De rijnmondvorst vertrekt

ACHTERAF MAG HET niet verbazend heten dat Bram Peper na zestien jaar burgemeesterschap in de nationale politiek is beland. De aandacht die hij trok door op eigen initiatief een bezoek te brengen aan zijn vriend Habibie, de nieuwe president van Indonesië, kan gerust als een open sollicitatie voor een ministerspost worden geïnterpreteerd. De timing was in elk geval perfect: midden in het formatieproces pleitte de Rotterdamse burgemeester out of the blue voor hervatting van de ontwikkelingssamenwerking met de voormalige kolonie. Want ‘wat hier gebeurt, is overweldigend’, meldde hij vanuit Jakarta.

Eerder had Peper goede sier gemaakt met een voorstel voor een gekozen burgemeester. ‘Dat was solliciteren voor een ministerspost’, zegt Manuel Kneepkens, fractievoorzitter van de Rotterdamse Stadspartij. 'Peper heeft zich met het referendum over de stadsprovincie al bij D66 ingelikt. Die Habibie-reis heeft-ie ondernomen om zich te profileren. Daarna vertrok hij hals over kop naar Cuba om daar een beeld van Piet Heyn te onthullen. Op uitnodiging van Van ’t Wout, bij mijn weten de enige Nederlandse ondernemer die zich niet aan het embargo tegen Cuba houdt. Diens dochter, die couturière is, maakt pakken voor Fidel.’
De Rotterdamse fractievoorzitter van het CDA, Lucas Bolsius, is evenmin verrast. Tijdens een besloten bijeenkomst van de Commissie Algemene Bestuurszaken, eind juni, stelde de burgemeester aan de aanwezige fractievoorzitters de vraag of politiereorganisatie een wenselijke zaak is. 'Dat zou u aan de nieuwe minister van Binnenlandse Zaken moeten vragen’, grapte Bolsius. Bram Peper zou gereageerd hebben met: 'Die ken ik heel goed.’
Rotterdamse Carrie, columniste bij Spijkers met koppen en Radio Rijnmond hoorde bij thuiskomst van vakantie van een vriendin dat Peper zou vertrekken als burgemeester. Haar reactie: 'Ah nee hè, weggepromoveerd zeker.’ En jawel. Binnenlandse Zaken is wat haar betreft het beste ministerie waar hij terecht had kunnen komen: 'Daar heeft-ie het minste macht. Je moet er toch niet aan denken dat-ie op Economische Zaken of Buitenlandse Zaken terecht was gekomen? Nu kan-ie lekker verder dromen over de stadsprovincie, daar een voorstelletje of veertien over doen. Dat plan komt er toch nooit door. Ik ben hartstikke blij dat-ie oppleurt, ik hoop dat-ie daar lekker blijft zitten in Den Haag.’
De zestien jaar van Pepers burgemeesterschap verliepen niet zonder slag of stoot. Maarten Dazelaar, medewerker van de Pauluskerk van dominee Visser, herinnert zich de gang van zaken rond de sluiting van Perron Nul, de opvangplaats voor verslaafden en ontheemden, in december 1994. 'Er heeft toen een tijdje een media-oorlog tussen Visser en Peper gewoed. Peper heeft daarbij de waarheid naar zijn hand gezet. De noodkreet van Visser, een roep om hulp bij het in de hand houden van de problemen die zich rond Perron Nul voordeden, is door Peper gebruikt als excuus om de zaak op te doeken. Als een klein Machiavellietje heeft Peper geheerst. Ik zou Peper omschrijven als een slimme, geslepen politicus met heel veel verstand van de grote stad, maar ook een man die niet altijd even slim met personen omspringt.’
HET BOTSTE voortdurend tussen Peper en zijn medebestuurders. Vorig jaar november nog zorgde de touwtrekkerij rond een monumentale villa in het Museumpark voor ophef. Peper had het pand, dat - restauratie incluis - 2,5 miljoen gulden moest kosten, in gedachten als ambtswoning. Met dat in het achterhoofd haalde hij het argument van stal dat de burgemeesterswoning toch groot genoeg moest zijn om een logeerkamer voor de koningin te kunnen herbergen.
Fractievoorzitter Kneepkens van de Stadspartij: 'Opeens was er die witte villa. Had-ie gekocht. Die moest de gemeente maar overnemen als ambtswoning. Hij was gewoon verbaasd dat dat niet zonder meer gebeurde. Peper was geen kritiek gewend. Als een partij te groot is, verleert men met kritiek om te gaan. Als ik zei: “U heeft recht op kritiek”, keek hij me met die wazige oogjes eens een tijdje aan.’
Kneepkens heeft weinig moeite met het vertrek van 'de Rijnmondvorst’. Maar diens humor zal hij wel missen. Toen Peper zes jaar geleden opnieuw benoemd moest worden, werd er bij wijze van grap alvast een afscheidscomité opgericht. Kneepkens: 'Een arme weduwe maakte 1 gulden 25 over. Dat was het volledig ingezamelde bedrag. Pepers reactie was: “Dan moet ik maar blijven.”’
Fractievoorzitter Chris van Heumen van de SP: 'Soms leek het wel of hij spiekbriefjes op het plafond had geplakt. Je wist dan niet of hij werkelijk luisterde of niet. Hij wekte vaak de indruk van desinteresse. Of hij zat te gapen, of in z'n oor te pulken. Soms zat er redelijk veel publiek op de tribune. Dat ziet dan de eerste burger in z'n stoel hangen als een grote, lompe boer. Nee, bij mij was hij niet geliefd. Het is een arrogante man. Ik denk niet dat dit kabinet de rit uitzit. Peper zal daar z'n rol wel in spelen. Als-ie eenmaal een keutel heeft gelaten, douwt hij door.’
De vice-fractievoorzitter van de VVD in de Rotterdamse raad, Van Duin, oordeelt milder over het plafondstaren. 'Ach, menselijke trekjes zijn hem niet vreemd. Vergaderingen duren soms tergend lang. Ik kan me daar alles bij voorstellen.’ Hij prijst de ervaring die Peper met stedenbeleid heeft opgedaan. 'Peper zal bijvoorbeeld in politiezaken een positieve invloed kunnen hebben.’
BOLSIUS VAN het Rotterdamse CDA: 'Peper heeft iets charmant klungeligs. Dat werkt ontwapenend. Hij is in staat absoluut naïef over te komen waar hij dat absoluut niet is. Hij zal de discussie niet schuwen, maar is tactisch genoeg om op tijd een compromis te sluiten.’
Gemeenteraadslid Den Braber van klein rechts (SGP, GPV en RPF) noemt Peper een enigszins afstandelijke maar innemende man. Maar innemendheid alléén is in zijn visie onvoldoende als verklaring voor het feit dat Peper zijn blunders als burgemeester keer op keer wist te overleven. 'Peper had een hoeveelheid goodwill opgebouwd die je alleen kunt opbouwen als er géén conflicten zijn. En als er een conflict was, wist hij dat te overleven dankzij zijn kwaliteiten. Omdat hij z'n verontschuldigingen maakte en omdat hij een grote kennis van zaken had.’
Loco-burgemeester Simons liet op 30 juli weten pas commentaar te zullen leveren als Peper bij terugkomst uit Cuba zijn benoeming bij de formateur zou hebben aanvaard. Via een woordvoerder laat hij nu weten pas persoonlijke uitspraken over Pepers vertrek te willen doen bij de officiële afscheidsvergadering in de gemeenteraad, eind september.
Nachtburgemeester ules Deelder, die Peper aanduidde met 'Pepernoot, Van Peperen of mijnheer Pieper’, liet via zijn manager weten liever niet te willen reageren. 'Dan wordt ’t zo'n negatief verhaal, daar hebben we niet zo'n zin in.’ En als de reactie nou niet per se negatief hoeft te zijn? 'Dan valt er niets meer te reageren.’