De reukzin vergroot

Dat gaf mij, sinds ik mijzelf ten overstaan van de ui onder tafel vandaan had gehaald, een onmiskenbare achterstand. Want zelfs Colijn wist, als elke brave boerenzoon, dat wie vraagtekens zaait vraagtekens oogst.

Ik keek om mij heen met hevig anti-vraagtekenverlangen. Wrong mijn ogen in de juiste kameleontische bochten. Op zoek naar de man zonder vraagtekens. Teneinde naar hem toe te stappen en te zeggen: ‘Vertel mij uw verhaal.’
Het is waarschijnlijk dat die eerst aangesprokene in zo'n geval komt met: 'Makreel met ansjovismosterd - jazeker - daar heb je alweer zoiets. Maar los daarvan heb ik nog andere - jazeker - ik heb meerdere geluksmomenten gekend. Laat ik een enkele ervan aan u mogen voorschotelen. Ik sliep in een klein huis - jazeker. Een stenen huis en alleen. Hoog in de heuvels in een woest landschap. Alhoewel ik wist dat er beneden mij een echte moedermoordenaar woonde, was dat het niet wat mij uit de sussende slaap hield. Want ik was plotseling wakker geworden. Uit mijn sussende slaap.
Nee, het was een soort schuivend gesnuif. Dat gerucht. Een vreemd langgerekt, niet ruisend of fluitend maar desondanks qua toon geheel niet afbuigend geluid. Meer een halfluid suizen, half binnen en half buiten. Mijn ademhaling, daar heb ik doorgaans geen moeilijkheden mee, maar toen wel. Omdat ik voelde hoe ik het uitademen inhield. In dat geval wordt de reukzin vergroot. Daarom werd de geur van het al enige uren gedoofde vuur beduidend sterker. De resterende as van het vuur bevond zich rechts van mij. Links van mij een onbeslapen hoofdkussen, de nacht daarvoor nog in diverse richtingen gekruist door een jonge veldmuis. Daartussen ikzelf, in het bed. Het houten bed zelf was bruin. Al doet dat er op dit moment niet zoveel toe. Behalve dat was ik alleen met het geluid. Het bruine bed was al geruime tijd opgehouden met kraken. Ik was alleen met het geluid van het huis. Alleen dat geluid van het huis. Het huis zuchtte, het is de zuivere waarheid. Het huis zuchtte. “Hhhuiuiuisss!”, zuchtte het huis. Althans zo voelde ik het. Het was een huis dat tussen nacht en morgen stond, dat moet ik er wel bij zeggen. Jazeker.’