De rechtbank en de mensen thuis

De rechter is geen persoon

Mogelijk wilde de rechtbank in Amsterdam met de rechtstreekse uitzending van het proces tegen Geert Wilders de afstand tot de burger verkleinen. Als dat zo is, getuigt dat van een wereldvreemd geloof in eigen kunnen.

NET ALS een parlementair debat of een voetbalwedstrijd wordt de zaak tegen Geert Wilders rechtstreeks uitgezonden. Waarom ook niet, moeten veel mensen gedacht hebben toen het proces vorig jaar oktober begon. Het riep geen duidelijke vragen op. Pas toen bleek dat het toeziend oog van de natie een speelveld schiep voor de verdachte politicus en zijn advocaat en de onverwachte uitkomst was dat alleen de rechtbank zelf had verloren, rezen enkele wenkbrauwen. Is live internet, radio en tv eigenlijk wel een goed idee in een rechtszaal? Maar je kunt toch moeilijk het medium de schuld geven van het zwakke optreden van rechters?
Dat is nog maar de vraag. Allereerst is er het eigenaardige wezen van de rechter, dat misschien onvoldoende wordt gekend. Niet alleen het recht, ook de rechter is een abstractie. Er is weliswaar een persoon, die door zijn gelaat, stem en houding de abstractie leven inblaast, maar hij blijft een instelling. Hij spreekt niet namens zichzelf, maar uit naam van het recht, en niet op straat maar in de rechtszaal. Daarbuiten is hij een persoon zonder meer. Wel een die in alles wat hij doet de schaduw van het rechterschap met zich meedraagt - zodat hij extra moet opletten van welke clubs hij lid wordt - maar verder een mens die voor zichzelf spreekt. Die mens verschilt echter weer daarin van anderen dat hij in het openbaar met geen woord mag reppen over wat zich kort daarvoor onder zijn voorzitterschap afspeelde. Anders leidt dat tot allerlei verwarring, Tussen de wereld in de rechtszaal en de gewone wereld is kortom geen brug, althans niet voor de rechter. Wel voor de politicus en de advocaat, die veel gemakkelijker als zichzelf kunnen optreden.
Waar de abstractie voorop staat, is de mens bovendien nogal anoniem. Dat zie je paradoxaal genoeg aan de normale tv-beelden van strafzaken. Een rijtje zwarte toga’s komt de rechtszaal binnen en zodra ze gaan zitten stopt de camera. De gezichten boven die toga’s dringen misschien even tot je door, maar als nieuwe rijtjes het beeld in lopen, ben je de gezichten van de dag ervoor vergeten. Voor de rechter hoort die betrekkelijke anonimiteit bij zijn werk, en zolang dit het geval is kan hij makkelijker spelen met de grenzen van zijn beroep. In een paar prachtige passages in Homo Ludens onderzoekt Johan Huizinga het spelkarakter van de rechtsstrijd. Ook de rechter ‘speelt’ zijn rol. Een ontspannen rechter doet zijn werk beter en dat bevordert de waarheidsvinding op de zitting. Hij kan meer gebruik maken van intuïtie.
Door live internet, radio en televisie baadde heel deze kunstmatige wereld van het recht in het licht. Aan openbaarheid is de mens die rechter is gewend, maar niet aan deze openbaarheid. In gewone strafzaken zijn er de schrijvende pers en een al dan niet volle publieke tribune; opnamen worden slechts beperkt toegestaan. In het proces-Wilders konden de mensen thuis dagenlang rechtstreeks meekijken. Toen de voorzitter onhandig genoeg zijn verwondering uitsprak over Wilders’ beroep op zijn zwijgrecht betichtte de politicus hem direct van de schijn van vooringenomenheid, maar het waren de camera’s die van het incident een nationale hype maakten. Zoals advocaat en hoogleraar informatierecht Egbert Dommering naar aanleiding van het proces-Wilders het uitdrukte: 'Een mug in de rechtszaal wordt een elektronische olifant’ (De Groene Amsterdammer, 4 november 2010). Door de herhalingen werd het een kudde olifanten. De druk op de voorzitter was zichtbaar immens. Toen de drie rechters later alsnog van de zaak werden gehaald, was dat op grond van een beslissing door drie andere rechters, die (door hoogleraar strafrecht Theo de Roos in NRC Handelsblad)al 'in paniek genomen’ is genoemd. Ook deze rechters zaten live in de uitzending.

WAAROM BESLOOT de voorzitter van de strafkamer, in overleg met de president en het hoofd voorlichting, rechtstreekse uitzending mogelijk te maken? In de landelijke persrichtlijn uit 2008 staat nog dat 'rechtstreekse uitzending in beginsel niet wordt toegestaan’. Waarom in dit geval dan wel? Ook in het rapport van de commissie-Meijerink, die van de rechtbank opdracht kreeg Wilders I te evalueren, proef je enige verwondering over dit 'uniek’ en 'moedig’ besluit. De doorslag gaf, volgens het rapport, ’(…) dat de verdachte een politicus is die voor zijn uitlatingen terecht staat. Bovendien een politicus die sterk in de publieke belangstelling staat.’ Wilders had geen bezwaar tegen deze vorm van openheid. Nee, allicht niet. Het is alsof de politicus zijn forum naar de rechtszaal heeft mogen verplaatsen.
Er zit vermoedelijk meer achter. De klassieke rechtbank probeert niet te veel uit de pas te lopen met een snel veranderende samenleving. Er is, op z'n minst, een imagoprobleem, dat je op internet snel kunt zien groeien in weblogs en cynische, venijnige reacties. Nog los van de kritiek op onthutsende strafzaken als die van Lucia de Berk voert de PVV een beweging aan die zich richt tegen de in haar ogen te lage straffen. In één decennium kreeg het woord rechter voor veel mensen de bijklank soft. Ook in de cultuurstrijd worden rechters in kringen rond Wilders geacht in potentie aan de andere kant te staan. Dat Wilders zich op bevel van drie raadsheren nu voor de rechter moet verantwoorden voor zijn uitingen in de cultuurstrijd - het waren rechters die de eerdere beslissing van het openbaar ministerie om hem niet te vervolgen terzijde schoven - maakt dit nog pregnanter.
Mogelijk wilde de rechtbank in Amsterdam via de koele registratie van een rechtstreekse uitzending de mensen thuis de mogelijkheid bieden zelf te zien wat in dit proces speelt en zo de afstand tot de burger verkleinen. Als dat zo is, getuigt dat van een toch wel wereldvreemd geloof in eigen kunnen. Niet alleen vanwege deze speciale zaak, maar ook door de wijze waarop de rechter in Nederland via voorlezing en samenvatting het bewijs met de verdachte doorneemt. Voor leken is aandacht voor deze vaak langdradige presentatie veel gevraagd. Incidenten zijn wel interessant. En dan beriep Geert Wilders zich ook nog eens op zijn zwijgrecht.
Zelfs Bram Moszkowicz vindt blijkbaar dat de rechtbank in oktober vorig jaar ten onrechte zo veel aan prestige inboette. Bij de eerste, mislukte poging de rechtbank via wraking te laten vervangen, benadrukte hij in Nieuwsuur dat weliswaar zijn cliënt de rechtbank van vooringenomenheid verdacht, maar dat hij zelf helemaal niet geloofde dat de rechters werkelijk partijdig waren. 'Daar zijn ze ook veel te slim voor. (…) Ik laat wat meneer Wilders zegt voor zijn rekening.’ Dat is een van de onverwachte wendingen in deze zaak: dat in actualiteitenrubrieken de advocaat van Wilders de rechtbank meer dan eens in bescherming nam tegen de gevolgen van zijn eigen acties. Kennelijk heeft hij er zelf last van dat hij te ruim baan krijgt, maar wie zou Moszkowicz tegengas willen of kunnen geven?

DE RECHTER is geen persoon, maar de camera zoekt het persoonlijke. In rechtbankseries wordt dat opgelost door het personage van de rechter een persoonlijk leven te geven, dat je steeds in je achterhoofd hebt als je hem of haar in de rechtszaal ziet zitten. In het echt is dat ook een mogelijkheid, maar dan wordt de persoon als rechter kwetsbaarder. Als je weet dat iemand mild is, wat betekent dit als het gaat om bijvoorbeeld de oplegging van levenslang? Op internet wemelt het van de voorspellingen. In te veel kennis over wie de rechter is, zit een gevaar.
Aan de andere kant leeft ook de rechter in een tijd waarin je vooral jezelf moet zijn. Dat de rechtbankvoorzitter in Wilders I naar het informele neigde, zou je ook zo kunnen interpreteren dat hij zijn rol op zijn eigen manier wilde invullen. De tijd lijkt om dat eigene te vragen. Binnen de rechterlijke macht is men op zoek naar hoe de nieuwe rechter eruit moet zien. Zo iemand als de rijdende rechter? Of eerder iemand als Femke Halsema maar dan anders? Kunnen rechters niet ook eens gaan twitteren? opperde vorige zomer de voorzitter van de Vereniging voor Rechtspraak, die het beroep interessant genoeg wil maken voor de komende generatie. Er wordt kortom uitgekeken naar een minder anoniem rolmodel, maar wel gecombineerd met het model van de wijze rechter, bij wie de onpartijdigheid en onafhankelijkheid door jarenlange oefening in de botten zijn gaan zitten. Dan vraag je nogal wat.
Het lijkt erop dat met deze transities het zelfbewustzijn over het eigensoortige, abstracte wezen rechter afneemt. Wat overheerst is een nogal defensieve houding, zowel in als jegens de media. In de landelijke persrichtlijn is het uitgangspunt dat de rechter als professional geacht wordt te kunnen omgaan met draaiende camera’s. Dat is in feite wishful thinking. Met de bijkomende druk is de rechter bij lange na niet zo vertrouwd als bijvoorbeeld de politicus, en de vraag is of je dat ooit van hem mag verwachten. Maar het staat er wel, hij moet het normaal vinden, dus wat zal er gebeuren als radio, televisie en internet in andere zaken, met andere verdachten, aandringen op live uitzendingen of in ieder geval meer draaitijd? Wat blijft als beperking is de privacy van verdachten, slachtoffers en getuigen, een duidelijk criterium om radio en televisie achter te stellen bij de schrijvende pers. Afgezien daarvan zijn er weinig uitgesproken argumenten. Terwijl ook de rust in de strafrechtszaal op het spel staat. De camera verhoogt de druk en is ook nog eens van invloed op de natuurlijke afstand tussen de rechter en degenen die hij ondervraagt; de uitgezonden beelden kunnen de benadering van mens tot mens in stukjes knippen, vervormen. Dat veel rechters dit in hun hart onderschrijven blijkt alleen al daaruit dat de camera’s jarenlang zo veel mogelijk buiten de deur zijn gehouden. Maar het is alsof ze het niet durven te zeggen, de eigensoortigheid van hun beroep in dit opzicht verdonkeremanen.
Als camera’s en live registratie vooralsnog minder geschikt zijn, wat zou een rechtbank dan kunnen doen om het televisie en internet minnende publiek van dienst te zijn? Misschien een interactieve website beginnen voor het informatief beantwoorden van vragen. En streven naar zichtbaarheid in actualiteitenrubrieken, toch ook weer meer durven. Er zijn andere manieren om met de media om te gaan dan in te spelen op de verwachting. De rechter, als eigenaardig abstract wezen, mag best wat meer zelfbewustzijn oproepen bij degenen die hem belichamen.


Annerie Smolders was van 1988 tot 2000 rechter in Amsterdam. Daarna werkte zij als freelance jurist en was als (mede-)initiator betrokken bij verschillende mediation-projecten, waaronder een experiment voor bemiddeling tussen slachtoffers en daders bij het openbaar ministerie in Amsterdam.