Thomas Hobbes En zijn vrome tegenvoeter

De roep om een strenge hand

De twee sleutelteksten uit de Engelse burgeroorlog lijken ver van elkaar verwijderd. Toch zijn Thomas Hobbes’ Leviathan en John Miltons Paradise Lost vanuit dezelfde angst geschreven. De angst voor de chaos van het vacuüm.

Medium blake

Volgens verschillende historici was de intocht van koning Charles II in Londen, waarmee de Restauratie een voldongen feit was, ‘the most momentous day of the century’. Na het overlijden van Oliver Cromwell in 1658 was diens republiek, of 'Commonwealth’, te poreus om te volharden. Zonder de rigide 'Lord Protector’ was Engeland een schip zonder kapitein gebleken en al snel snakte het volk naar de terugkeer van Charles II, die na de executie van zijn vader al jaren in ballingschap zat in Frankrijk. En Charles II, altijd in voor een luisterrijk feestje, liet die kans niet onbenut. Op 29 mei 1660 stonden tienduizenden Engelsen rijen dik langs de route van Rochester naar Londen, mensen klommen in heggen en bomen om het koninklijke rijtuig te zien. Bloemen en kruiden werden voor de koets uitgestrooid, en de straten van alle dorpen die de verse koning passeerde waren vol gehangen met bloemenkransen. Nabij Blackheath voegden vijftigduizend ruiters zich bij de koning, en bij St. George’s Field werden ze opgewacht door de Lord Mayor van Londen en zijn notabelen, gekleed in scharlaken mantels met gouden ambtskettingen. Om half vier ’s middags bereikte de parade de London Bridge: driehonderd ruiters in zilveren blazoenen reden voorop, gevolgd door tachtig mannen van de sheriff in met zilver ingelegde mantels, zeshonderd ruiters in livrei, herauten met trommels en trompetten. Daarachter, na de met symbolisch getrokken zwaard rijdende Lord Mayor, volgde op een witte hengst Charles II, met een grote, bloedrode pluim op zijn hoed.
Charles was die dag dertig geworden. Hij zou later berucht worden om zijn pompeuze uiterlijk vertoon en zijn decadente feesten. Maar die dag was hij de redder van het land. Langs de route waren tribunes voor het publiek neergezet, de vensters puilden uit met toeschouwers. Ooggetuigen zouden later zeggen dat de God Save the King’s oorverdovend waren.
In het uitzinnige publiek ontbraken twee mannen, de belangrijkste schrijvers van Engeland. De politiek filosoof Thomas Hobbes keek van een afstandje toe, tevreden. Hobbes kende Charles persoonlijk, hij had hem ooit privé-lessen gegeven, en zag de ideale patroon de troon bestijgen. De dichter John Milton daarentegen was ondergedoken in de Londense buitenwijk Bartholomew Close, doodsbang voor het nieuwe regime. In essays en gedichten had hij zich aan de zijde van Cromwell geschaard, die in 1649 nog de vader van Charles II op het hakblok had gelegd. In 1660 was Milton al ver gevorderd met zijn magnum opus - het epische gedicht Paradise Lost, over de zondeval van Adam en Eva en de strijd in de hemel tussen de afvallige Satan en God en zijn engelen - maar hij stelde geduldig zijn publicatie uit, in afwachting of Charles hem wel of niet zou vervolgen. Toen hij zich eenmaal veilig waande hekelde hij in Paradise Lost de intocht van Charles, op een uiterst subtiele manier. Milton verwerkte de Restauratie in een scène waarin Adam een door God gezonden engel, Rafaël, tegemoet treedt, volkomen naakt (deel V, 350-57), hier in de Nederlandse vertaling van Peter Verstegen:

Ons aller aartsvader intussen gaat
Zijn goddelijke gast reeds tegemoet
Slechts door eigen volmaaktheid begeleid
Want heel zijn gloriestaat straalt van hem af
Veel grootser van de saaie praal van vorsten
Wanneer een lange, rijke stoet van paarden
En goudbemorste palfreniers het volk
Verblindt, zodat de monden openvallen.

Voor letterkundigen is dit vingers likken. De 'aartsvader’ Adam (in het originele Engels staat er great sire, een verwijzing naar vorst) verschijnt geheel naakt, zonder gevolg of met goudbemorste kleding die zijn eigen 'volmaaktheid’ bedekt. Lees: welke imperfectie verbergt de pracht en praal van Charles (naar wie hij in de Engelse tekst niet verwijst als 'vorst’, maar slechts als prins)? Om het satirisch af te maken: let op het gebruik van het woord 'gloriestaat’. De 'staat’ van Charles is dikdoenerig en saai, de 'staat’ van Adam is oprecht en sober.
Bij het verschijnen van Paradise Lost schreef Hobbes dat hoewel hij alles aan de denkbeelden van Milton verachtte, hij niet kon ontkennen dat de man een onovertroffen dichter was.

Op het oog zijn Miltons Paradise Lost en Hobbes’ Leviathan een onoverbrugbare afstand van elkaar verwijderd. Hobbes’ traktaat is een analyse en een amorele, machtsrealistische (en bijna atheïstische) aanbeveling hoe een staat moet worden geregeerd zodat haar burgers veilig zijn; Miltons gedicht is doordrenkt van christelijke normen en waarden en zegt in het openingsdeel niets minder dan het doel te hebben de mens te tonen hoe God te werk gaat. Toch zijn ze beide geschreven vanuit dezelfde situatie, of eigenlijk vanuit dezelfde angst.
Na de executie van Charles I was Engeland een bewapend kamp vol ruiters en kanonnen en arsenalen. De door het land heen gelegerde strijdkrachten waren geenszins de stabiele factor die ze ooit waren geweest. Meer dan zeventig procent van de handwerksmannen in militaire dienst - smeden, schoenmakers, looiers, wevers, noem maar op - kon lezen en schrijven en werd overspoeld door opruiende pamfletten en prenten. Voor het eerst kreeg elk leger politieke afgezanten, die met Cromwell konden discussiëren over de toekomst van het land. Een licht ontvlambare situatie, want die toekomst stond alles behalve vast. In tegenstelling tot die andere grote regicide van de vroegmoderne tijd, die van Lodewijk XVI, anderhalve eeuw later, was de dood van de koning niet opgevolgd door uitzinnige pro-republikeinse sentimenten. De koning was dood, lang leve… ja, wat eigenlijk? De republiek? De aristocratie had het nog steeds voor het zeggen, alleen de kroon ontbrak. Nu zou Oliver Cromwell als voorman van de oorlog tegen de royalisten met de scepter kunnen zwaaien, maar vanuit zijn oprecht nederige, puriteinse inborst weigerde hij de rol van despoot voorlopig op zich te nemen.
In dit vacuüm verscheen in 1651 Leviathan, or the Matter, Form and Power of a Commonwealth Ecclesiastical and Civil. Het was Hobbes’ meest realistische antwoord op de problemen in Engeland. In 1640 had Hobbes nog geprobeerd om namens de gemeente Derby in het parlement te komen, als een voorvechter van koninklijke prerogatieven en de persoonlijke almacht van de vorst. Hij verloor de verkiezingen en zag waarschijnlijk de bui al hangen (Hobbes complimenteerde graag zijn eigen voorzienigheid) en ging in zelfverkozen ballingschap in Parijs. Vanaf het continent zag hij hoe de koning en het parlement steeds verder uit elkaar kwamen te staan en hoe de koning zichzelf steeds meer verloor in draconische maatregelen om greep op het leger en de kerk te behouden. De burgeroorlog volgde. In Parijs kreeg Hobbes een aanstelling als wiskundeleraar voor de kroonprins, de latere Charles II, en diens goede vriend de hertog van Buckingham. Charles vond Hobbes 'de vreemdste figuur die hij ooit had ontmoet’, terwijl Buckingham de lange lesuren doorkwam door, in het klaslokaal, verveeld te masturberen.
Maar in 1650 was er van die verbintenis aan het koninklijk huis weinig meer over. Hobbes geloofde dat de acute problemen van Engeland niet gediend waren met morele beslissingen. In veilig Parijs was het misschien mogelijk om 'De koning is dood! Lang leve de koning!’ te roepen, daar woonde immers de nieuwe koning, maar wat als je vast zat in de Engelse provincies? Dan draaiden je problemen niet om loyaliteit maar om lijfsbehoud. Wat gebeurt er met mij? Wie kan ik vertrouwen om me te beschermen? Wie is in staat om godsdienstverschillen - want Hobbes was ervan overtuigd dat die altijd zouden blijven bestaan, hij moest eens weten - onder de duim te houden zodat ze niet tot willekeurige slachtpartijen leiden? Wie weerhoudt de hongerige troepen soldaten van het stelen van mijn eten en het overmeesteren van mijn dochters? Wie zorgt ervoor dat we ’s avonds gerust in ons bed kunnen slapen?
Meer dan koning of despoot vreesde Hobbes anarchie - bellum omnium in omnes, de oorlog van allen tegen allen. Leviathan was geen aanbeveling voor het regime van Cromwell, maar een bevestiging van de natuur van de mens, die bang en bijgelovig was en een strengere hand nodig had om rustig en veilig te leven.

Ook John Miltons Paradise Lost, dat hij pas in 1667 publiceerde, was geboren uit het machtsvacuüm na de koningsmoord. En net als Hobbes dacht hij dat het gevaar van de chaos van het vacuüm school in de natuurwetten waar de mens aan onderhevig was. Maar Milton zag andere natuurwetten, die hij uitbeeldde in de figuur van Satan, held of antiheld van Paradise Lost.
Milton werd geboren in 1608 in een hoogst spiritueel gezin en ontpopte zich al gauw tot een geniale, maar onuitstaanbaar arrogante student van de klassieken (zijn eerste vrouw liep na een paar weken bij hem weg). Hij schreef verschillende sonnetten en essays, waarin hij de republikeinse zaak van Cromwell bepleitte. Milton geloofde in een meritocratie, de slimsten en meest nobelen moesten regeren (en daar rekende hij zichzelf zonder meer toe - Miltons werk is door duizenden historici en letterkundigen minutieus bestudeerd en er is eindeloos over gedebatteerd, maar iedereen is het erover eens dat hij een enorme kwal moet zijn geweest). Cromwell benoemde hem tot Secretary of Foreign Tongues, wat inhield dat hij Britse correspondentie naar het buitenland in het Latijn moest vertalen.
Maar Milton had hogere ambities. Zijn hele carrière werkte hij naar het epische gedicht toe dat hem 'de Vergilius van zijn tijd’ zou maken. Dat is niet mis, maar waar moest het over gaan? Lang probeerde hij verschillende bijbelse onderwerpen uit, daarna waagde hij zich aan een drama over Brutus, om vervolgens schetsen te maken rond de sagen van de mythische koning Arthur. Het was de Engelse burgeroorlog die hem op het idee zette te schrijven over de burgeroorlog in de hemel, tussen God en de opstandige engel Satan.
Paradise Lost lezen is niet iets voor op het strand of in een drukke coupé. Je kunt het het best in de bibliotheek wagen, omringd door encyclopedieën en secundaire literatuur. Net als Dante’s Goddelijke komedie leest Paradise Lost als een who’s who van de vroegmoderne tijd, met als verschil dat Dante zijn zondaars en heiligen nog gewoon bij naam noemt, terwijl Milton vaak volstaat met een impliciet citaat of verwijzing naar het werk van. Daarbij zijn die verwijzingen omsluierd met taalgebruik dat op zinsniveau alle mogelijke trucs uithaalt, alles om de lezer op het verkeerde been te zetten. Neem het begin van het gedicht, deel één, regel één:

Van ’s mensen eerste opstand en de vrucht

Tot zo ver. Je denkt misschien dat 'vrucht’, de beloning, het resultaat, en 'opstand’, verweer, durf, iets goeds zijn? Fout. Milton vervolgt:

Van de verboden boom, fataal geproefd
Die dood bracht in de wereld, al ons wee

De vrucht waar Milton in de eerste regel over spreekt is dus letterlijk - de appel van Eva - én figuurlijk - alle problemen die de appel opleverde. De appositie in de volgende regels (de herhaling van iets wat al gezegd was, dus 'dood’ en 'al ons wee’) benadrukt nog eens dat het fruit ons niet alleen sterfelijk maakte, maar ook alle andere ellende bedenkbaar veroorzaakte. Als je het geduldig regel voor regel leest (en anders is het eigenlijk ook niet te doen), draait Milton in elke nieuwe regel de betekenis van de vorige om. Het is om gek van te worden. Nog een voorbeeld uit het begin, waarin wordt samengevat hoe Satan ten strijde trok tegen God:

Hij dacht door zijn verzet de Allerhoogste
Te evenaren en begon vol eerzucht
Tegen Gods troon en scepter goddeloos
Oorlog te voeren, strijd uit hovaardij, maar
Een ijdele aanslag
Je leest dat de legioenen van Satan fier strijden, 'vol eerzucht’, (goed!, denk je) en krijgt dan ijskoud 'een ijdele aanslag’ geserveerd. Tevergeefs. Satan en zijn handlangers - Beëlzebub, Mammon, the whole lot - zijn teruggeslagen in de leegte die Milton chaos noemt, en steken vlammende betogen af onder een niet oneervolle mantra, 'Better to reign in Hell than serve in Heaven’. Vanaf dit moment, een paar bladzijden onderweg, daagt Milton je uit de kant van Satan te kiezen. Satan spreekt heroïsch en eloquent zijn legioenen toe, over 'outshining’ God en zijn engelen, hij spreekt over 'merit’ (verdienste), over 'mind’ (identiteit, verantwoordelijkheid nemen voor eigen daden), over vrije wil, over glorie, ambitie en vrijheid. Allemaal dingen die je ziet als positief: Satan is geen schurk, hij wil alleen zijn eigen levenspad kiezen. Maar heel subtiel begint Milton op je in te werken, en toont hij keer op keer de praktijk van Satans theorie, die steeds weer ongelukkiger is dan van tevoren bedacht.
Zo ontstaat het beeld dat Satan misschien zelfstandig is. Maar in werkelijkheid is hij een dissonant in de celestiale harmonie, de eenheid van God en zijn engelen. Satan kwam ten val doordat hij zich wilde onderscheiden. Fout, zegt Milton, want waarom zou je je van de meest volmaakte God willen onderscheiden? Het is dezelfde fout die Adam en Eva in Eden begaan, ze stappen weg van het pad van God en krijgen als straf eenzaamheid en schaamte, de reden dat u en ik nu kleren dragen.
Dit is de natuurwet van Milton, die die van Hobbes raakt: volgens Milton is de mens een opportunistisch wezen dat door ambitie vervalt in list en bedrog om zijn doelen te bereiken. En mocht hij het doel bereiken, dan zal hij weer hogere doelen stellen, totdat hij uiteindelijk zichzelf als kleine god zal zien - precies zoals Charles I deed, en kijk eens hoe het hem vergaan is. Individualisme dat voortkomt uit afzondering van de kerk zorgt voor die oorlog van allen tegen allen.
En zo komen de vroom christelijke Milton en de zo goed als atheïstische Hobbes via twee verschillende omwegen bij elkaar. Het is een vergelijking die de laatste jaren door diverse historici is onderzocht, met verschillende resultaten. Wat de uitkomst ook is, Milton zou het vreselijk gevonden hebben. Volgens sommige historici is het werk van Milton een grote reprimande van het werk van Hobbes, in wie hij de 'Atheist en Arch Heretic’ zag. In de eerste Milton-biografie, van John Aubrey (1796), getuigde Miltons laatste vrouw dat 'meneer T. Hobbes zeer zeker geen bekende van hem was, en hij hem zeer zeker niet mocht’. Dank u wel. Maar daar staat tegenover dat Milton helemaal niemand echt mocht. De mens was veel te zondig.

Bibliografische noot:
Paradise lost is het beste te lezen in de reeks van Penguin Classics, vanwege de voortreffelijke inleiding van John Leonard (2000). De citaten in dit artikel komen uit Het Paradijs verloren, vertaald door Peter Verstegen, Athenaeum - Polak & Van Gennep, 2003.
Over de Engelse burgeroorlog en de Restauratie heb ik verschillende standaardwerken geraadpleegd. Zeer aan te raden zijn Diane Purkiss, The English Civil War, a people’s history, Harper Perennial, 627 blz (uit 2006), The Persuit of Glory, Europe 1648 - 1815, Penguin, 708 blz (uit 2007) en Simon Schama, A history of Britain 2, 1603 - 1776, The British wars, BBC Books, 447 blz (uit 2001).

Beeld: Illustratie uit Paradise Lost door William Blake, 1808