Zwitserland, Lai da Tuma, Tomasee, Graubünden © Albinfo / Wikimedia Commons

In Rotterdam staat een kleine rode vuurtoren. Eentje zoals een kind die zou tekenen, met hoekige rode platen en een witte kop. Vroeger draaide er een felle lamp met spiegels om dwalende schepen veilig van zee naar land te dirigeren. Het Lage Licht stond sinds 1899 bij Hoek van Holland, naast zijn grotere broer het Hoge Licht. Maar 77 jaar later werden de twee vuurtorens gescheiden. Het Hoge Licht bleef, het Lage Licht werd vervangen door een hypermodern lichtsysteem waar hij niet tegenop kon schijnen. Hij werd uitgerangeerd, gedemonteerd en in de Leuvehaven weer opgebouwd, verworden tot museumstuk van het Maritiem Museum.

Marcel Kroon is registrator bij het museum in de haven. Hij gaat over de tekeningen, waaronder die van het Lage Licht. Speciaal voor dit verhaal dook hij in het depot, op zoek naar de bouwtekeningen van de ruim dertien meter hoge vuurtoren. Hij heeft ze klaargelegd in de museumbibliotheek. Het zijn kopieën – de originele stukken moeten ergens in het Nationaal Archief zijn ondergebracht, zegt hij. Hij klopt op de kont van de koker, het vergeelde papier rolt op tafel. Mijn ogen glijden over het papier, vluchtig, drie vellen totaal. ‘Wil je nog even bij de vuurtoren kijken?’ vraagt Kroon al snel.

Hij werkt ruim twintig jaar bij het Maritiem Museum, maar is nog nooit boven in de vuurtoren geweest. Hij bleef altijd op de begane grond, waar een korte film draait. ‘Die toren is van gietijzer, wist je dat?’ Hij klopt op de binnenkant van de vuurtoren, wrijft daarna lieflijk over een bout. ‘Ze konden de platen niet aan elkaar lassen. Zie je hoe die bouten en moeren de boel bij elkaar houden?’

Ik volg hem over de linksdraaiende wenteltrap naar de eerste verdieping. In een vensterbank staat een ingelijste foto van een kat, daarnaast een plastic flesje met condens rond de dop, op de vloer bromt een oude computer die de film beneden afspeelt. Een etage hoger is niets te zien, die slaan we over. In de nok is het glas zwartgeblakerd, het zwaailicht verwijderd. Er zit roest aan de buitenkant van de kozijnen. Aan de reling is een plastic kat bevestigd met tiewrap. Hij haalt zijn telefoon uit zijn broekzak. ‘Ik vind het wel leuk, hoor’, zegt hij. ‘Zo kom je nog eens ergens.’

Zo’n negenhonderd kilometer verderop, in de Zwitserse bergen, staat een vuurtoren. Een replica van het Lage Licht, maar net wat kleiner dan het origineel. De tekeningen die Kroon liet zien in de museumbibliotheek werden gebruikt voor het ontwerp. Dezelfde rode huls, dezelfde witte kop, alleen deed het schaalmodel nooit dienst aan zee. In 2010 werd het op 2046 meter hoogte opgeleverd, boven op de Oberalppas. In een elf jaar oud artikel uit het tijdschrift Vuurboet van de Nederlandse Vuurtoren Vereniging, gevonden in de krochten van het internet, staat dat de Zwitserse gemeente Tujetsch door de bouw ‘de verbondenheid tussen de oorsprong en de monding van de Rijn wil benadrukken’.

De replica stond voortaan nagenoeg aan het begin van de Rijn, het Lage Licht bijna aan het uiteinde. Een van de langste rivieren van Europa werd aan elkaar geregen door twee kleine vuurtorens.

Sinds de oplevering van het Lage Licht in 1899 is de wereld ingrijpend veranderd. De aarde warmde op, de biodiversiteit ging onderuit, het weer werd extremer. Toen de replica 111 jaar later op de Oberalppas werd geplaatst, was de gemiddelde temperatuur inmiddels met 1,19 graden Celsius gestegen. Wat betekent dat voor de Rijn? Een reis tussen twee vuurtorens, van de Zwitserse bergen naar de Leuvehaven.

Door dooi en hevige regenval overstroomt de Rijn bij Rheinfelden, Zwitserland, Aargau. Het kleine eiland werd overspoeld, februari 2021 © Max Galli / laif / ANP

Het is een mistige ochtend. Ernst Baumann staat al aan de dorpsstraat in Andermatt te wachten. Hij draagt een feloranje vest en een broek van sneldrogend materiaal met daaronder bergschoenen. De kikkergroene rugtas laat hij van zijn schouders glijden en neemt hij op schoot. De wandelstokken legt hij tussen ons in, evenwijdig aan de handrem.

Baumann is geboren in het dorpje, op 1447 meter hoogte en een klein kwartier rijden van de vuurtoren op de Oberalppas. Hij woonde twaalf jaar in Rotterdam voor de liefde. Maar zijn relatie ging over en de bergen trokken hem terug naar huis. In de wintermaanden werkt hij op de pistes, in de zomer soms als gids. Hij begeleidt mij deze ochtend naar Lai da Tuma, een meer op 2345 meter hoogte dat officieel is aangewezen als het begin van de Rijn.

In luttele minuten klimmen we zeshonderd meter, met een loeiende motor door haarspeldbochten. Hoe hoger we komen, hoe minder vangrails, hoe meer mist. De ijle lucht trekt mijn oren dicht. ‘Zet je auto daar maar neer.’ Hij wijst naar een parkeerplaats vlak bij de vuurtoren. Ik gooi het portier open en haal mijn rugtas uit de achterbak. Hij steunt op het dak van de auto, balanceert op één been, met de punt van een wandelstok schraapt hij prut onder zijn zool vandaan. Dan kijkt hij naar mijn outfit. ‘Ga je daarop lopen?’ Baumann kijkt bedenkelijk naar mijn stadse bergschoenen, eerder comfortabel dan functioneel.

‘Ons spaargeld, het smeltwater waar we nu in de zomer op kunnen rekenen, raakt op. Het waterpeil van de Rijn zal dalen’

We lopen langs de vuurtoren, parallel aan de geasfalteerde weg, en dan steeds dieper het dal in. Het gejoel van optrekkende sportwagens maakt plaats voor geklingel van kuddes alpenkoeien. Hij loopt naast het pad, door de alpenbloesem. De stokken prikt hij voor zich uit. Linkervoet, rechterstok. Linkerstok, rechtervoet. Tegenliggers groet hij met brommende Grüezi.

Wolken drijven tegen de rotsen op. Ze lijken te versnellen, tot een bergkam ze uitrekt, alsof de onderkoelde waterdruppeltjes worden uitgesmeerd in de lucht. Eenmaal over een top vertragen ze, om dan weer te verdikken. Ik stap in Baumanns voetsporen omhoog.

Na twee uur en twee korte drinkpauzes bereiken we Lai da Tuma. Het helderblauwe smeltwater ligt in de schoot van twee bergtoppen. Hij zakt door zijn knieën, maakt een kommetje van zijn handen, tilt wat water naar zijn mond. ‘Traditie’, zegt hij dan. Ik imiteer zijn handelingen. De kou brandt in mijn slokdarm, vreet aan mijn maag.

Het bergmeer wordt gevormd door honderden kleine beekjes, ooit begonnen als druppels gesmolten gletsjer en uiteindelijk samengekomen in deze krater. Het ligt er rustig, bijna onbeweeglijk, toch sijpelt het uit dit bekken. Eerst zachtjes, daarna roetsjt het de bergen af en ontstaat een krachtige, kolkende rivier die zich pas 1230 kilometer verderop bij de Noordzee voegt – daar waar ooit het Lage Licht de wacht hield. Het water doet er maanden over en komt onderweg bij dertig miljoen mensen uit de kraan, ook bij zo’n vijf miljoen Nederlanders.

De watertoevoer stond de afgelopen decennia als gevolg van klimaatverandering onder druk. De rivierwaterstand van de Rijn wordt voornamelijk beïnvloed door neerslag, gesmolten sneeuw en ijs van gletsjers, weet Marit van Tiel. Ze is onderzoeker aan de universiteit van Freiburg in Duitsland, een uur rijden ten noorden van Bazel en op ruim driehonderd kilometer van Lai da Tuma. Van Tiel promoveerde op de hydrologie van gletsjers in berggebieden en begrijpt als geen ander hoe die de rivierwaterstand kunnen beïnvloeden.

‘De hoeveelheid neerslag is natuurlijk variabel’, vertelt ze. ‘In koude en nattere jaren stroomt er naar verhouding minder smeltwater door rivieren als de Rijn.’ De gletsjer blijft dan enigszins intact. ‘Maar in een warm en droog jaar compenseren de gletsjers juist voor het tekort aan neerslag, die smelten dan sneller.’ Die balans zorgt ervoor dat de hoeveelheid water in de Rijn elk jaar min of meer gelijk is.

Maar dat evenwicht is zoek. Uit modellen van Van Tiel en haar collega’s blijkt dat binnen twintig jaar de helft van alle gletsjers in het Rijngebied gesmolten zal zijn – als de uitstoot van broeikasgassen op hetzelfde niveau blijft. Na 2080 zijn de gletsjers nagenoeg verdwenen, zo is haar verwachting. De gevolgen daarvan zijn mogelijk desastreus. ‘Mensen denken over gletsjers: die zijn zo ver weg, ergens diep in de Alpen’, zegt ze. ‘Maar het maakt wel degelijk uit wat er met die gletsjers gebeurt, ook voor Nederland.’

Hoe belangrijk de gletsjers zijn zagen we bijvoorbeeld in 2003, een van de droogste jaren sinds de eerste meting in 1824. Het waterpeil van de Rijn bij Lobith, een grensplaats waar de rivier Nederland binnen stroomt, stond toen op 691 centimeter boven nap. Dat was destijds de laagste waterstand ooit gemeten. Het aandeel smeltwater afkomstig van gletsjers was op sommige dagen maar liefst zeventien procent – gemiddeld ligt dat percentage voor dezelfde periode rond de vier. Er viel te weinig regen, de gletsjers compenseerden.

Maar het smelten gaat dus te snel. Berggebieden vervullen een soort watertorenfunctie: in de winter leggen ze reserves aan in sneeuw en ijs. In de zomer smelt dat om het gebrek aan neerslag te compenseren. Maar door klimaatverandering worden onze watertorens niet langer voldoende bijgevuld. De gletsjers smelten te snel, er komt te weinig nieuwe sneeuw en ijs bij. Gletsjers in de Alpen hebben sinds 1900 ongeveer de helft van hun ijsmassa verloren. De bodem van onze watertorens komt langzaam in zicht.

De economische schade van de droogte in 2003 werd voor Nederland geschat op een miljard euro. Maar wat gebeurt er als aan het eind van deze eeuw de gletsjers grotendeels gesmolten zijn? Valt de Rijn dan droog?

Een chemische fabriek in Ludwigshafen, juli 2020. De Duitse Rijn gaat de droge zomermaanden in met het laagste waterpeil in twee decennia, gevreesd wordt voor een verstoring van de scheepvaart op Europa’s belangrijkste binnenwaterweg © Alex Kraus / Bloomberg / Getty Images
Binnen twintig jaar zal de helft van alle gletsjers in het Rijngebied gesmolten zijn – als de uitstoot op hetzelfde niveau blijft

Hoogleraar Jan Seibert en zijn Nederlandse collega Marc Vis doen samen met Van Tiel onderzoek naar de Rijn. Seibert en Vis doen dat vanuit Zwitserland, aan de universiteit van Zürich. Alle problemen met de Rijn zijn volgens de wetenschappers te herleiden tot de hoeveelheid water. Te veel, of te weinig. ‘Er valt minder sneeuw en meer regen, waardoor de kans op extreme droogte en overstromingen toeneemt’, zegt Seibert. Weersextremen zullen in de komende decennia niet zozeer verergeren, als wel vaker voorkomen. Ook in de Alpen. Volgens het recentste ipcc-rapport is die mogelijkheid zeer waarschijnlijk.

We kunnen de gletsjers volgens Seibert en Vis het best vergelijken met een spaarrekening. Als we nu al ons geld opnemen - de gletsjers smelten te hard – heb je in de toekomst niets meer te besteden. ‘Ons spaargeld, het smeltwater waar we nu in de zomer op kunnen rekenen, raakt op. Het waterpeil van de Rijn zal dalen. Dat heeft nogal wat consequenties.’

Seibert trekt zijn borstelige wenkbrauwen op, schuift zijn titanium montuur hoger op zijn neus. ‘Het water in de Rijn wordt voor uiteenlopende doeleinden gebruikt. Van infiltratie tot irrigatie, door fabrieken en huishoudens. Als de waterstand daalt kunnen schepen minder vracht vervoeren, anders lopen ze vast.’ Dat gebeurde bijvoorbeeld in 2018, toen het water zo laag stond dat sommige vrachtschepen de rivier niet meer op konden. ‘Voor Nederland is dat niet zo’n probleem. Jullie krijgen je spullen wel via Rotterdam. Maar verder stroomopwaarts, met name in Zuid-Duitsland en Zwitsersland, komt een groot deel van de goederen per schip.’ Door die logistieke ontwrichting raken onder meer supermarktschappen leger en wordt energie duurder.

Als het water lager komt te staan, zal de rivier ook minder hard stromen. Het zoute water van de Noordzee wint daardoor terrein, zegt Vis. ‘De zee duwt als het ware tegen de Rijn. De rivier verliest kracht, dus het zoute water zal verder landinwaarts trekken. Die verzilting kan impact hebben op de ecologie.’ De grond wordt minder vruchtbaar, de kwaliteit van het grondwater neemt af, de biodiversiteit verandert. ‘Door de tragere stroming zal het water opwarmen’, vervolgt Vis. ‘Het leven in de rivier zal daardoor ook veranderen. Sommige dieren kunnen niet goed tegen zo’n temperatuurstijging en zullen verdwijnen. En vergeet niet dat warmer water minder geschikt is om energiecentrales mee te koelen.’

Schommelende waterstanden, verandering van biodiversiteit, economische schade: allemaal gevolgen van de smeltende gletsjers. Maar we hoeven volgens de wetenschappers niet bang te zijn dat de Rijn deze eeuw nog droogvalt. Dat komt door de andere kant van dezelfde klimaatmedaille: extreem weer. Het zal, zoals Seibert eerder schetste, niet meer gaan regenen, maar wel harder. De overstromingen in Limburg van afgelopen zomer waren daar een voorbeeld van. Tijdens hevige buien valt inmiddels tussen de drie en negentien procent meer regen dan in de tijd dat het Lage Licht bij Hoek van Holland werd geplaatst, bleek uit internationaal onderzoek dat in 2021 werd gepubliceerd.

‘Hier in Zwitserland is het risico op overstromingen niet zo groot’, zegt Seibert. ‘Verder stroomafwaarts, bij Mannheim, Keulen en ook in Nederland, is die kans groter. Men denkt dat de dijken wel zullen worden opgehoogd, dat hun niets kan overkomen. Maar het water komt, écht.’ De Rijn moeten we volgens hem meer ruimte geven door plekken aan te wijzen die onder mogen lopen. Hij pleit met zijn collega’s al decennia voor meer ruimte voor rivieren. Maar de bevolking groeide en beleidsmakers bouwden ook de overstromingsvlaktes vol. ‘Klimaatverandering of niet, daar bouwen is achterlijk. Het risico op overstromingen is te groot.’ De overstromingen van afgelopen zomer ontnamen 240 mensen het leven.

Een uitwateringskanaal met spuisluizen in Katwijk aan Zee, de monding van de Oude Rijn © Flip Franssen / ANP

Iets boven Zürich, net over de grens met Duitsland, ligt Konstanz. Een universiteitsstad waar het water van de Rijn zich verzamelt in het Bodenmeer. Het water is fris en helder, er zwemmen mensen. Aan het meer verblijft Karl Matthias Wantzen, hoogleraar ecologie aan de universiteit van Tours en voorzitter van een Unesco-leerstoel riviercultuur. Hij noemt het ‘een ecologische nachtmerrie’ dat een groot deel van de overstromingsvlaktes verloren is gegaan. ‘De overstromingsvlaktes zijn nodig om een ecosysteem rond een rivier in stand te houden, maar die zijn allemaal volgebouwd. De Rijn moet kunnen ademen, net zoals wij. Alleen dan kunnen er verschillende dier- en plantensoorten leven.’

In Duitsland en Frankrijk zijn delen van de meanderende rivier verworden tot een betonnen kanaal. Rechttoe, rechtaan. Nu klimaatverandering zorgt voor intensere buien en steeds kleinere gletsjers zijn de kanalen een doodvonnis voor mens en natuur. Het idee was ooit om overtollig water zo snel mogelijk af te voeren, naar lagergelegen gebied, naar zee. Die functie hebben de betonnen bakken nog steeds. Alleen wordt de werking door het veranderende klimaat versterkt: tijdens hevige regenval wordt het water zo snel afgevoerd dat het zich in minder strak geplaveide delen ophoopt en overstromingen ontstaan. Het water dat door de kanalen stroomt krijgt niet de kans om het land te bevruchten of in de bodem te trekken als grondwaterreserve. Als over enkele decennia de gletsjers gesmolten zijn, is het juist zaak het water zo lang mogelijk vast te houden. De Rijn zal dus weer ruimte moeten krijgen om door het landschap te slingeren. In de overstromingsvlaktes zal de mens moeten wijken, of men wil of niet.

De Nederlandse overheid maakt sinds 2007 meer ruimte voor rivieren. Volgens Rijkswaterstaat werden op 34 plekken langs de IJssel, Waal, Nederrijn en Lek maatregelen genomen om de veiligheid van zo’n vier miljoen Nederlanders te garanderen. Kosten: 2,3 miljard euro. Er moesten mensen en bedrijven verhuizen, rivierdijken werden verder landinwaarts geplaatst, er werden watergeulen gegraven. In 2017 was het project afgerond en de uitkomsten waren louter positief. Er vonden minder overstromingen plaats en de biodiversiteit nam toe.

Maar naast klimaatverandering is ook milieuvervuiling al decennialang een bedreiging voor de Rijn. Het is steeds lastiger geworden om op een natuurlijke manier van Rijnwater drinkwater te maken. Sinds de eeuwwisseling is de waterkwaliteit verslechterd, blijkt uit onderzoek van Riwa, de vereniging van rivierdrinkwaterbedrijven. De rivier wordt voornamelijk verontreinigd met industriële afvalstoffen en geneesmiddelen, waaronder medicatie voor diabetes en bloeddrukverlagers. Het kost daardoor steeds meer moeite om het drinkwater schoon te krijgen. In 2027 moet Nederland voldoen aan de Europese norm voor waterkwaliteit, maar halverwege april werd al bekend dat dat niet haalbaar is.

Overstroming van de Rijn in Düsseldorf, Duitsland, op 16 juli 2021 na grote hoeveelheid regen © Ying Tang / NurPhoto / Getty Images

Terug naar de Rotterdamse Leuvehaven. Het Lage Licht staat er zoals altijd, onvermoeibaar met zijn gietijzeren rode platen in de zon. Het lijkt wat doffer dan voorheen. Alsof het zelf ook niet helemaal begrijpt waarom het zijn plek bij Hoek van Holland ooit moest afstaan. Het water zal ongetwijfeld komen, tot in de haven en waarschijnlijk nog veel verder. Dan pas zal zijn uithoudingsvermogen werkelijk worden getest. Neem de gletsjers en het systeem dendert in elkaar, als de clichématige onderste kaart in het kaartenhuis. Een kettingreactie waardoor het leven zoals we dat nu kennen zal veranderen, hoewel niemand precies weet in welke mate of wanneer.

‘Een rivier is een personage, met haar woedeaanvallen en haar liefdes, haar kracht, haar wonderlijk toeval, haar ziektes, haar honger naar avontuur’, schreef de Franse schrijver Jean Giono. De Nederlandse schrijver en journalist Martin Hendriksma opent er zijn boek De Rijn: Biografie van een rivier mee. Ik las het een paar jaar terug, op vakantie aan een strand. Van het citaat maakte ik een notitie in mijn telefoon. Het gaat niet goed met haar. Ze is vergiftigd van ons afval, krijgt binnen afzienbare tijd koorts door het watertekort, haar watertorens zullen het op den duur begeven. Dat is wat bijblijft na een reis tussen twee vuurtorens. De Rijn is ziek.