1873

De reizen van Fjodor de kraai

Het is alles behalve slim om in de maand juni dood te gaan. Degenen die in juni doodgaan hebben niets begrepen van deze wereld. Juni is de maand van de ontknopingen. ‘Weet je het al? Ga je nou naar Amerika?’ In juni valt de beslissing over de vrouw van je leven. 'Wordt het Maria? Ga je haar ook meenemen naar Amerika?’ In juni zijn zelfs de immer aarzelende Siciliërs gedwongen om een finale te accepteren. 'Ja, ik ga naar Amerika. Ik trouw met Maria, maar ze moet hier op mij wachten. Ik ga weg van dit eiland dat mij en mijn familie niet voedt, maar eerst dit rare balspel uitkijken.’ Zo hoorde ik Toni praten.
Ik had het moeilijk tijdens mijn reis die begon op het eiland in de Middellandse Zee waar de honden nooit meer de smaak van eten konden proeven, maar wel die van het menselijke verraad. Toen ik in Sicilië aankwam was ik een gebroken vogel. Ik werd verteerd door het gevoel van walging voor de mensheid en verkeerde in een zware depressie. Ik kon niet omgaan met die haat in mij. Toen landde ik op Sicilië en werd verlost van die verschrikkelijke wrok in mij.
Om de mensheid te vergeven was een enkele blik op de Siciliaanse man genoeg. In die maand juni keek ik naar Toni, werd vervuld van mededogen en vergat alle wreedheden van de mensen die ik met mijn eigen ogen had gezien. Want geloof me, niemand heeft het zwaarder dan de man die zijn moederland moet verlaten om uit de hand van een anders sprekende te eten.
Toni was een kleine, kalende jongeman. Als je naar hem keek zag je vooral zijn dikke lippen. Een Siciliaan die zich elke dag keurig schoor; een bijzonderheid daar op het eiland waar de velden niet meer werden bebouwd en het vee niet meer verzorgd werd.
De schepen wachtten te lang in de havens van de steden van Sicilië. De schepen konden niet vertrekken omdat de reizigers allerlei redenen vonden om een paar extra dagen op dat eiland met de verwaarloosde grond door te brengen. Iedereen had begrip voor deze situatie, ook de kapiteins op de schepen.
Toni liet het schip wachten omdat hij naar een vreemd balspel keek. Een spel waarbij tegen een bal van leer werd getrapt. Twee mannen verdedigden twee doelen, de rest rende achter die ene bal aan om die een trap te geven.
Het was juni, de schepen konden niet lang meer wachten op Toni. Op een warme middag, toen Toni weer eens naar dat rare spel keek, kwam Maria bij hem zitten en vroeg: 'Waarom kijk je de hele tijd naar dit spel, Toni?’ De man die sinds een week haar echtgenoot was, antwoordde: 'Ik ga terug naar mijn kindertijd als ik naar dit spel kijk. Dit spel laat me alles vergeten, Maria. Onze redding is het vergeten. Een uurtje, twee uurtjes alles vergeten. Dit spel is het beste van alle uitvindingen in deze wereld.’
Toni kon de reis niet langer uitstellen en nam in de laatste dag van juni het schip en verdween al zwaaiend uit het zicht van Maria en dat van mij. Ik ging toen naar de mannen kijken die achter de bal aan renden en vergat in dat goddelijke uur al mijn zorgen. Niet alleen ik, maar alle toeschouwers vergaten de last van het leven die op hun schouders drukte.
Maria liep langs ons heen en keurde het spel geen blik waardig.
De volgende dag was het geen juni meer. Doodgaan mocht weer. Want in juni waren alle finales gespeeld, ook die van dat balspel.