Media

De Riepl-wet

Afgelopen week hoorde ik op de radio weer een paar keer de opmerking dat het succes van de sociale media het einde van de krant betekent. Het is een klassieke gedachte, minstens zo oud als de oudste nieuwe media – fotografie, film, radio. Iedere keer wordt gesuggereerd dat het nieuwe medium de bestaande overbodig maakt en iedere keer blijkt dat onjuist.

In plaats van vervanging van het een door het ander komt het nieuwe erbij, met als gevolg dat er in de loop van een eeuw steeds meer media zijn. Ondertussen zijn het er zoveel dat je werkelijk zou denken dat het niet lang meer kan duren tot de grens bereikt is. Maar is dat niet precies de gedachte die telkens onjuist blijkt te zijn? Een verzadigingspunt kan altijd bereikt worden. Voorlopig is er echter niets wat daarop wijst. Integendeel.

Om te beginnen dat succes van de sociale media. Het gaat inderdaad maar door. Zo vertelt een recente infographic van Socialnomics.com dat Twitter in de Verenigde Staten blijft groeien, meer nog dan Facebook. Meer dan de helft van de huidige twitteraars twitterde een jaar geleden nog niet. Dit cijfer hangt samen met een interessanter feit, namelijk dat de snelst groeiende groep onder de _social media-_gebruikers de reeds-lang-volwassenen zijn – mensen tussen de 45 en 54 jaar oud. Maar liefst 55 procent van hen bezit een profiel op een sociaal netwerk.

Cijfers over dezelfde leeftijdsgroep in Nederland heb ik niet kunnen vinden, maar verwant onderzoek zoals dat van Newcom, Marketingfacts en Yellow Lemon Tree suggereert dat het bij ons dezelfde kant op gaat: naar een samenleving waaruit sociale media net zo min weg te denken zijn als de televisie of de krant. Zo weten we ook dat het aantal personen dat dagelijks meerdere keren zijn of haar sociale medium ververst – een berichtje op Facebook of Twitter plaatst, een profiel bijwerkt – snel toeneemt. Op dit moment doet in de VS 22 procent van de bevolking dat.

De stijging loopt parallel aan een algemene: het aantal Amerikanen dat via sociale media op de hoogte blijft van ontwikkelingen bij een merk, bedrijf of partij is de afgelopen jaren eveneens sterk gestegen, van 16 naar 33 procent. Het is een cijfer waar communicatiedeskundigen de vingers bij aflikken: nog slechts 33 procent, wat een (zoals dat heet) ‘groeipotentieel’! Een belangrijk deel van dat potentieel, aldus andere optimistische cijfers, ligt in het gebruik van sociale media op mobieltjes. Ook hierin zit een enorme groei. Voorlopig – laatste cijfer – is en blijft Facebook het meest succesvolle sociale medium. Het beïnvloedt het koopgedrag van maar liefst 47 procent van de Amerikanen en een kwart van hen kijkt er dagelijks meerdere keren op. We weten het al lang: Facebook is perfect toegesneden op onze geïndividualiseerde, licht narcistische cultuur.

Toch betekenen deze fraaie cijfers niet dat de andere media het zoveel slechter doen. Het is waar dat krantenoplagen blijven dalen, maar uit een onderzoek dat Deloitte vorige maand publiceerde, blijkt bijvoorbeeld dat er over het succes van de sociale media met betrekking tot de televisie vooral een aantal hardnekkige mythes bestaat. De eerste hiervan is dat we minder tv zouden kijken. Dat is niet waar. Tussen 2007 en 2011 zijn Nederlanders van boven de zes jaar juist meer tv gaan kijken, drie procent om precies te zijn. Overigens is er wel een daling en ook een die te denken geeft: dat vooral Nederlanders tussen 13 en 34 minder kijken, maar dat rechtvaardigt nog niet de algemene conclusie dat ‘er minder tv gekeken wordt’.

Een tweede mythe is dat andere apparaten het oude televisietoestel verdringen. Ook dat blijkt onjuist. Mythe nummer 3: sociale media nemen de informatie van tv over. Dat is zelfs volstrekt onjuist: de verhouding is maar liefst 1:31; op elke minuut gebruik van de sociale media kijkt de Nederlander 31 minuten tv. Mythe nummer 4 gaat over de afnemende reclame-inkomsten op tv. Die afname klopt. Het is echter niet erg waarschijnlijk (zeker niet gezien genoemde verhoudingscijfers) dat dit met de opkomst van sociale media te maken heeft. Een eenvoudiger verklaring is voor de hand liggender: de crisis. Tot slot de laatste mythe: dat het publiek alles gratis wil en daarom massaal richting internet stroomt. Onjuist. Steeds meer mensen zijn bereid voor tv te betalen (filmnet, extra pakketten, sportzenders) en steeds vaker ook blijkt er voor internet betaald te worden.

In 1913 promoveerde Wolfgang Riepl, hoofdredacteur van de Nürnberger Zeitung, op de nieuwsvoorziening in de Oudheid, in het bijzonder bij de Romeinen. In die dissertatie formuleerde hij een wet die, zo lijkt het, ook vandaag de dag nog geldig is: dat de opkomst van nieuwe media niet tot verdringing maar tot convergentie leidt. Dat is precies ook de uitkomst van het Deloitte-onderzoek: er is voor de televisie voorlopig niets aan de hand, de makers moeten hoogstens nieuwe vormen in de bestaande integreren.

Media