Klimaatverliezers - Een Green New Deal

De rekening van een schone neus

De energiehuishouding van Nederland moet op de schop, met grote gevolgen voor de arbeidsmarkt. Elders liggen de banen voor het oprapen, maar wat gebeurt er met de werknemers uit de fossiele industrie?

Kolenopslag in het Amsterdams havengebied © Fred Hoogervorst / HH

Met opgestoken duim en een brede glimlach poseert Rob Jetten voor de kolencentrale aan de Amsterdamse Hemweg. Het is 12 maart 2019 en de campagne voor de Provinciale-Statenverkiezingen is in volle gang. Tussen hem en de rokende schoorsteen staat een gigantische reclamezuil waar zijn partij een niet te missen verkiezingsposter heeft opgehangen: ‘Wij halen hem weg.’ De boodschap moge duidelijk zijn: als het aan d66 ligt, sluit de kolencentrale in de Amsterdamse haven zo snel mogelijk haar deuren. Want de afdeling Noord-Holland wil bouwen aan een duurzame toekomst en daarin is geen plaats voor vieze steenkool.

Voor de honderden werknemers die dag in, dag uit voor de kost met kolen in de weer zijn, voelde de actie als een klap in het gezicht. ‘Wóest waren ze’, zegt fnv-bestuurder Cees Bos. Hij zit aan een picknicktafel op de kade van het IJ. Naast hem vertrekt het pontje richting Zaandam en op de achtergrond tekent de grijze schoorsteen van de Hemweg scherp af tegen de helblauwe lucht. Even verderop glinsteren de zwarte steenkoolbergen van overslagbedrijf oba in de zon. ‘Het was alsof Jetten stond te dansen op hun graf. Kijk, dat die kolencentrale niet open kan blijven begrijpen wij ook wel, maar dan hoef je nog niet te doen alsof de sluiting een feestje is. Je maakt mensen werkloos en dan ga je met je arrogante hoofd een duimpje op zitten steken.’

Eigenlijk had Bos gehoopt om vandaag een aantal havenarbeiders mee te nemen die hun zegje wilden doen. Want hoewel politici terecht benadrukken dat de energietransitie over het algemeen positief uitpakt voor de werkgelegenheid, gaan er ook onvermijdelijk een hoop banen verloren; hele sectoren zullen worden opgedoekt en fossiele brandstoffen worden de komende decennia uitgefaseerd, te beginnen met de meest schadelijke: kolen. In totaal komen daardoor zes- tot elfduizend voltijdbanen op de tocht te staan, beraamde Energieonderzoek Centrum Nederland (ecn) eerder dit jaar.

De haven van Amsterdam wil in 2030 kolenvrij zijn en de Hemwegcentrale, waar nu zo’n 220 mensen werken, gaat vanaf januari dicht. De komende vijf jaar zal de kolenoverslag met 29 procent dalen, verwacht het havenbedrijf. Hoe kijken de ‘verliezers’ van de energietransitie hier tegenaan? Wat vinden zij van het klimaatdebat in Nederland? Hoe zien zij de toekomst voor zich? Dat zijn vragen die we hadden willen voorleggen aan de mannen (vrouwelijke havenarbeiders zijn nog steeds een zeldzaamheid) die werkzaam zijn in de nu zo verfoeide kolenindustrie. En Bos had een aantal vakbondsleden bereid gevonden om hun verhaal met ons te delen. Maar op het laatste moment zegden ze stuk voor stuk af. ‘Teruggefloten door de directie van oba’, weet Bos.

Dus zit hij nu, tot zijn grote frustratie, in zijn eentje tegenover ons. Straks heeft hij een afspraak bij de kolenoverslag en dan zal hij de bazen eens goed de waarheid vertellen. ‘Ze maken kaderleden gewoon monddood. Dat kan toch niet!’ zegt hij met onvervalst Rotterdams accent. Bos draagt een pilotenzonnebril en een blauw overhemd met korte mouwen; om zijn nek hangt een zilveren ketting en zijn zongebruinde gezicht verraadt dat hij geen typische kantoorbaan heeft. Toen d66 eind 2015 met een motie kwam om de kolencentrales te sluiten, was dat natuurlijk wel even slikken voor een deel van zijn achterban. ‘Maar wij wisten ook: dit hou je niet tegen. En wij zijn natuurlijk ook voor een goed milieu, wie kan daar nou op tegen zijn? De medewerkers van de Hemwegcentrale en overslagbedrijven willen helemaal niet dwarsliggen, alleen: dan moet er wel netjes voor hen gezorgd worden. Deze transitie moet eerlijk verlopen.’

Als lid van het HavenTeam van de fnv was Bos betrokken bij de onderhandelingen over het ‘kolenfonds’, bedoeld om de arbeiders die op straat gezet dreigen te worden naar nieuw werk te begeleiden, of in ieder geval te zorgen voor een zachte landing. Met resultaat: de overheid heeft 22 miljoen toegezegd, en hoewel de precieze bestuurlijke invulling nog uitonderhandeld moet worden, heeft Bos goede hoop dat ze mooie regelingen kunnen treffen voor de werknemers in de kolenketen van het Westelijke havenkwartier. ‘Wij willen de regie bij de mensen laten,’ zegt Bos. ‘Wij willen van hen horen wat ze zelf graag willen, en dat faciliteren.’

‘Ik zou zeggen: zet ze in een bus en rij ze hier naartoe. Ik kan wel wat extra krachten gebruiken.’ In opgewekte tred geeft Ronald Olij, directeur van InstallatieWerk Noord-Holland, een rondleiding door het opleidingscentrum in Hoofddorp, waar zich jaarlijks zo’n driehonderd (zij)instromers melden voor een technische scholing. De installatiebranche floreert, mede dankzij het groeiende besef dat de hele energiehuishouding op de schop moet als we de klimaatdoelen van Parijs willen halen. Natuurlijk, sommige mensen zullen op straat komen te staan door de transitie, maar dat valt in het niet bij de 42.000 tot 78.000 voltijdbanen die er, volgens schattingen van ecn, over de gehele linie bijkomen. Veel van die nieuwe banen ontstaan in de technieksector, waar menig bedrijf nu al kampt met personeelstekorten.

Olij is de enige die zich vandaag in pak heeft gestoken, verder is de ruimte gevuld met mannen in hun werkkloffie die zich geconcentreerd over bouwtekeningen buigen voor een cursus over de installatie van warmtepompen, het gasloze en klimaatvriendelijke alternatief voor de centrale verwarming. En die is niet zo eenvoudig als sommigen denken, zegt docent Maurice Rijke, een kale veertiger met kleurrijk getatoeëerde bovenarmen die al sinds zijn zeventiende in de installatietechniek werkt: ‘Er zijn monteurs die hun hele leven cv-ketels hebben geplaatst en denken dat ze dan ook wel even een warmtepompje kunnen installeren. Maar dit is echt andere koek. Het luistert allemaal veel nauwer: als er iets verkeerd ontworpen of aangesloten is, dan werkt het systeem niet en verbruik je onnodig veel energie. Vaak krijgt de warmtepomp dan de schuld, terwijl met die gloednieuwe apparatuur heus niets mis is.’

Vandaag zijn de meeste cursisten ervaren installateurs die geblinddoekt een cv-ketel kunnen plaatsen, maar die zich nu, al dan niet in opdracht van de baas, verdiepen in de techniek van de toekomst. Afgelopen kalenderjaar werden er volgens het cbs 107.834 warmtepompen verkocht in Nederland, een groei van maar liefst dertig procent ten opzichte van het jaar daarvoor. En de verwachting is dat de vraag de komende jaren alleen maar harder zal stijgen. Bart Boomars, met zijn 27 jaar verreweg de jongste cursist, ziet volop commerciële kansen. Na het afronden van een studie technische bedrijfskunde ging hij aan de slag bij een installatiebedrijf, maar stiekem droomde hij ervan om voor zichzelf te beginnen. Dus toen hij in de krant een artikel las over de opmars van de warmtepomp, wist hij: dit is een gat in de markt. ‘Maar dan moet ik natuurlijk wel weten hoe zo’n ding werkt’, zegt hij terwijl hij met stift en waterpas een pelletkachel op een whiteboard tekent.

‘De energietransitie lokt mensen naar onze branche’, constateert Olij tevreden. En niet alleen aspirerende entrepreneurs met een goede opleiding, maar ook mensen die al een tijdje thuis zitten, of die een minder aantrekkelijke baan hebben. ‘Laatst stapte een veertigjarige vrachtwagenchauffeur binnen die zich wilde oriënteren op de mogelijkheden. Hij was vaak hele weken op pad, zag zijn kinderen amper, dus hij dacht na over een switch. Nou, dan is dit een prachtige branche met mooi werk en een fatsoenlijk salaris.’ Veel mensen uit de fossiele industrie die de vlucht naar voren nemen, ziet hij nog niet, maar het zou hem niet verbazen als de verschoppelingen uit de kolensector hier straks aankloppen: ‘We kunnen het wel hebben over de verliezers, maar ik zie vooral kansen.’

Maar dat is zo simpel nog niet, waarschuwt Cees Bos in de Amsterdamse haven. ‘Je moet niet vergeten dat deze mensen in ploegendiensten werken. Daarvoor krijgen ze een toeslag van 30 tot 33 procent. Sommigen werken hier al bijna hun hele leven, hebben een goed salaris en een mooi pensioen. Een enkeling heeft, met alle toeslagen en overwerk, zelfs een jaarsalaris van tachtigduizend euro. Dat ga je als nieuwkomer in de installatietechniek niet verdienen.’ Bovendien ligt in de haven de gemiddelde leeftijd achter in de vijftig en dat maakt omscholen lastig.

‘In eerdere industriële revoluties moesten mensen ook omgeschoold worden’

Mede voor die groep is het kolenfonds in het leven geroepen. Bos ziet het begeleidingstraject als een soort rotonde: ‘Mensen die zonder problemen elders aan de slag kunnen, nemen de eerste afslag, eventueel met een salarissuppletie. De tweede afslag is voor mensen die meer begeleiding en scholing nodig hebben en de laatste afslag is voor de groep senioren voor wie omscholen duurder is dan een vervroegde pensioenregeling.’ Dat de belastingbetaler voor die kosten opdraait, vindt hij niet meer dan logisch. ‘Het kan niet zo zijn dat zeventien miljoen Nederlanders een schone neus krijgen en dat de rekening bij een paar duizend gezinnen van kolenarbeiders wordt gelegd. Ik begrijp ook wel dat bedrijven zeggen: luister eens, wij hebben hier niet voor gekozen. oba en Hemweg konden deze sluiting niet voorzien.’

Ook Sandra Phlippen, universitair docent aan de Erasmus School of Economics en hoofd Nederland van het economisch bureau van ABN Amro, gelooft dat de overheid en niet de industrie verantwoordelijk is voor het opvangen van het banenverlies door de energietransitie: ‘Ik kan me geen klassieker marktfalen bedenken dan overmatige CO2-uitstoot. En de overheid heeft de rol om in te springen waar een markt faalt. Bedrijven dragen bovendien al veel bij in de vorm van WW-premies en transitievergoedingen.’

Op het zonnige terras onder het hoofdkantoor van ABN Amro op de Zuidas legt Phlippen een stapel papieren op tafel met grafieken waaruit de harde realiteit blijkt: slechts zeven procent van de Nederlandse energie wordt opgewekt uit hernieuwbare bronnen. Dit percentage zal de komende jaren rap moeten stijgen, om te voorkomen dat de doelen van het in 2013 gesloten energieakkoord (veertien procent duurzame energie in 2020, zestien procent in 2023) nog verder uit het zicht raken. ‘Ik verwacht dat de langdurige werkloosheid als gevolg van het sluiten van de kolencentrales meevalt’, zegt Phlippen. ‘Een verlies aan arbeidsplaatsen is natuurlijk niet hetzelfde als een groei van de werkloosheid.’

Cees Bos betwist niet dat de banen voor het oprapen liggen in de techniek, maar de grote vraag voor de vakbond is of het duurzame banen zijn, in de brede zin van het woord: banen met een toekomstperspectief. ‘Als die mannen nu emplooi moeten zoeken buiten de haven, krijgen ze misschien een jaarcontract met een aanvangsloon. Vastigheid biedt dat niet. We zijn nu massaal mensen aan het opleiden voor elektrotechniek, maar op een gegeven moment komt er een verzadigingspunt. Als die windparken eenmaal staan, hoeft er enkel nog onderhoud te worden gepleegd. Wat moeten die bouwers dan?’ De vakbond ziet nu al dat klussen in de duurzame energiesector, zoals het installeren van zonnepanelen of het assembleren van windturbines, worden gedaan door arbeidsmigranten en zzp’ers, die genoegen nemen met lagere lonen en slechtere arbeidsvoorwaarden. In de haven is de vakbond van oudsher een machtige speler; het is nog maar de vraag of die in de andere sectoren een even sterke vuist kan maken.

Het kolenfonds is een cruciale testcase, want de steenkoolsector is slechts het eerste ‘slachtoffer’ van de energietransitie. De haven van Rotterdam, waar nu negenduizend mensen werkzaam zijn in de petrochemie en olieraffinage, wil in 2050 CO2-neutraal zijn. In Groningen wordt de gaswinning, zij het natuurlijk niet enkel uit klimaatoverwegingen, de komende jaren afgebouwd. Ook bij Gasunie en de nam zullen op den duur vermoedelijk banen verdwijnen. fnv hoopt dat het kolenfonds als model kan dienen om ook de volgende stappen in de verduurzaming van Nederland rechtvaardig te laten verlopen. ‘We staan aan het begin van een nieuw tijdperk’, zegt Bos. ‘In eerdere industriële revoluties moest

De Hemwegcentrale langs de ringweg van Amsterdam © Robin Utrecht / HH

en mensen ook omgeschoold worden, maar het gaat nu misschien wel sneller dan ooit tevoren.’

In het Rotterdamse havengebied staat de bedrijfsschool van netbeheerder Stedin. Hier worden monteurs opgeleid die Nederland aan een nieuwe energietoekomst moeten helpen; denk aan het aansluiten van laadpalen en zonnepanelen aan het energienet. Ook gaat Stedin over de gasleidingen in Zuid-Holland, Utrecht en delen van Noord-Holland. Eind 2016 besloot de overheid dat Nederland in 2050 van het gas af moet zijn. Even dachten de bazen van de netbeheerder dat het daarom niet meer nodig zou zijn om nog nieuwe gasmonteurs op te leiden. ‘Wat krijgen we nou?’ dacht Peter Burgers, een kwieke zestiger die bij Stedin de trainingen van monteurs verzorgt. ‘Er ligt nog zo’n zesduizend kilometer aan gasleidingen onder de grond die de komende dertig jaar onderhoud nodig heeft, en uiteindelijk moeten al die leidingen verwijderd worden.’ Op zo’n grote schaal is dit nog niet eerder gebeurd, dus experimenteren de monteurs van Stedin in een grote zandbak met nieuwe technieken om de gele buizen zo snel en efficiënt mogelijk uit de grond te trekken. ‘Het is een kunst om vooruit te lopen’, zegt Burgers.

Nu ligt de focus bij Stedin nog vooral op het installeren van slimme energiemeters, waarmee ieder huishouden en kleinbedrijf in 2020 uitgerust moet zijn. Vier jaar geleden begon Burgers een trainingsprogramma voor nieuwe monteurs en inmiddels zijn er al vijfhonderd opgeleid die goed op weg zijn om vier miljoen meters te installeren. ‘Op het nieuws zag ik dat een heleboel mensen werkloos thuis zaten’, vertelt Burgers. ‘Terwijl wij werk in overvloed hebben.’ Hij wijst op een monteur in spe die in een zandbak met stroomkabels in de weer is. ‘Hij doet examen. Als je iets met techniek hebt, thuis aan je motorfiets sleutelt bijvoorbeeld, dan maken wij een monteur van je. Mensen lopen hier met een contract en een grijns van het terrein af.’

Een probleem voor Stedin is dat steeds minder jonge mensen de techniek in gaan. Hier heeft niemand het over een verzadigingspunt. ‘De vijver droogt op’, zegt Burgers. De school werkt nu samen met mbo-opleidingen om de monteurs van de toekomst op hun zestiende al te strikken. Ook liggen er baankansen voor de verliezers van de klimaattransitie, inclusief de vijftigplussers. Van de vijfhonderd monteurs van slimme meters die bij Stedin werkzaam zijn, zijn er 382 zij-instromer. Daarvan is bijna de helft vijftig jaar of ouder. Zelfs als straks alle slimme meters zijn geïnstalleerd is er werk voor deze groep; ze worden door de netbeheerder opgeleid voor andere werkzaamheden, zoals onderhoud of vervanging.

‘Stedin discrimineert niet op leeftijd’, zegt Emir Agić (49), grijs haar en een warme lach. Hij was lasser, isolatiemonteur en werkte voor een hydraulicabedrijf, tot hij in 2014 werd ontslagen. Na twee jaar WW en een reeks onsuccesvolle sollicitaties kon hij bij Stedin de twaalfweekse training volgen. Agić kreeg een stage aangeboden, mocht steeds meer doen, en uiteindelijk werd hij officieel monteur van slimme meters. Nu is hij praktisch eigen baas, maakt zijn eigen planning, heeft een bedrijfsauto en begeleidt leerlingen.

‘Een duurzame economie levert over veertig jaar veel meer op dan een fossiele’

Vakbond fnv vreest dat er door de klimaattransitie een ‘mismatch’ ontstaat: een groep werknemers uit de fossiele industrie – vooral vijftigplussers – kan niet profiteren van de nieuwe banenkansen. Voor de werving van nieuwe krachten werken ze bij Stedin daarom samen met Werk en Vakmanschap, een landelijk samenwerkingsverband van honderden technische en industriële bedrijven. Via die weg vond de netbeheerder het cv van Agić in de bakken van de uwv. Econoom Sandra Phlippen ziet sowieso een belangrijke rol weggelegd voor de uwv, die over veel informatie van werklozen beschikt en klimaatverliezers zo aan een nieuwe baan kan helpen: ‘Je kijkt naar welk type werknemer naar welk beroep is overgestapt in het verleden. Of je maakt een overzicht van de taken die in verschillende beroepen worden uitgeoefend en kijkt waar de overlap zit tussen het ene en het andere beroep. Dat is echt het laaghangende fruit dat een instantie als het uwv kan plukken.’

Kunnen we van onze oosterburen leren om de transitie in goede banen te leiden? In Nederland draaien een paar energiecentrales en havenbedrijven op kolen, maar in Duitsland is de kolenindustrie in veel regio’s het levensbloed van de economie en het gemeenschapsleven. Niet alleen zijn er families waarvan de kostwinners al generaties lang werkzaam zijn in de bruinkoolmijnen; de industrie sponsort ook sportclubs, muziekscholen en andere culturele centra. Maar ook Duitsland heeft zich gecommitteerd aan de klimaatdoelen van Parijs en dus besloot de regering-Merkel dat de kolenindustrie uiterlijk in 2038 verdwenen moet zijn. Daarmee gaan zestigduizend banen verloren.

Om dit verlies op te vangen, maakte een door de regering aangestelde Kolencommissie eerder dit jaar een reddingsplan van veertig miljard euro. Het geld gaat naar nieuwe (spoor-)wegen, betere samenwerking tussen industrie en onderwijs en een waslijst van culturele projecten. De kolencentrales worden omgetoverd tot ‘industriële parken met een focus op duurzame energie’. Het doel is om innovatieve, duurzame banen te creëren zodat de regio’s niet doodbloeden.

Maar de klimaattransitie treft niet alleen de kolenregio’s. Duitsland is beroemd om haar Energiewende, waarmee het aandeel hernieuwbare energie in korte tijd flink werd opgeschroefd, maar de keerzijde is dat de energierekening voor huishoudens sinds 2007 bijna met de helft is gestegen. Vanaf 2023 gaat de Duitse regering de extra kosten compenseren met subsidies, zodat huishoudens en de industrie niet belast worden met de kosten van de transitie.

Om te voorkomen dat de energiekosten voor Nederlandse huishoudens de pan uit rijzen, heeft ook ons kabinet maatregelen aangekondigd in het klimaatakkoord. Vanaf volgend jaar wordt de energierekening verlaagd met gemiddeld honderd euro per huishouden. Na 2021 zal de gasprijs weer geleidelijk stijgen, om mensen tot verduurzamen aan te sporen. Met een geldpot voor goedkope leningen wil de overheid de aanschaf van isolatiemateriaal of warmtepompen vergemakkelijken. Het geld hiervoor komt van de vervuilende industrie, die een CO2-belasting krijgt opgelegd.

Als we niet oppassen zullen de meeste kosten van de klimaattransitie alsnog bij de burger terechtkomen, waarschuwt Sandra Phlippen. ‘Meer dan de helft van de prijsverhogingen in het bedrijfsleven zorgt voor prijsverhogingen van producten. Het winkelmandje van lage inkomens bestaat voor een groter deel uit niet-duurzame producten, zoals benzine. Hoge inkomens kopen makkelijker een Tesla en isoleren hun huis. Lage inkomens blijven de belastingen betalen waarmee de overheid probeert het vervuilen te ontmoedigen. Er moet dringend iets gebeuren, anders wordt de kloof tussen rijk en arm in Nederland groter.’ Oplossingen ziet Phlippen deels in subsidies voor woningisolatie en elektrisch rijden, die ook in het klimaatakkoord staan: ‘Maar je kunt ook de opbrengsten van de CO2-belasting gebruiken om mensen direct te compenseren. Als je weet hoeveel de lasten van huishoudens door de transitie zullen toenemen, kun je uitrekenen hoeveel compensatie nodig is.’

Voor lessen over de aankomende transitie hoeven we niet alleen naar het buitenland te kijken. In Limburg verdwenen in de jaren zestig en zeventig samen met de mijnbouw in totaal 75.000 arbeidsplaatsen. Vandaag de dag kampen voormalige mijnstreken in Zuid-Limburg met lagere opleidingsniveaus en gezondheidsproblemen. Op sommige plekken is ‘derde generatie werkloos’ een begrip. Phlippen komt zelf uit Limburg en zag met eigen ogen wat het met de regio deed. ‘Je moet niet alleen naar het financiële plaatje kijken. De overheid dacht destijds: de mensen hebben een goede uitkering, het probleem is voldoende afgedekt. Maar dat is een gevaarlijke manier van denken. De malaise kan generaties lang doorsijpelen.’

Phlippen vindt dat de overheid best streng mag zijn voor de fossiele industrie, die jaarlijks meer dan zeven miljard euro aan subsidies ontvangt. ‘Soms maken zachte heelmeesters stinkende wonden’, zegt ze. ‘Bijvoorbeeld doordat je met subsidie iets kunstmatig probeert staande te houden waarvan je op de lange termijn weet: dit is niet levensvatbaar. Je kunt maar beter hard en duidelijk zijn en de klimaatverliezers ondervangen met fondsen en trajecten. De overheidsschuld mag daarvoor best oplopen. Op korte termijn kost het veel geld, maar dan kunnen we veel dooretterende problemen een halt toeroepen. Dan sluiten we zeker ook geen welvaartsgroei uit. Een duurzame economie levert over veertig jaar veel meer op dan een fossiele.’

Cees Bos staat op van de picknicktafel en loopt naar zijn rode leasewagen. Hij is aan de late kant voor zijn afspraak. ‘Nou ja, ze wachten maar even. Na wat ze vandaag geflikt hebben… onafhankelijke vakbondsleden verbieden om met de pers te praten.’ Hij is er nog steeds pissig over. Maar de oba en de vakbond hebben elkaar nog nodig bij het invullen van de details van het kolenfonds.

Bos is trots op wat ze tot nu toe hebben bereikt, al weet hij ook dat dit slechts een eerste stapje is. ‘Er staat ons nog een hoop te wachten’, zegt hij. Al jaren loopt hij als vakbondsman rond in de haven van Rotterdam, een plek bij uitstek waar onvoorstelbaar veel moet veranderen. ‘Eerst zat men daar in de ontkenningsfase, vervolgens zijn ze gaan nadenken, want zij snappen ook wel dat de olie-industrie, de kurk waar de haven op drijft, op den duur gaat verdwijnen. Hoe kunnen ze de haven CO2-neutraal maken? Er worden zat plannen gemaakt. Maar nog niet voor de mensen die buiten de boot dreigen te vallen. Die komen altijd als laatste.’


Ondanks herhaalde verzoeken wilde kolenoverslagbedrijf OBA niet meewerken aan of reageren op dit artikel


Dit artikel is onderdeel van de serie ‘Een Green New Deal voor Nederland’ waarin De Groene verslag doet van de inspanningen om ons land klimaatvriendelijker te maken.