De rechtsstaat wordt te grabbel gegooid

De Amsterdamse hoofdofficier van justitie Vrakking is een slimme man. Vorige week donderdag daverden alle kranten van de kritiek op het politieoptreden tijdens de Eurotop in juni van dit jaar. Honderden demonstranten tegen het eurogebeuren werden toen gearresteerd met het dubieuze argument dat ze deel zouden uitmaken van een ‘criminele organisatie’ zoals bedoeld in artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht. Uitgerekend op dezelfde dag lanceerde Vrakking zijn voornemen om volgend jaar januari op grond van datzelfde artikel 140 ontbinding te eisen van de extreem-rechtse partij CP'86.

Dat artikel 140 lijkt de laatste tien jaar door justitie als een gemakkelijk instrument te worden beschouwd om al haar tegenstanders vlot uit de weg te kunnen ruimen: drugsbaronnen, belastingfraudeurs, illegale Ghanezen, neofascisten, voetbalvandalen, krakers en eurodemonstranten werden allemaal met meer en minder succes aangepakt op grond van het artikel. Tot 1988 leidde dat artikel een slaperig bestaan op een vergeten plekje in het Wetboek van Strafrecht.
Het is blijkbaar al te verleidelijk. Als je het bewijs niet rond kunt krijgen dat iemand een strafbare handeling heeft gepleegd, hoef je nog alleen maar te beweren dat hij lid is geweest van een organisatie die criminele bedoelingen heeft om hem toch te kunnen aanpakken. Zelfs als er helemaal geen sprake is van een organisatie probeert justitie een onordelijke groep krakers of demonstranten een duidelijk wederrechtelijke bedoeling in de schoenen te schuiven om ze op grond van artikel 140 te kunnen aanpakken. En toevallige demonstranten of aarzelende meelopers worden opgepakt omdat ze nu eenmaal tijdens het gebeuren ter plekke waren, dus tot een criminele organisatie behoren en daardoor sowieso medeschuldig zijn.
Terecht heeft de Commissie voor Politieklachten onder voorzitterschap van hoogleraar strafrecht T. Schalken vernietigend geoordeeld over dit misbruik van artikel 140 tijdens de Eurotop. Tweehonderd Italianen die in een trein - beperkte - vernielingen hadden aangericht, hadden niet zonder meer teruggestuurd mogen worden. Voor het oppakken van 380 mensen bij krakersbolwerk Vrankrijk bestond geen wettelijke basis. De ME had 143 mensen, die werden opgepakt voor hotel L'Europe op z'n minst eerst moeten waarschuwen. En in het algemeen had de Amsterdamse gezagsdriehoek (burgemeester, hoofdcommissaris en hoofdofficier van justitie) er beter aan gedaan raddraaiers voor te geleiden op basis van artikel 540 (ordeverstoring) dan ze met gebruik van artikel 140 maar direct collectief van de straat te verwijderen. De driehoek zegt niet onder de indruk te zijn van deze kritiek. Ze zouden het volgende keer weer precies zo doen, maar hoofdofficier van justitie Vrakking denkt er niet aan de aangehouden personen ook daadwerkelijk voor de rechter te leiden. Dus is toetsing van zijn beleid langs deze weg uitgesloten. Het is daarom goed als minister Sorgdrager hierover door de Tweede Kamer ter verantwoording wordt geroepen.
Want het is een uitermate griezelige gang van zaken. Demonstranten worden opgepakt op basis van de verdenking dat ze criminele bedoelingen hebben. Ze zijn daarmee van de straat en kunnen inderdaad geen schade meer aanrichten, maar de schade aan de rechtsstaat door de autoriteiten lijkt veel groter. Burgemeester Patijn had trots verklaard dat Amsterdam toch zo tolerant was en dat demonstraties allerwegen mogelijk waren, maar de dreiging van een paar Duitse chaoten is al voldoende om tot volstrekt dubieuze maatregelen te besluiten en die ook nog voor herhaling vatbaar te verklaren.
Als het nu alleen maar een prestigekwestie is, dan valt daar nog mee te leven. Maar je moet vrezen dat het Justitie, onder aanvoering van mannetjesputter Docters van Leeuwen, ernst is en dat men inderdaad wil doorgaan demonstraties, waarbij altijd wel iets uit de hand zou kunnen lopen, op deze wijze bij voorbaat onmogelijk te maken. En de verbinding met een verbod van CP'86 is daarbij helemaal dubieus. Er is in de afgelopen jaren op subtiele wijze gediscussieerd over de mogelijkheden van het verbieden van demonstraties van extreem-rechts, waarbij sprake is of het gevaar bestaat van rassendiscriminatie. Het is niet alleen het recht, maar ook de plicht van de overheid daar ernst mee te maken, en zich daarbij niet te verschuilen achter linkse groeperingen die met tegendemonstraties dreigen zodat een burgemeester de extreem-rechtse demonstratie bij voorbaat kan verbieden met het oog op mogelijke ordeverstoringen.
Er is ook heel veel gediscussieerd over het al dan niet verbieden van extreem-rechtse organisaties. Als argument daartegen is aangevoerd dat het beter is wanneer neofascisten in openlijke organisaties verenigd zijn dan ze in de illegaliteit te dwingen. Toch is het duidelijk dat organisaties die discriminatie als uitdrukkelijk of impliciet doel hebben niet kunnen worden getolereerd, zeker niet als ze zich in de praktijk aan strafbare handelingen en geweldplegingen schuldig maken.
Maar dit is toch iets heel anders dan allerlei samenscholingen, demonstraties en mogelijke ordeverstoringen onmogelijk te maken door gebruik van dat gewraakte artikel 140. De veiligheid van buitenlandse gasten en andere burgers is natuurlijk van groot belang, maar het respect voor een rechtsstaat, die eist dat mensen niet willekeurig worden opgepakt en vastgezet en dat daar naderhand op z'n minst in een proces verantwoording over moet worden afgelegd, is nog veel belangrijker.