Theaterkaravaan C

De ring van Katja en de asperges van Ziryab

Theatermaker Matthijs Rümke, die volgend jaar van jeugdtheater Artemis naar het Zuidelijk Toneel verhuist, bedacht een theatermarathon over de Zuid-Spaanse stad Córdoba in het jaar 1000. Een heus recital.

Het stuk Goud van Moniek Merkx duurt een klein uur en eindigt met een onthulling van de moeder aan de dochter: de heldin uit de talloze verhalen die de moeder aan de dochter vertelde (in de vorm van feuilletons met lekkere cliffhangers) komt morgen niet op de bruiloft van de dochter. Die heldin, Katja heette ze, is dood, slachtoffer van eerwraak. Maar de moeder schuift wel de ring van Katja om de vinger van de dochter. Het kleine uur voorafgaand aan de huwelijksceremonie gaat weer eens helemaal op aan verhalen. En aan het aankleden van de dochter. Aan het eind staat de dochter in volle glorie, klaar voor de bruiloft (die ze niet wil) en ze ziet er letterlijk reusachtig uit. De moeder heeft eindelijk verteld wat ze uit schaamte al die jaren voor zich heeft gehouden.

Goud is een adembenemend eenvoudige vertelling, een ontmoeting tussen twee aan elkaar gewaagde verschoppelingen in een harem, twee generaties islamitische vrouwen, waarvan de moeder het hoofd nét niet in de schoot heeft geworpen. De dochter wil uit de patio-van-de-vrouwen vluchten. Dat gaat haar lukken. Of nét niet. De moeder (Manon Nieuwe boer) trekt al haar vertelkunstige verleidingen uit de kast om het achter dikke deuren en dikke wachters opgesloten harem bestaan een geur van zoetigheid te geven. De dochter (Marike op den Akker) zet alle zeilen bij om de platgetrappelde duizend-en-één-nacht-clichés omver te schoppen. Goud is een gevecht. Niet om één gelijk. Ook niet om een veroordeling van wat al die zielige islamvrouwen wordt aangedaan. Al vertellend onderzoeken twee vrouwen hoe dat nou zit met de moraal van de islam ten opzichte van het zogeheten zwakke geslacht. Eén uur hartverwarmend theater.

Córdoba! heet het project, waarvan Goud een onderdeel is; het ging in première in Den Bosch, het gaat op reis naar (nu nog) vier steden, het heeft me een vol weekend gekost, ik heb tien van de twaalf voorstellingen gezien in twee dagen tijd, en ik kan echt iedereen in Groningen, Amsterdam, Brussel en Haarlem (daar komt Córdoba! nog langs) aanraden hetzelfde te doen: zo’n ratatouille maakt de liefhebber maar een paar keer in een toneelminnaars leven mee. Het uitgangspunt is een ontdekking van initiatiefnemer Matthijs Rümke: in de Zuid-Spaanse stad Córdoba leefden rond het jaar 1000 christenen, moslims en joden in vreedzame coëxistentie (conviventia heette dat daar) samen. Hoe ging dat? De cultuurhistoricus Richard Rubenstein had er al een boek over geschreven: De kinderen van Aristoteles, ofwel Hoe christenen, moslims en joden de Griekse klassieken herontdekten en verlichting brachten in de donkere Middeleeuwen. In de conviventia werd niet alleen Aristoteles bestudeerd, maar werden ook rioleringen ontworpen, werd de moderne tandartsenij ontdekt, en niet te vergeten het bereiden en genieten van asperges.

Klinkt allemaal gek en reuze utopisch, rinkelt als een mooi antwoord op Geert Wilders, Ayaan Hirsi Ali en Paul Cliteur, klopt natuurlijk voor geen meter. Want binnen de kortste keren was het hartstikke hommeles in de tovertuin van Córdoba. Tegen het eind van de elfde eeuw predikte de fundamentalistische moslim-mysticus al-Ghazali het leerstuk van «slaafs traditionalisme», waar de islam zijn reputatie van «achterlijke cultuur» aan heeft overgehouden. Toch heeft het iets, die conviventia. In ieder geval heeft het veertien schrijvers en zeven theatergroepen geïnspireerd tot twaalf fonkelnieuwe theateruitvoeringen. Want dat is Córdoba! En er is voluit ruimte voor ironie over de utopie van de vreedzame coëxistentie tussen die onverenigbare geloven. Die wordt nog het best samengevat in het oergeestige De kok van Córdoba van Lucas Catherine en Willy Thomas van Dito’Dito: «Op straat liepen mensen van verschillende godsdiensten, kleuren en standen op elkaar toe en vielen vervolgens mekaar in de armen. Ze knuffelden elkander hartstochtelijk, weenden daarna samen over hun harmonieus geluk en dankten samen God, ook al was het een andere. Als het een beetje goed weer was, bijna altijd dus, werd er ook wederzijds uitgenodigd op een barbecue, waardoor je op beide niet kon komen. Tegen de avond zaten de Arabische moslims weer veilig in hun palazo’s, de Berbers op hun velden, en telden joden en christenen hun centen voor de belasting die ze op het eind van de maand moesten betalen om de generositeit van de Arabische harmonie te financieren.»

De kok van Córdoba handelt over de meesterkok en meesterzanger Abu al-Hasan Ali ibn Nafi, bijgenaamd Ziryab, «de Zwarte Merel». De voorstelling lijkt echter vooral te gaan over het Brussel van nu. Jamal Boukhriss, Nicolaas Lethen en David Strosberg spreken Arabisch, Westvlaams en Hebreeuws. Hun teksten worden vernederlandst, letterlijk ondertiteld vlak onder hun kruis, op het lege keukenblok, waarop geen asperges worden klaargemaakt: «Er wordt alleen gedaan alsof.» De drie acteurs, in onelegante onderbroeken met een vijgenblad erop geprikt, becommentariëren een utopie van duizend jaar geleden vanuit de realiteit van een interculturele metropool anno nu. Het besnijden van asperges verloopt uiterst moeizaam. De Zwarte Merel Zinyab zou het in het Brussel van nu een stuk moeilijker hebben gehad. Carel Alphenaar en Neil van der Linden hebben hem ook als onderwerp gekozen. Hun kleine vertelvoorstelling Op zoek naar de zwarte merel (een productie van De Balie) is een ode, een theatraal college over de uitvinder van muzikale mixen. De nuchtere routinier Ali Cifteci («Limburgse Turk»), de gretige debutant Mike van Wetten («Vietnamees-Somalische Amsterdammer») en de musicus Kamal Hors (een kalm centrum in de voorstelling) laten zien dat je ook op een andere manier naar die beroemde zanger/kok uit Bagdad en later Córdoba kunt kijken. Geert Wilders, Ayaan Hirsi Ali en Paul Cliteur waren uitgenodigd, maar ze zijn niet gekomen. Dus doet dit enthousiaste trio het zonder hun gasten. Het is een van de aantrekkelijke kanten aan dit onpretentieuze, want avontuurlijke project Córdoba!: je wordt als toeschouwer een beetje in de actualiteit gezogen, ondertussen in staat gesteld een onderwerp van verschillende kanten te bekijken en te beluisteren, je wordt serieus genomen, je komt er intelligenter uit dan toen je in dit labyrint binnenstapte.

Het sleutelwoord in dit omvangrijke theaterproject is nieuwsgierigheid. In die zin zijn het concept en de uitvoering brechtiaans: niets is waar, er bestaat geen gelijk, we nestelen ons in een boeiende tijd, incasseren de echo’s van wat mogelijk een interculturele utopie kan zijn geweest, en kijken naar incidenten, zijn aanwezig bij confrontaties en heftige botsingen of luisteren naar op nieuwe muziek gezette teksten van dichters uit het Córdoba van kort na 1000. Dat laatste gebeurt in Ibn Zaydoen en Wallaada, een recital op basis van vertalingen die Hafid Bouazza maakte van de teksten van Ibn Zaydoen, een van de befaamde dichters uit het islamitische Andalusië. Teksten en beelden glijden door het eenvoudige witte decor, de regie (Alan Yadega rian, een veelbelovend regisseur uit Iran) is ingehouden, de verklanking door met name de sopraan Marije van Stralen is hallucinerend, de muziek van David Dramm is misschien net iets te lastig voor deze teksten, het geheel laat zich beluisteren als een introvert rustpunt in dit drukke project.

Er is nóg een rustpunt in Córdoba! Daarvoor zijn de Firma Rieks Swarte en schrijver Gerardjan Rijnders verantwoordelijk. De voorstelling Woord is een college-in-van-alles. Lesgeven in een theater kan behoorlijk onverdraaglijk zijn. Maar niet als de Firma Rieks Swarte optreedt. De firmant Swarte is met schrijver Rijnders op zoek gegaan naar het waarom en het hoe van het christelijke kruis, de joodse ster en het achthoekige teken van de islam, alledrie verwerkt in de architectuur van de synagoge van Córdoba. Aan beide zijden van het kale speelvlak staan vijf tafels opgesteld. Swarte en zijn medespeler Erik Whien vertellen verhalen waarin technische verhandelingen over constructies zich mengen met vertogen over oorsprongen van drie geloven-op-één-kussen: het jodendom, het christendom en de islam. Worden de twee vertellers, beiden architect, die – flauw, maar wat doet het ertoe – Riethaas en Koolveld heten, té technisch, dan grijpt hun secretariaatsmedewerker Lia (een onwaarschijnlijk humoristische rol van Joke Tjalsma) in. Zij doet het verhaal van Mozes als de centrale goeroe in drie uiteenlopende godsdiensten. Met kleine camera’s worden tableaus geprojecteerd, de speelvloer is een schoolbord. De reconstructie van de synagoge van Córdoba stopt plotseling bij een pilaartje op de Amsterdamse Jodenbreestraat. We beëindigen een reis van het paradijs tussen Eufraat en Tigris, via Bagdad, Jeruzalem en Córdoba, naar het Mokum van Jacob Israël de Haan. Vrolijke wetenschap. Is dat niet een motto van de god-afschaffer Nietzsche? En verdomd, je komt er lachender en slimmer uit dan toen je de voorstelling binnenstapte. Dat is de kwaliteit van dit theaterproject. Er kan volop genoten worden van spelplezier, je bladert als toeschouwer door een encyclopedie, zonder de last van een school. Je krijgt ammunitie tegen de rechtlijnige Wildersen en Cliteurs van ons columnisten-pretpark. En je blijft licht in het hoofd en nuchter bij je hart. Mis dit niet! Een theaterhappening met uitroeptekens.

Córdoba! – een theaterkaravaan. T/m 31 okt. in Groningen, 3 t/m 7 nov. in Amsterdam, 10 t/m 21 nov. in Brussel, 24 t/m 28 nov. in Haarlem. Info: www.cordoba.nl en www. cordobafestival.be