De revolutie van mei 1940

Zoals ieder jaar herdenkt Nederland op 4 mei zijn doden en op 5 mei de Bevrijding, nu zeventig jaar geleden. Aan de Duitse inval, driekwart eeuw geleden, is over het algemeen geen officiële aandacht besteed.

Vanzelfsprekend. Een wapenfeit van een agressor wordt genegeerd. Maar toch zou het zijn verdienste hebben als we 75 jaar later de aanval in de herdenking zouden opnemen, want toen is de grondslag gelegd voor een revolutionaire ontwikkeling van de verhoudingen tussen Nederland en de buitenwereld, wat we nu de internationale gemeenschap noemen.

Voor de oorlog koesterden we onze neutraliteit. Geen wonder, want deze volstrekte partijloosheid had ons heelhuids langs de catastrofe van de Eerste Wereldoorlog geloodst. De opdringende buitenlandse politiek van Hitler en de steeds duidelijker aanwezigheid van het nationaal-socialisme binnen de grenzen hadden daarin geen verandering gebracht. Nederland gedroeg zich als een grote mogendheid, met een eigen relatief grote vloot, een moderne luchtmacht en de waterlinie die ons onkwetsbaar maakte. En bovendien hadden we aan de andere kant van de aardbol onze koloniën, de Gordel van Smaragd waar we heer en meester waren.

Deze machtige natie is 75 jaar geleden binnen vijf dagen onder de voet gelopen. In een rede protesteerde koningin Wilhelmina ‘met vlammende verontwaardiging’ en vanzelfsprekend is er toen ook dapper gevochten. Maar met de neutraliteit was het gedaan. Dat is het begin van de revolutie die ons toen is opgedrongen, een gebeurtenis die we nu ook zouden moeten herdenken. Voortaan hoorden we tot de geallieerden. Dat is een historische verandering waaraan we ook moesten wennen.

‘Indonesië verloren, rampspoed geboren’. Dat was onzin

Al vlug ontstonden er verzetsgroepen, vooral onder communisten en studenten. Maar tekenend voor de staat van het volk is de oprichting van de Nederlandsche Unie door Louis Einthoven, Johannes Linthorst Homan en Jan de Quay, op 24 juli 1940. De Unie had de instemming van de bezetter. Het voornaamste doel was behoud en versterking van het vaderland en een tegenwicht tegen de NSB. Binnen een maand had de Unie een miljoen sympathisanten en zeshonderdduizend leden. Een gigantische onderschatting van de macht en de bedoelingen van de nazi’s en een vergissing die het politieke instinct typeert.

Dan komt de Indonesische kwestie. Op 17 augustus 1945 hadden Soekarno en zijn geestverwanten de onafhankelijke Republiek Indonesia uitgeroepen. Daar kwam volgens Den Haag niets van in. Soekarno was een collaborateur van de Japanners. Om de toekomst van Indonesië te regelen hebben we, tegen alle buitenlandse en binnenlandse waarschuwingen in, een leger van een paar honderdduizend man naar de andere kant van de wereld gestuurd. ‘Indonesië verloren, rampspoed geboren’. Dat was onzin. Daarna heeft de geschiedenis zich in de zogenaamde kwestie Nieuw-Guinea herhaald. Grootmacht Nederland stuurde tienduizend soldaten en het vliegkampschip Karel Doorman. Ook vergeefs. In 1962 zijn we er vertrokken.

Een paar jaar na de Bevrijding begon de Europese eenwording vorm te krijgen. In 1951 werd de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal opgericht en Nederland werd lid. Intussen was onder de druk van de Sovjet-Unie in 1949 al de Navo ontstaan. In de loop der jaren zou blijken dat Nederland een van de trouwste volgelingen van Washington was. Dat is zo gebleven tot het einde van de Koude Oorlog en ook daarna. Zo hebben we ons laten verleiden door de leugens van George W. Bush en zijn we in de oorlog tegen Saddam Hoessein terechtgekomen. Niet door een ferm besluit van de Nederlandse Leeuw maar door gedienstige goedgelovigheid.

Tussen 10 mei 1940 en het tweede decennium van deze eeuw heeft zich een langzame omwenteling voltrokken. Buitenlandse politiek is een onderwerp dat de publieke opinie niet meer aanspreekt, vaderlandsliefde zie je vooral bij voetbalwedstrijden. In de loop der jaren is de defensie verwaarloosd. Volgens Alfred van Staden, vice-voorzitter van de Adviesraad Internationale Vraagstukken, in een interview met de Volkskrant, zal het 3,3 tot 5,7 miljard euro extra per jaar kosten om de defensie weer op peil te brengen. Welke politieke partij waagt zich aan zo’n voorstel? De illusie dat Nederland een mogendheid is waarmee je rekening moet houden heeft lang geduurd. De grondslag daarvoor is nu verdwenen.