Inleiding bij de special

De risicosamenleving

Na de moord op Theo van Gogh is het niet moeilijk te beseffen dat we in een risicosamenleving leven. Er is voldoende grond om te vrezen dat de moord geen eenmansactie was, en daarmee is de onveiligheid in Nederland door terroristisch geweld directer voelbaar dan na de aanslagen in New York, Bali of Madrid. Maar de dreiging blijft vaag en diffuus. Niemand weet waar, door wie en op welke schaal de volgende aanslag zal plaatsvinden.

Geen wonder dat in het brede palet van risico’s het islamitisch terrorisme op dit ogenblik alle andere overschaduwt. Het is niet het moment om te praten over verstoringen van het milieu, bedreigingen van de gezondheid en onrustbarende verschuivingen in de sociale zekerheid. Met op de voorgrond een actuele, zichtbare crisis verdwijnen andere risico’s tijdelijk naar de achtergrond. Maar het decor van statistische kansen op onheil, verontrustende epidemiologische inzichten, milieurisico’s en mogelijke andere rampen is er wel degelijk, ook als wij er even niet aan denken. Ze blijven uit het zicht tot zich daar een nieuwe crisis aandient. Wij lijken gedoemd om schrikachtig van het ene naar het andere maatschappelijke trauma te lopen.

Dat gevoel is niet nieuw. «De negentiende eeuw was het gouden tijdperk van de zekerheid», volgens Stephan Zweig in Die Welt von Gestern (1945), «maar wij zijn er inmiddels aan gewend om zonder vaste grond onder onze voeten te leven.»

Het is verleidelijk om de verantwoordelijkheid voor een en ander bij de overheid te leggen en als burger een krachtig pleidooi voor nieuw leiderschap te houden. Maar het complex van onzekerheden, dat Ullrich Beck al in 1989 beschreef als de «risicomaatschappij», kun je niet bij politiek en politie onderbrengen, alle pleidooien voor nieuw leiderschap ten spijt. Het hele leven is ervan doortrokken en wij zullen onze verzekeringen tegen risico’s grotendeels zelf moeten afsluiten.

Het Nederlands Gespreks Centrum (NGC) en De Groene Amsterdammer doen de komende maanden een poging het diffuse decor van dreigingen op te delen in herken bare risicogebieden en de verantwoordelijke acteurs ten tonele te voeren.

In dit nummer geeft De Groene Amsterdammer een voorschot op de eerste van vier publieksbijeenkomsten over de risicosamen leving, die het Nederlands Gespreks Centrum start op zaterdag 20 november in Felix Meritis. Op deze bijeenkomst worden de verschillende actoren in het risicodecor geplaatst. Wat is de verantwoordelijkheid van experts? Welke aansprakelijkheid heeft de overheid en wat staat bedrijven en burgers uiteindelijk zelf te doen?

In de eerste helft van volgend jaar wordt de aandacht gericht op de afzonderlijke risico gebieden veiligheid, gezondheid en bestaanszekerheid.

Aan het project wordt medewerking verleend door Hans Boutellier, Arthur Docters van Leeuwen, Hans Dijkstal, M. Februari, Maarten Hajer, Sijbolt Noorda, Rüdiger Safranski, Gerard de Vries en vele anderen. Het is de bedoeling dat eind mei 2005 De Groene Amsterdammer de bevindingen samenvat in een spe ciaal risicokatern.

Op de volgende pagina’s loopt Hans Boutellier vooruit op zijn lezing van aanstaande zaterdag en spreekt Rüdiger Safranski in een interview over de glorieuze en tegelijk ontluisterende rol die experts spelen in veiligheidsvraagstukken. Daarnaast publiceren we de Thomas More-lezing van John Gray, die geen deel uitmaakt van het project van het Nederlands Gespreks Centrum maar daar wel direct op aansluit.