De risico’s van rechts

Honderdduizenden vluchtelingen uit de conflictgebieden van Noord-Afrika en Afghanistan hebben Europa bereikt, ze zijn daar in eerste instantie toegelaten, in Duitsland en Nederland zelfs gastvrij ontvangen, en intussen is één ding zeker: ze gaan hier niet meer weg.

Een enorme hoeveelheid nieuwe Europeanen zal een andere taal moeten leren, werk vinden, zich de zeden en gewoonten van het nieuwe thuisland eigen maken. Het zal misschien een generatie duren voor we kunnen zeggen of deze gigantische operatie geslaagd is.

Intussen groeit overal in Europa de weerstand. Meer dan tien jaar geleden verklaarde Pim Fortuyn in een interview met de Volkskrant de islam een achterlijke godsdienst. Dat wekte toen opschudding. Daarna hebben we Geert Wilders gekregen met zijn film Fitna, de kopvoddentaks, meer of minder Marokkanen. Hij is begonnen als een curieus randverschijnsel. Volgens de peilingen van Maurice de Hond zou de PVV nu 35 procent van de stemmen krijgen, de grootste partij worden. In Duitsland maakt de radicaal-rechtse beweging Pegida furore. In Frankrijk doet Marine Le Pen het buitengewoon goed. Bij de gemeenteraadsverkiezingen in Wenen, afgelopen weekend, bleven de sociaal-democraten de meerderheid houden, maar de rechtse Vrijheidspartij kreeg 31 procent van de stemmen.

Rechts doet denken aan De Veel- belovers uit de jaren twintig

De bron van de vluchtelingenstroom is nog lang niet opgedroogd. Integendeel. Met de toenemende Russische inmenging in het Syrische conflict is het waarschijnlijker dat er nog meer komen. De eindeloze oorlog in Afghanistan blijft zijn eigen bijdrage leveren. Zal Europa zijn genereuze gastvrijheid handhaven en zullen de nieuwe burgers zich fatsoenlijk en aanpassend blijven gedragen? De risico’s worden groter. Natuurlijk zijn er onder die honderdduizenden mensen ook kwaadwilligen, gewone misdadigers, mensen die weigeren zich aan te passen. De sfeer van de publiciteit maakt dat die bovenmatige aandacht zullen krijgen. Ze zullen worden gebruikt als propagandamateriaal, desnoods om te bewijzen dat die hele moslimbende niet deugt.

Op het ogenblik bevinden we ons in de fase waarin de anti-immigratiebeweging in heel Europa haar kracht dagelijks ziet groeien, terwijl het ook duidelijk is dat de meeste regerende politici zich daardoor niet of nauwelijks laten beïnvloeden. Uit deze halve passiviteit blijkt dat ze zich voorlopig met deze toenemende crisis geen raad weten. Een echte linkse partij bestaat in Europa niet meer en in het midden van het spectrum ontbreekt het aan krachtige en originele persoonlijkheden. De vluchtelingencrisis is ook een Europese personeelscrisis.

We moeten er dus rekening mee houden dat de vluchtelingen blijven komen en rechts in heel West- en Midden-Europa blijft groeien. Het werkt als communicerende vaten. De actuele vraag is dus welke inhoud de politiek van rechts zal krijgen als de daartoe horende partijen regeringsverantwoordelijkheid dragen. De grenzen sluiten is de eerste, meest voor de hand liggende maatregel. En daarna? De honderdduizenden terugsturen naar hun land van herkomst? Dat gaat niet, het roept beelden op die aan de Tweede Wereldoorlog doen denken. Maatregelen verzinnen die moslims tot tweederangs burgers degraderen? Hoe? Met een teken op hun kleren? Dat is dezelfde soort misdadige onzin.

Het zou goed zijn als rechts, na de recente successen bij verkiezingen en in de onderzoeken, met concrete denkbeelden te voorschijn kwam. Met ferme standpunten die in feite niets anders dan loze beloften zijn, doet rechts nu denken aan het Amsterdamse partijtje De Veelbelovers uit de jaren twintig. Vrij vissen en jagen in het Vondelpark en alles gekookt in de jenever, eiste het programma. Door rechts te stemmen krijg je de moslims ook niet terug naar Syrië.