Oriana Fallaci, The Rage and the Pride

De rede van de stier

Oriana Fallaci

La forza della ragione

Rizzoli, 288 blz., €15,-

The Rage and the Pride

Universe Publishing, 224 blz., € 21,10

Elke generatie maakt een ramp mee. Een deel van de generatie die in 1900 geboren werd, eindigde in de loopgraven van Verdun. Voor een generatie later was er de Tweede Wereldoorlog. Je had de generatie die protesteerde tegen Vietnam of in Vietnam spleet ogen over de kling joeg. Daarna was er de generatie die een stad aan stukken geschoten zag worden alsof het een doelwit in een schiettent was. Libanon. Je zou kunnen zeggen dat elke generatie de ramp krijgt die ze verdient, en als ze de ramp niet verdienen, dan verdienen ze misschien wel haar vileinste, scherpzinnigste commentator. Sinds de 11-september-ramp zal er niet teruggeblikt kunnen worden zonder Oriana Fallaci te citeren.

Toen ik in de jaren zeventig werd geboren, timmerde ze als journaliste aan de weg. Ze heeft ook een roman geschreven, Insjallah, die tot niet zo lang geleden bij De Slegte te krijgen was. Ook grote journalisten kunnen in De Slegte eindigen. Maar haar twee laatste boeken (De woede en de trots en De kracht van de rede) die beide de Arabische, islamitische wereld aanvallen, zoals een op hol geslagen stier de menigte in Pamplona elk jaar aanvalt, zullen daar niet eindigen. Daarvoor zijn ze te actueel, te gewild. In Italië staat ze al maanden in de toptien, wat betekent dat ongeveer een miljoen mensen haar boek in huis hebben gehaald.

Met die stier bedoel ik niet dat Fallaci een stier is, daarvoor kent haar werk te veel zelfbewuste trekken. Maar die menigte zou best wel eens de islamitische wereld kunnen zijn. Zij stelt die namelijk voor als een groot monolithisch blok, dat ze aanvalt. Waarna het blok uit elkaar valt en die mensen, die eerst een menigte leken, allerlei verschillende kanten op rennen. Dat is misschien de Arabische wereld in een notendop: een massief blok, op het eerste gezicht bij elkaar gehouden door islam, pan-Arabisme, haat tegen Israël, hun eigen vorm van Idols, totdat je erop af gaat en de boel uit elkaar ziet vallen. Sommigen rennen in de armen van Osama bin Laden, sommigen in de armen van de Europese gemeenschap.

Fallaci houdt echter hard vol dat dit niet waar is. Het is allemaal één pot nat: alle Arabieren, alle moslims. Fallaci is een meesterlijke polemist. Haar polemiek stelt de polemiek van vele anderen, hoe scherp ook, in de schaduw. Haar argumenten zijn als ijsbergen, ze doen je rillen.

Haar voornaamste klacht betreft niet zozeer de moslims in de Arabische wereld (natuurlijk zijn die achterlijk, vrouwonvriendelijk, eigenlijk niet waard mens genoemd te worden) maar vooral zij die naar Europa komen om van dit continent een Eurabia te maken. En Europa is dom. Dom dat ze die mensen toelaat, dom dat ze die mensen hun moskeeën geeft, dom dat ze die mensen de vrijheid geeft om in hun eigen taal onder elkaar te spreken, dom dat ze die moslims polygamie toestaat. Fallaci’s woede jegens moslims wordt overtroffen door haar woede tegenover hen die dit alles toestaan. Zij zegt dat ze de rede gebruikt, maar het is een woede die in haar blindheid heel scherp meent te zien. De cultuurrelativisten, de linkse kerk, de katholieke kerk (die in Italië, anders dan in Nederland, een traditie heeft van tolerantie jegens de migranten en illegalen ), de politici die migranten stemrecht willen geven.

Fallaci’s woede is gekanaliseerd in de vorm van open brieven aan de verantwoordelijken voor dit verval van Europa. Het is haar bedoeling met dit boek de verwaarlozing van de Europese suprematie ten koste van geitenneukers in één klap goed te maken. Ze wil een halt roepen aan de herschrijving van de Europese geschiedenis, die volgens haar de laatste jaren te veel bezig was moslims en Arabieren er al te ruimhartig in te passen. Die herschrijving van de westerse geschiedenis is al een tijdje aan de gang. Het feit dat niet Plato maar de Arabieren het Griekse erfgoed concipieerden, het feit dat Dante door de Arabische poëzie van Sicilië was geïnspireerd. Nog even en het waren de Arabieren die Thorbecke hielpen bij het opstellen van de grondwet. Tussen haakjes. In het voortreffelijke, dit jaar verschenen Occidentalism: The West in the Eyes of Its Enemies van Ian Buruma en Avishai Margalit wordt precies het omgekeerde gezegd: het Oosten is in zijn revolutionaire, antiwesterse ideologie vooral door het Westen beïnvloed. Danton, de Japanse kamikazepiloot en Osama bin Laden zijn van hetzelfde laken een pak.

Fallaci is woedend over die propaganda bedacht door witte mensen om moslims te vriend te houden. Een verschrikkelijke fout. En de moslims geloven het nog ook! Ze hebben het zelfs overgenomen. Allemaal manieren waarmee de moslims de geschiedenis om zeep helpen ten faveure van hun eigen geniepige, achterbakse plannetjes, die bestaan uit een islamitisch kalifaat, zodat het project dat in de achtste eeuw eindigde — de verovering van Europa door Arabische troepen — uiteindelijk toch nog zal lukken.

In deze gedeelten is de polemiek van Fallaci op z’n sterkst. Ze heeft dan een zwaard in handen dat aan verschillende kanten snijdt en pijn doet. Het lijntje met de geschiedenis wordt getrokken, de actualiteit wordt erin geweven, ze ontmaskert de ideologen van de islam, die een ideologie van de massa is, dus elk individu uit die massa is een ideoloog, en ze vernedert de cultuurrelativisten, de fellow travelers zoals we ze twintig jaar terug zouden noemen.

Als ik niet in dit boek geloof, waarom heb ik het dan goed gelezen? Dat komt doordat iemand mij erop attendeerde dat veel mensen in Italië het eens zijn met veel van wat Fallaci zegt. Natuurlijk niet de linkse elite in de grote steden. Maar de mensen in de bergen, op het platteland, in het noorden, in het zuiden — het volk dat zich kapot is geschrokken van 11 september — die wel. En de mensen die er niet van gediend zijn dat een man met een baard er bezwaar tegen heeft dat zijn kind naar een school gaat waar een bloederige man aan een kruis hangt, ook die lezen haar boek helemaal stuk.

Zo moeilijk is het niet om het boek stuk te lezen. Het is nogal opgewonden, parlando geschreven. Sommige passages zijn een herhaling van een gelegenheidsargument van vijftig pagina’s eerder. Toch blijf je lezen, want het is heerlijk om in deze lauwe tijden zo dicht bij de woede te verkeren. Als ik een jood was en in de jaren dertig had geleefd, dan zou Mein Kampf een van mijn favoriete boeken zijn geweest. Als Chinese intellectueel zou ik het Rode Boekje uit mijn hoofd hebben geleerd. Je moet weten waar de klappen vandaan komen en waarom. Fallaci raakt bovendien een gevoelig punt, en als schrijvers een gevoelig punt raken, dan moet je ze gaan lezen. De mensen herkennen hun eigen vermoedens, angsten, woede en kronkelige redeneertrant erin. Als je dat allemaal als polemist hebt bereikt, dan heb je eigenlijk een roman geschreven. Het boek biedt de lezer een spiegel. Herken je je in de woede? Dan kun je nog gered worden. Dan heb je het begrepen. Verafschuw je deze woede of wil je me zelfs voor de rechter slepen om me van racisme te beschuldigen (dat schijnt met haar vorige boek het geval te zijn geweest), dan ben je verantwoordelijk voor de val waar Europa in loopt. Dan ben je geen Europeaan meer, dan ben je onverschillig, dan verdien je eigenlijk een dag lang te voelen hoe het is om een met voeten getreden, afgedankte moslimvrouw te zijn. Dan ben je eigenlijk nog minder dan een afgedankte moslimvrouw, dan ben je een Eurabia-intellectueel die lippendienst bewijst aan de terroristen.

We willen natuurlijk weten van Fallaci wat Europa moet gaan doen. Hoe gaan we deze destructieve golf stoppen?

Haar methoden zijn ondemocratisch, dus dat schiet lekker op. Het komt neer op: de moslims bij hun nekvel pakken en ze eruit gooien. Als ze zo graag moslim willen zijn, moeten ze dat in hun eigen moslimland doen. Laat ze daar maar in hun eigen sop gaarkoken. De goegemeente van moslims in Europa zal het hier niet mee eens zijn maar niks terug kunnen zeggen. Europa heeft namelijk geen moslim-middenklasse die een antwoord kan formuleren. Dat nu is volgens mij het failliet van de islam in Europa: de middenklasse heeft geen poot om op te staan, geen traditie, niks. Er kan dus naar hartelust met haar gesold worden, want ze kan niet terugsollen. De middenklasse is te klein, is te bang, is niet zo welbespraakt en heeft nog niks bewezen waardoor ze vertrouwen wint. De moslimmigranten van Europa zijn proletariërs die niet met twee woorden spreken. Die houden liever hun mond en fokken als konijnen.

Onze generatie maakt een ramp mee waarvoor we op dit moment worden gestraft. Dat is misschien de definitie van een ramp: er gebeurt iets waarvoor jij de rekening gepresenteerd krijgt in een retourtje Irak, hogere olieprijzen en een naar gevoel bij het opstaan ’s ochtends. Toch heb ik het goed in Europa. Ik eet me helemaal suf, ik reis stad en land af, ik ontplooi mijn talent buitensporig. Als ik moet kiezen tussen 11 september of Verdun kies ik liever voor tien keer 11 september. Het gevolg van Verdun was verbittering, en uit die verbittering kwamen allerlei geschriften voort die tot van alles en nog wat opriepen en de voedingsbodem hebben gevormd voor de malaise waar populisten op zijn gesprongen.

Ik weet niet of deze generatie erin zal tuinen. Wat ik wél weet is dat veel Fallaci’s een mooie weg plaveien naar de hel.

Ik zal niet ontkennen dat ik met plezier een stukje meegelopen heb op dat broeierige pad.