De rode ingenieur

Als voorzitter van de eurogroep had Jeroen Dijsselbloem zijn oplossingsgerichte optimisme hard nodig. Hij moest Europa redden, tenslotte.

6 juli 2015. Jeroen Dijsselbloem op de voorpagina van een krant na het Griekse referendum © Chris Ratcliffe / Bloomberg/ Getty Images

Jeroen Dijsselbloem noemt zichzelf een optimist. De voormalige minister van Financiën gelooft in kleine stappen, in vooruitgang. Jaren geleden, als beginnend Tweede-Kamerlid, stond hij bekend als een van de ‘rode ingenieurs’, sociaal-democraten die zich sterk maakten voor ‘werkende oplossingen voor werkelijke problemen’.

Dat oplossingsgerichte optimisme had Dijsselbloem hard nodig als voorzitter van de eurogroep, de club van ministers van Financiën van de eurolanden die hij vijf jaar leidde – waarover hij verslag doet in De eurocrisis, het verhaal van binnenuit.

Het is een loodzware klus die Dijsselbloem te verstouwen krijgt als hij, nog geen drie maanden nadat hij minister in het kabinet-Rutte II is geworden, in januari 2013 Jean-Claude Juncker opvolgt als voorzitter van de eurogroep. De eurocrisis is dan al drie jaar aan de gang – Griekenland (twee keer), Ierland, Spanje en Portugal hebben noodprogramma’s met miljarden euro’s Europese steun lopen. Dijsselbloem maakt duidelijk dat de wortels van de crisis liggen in tekortkomingen van het eurosysteem zelf en in belabberd beleid van eurolanden, en niet alleen te maken hebben met de implosie van de Amerikaanse banken en de volgende financiële meltdown van tien jaar geleden. De crisisaanpak is traag van de grond gekomen, door politieke onwil om landen te hulp te schieten, het ontbreken van noodverbanden en door tegenstellingen tussen crediteuren- en debiteurenlanden. Hierdoor zijn de kosten van de reddingsoperaties nodeloos opgelopen. Alles bij elkaar heeft de Europese aanpak van de crisis 4,5 biljoen euro aan overheidsgeld gekost, schrijft Dijsselbloem terloops.

Hij kan meteen aan de slag, want begin 2013 staat Cyprus op omvallen. Tot dan toe zijn banken als onderdeel van de noodprogramma’s met Europees geld gestut, omdat men vreesde dat het financiële wantrouwen van het ene land op het andere zou overslaan. Maar de tijd is rijp voor een andere aanpak. Dijsselbloem heeft net SNS Reaal in Nederland genationaliseerd waarbij geldschieters – aandeelhouders en obligatiehouders – hard zijn geraakt. Die methode past hij toe op Cyprus: geen bail-out (redding met belastinggeld) maar bail-in (private crediteuren moeten bloeden) van de Cypriotische banken.

Het is een paradigmaverschuiving, dit wordt de nieuwe crisisaanpak. Niet langer moeten de belastingbetalers, maar de kapitaalverstrekkers opdraaien voor de redding van banken. Sommige Nederlandse journalisten hebben de betekenis hiervan niet door. In een schaarse sarcastische uitval memoreert Dijsselbloem dat Frits Wester (rtl) hem voor de voeten werpt dat de eurogroep geen stageplek is en dat Twan Huys (Nieuwsuur) spreekt van ‘geblunder’.

Nu het beginsel van de bail-in is vastgelegd kan Dijsselbloem zijn tweede grote doorbraak bereiken als voorzitter van de eurogroep: het akkoord over de vorming van de bankenunie. Een van de zwakke schakels van de eurozone is de greep waarin banken en overheden elkaar houden. Deze doom-loop, zoals Dijsselbloem het noemt, houdt in dat overheden opdraaien voor bankverliezen en daardoor in moeilijkheden komen met hun begrotingen en staatsschuld, en omgekeerd dat banken veel schuldpapier van zwakke overheden op hun balansen hebben staan, waardoor banken dreigen om te vallen. Bovendien is de personele en politieke verwevenheid van banken en overheden vaak groot en heeft het nationale bankentoezicht in veel gevallen dramatisch gefaald. Niet alleen in de crisislanden, in alle eurolanden speelt dit een rol. In een losse zin merkt Dijsselbloem bijvoorbeeld op: ‘Als ing niet overeind was gehouden (in 2009 – rj), dan was de financierbaarheid van Nederland in gevaar gekomen.’

Maart 2014 bereikt Dijsselbloem een akkoord met het Europarlement over de bankenunie. Om half vijf ’s ochtends kan hij de Duitse minister van Financiën Schäuble uit zijn bed bellen om de details met hem door te nemen. Bail-in is de nieuwe standaard. Het toezicht op ruim honderd grote banken gaat van de nationale toezichthouders naar de Europese Centrale Bank in Frankfurt, er komt een bankenfonds om probleembanken te redden, te vullen door de banken zelf, en een regeling om failliete banken geordend af te wikkelen. Hoewel de bankenunie nog niet voltooid is – een Europees depositogarantiestelsel laat op zich wachten – schrijft Dijsselbloem dat ‘de bankenunie de belangrijkste transformatie [is] die uit de financiële crisis is voortgekomen’.

En dan is er Griekenland. Dijsselbloem is zeer kritisch over Griekenland, maar ook over de Europese aanpak. Griekenland en Italië hadden volgens hem nooit tot de eurozone toegelaten moeten worden. Meteen in 2010 had voor afschrijving van de Griekse schulden (toen nog in handen van private, vooral Franse en Duitse banken) gekozen moeten worden, het imf had gelijk dat de economische prognoses van de eerste twee noodpakketten veel te rooskleurig waren. Maar hij legt de verantwoordelijkheid voor de ontsporing van Griekenland nadrukkelijk ook bij de Grieken: het pensioenstelsel, het duurste van Europa, was bankroet, in de jaren voorafgaand aan de crisis waren lonen en uitkeringen met veertig procent gestegen, met het begrotingstekort werd gesjoemeld en gelogen, de Griekse staat bezat duizenden verlieslatende bedrijven en tienduizenden bezittingen waarvan de kosten op de begroting drukten. Griekenland leefde van ‘welvaart op krediet’. Dat was niet vol te houden en aangezien de Grieken niet terug wilden naar de drachme was ‘interne devaluatie’ onvermijdelijk.

Na 32 uur aaneengesloten vergaderen slaagt hij erin de boel bij elkaar te houden

In de zomer van 2012 is in Brussel in het diepste geheim al gewerkt aan een Plan Z om Griekenland uit de eurozone te zetten, maar dat krijgt geen kans omdat bondskanselier Merkel na lang dralen kiest voor behoud van de eurozone. De showdown tussen de Griekse regering en de Europese geldschieters is onvermijdelijk na de verkiezingsoverwinning van de links-radicale beweging Syriza in januari 2015. Alexis Tsipras wordt premier en Yanis Varoufakis, een economieprofessor gespecialiseerd in speltheorie, wordt minister van Financiën. Over die periode heeft Varoufakis zijn boek Adults in the Room geschreven, waarin hij Dijsselbloem wegzet als de knullige loopjongen van Schäuble.

Dat ligt toch even anders. Dijsselbloem maakt duidelijk dat de uitspraak ‘laten we ons gedragen als adults in the room’, gedaan door imf-directeur Christine Lagarde tijdens een persconferentie, gericht was tegen Varoufakis en niet tegen de Duitsers, zoals Varoufakis in zijn boek suggereert.

De botsingen tussen de Nederlandse eurogroepvoorzitter en de Griekse minister die uitgroeit tot een popidool van links-radicalen zijn bekend. Na hun eerste kennismaking voegt Dijsselbloem Varoufakis aan het slot van hun persconferentie toe: ‘You just killed the trojka (het driemanschap van ecb, Europese Commissie en imf dat in Athene toezicht houdt op de uitvoering van het noodprogramma) and without the trojka you are on your own.’ In zijn boek schrijft Dijsselbloem over Varoufakis: ‘Zelden had ik zoveel ijdelheid en overmoed gezien, en de bereidheid gigantische risico’s te nemen ten koste van zijn land en bevolking.’

Dat blijkt. Alle eurolanden, ook die sympathiek staan jegens kritiek op de harde Duits-Nederlands-Fins-Oostenrijkse lijn, laten Varoufakis als een baksteen vallen. In april zet zijn eigen premier, Tsipras, hem op een zijspoor. Varoufakis werkt ondertussen in het geheim aan een parallel muntsysteem via de Griekse belastingdienst, waarvan Tsipras later zegt dat het niet de moeite waard was er aandacht aan te besteden.

In het weekeind van 11-12 juli 2015 hangt de eurozone aan een zijden draad. Duitsland wil Griekenland vijf jaar met ‘eurovakantie’ sturen, een groot aantal ministers is voorstander van een Plan B: Griekenland uit de euro. Meer dan de helft van de liquiditeiten die de ecb in korte tijd aan Griekse banken heeft verstrekt (85 miljard) is door de Grieken van hun bankrekeningen gehaald. De ecb sluit het noodloket. In Griekenland vormen zich lange rijen bij de banken. De politieke patstelling in Athene is totaal na een referendum waarin een noodpakket dat niet meer bestaat door de bevolking wordt weggestemd.

‘Het uiteenvallen van de eurozone was dichterbij dan ooit’, schrijft Dijsselbloem. Na 32 uur aaneengesloten vergaderen slaagt hij erin de boel bij elkaar te houden. Er komt een snoeihard pakket voor Griekenland, Tsipras accepteert het. Dijsselbloem en zijn naaste medewerkers hebben voorkomen dat Griekenland op dat moment uit de eurozone is gegooid.

Dezelfde dag van de Griekenland-deal moet de eurogroep een nieuwe voorzitter aanwijzen. Dijsselbloem wordt herkozen met ruime meerderheid van stemmen, inclusief die van de nieuwe Griekse minister van Financiën Efklidis Tsakalotos.

Onvermijdelijk blikt Dijsselbloem terug op zijn uitspraak over drank en vrouwen in een interview met de Frankfurter Allgemeine Zeitung in maart 2017. Zijn uitspraak ‘als ik al mijn geld uitgeef aan drank en vrouwen kan ik daarna niet om hulp vragen’ wordt opgepikt door het Spaanse ministerie van Financiën en in vertaling rondgestuurd onder journalisten. Een rel is geboren. Ministers, journalisten en europarlementariërs struikelen over hem heen. Dijsselbloem, die steile katholieke calvinist uit het noorden, moet weg. Maar hij mag blijven tot het einde van zijn periode, januari 2018. Wederom met steun van Griekenland.

Van zijn woordkeus heeft Dijsselbloem spijt, maar excuses maken is voor hem uitgesloten. Het gaat immers om de kern van het debat in de eurozone: de vraag of de houdbaarheid van de euro afhankelijk is van afspraken, zoals begrotingsdiscipline, of van solidariteit in de vorm van overdrachten tussen de lidstaten. Dijsselbloem: ‘De rule based monetaire unie, snerend vaak “het Duitse Europa” genoemd, of de transferunie.’

Als rechtgeaard sociaal-democraat is hij ervan overtuigd dat solidariteit gepaard moet gaan met verplichtingen. De tegenstelling regels of solidariteit noemt hij een schijntegenstelling. Inderdaad. Vijf jaar lang gaf een ‘rode ingenieur’ leiding aan de eurogroep en daar heeft hij, geheel in stijl, zonder opsmuk verslag van gedaan.