De roep om kunst klinkt harder dan ooit

Artikelen in De Groene Amsterdammer over de coronacrisis zijn voor alle lezers gratis te lezen. Interesse om meer te lezen?

Vrijdag 14.00 uur, dat is het tijdstip waarop het Stedelijk Museum in Amsterdam sinds enkele weken de deuren opent onder de naam Stay at Home Stedelijk. Voor een live tour op Instagram gaat de directeur of een conservator ons voor in een tentoonstelling die tot nader order is gesloten. Een sympathiek idee, maar het blijft behelpen. De beeldkwaliteit bij de rondleiding langs werk van Bertien van Manen was zo slecht dat het leek alsof de fotograaf een leven lang met een vettige cameralens rondliep. De helft van het scherm werd bovendien in beslag genomen door een chatvenster. ‘Hello from China!’, ‘Hello from Brasil *hartje*’, ‘Hallo uit Groningen’. Zo liepen we met duizenden mensen tegelijk langs kunst die met geen mogelijkheid te zien was, in een opperbeste stemming.

Het grote aanbod van kunst online en de gretigheid van het publiek verbloemen het drama dat zich voltrekt achter de gesloten deuren van musea, theaters en concertzalen. In het radioprogramma Nooit meer slapen maakte Stedelijk-directeur Rein Wolfs een grove berekening van wat de sluiting zijn museum kost: 150.000 euro per week aan kaartverkoop alleen. Als er niets gebeurt, stelde hij, zal een golf van faillissementen door de museumwereld gaan.

En dat geldt voor de gehele culturele sector, zeggen belangenverenigingen die de noodklok luiden. De toezeggingen van minister van cultuur Ingrid van Engelshoven – de opschorting van huur voor rijksgesubsidieerde musea, een subsidievoorschot voor instellingen die vallen onder de zogenaamde basisinfrastructuur en een vorm van terugbetaling van kaarten in de cultuur- en evenementensector – sluiten volgens hen niet aan bij de noden van een eigenzinnige sector die uiteenvalt in tal van specifieke gevallen. Een sector bovendien die voor zestig procent uit zzp’ers bestaat, van wie een deel niet in aanmerking komt voor het kabinetsbrede steunpakket. In de Volkskrant van 29 maart zei de minister te kijken naar nog een fonds voor instellingen ‘die tussen wal en schip dreigen te vallen’. Maar ze waarschuwde ook voor al te hoge verwachtingen en zei: ‘Het is onvermijdelijk dat deze crisis bij alle instellingen pijn zal doen.’

Achter de deuren van de cultuur- sector voltrekt zich een drama

Hoeveel pijn en waar precies, dat is nu de vraag. De kunsten in ons land zijn kwetsbaar en een beleid van opschorten en voorschieten zal niets doen om het wankele evenwicht te behouden. En zelfs met voldoende pijnstillende injecties zal de minister moeten nadenken over een toekomstscenario: wat blijft er straks over van de markt waarvan cultuur met de drastische bezuinigingen van 2012 afhankelijk is gemaakt?

Belangrijke ambities van de sector mogen daarbij niet veronachtzaamd worden, een cultureel streven waar de overheid zich nota bene zelf aan heeft gecommitteerd. Instellingen die aanspraak willen maken op meerjarige rijkssubsidie, van podiumkunsten tot film en beeldende kunst, moesten bij hun laatste aanvraag drie codes onderschrijven: de Code Diversiteit & Inclusie, Governance Code Cultuur en Fair Practice Code. Voor het eerst was dit geen richtlijn, maar een ‘knock-out’-criterium om voor subsidie in aanmerking te komen. Juist in crisistijd verdienen waarden als deze brede steun. Neem de Fair Practice Code: onlangs nog maakte de minister zich hard voor een betere beloning in de cultuursector. De benodigde miljoenen zouden instellingen vermoedelijk uit eigen zak moeten betalen, wat leidde tot speculaties over ontslagen en sluitingen. Post-corona lijken we nog veel verder verwijderd van een gezonde cultuursector.

Nee, de kunstenaar behoort niet tot de vitale beroepen, maar de roep om kunst klinkt harder dan ooit. Daarbij past een stevig netwerk van instellingen dat cultuur in de maatschappij verankert, een bestendige basis waarvoor nu een lans moet worden gebroken. Opdat op zijn minst kan worden behouden wat er is, en alle goedbedoelde ‘online’ kunst straks weer in de krochten van het internet kan verdwijnen.

Deze week leest u over Ritratto van de Nationale Opera Studio. De wereldpremière werd afgeblazen, maar een opgenomen generale repetitie werd door duizenden mensen wereldwijd bekeken. Dat is hartverwarmend, maar zoals sopraan Verity Wingate vertelt: het verdrietige aan het zingen voor een lege zaal is niet het uitblijven van een applaus, maar het vertellen van een verhaal aan een lege ruimte. Een tijdelijk lege zaal is een teleurstelling, een definitief gesloten instelling een onomkeerbaar verlies.