De monarch als nationaal bindmiddel

De republiek krijgt weer een koning

Een troonswisseling is het uitgelezen moment om het koningschap te veranderen. Maar republikeinse geluiden zijn zeldzaam. De Oranjes als anker in onzekere tijden?

Over vertrekkende koninginnen niks dan goeds. Direct nadat koningin Beatrix maandagavond haar vertrek had aangekondigd regende het complimenten aan haar adres. Deels was dat hoffelijkheid, maar veelal waren de loftuitingen gemeend. De koningin is in de 33 jaar dat ze op de troon zat volgens minister-president Mark Rutte uitgegroeid tot een icoon van Nederland. Anderen noemden haar een symbool van eenheid. Geluiden dat een erfelijk koningschap niet meer van deze tijd is, lijken zelf geluiden te zijn geworden uit een andere tijd.

Oud-premier Wim Kok verwoordde maandagavond waarschijnlijk het best het Nederlandse ambivalente denken over het koningschap. Nederlanders voelen zich republikeinen, maar heel principieel zijn ze daarin niet. Weliswaar zouden ze anno nu het erfelijk koningschap niet hebben bedacht, maar aan­gezien het er inmiddels bijna tweehonderd jaar is, gaan ze het niet afschaffen.

Of, zoals sinds het aangekondigde vertrek van Beatrix ook vaak wordt herhaald: als Nederlanders een president zouden kunnen kiezen, zou dat Beatrix worden. Na het vertrek van de deze week 75 jaar geworden koningin is overigens de kans groot dat bij verkiezingen niet haar erfelijke opvolger zou worden gekozen tot president, maar zijn vrouw Máxima. Wat je daar als republikein van zou moeten vinden, wordt dan wel heel ingewikkeld.

Kok mag de algemene stemming hebben verwoord, de oud-pvda-politicus voegde daar iets opmerkelijks aan toe. De man die als premier acht jaar lang op de maandag­middagen bij Beatrix op bezoek ging, vindt dat de politiek de troonswisseling niet moet aangrijpen om taken weg te halen bij het inhoudelijk koningschap. Dat is volgens hem riskant. Hij ging zelfs nog een stap verder. Volgens Kok vraagt deze tijd juist om méér inhoudelijk koningschap.

Meer inhoudelijk koningschap? Is dat niet tegen de trend in? Wat zou dat voor koning Willem-Alexander dan concreet betekenen? En waarom moet dat volgens de voormalig minister-president juist nu? Daarover bleef Kok jammer genoeg onduidelijk. Het is voer voor een grondige inhoudelijke discussie over het koningschap. Een discussie waar de politiek van had gezegd die te willen voeren als er sprake zou zijn van een troonswisseling, maar waarvan de vraag is of die er nu ook daadwerkelijk komt.

In de politiek is de afgelopen jaren overigens veelvuldig gediscussieerd over het koningshuis of een van zijn leden. Dat ging vaak over incidenten, zoals over de hoogte van de jaarlijkse toelage van leden van het koninklijk huis in tijden dat iedereen de broekriem moet aanhalen, over de villa van Willem-Alexander in Mozambique of over de belastingontwijking van prinses Christina via Paleis Noordeinde.

Wat die incidenten met elkaar gemeen hadden, was de ondertoon: leden van het koninklijk huis of de koninklijke familie in Nederland moeten niet denken dat voor hen andere regels gelden of dat ze tot de mondiale jetset behoren. De afstand die Beatrix wilde bewaren tot het volk, om zo de monarchie respect te laten afdwingen, mag van Nederlanders geen kloof worden die leidt tot spatjes bij individuele leden van de koninklijke familie. Willem-Alexander heeft die boodschap ingewreven gekregen tijdens het gedoe rond zijn villa.

Daarnaast waren er ook discussies die raakten aan de principiële vraag wat de taak is van een monarch, aan de vraag hoe ver zijn invloed mag gaan. Koning Willem-Alexander treft op 30 april van dit jaar bij zijn inhuldiging een ander koningschap aan dan zijn moeder in 1980. Meest in het oog springende wijziging is dat hij niet meer betrokken zal worden bij kabinetsformaties, een verandering die na de verkiezingen van afgelopen september voor het eerst vorm kreeg. Tot opluchting van de politiek verliep die formatie zonder kleerscheuren en hoefde ze niet met hangende pootjes terug naar het staatshoofd om alsnog om bemiddeling te vragen. Het inhoudelijk koningschap is daarmee dus eerder uitgekleed dan dat het verder is aangekleed, zoals Kok bepleit.

Reden voor het schrappen van de rol van de koning bij de kabinetsformatie is de invloed, al dan niet vermeend, die het staatshoofd daarbij zou hebben. Tegenstanders van het schrappen van die rol wezen erop dat er in een formatie een procesbegeleider nodig is die boven de partijen staat. Ze verdedigden de rol van de koning door erop te wijzen dat de invloed van het staatshoofd vooral afhangt van de rechte ruggen van de politici.

Als het aan de pvv van Geert Wilders ligt, blijft het niet bij het schrappen van de rol bij de kabinetsformatie, maar wordt het koningschap van Willem-Alexander nog verder uitgekleed. Op papier is de pvv niet de enige politieke partij die daarvoor pleit, maar de praktijk is weerbarstig, niet in de laatste plaats omdat politieke partijen hun achterbannen niet van zich willen vervreemden met discussies over bij de bevolking gewaardeerde en populaire personen. Het zijn net Nederlanders die politici: ook bij hen gaat pragmatisme boven principes.

Wilders wil dat de koning, die nu formeel lid is van de regering, een puur ceremoniële functie krijgt: linten knippen, de Nederlandse zakelijke belangen in het buitenland behartigen en er zijn in tijden van vreugde, verdriet en sportieve prestaties. Maar geen maandagse kopjes thee met de minister-president meer, geen aanmoedigingen aan het adres van ministers of staatssecretarissen en geen inhoudelijke kerstboodschappen.

Willem-Alexander heeft ooit gezegd voor zo’n koningschap niet te voelen. Maar daar gaat niet hij, maar de politiek over. Zorgen hoeft hij zich nu echter niet te maken. Er staat geen meerderheid klaar om direct flink aan zijn koninklijke stoelpoten te gaan zagen. Het argument dat een koning met een louter ceremoniële functie ook niet meer zou vallen onder de ministeriële verantwoordelijkheid en daardoor zou kunnen zeggen wat hij wil, weegt zwaar in Den Haag.

Wel zal iedereen bij de eerste kerstboodschap van koning Willem-Alexander – mocht hij die traditie voortzetten – op het puntje van zijn stoel zitten. Wilders voorop. Want hij is degene die zich in het recente verleden regelmatig heeft geërgerd aan de kerstboodschappen van Beatrix. Hij zag daarin, bijvoorbeeld in 2007, ‘een politieke toespraak tegen ons, waarin het multiculti-ideaal wordt opgehemeld door iemand die niet gekozen is en die ik politiek niet kan tegenspreken’.

Opmerkelijk is dat uitgerekend partijen als d66 en GroenLinks, die ook pleiten voor het verminderen van het inhoudelijk koningschap, de vertrekkende koningin juist loven om de inhoud van haar boodschappen. d66 heeft het in een reactie op het aangekondigde vertrek van Beatrix over het ‘agenderen van belangrijke politiek-maatschappelijke thema’s, zoals duurzaamheid, Europa en integratie’. GroenLinks is lovend over de onvermoeibaarheid waarmee de koningin kwetsbare waarden heeft uitgedragen, zoals verdraagzaamheid, zorg voor onze natuur en Europese solidariteit. Dat zijn inhoudelijke onderwerpen, waarvan de strekking van de koninklijke boodschap paste bij de politieke standpunten van beide partijen. En minder kleurde bij die van de pvv. Had Wilders dan toch gelijk?

Oud-premier Kok noemde het willen weghalen van taken bij het koningschap riskant. Mogelijk doelde hij op de tijd, energie en tweespalt die dat zou kosten, terwijl Nederland nu wel iets anders aan zijn hoofd heeft. De euro­crisis, de oplopende werkloosheid, de problemen in de zorg, de globalisering die voor sommigen zekerheden wegslaat terwijl anderen er werelden mee weten te winnen, en de verschillen tussen hoog- en laagopgeleiden die druk zet op de onderlinge solidariteit – het zijn belangrijker onderwerpen voor de meeste Nederlanders dan een ­discussie over het invoeren van een puur ceremonieel koningschap. Door dat onderwerp toch aan te kaarten zou het juist de politiek zelf zijn die het risico loopt aan vertrouwen in te boeten. Daar kunnen ook republikeinen moeilijk aan voorbij gaan. Misschien vindt Kok het daarnaast ook wel riskant omdat velen het koningshuis zien als een symbool van eenheid. Daarmee vervult het voor hen een rol in een wereld die snel verandert, groter, diverser en onzekerder wordt, maar waarin met elkaar iets delen blijkbaar toch, of zelfs juist daardoor, belangrijk wordt gevonden. Daaraan gaan tornen zou in die redenering burgers vooral iets afpakken. Weliswaar zou het dan ‘slechts’ een symbool zijn dat ze verliezen, maar ook symbolen hebben waarde. Willem-Alexanders belangrijkste taak is daarmee die van natio­naal bindmiddel.

Daarover maakte voormalig cda-minister van Justitie Ernst Hirsch Ballin nog een bijzondere opmerking. Volgens hem heeft het koningschap door juist geen politieke rol meer te spelen aan gezag gewonnen. Daarmee zouden de politici die zich hebben ingezet voor die andere rol van het staatshoofd het tegenovergestelde hebben bereikt van wat ze wilden. Ze hebben de koning juist sterker gemaakt.

Of Willem-Alexander dat gewonnen gezag weet te behouden, zal afhangen van zijn persoonlijke optreden en de maatschappelijke en politieke ontwikkelingen in de jaren dat hij koning is. Maar republikeinen hebben het tij niet mee. Bovendien zijn ze gewaarschuwd: minder kan juist meer zijn.