De rentree van de politieke film

Ik ken in Oostenrijk een paar zeer aardige, zeer bij de kunstzinnige film betrokken mensen die ik geen verzoek kan weigeren. Zodoende ga ik mij na de zomer als jurylid buigen over een reeks films en video’s die zijn ingezonden onder het motto Alien Nation: Filmart Takes Position.

Ik had allang toegezegd voordat ik besefte waar het om ging. Niet dat ik er nu spijt van heb, maar de bewust naieve kant van deze sympathieke onderneming is wat beter tot mij doorgedrongen. Filmkunstenaars worden opgeroepen om een kort zelfstandig deel te leveren aan een op een rol samen te brengen pakket films. De delen moeten gaan over zoiets als ‘de vreemdeling’ en 'de natie’. Dit behoeft denk ik niet veel uitleg. De vreemdeling is immers steeds minder welkom in het zich als een oester sluitende Europa.
In Oostenrijk is dat nog wat beter voelbaar dan bij ons. Vreemdeling-vijandige politici halen daar meer stemmen en de gewelddadige uitwassen zijn er schrijnender. Neem de beruchte bombrieven die werden gestuurd naar mensen die zich hadden ingezet voor de opvang van vluchtelingen. Maar in wezen voltrekt zich in heel Europa hetzelfde proces van afgrenzing en buitensluiting. In Wenen probeerden ze eerst om over dit thema een filmprogramma samen te stellen. Naar hun zeggen liep dat op niets uit, omdat er maar zeer weinig te vinden was dat esthetisch interessant was en tegelijk inhoudelijk relevant.
Ik kan mij daarbij wel iets voorstellen. De politieke film is na de jaren zeventig aan verzuring ten onder gegaan en de verhouding met de meer vormgerichte kant van het filmmaken was altijd al moeizaam. De Oostenrijkse oproep richt zich in feite tot de vorm-filmers. Ze willen diep in de kunst gewortelde film- en videomakers overhalen om zich op dat o zo verre terrein van de politiek te wagen. Misschien is dit wel het belangrijkste van het project. Er wordt gezocht naar werk met intensiteit, authenticiteit en kwaliteit. Met andere woorden: de filmmaker wordt uitdrukkelijk opgeroepen om zijn eigen normen over vorm en stijl te handhaven. Ze zoeken niet naar de toegankelijke goede-bedoelingenstijl.
Dat is mooi en streng en heeft mijn volledige instemming. Misschien hebben de initiatiefnemers het zich nog niet zo gerealiseerd, maar dat het voltooide project een heilzaam en belerend of zelfs bekerend effect zou moeten hebben, is hiermee losgelaten. De rol wordt een gebaar, geen bericht en zeker geen toespraak. De valkuil van de azijnige politieke film uit het verleden lijkt te worden vermeden. Ik ben benieuwd. Als het wat wordt, kom ik erop terug.
Nog een jury. Ik had het genoegen mee te mogen werken aan de toekenning van de L. J. Jordaan Stimuleringsprijs aan Lodewijk Crijns. Crijns maakte Kutzooi, en dat is een heel eigenwijs filmpje. Het ziet eruit als een documentaire, maar is het niet. Of je nu wel of niet weet dat Crijns de werkelijkheid een handje hielp, maakt gek genoeg voor het effect nauwelijks uit. Het is een pittig, misschien zelfs een beetje wreed filmje, dat de toeschouwer bij verrassing neemt door zich tamelijk onschuldig voor te doen. Het ziet er uit als een documentaire uit de historische school van de cinema verite. Het is op video gedraaid, dus het hoefde niet in zwart wit, maar dit werkt toch heel aardig.
Drie wat etterige, spijbelende Amsterdamse schooljongens worden gevolgd bij hun strooptochten door de stad. Ze bestrijden de verveling met gevaarlijke spelletjes op industriele afbraakterreinen. Zo'n spelletje wordt een van hen noodlottig. Crijns verkreeg een aantal van zijn meest emotionerende momenten door de gebeurtenissen in scene te zetten. Geen docudrama, maar bedriegelijk 'echt’ in beeld gebracht. Crijns maakte op die manier een indringend portret van een soort jongeren dat zich normaal niet zo gauw laat portretteren. Mijn mede-juryleden zagen graag dat hier het maatschappelijke, misschien zelfs politieke belang van werd gemeld. Filmart Takes Position. Alsof dat gewoon is.