meer Amerikaanse hulp en interventie. De soldaten beweren onder meer

  • dat senior leger-officials, in een samenzwering met het Arroyo-regime, het bombardement afgelopen maart van het vliegveld in de zuidelijke stad Davao pleegden, alsmede diverse andere aanslagen. 38 mensen werden gedood bij de bombardementen. De leider van de muiterij, luitenant Antonio Trillanes, beweert dat hij «honderden» getuigen heeft die dat verhaal kunnen bevestigen.

  • dat het leger terrorisme in Mindanao heeft gevoed door wapens te verkopen en munitie aan dezelfde opstandelingen waar de jonge soldaten op af werden gestuurd om tegen te vechten.

  • dat leden van leger en politie gevangenen uit de gevangenis hielpen ontsnappen, die waren veroordeeld voor terreurmisdaden. Het «definitieve bewijs», volgens Trillanes, was de ontsnapping op 14 juli van Fathur Rohman al-Ghozi uit een zwaarbewaakte gevangenis in Manila. Al-Ghozi is een beruchte bommenmaker bij Jemaah Islamiah, de groepering die betrokken was bij de aanslagen op Bali en het Marriott-hotel.

  • dat de regering op het punt stond een nieuwe reeks bomaanslagen op touw te zetten om te rechtvaardigen dat de noodtoestand werd afgekondigd.

Arroyo ontkent de beschuldigingen en beschuldigt de soldaten ervan pionnen te zijn van haar gewetenloze politieke tegenstanders. De muiters houden vol dat ze niet probeerden de macht te grijpen maar een samenzwering op het hoogste niveau wilden onthullen. Toen Arroyo beloofde een grootschalig onderzoek in te stellen naar de beschuldigingen eindigde de muiterij zonder geweld.

Hoewel de tactiek van de soldaten breed werd veroordeeld op de Filippijnen was er in de pers brede erkenning, en zelfs binnen het leger, dat hun beweringen «valide and legitiem» waren, zoals de gepensioneerde kapitein van de Marine Danilo Vizmanos het tegen mij verwoordde.

Lokale krantenberichten beschreven het verkopen van wapens door het leger aan rebellen als «een publiek geheim». Generaal Narciso Abaya, stafchef van het Filippijnse leger, gaf toe dat er «fraude en corruptie op alle niveaus» heersen. En de politie heeft toegegeven dat al-Ghozi niet uit de gevangenis had kunnen ontsnappen zonder hulp van iemand van binnen. Het meest veelbetekenend was dat Victor Corpus, de chef inlichtingen van het leger, ontslag nam, hoewel hij elke betrokkenheid ontkent bij de Davao-bombardementen.

Bovendien waren de soldaten niet de eersten die de Filippijnse regering beschuldigden van het bombarderen van haar eigen volk. Dagen voor de muiterij lanceerde een coalitie van kerkelijke groeperingen, advocaten en NGO’s een «fact-finding mission» om aanhoudende geruchten te onderzoeken dat de staat betrokken zou zijn bij de explosies in Davao. Ook onderzoekt ze de mogelijke betrokkenheid van Amerikaanse inlichtingendiensten. Die verdenkingen stammen van een bizar incident op 16 mei 2002, in Davao. Michael Meiring, een Amerikaans staatsburger, liet naar verluidt explosieven ontploffen in zijn hotelkamer, waarbij hij ernstig gewond raakte. Toen hij herstelde in het ziekenhuis werd Meiring weggehaald door twee mannen, die zich volgens getuigen identificeerden als FBI-agenten, en naar Amerika gevlogen. Plaatselijke officials hebben geëist dat Meiring terugkeert om berecht te worden, zonder resultaat. BusinessWorld, een belangrijke Filippijnse krant, heeft artikelen gepubliceerd waarin Meiring er openlijk van wordt beschuldigd dat hij als CIA-agent is betrokken bij geheime operaties «om het stationeren van Amerikaanse troepen en bases in Mindanao te rechtvaardigen».

Toch is er in de Amerikaanse pers nooit bericht over de affaire-Meiring. En de ongelooflijke beschuldigingen van de muitende soldaten waren niet meer dan een ééndagsverhaal. Misschien leek het gewoon te ver van het bed: een regering out-of-control die de vlammen van het terrorisme aanwakkert om zijn militaire budget op te pompen, de macht vast te houden en burgerrechten te schenden.

Waarom zouden Amerikanen geïnteresseerd zijn in zoiets?

© The Nation

Vertaling: Rob van Erkelens