Tien miljoen mensen in erbarmelijke omstandigheden

«De Roma zullen nooit veranderen»

In het hart van Europa spelen zich Derde-Wereldtaferelen af, zo meldde de VN-organisatie UNDP onlangs. Ondanks druk van de Europese Unie op de kandidaat-lidstaten leven tien miljoen Roma nog altijd onder erbarmelijke omstandigheden. Een rondgang langs Roma-gemeenschappen in Slowakije, Polen en Hongarije.

Letanovce, Slowakije — Aan het einde van de dorpsstraat houdt de bestrating op. Een hobbelweg loopt het dal in en verderop wordt een kleine nederzetting zichtbaar. «Daar wonen de Roma», zegt Peter Pollák. Hij is een van de weinige Roma op een hoge post en adviseert voor de provincie over de besteding van hulpgelden. «Ze zijn van alles afgesloten. Er is geen waterleiding, gas of elektriciteit. Huisvuil wordt er niet opgehaald, ambulances en bussen weigeren erheen te gaan; er is alleen één pomp.» Wie dichterbij komt, ziet een uit afvalhout en golfplaten opgetrokken krottenwijk waar ongeveer zevenhonderd Roma leven. «De burgemeester van Letanovce wil niets voor hen doen», vervolgt Pollák. «Ze wonen buiten de dorpsgrens en volgens hem moet daarom het volgende dorp voor hen zorgen. Maar daar zeggen ze dat deze Roma hier zijn geboren, en dat Letanovce hun belangen moet behartigen.»

Dergelijke argumenten zijn volgens Tomás Repciak van het Roma-perscentrum RPA een schrijnende illustratie van een gebrek aan bereidwilligheid en historisch besef: «Zoals voor veel dorpen hier begon ook voor de Roma in Letanovce de segregatie met de nazi-wetten uit de oorlog, die verordonneerden dat de Roma op minimaal twee kilometer van het centrum moesten wonen. Onder het communisme is daaraan weinig veranderd en werd de Roma-holocaust verzwegen. Ook nu weten de meesten weinig van die geschiedenis.»

In 1992, vlak voor de opdeling van Tsjechië en Slowakije, hield president Havel in Letanovce een lezing waarin hij voor de internationale pers stelde dat de verbetering van de positie van Roma dé lakmoesproef voor de democratie in Oost-Europa zou zijn. In Letanovce hebben de Roma inmiddels genoeg van alle belangstelling. Journalisten die onlangs een reportage kwamen maken, werden verjaagd. «Jullie komen geld aan ons verdienen, maar aan onze situatie verandert niets», was het commentaar. «Het geld voor Letanovce ligt klaar», zegt Pollák, «van de EU, van non-gouvernementele organisaties en van de regering. Maar lokale bestuurders verhinderen dat het wordt besteed.»

De tien miljoen Roma vormen een van de grootste Europese minderheden. Ze wonen verspreid over Europa, en vooral in Slowakije, Hongarije, Roemenië en Bulgarije. Een groot deel van hen leeft in getto’s die van het open bare leven zijn afgesloten. Na 1989 en de in storting van de industrie zijn de meeste Roma werkloos geworden. Als gevolg van hun onderwijsachterstand — onder het communisme werden ze naar scholen voor geestelijk gehandicapten gestuurd — zijn ze vaak niet in staat geschoold werk te doen. Vooral aan het begin van de jaren negentig werden ze het slachtoffer van racistisch geweld. Nog steeds overlijden Roma onder dubieuze omstandigheden in politiecellen en worden ze, ondanks druk van de EU, op grote schaal gediscrimineerd.

In het Roma-getto in Bardejov, niet ver van Letanovce, is met EU-hulp een kerk annex cultureel centrum gebouwd. «We zijn daar heel blij mee», verklaart een Rom ter plaatse, «want de kerk in het centrum mochten we niet meer in.» Wel is hij bang voor brandstichting, want in Bardejov leeft onbegrip over het project: «En als er brand komt, krijgen wij de schuld. Dan roepen ze: ‹Kijk nou wat ze met hun eigen kerk hebben gedaan!›» De Roma uit Bardejov voelen zich vernederd: «Als we op het arbeidsbureau in de rij staan en we zijn bij het loket aangekomen, gaat het loket dicht, of worden we overgeslagen. De politie komt hier bijna iedere avond rond een uur of half tien. Ze rijden langzaam en roepen door de mobilofoon: ‹Kom zigeuners, het is bedtijd. Haal jullie kinderen van straat en doe jullie lichten uit! Morgen moet er weer gewerkt worden!›»

Kosice — Het stadshart van Kosice, de tweede stad van Slowakije, is helemaal opgeknapt. De grote attractie is het waterorgel dat naast de veertiende-eeuwse St. Elizabeth-kathedraal staat en waarvan de fonteinen de hele dag op klassieke schlagers bewegen. Op een stadsplein rennen twee Roma-kinderen van nauwelijks acht jaar op een man af en beginnen te bedelen. Hij biedt een sigaret aan en als ze die in hun mond steken, geeft hij een vuurtje. Een middenstander wil graag zijn mening over de Roma kwijt: «Wij willen vooruit, maar zij niet. Ze zijn zwakzinnig en hebben een slechte mentaliteit. Ze zullen nooit veranderen. Als we ze geld geven, maken ze er alleen maar misbruik van.»

Toneelregisseur Frantisek Drzík komt met een verklaring: «Ze zijn mentaal in de communistische tijd blijven steken. Toen hebben ze geleerd hoe ze van het sociale systeem moeten profiteren. De term ‹minderheid› klopt trouwens niet, want Roma krijgen zo veel kinderen dat ze binnenkort de meerderheid zullen uitmaken.» Dat is een argument dat ook de Slowaakse populistische politicus Roberto Fico gebruikt: «De bevolkingsgroei van de zigeuners ruïneert ons sociale stelsel; ze vormen een tijdbom als we hen niet onder controle houden.»

In het centrum van Kosice zijn weinig Roma te bekennen. Dat is anders in Luník IX, aan de rand van de stad. Deze wijk, tot 1989 een afgelegen kazerneterrein, is in tien jaar tijd uitgegroeid tot een van de grootste Europese Roma-getto’s. De stad bracht iedereen die niet in staat was «zich sociaal aan te passen» daar onder. Nu wonen er een paar duizend Roma in sterk verpauperde flats en is er een aparte school die slechts voor 350 van de 2000 kinderen voorzieningen biedt.

Veel autoriteiten ontkennen de discriminatie van Roma of blijken niet bereid er iets aan te doen. Zo verklaart Vladimír Smolej, woordvoerder van de regionale politie, dat er geen georganiseerde segregatie bestaat. In werkelijkheid is het aantal gesegregeerde Slowaakse Roma-nederzettingen in tien jaar tijd verdubbeld. Bij racistische delicten wordt bovendien vaak geen of slechte hulp verleend. Zo werden Eva Csiszarova en haar tienjarige dochter vorig jaar in Kosice door een groep skinheads belaagd. Ze sloegen hen, overgoten hen met benzine en probeerden hen volgens getuigen in brand te steken, onder de leuze: «Dood, jullie zigeunerhoeren!» Dat mislukte. Nadat moeder en kind naar het ziekenhuis waren vervoerd en op de aparte afdeling voor Roma aan hun verwondingen waren behandeld, bleek dat het ziekenhuis noch het politierapport melding van de mishandeling had gemaakt.

Politiewoordvoerder Smolej: «Ze heeft het verhaal verzonnen omdat ze asiel in het buitenland wilde aanvragen. Familie van haar had dat al eerder geprobeerd.» Volgens hem moeten de Roma onderwezen worden: «Ze moeten vooral beter kennismaken met onze cultuur. Maar misschien is dat niet nodig; het hele probleem verdwijnt zodra Slowakije in de EU zit. Misschien gaan ze dan naar plaatsen waar minder Roma zijn en dan is het hier allemaal opgelost.»

Boedapest — Volgens Claude Cahn en Jean Garland van het European Roma Rights Center (ERRC) gaan de rechtszaken die zij in Slowakije en Polen tegen de politie voeren over zulke ernstige situaties dat ze daar niet eens toekomen aan de behandeling van reguliere gevallen van discriminatie. Het ERRC behartigt de belangen van Roma in heel Europa en wordt onder meer door de EU gesteund. Vorig jaar ontving het, samen met de Landelijke Sinti Organisatie in Best, de Geuzenpenning. Cahn: «Niet dat er in Hongarije geen rechtszaken tegen de politie worden gevoerd, maar hier is meer ruimte voor zaken die te maken hebben met discriminatie in onderwijs, zorg, bij huisvesting en op de arbeidsmarkt. En die zijn trouwens vaak even ernstig.»

Een langlopende zaak was die van een groep Roma uit Zámoly, een dorp bij Boedapest. Bij een storm in 1997 was een van hun huizen zwaar beschadigd geraakt en de gemeente besloot daarop een aantal huizen met de grond gelijk te maken. Ze zouden onveilig zijn geworden. De dakloze Roma werden van de ene plaats naar de andere gestuurd. Toen ze zich na drie jaar weer in Zámoly probeerden te vestigen, werden ze opnieuw verdreven en belandden ze in het dorp Csór. De burgemeester van Csór verklaarde op televisie: «De Roma uit Zámoly verdienen geen plaats onder de mensen. Net als in de dierenwereld moeten parasieten worden verdreven.»

Er kwam geen serieuze reactie van Hongaarse politici op deze uitlatingen. Daarop besloten de Roma uit Zámoly asiel aan te vragen in Frankrijk. Na een reeks van zaken honoreerde de Franse regering onlangs hun asielaanvraag.

«Niemand verwachtte dat ze asiel zouden krijgen», licht Claude Cahn toe, «en toen dat wél gebeurde, was dat een shock voor de Hongaarse publieke opinie. Men vreesde dat het de toetreding tot de EU zou vertragen. Maar ook de EU voelt zich ongemakkelijk bij deze zaak, want die wil natuurlijk geen unie creëren waarbinnen vluchtelingen zijn.» Er loopt overigens ook een groeiend aantal zaken in West-Europa. «We procederen tegen de Italiaanse overheid over de huisvesting van Roma in mensonwaar dige kampen», zegt Jean Garland. «Bij het Europese Hof loopt momenteel een zaak tegen gewelddadig politieoptreden in Griekenland, en er wordt een zaak gemaakt van een nieuwe wet in Frankrijk die het mogelijk maakt caravans van Roma te confisqueren. Maar de meeste zaken voeren we in Oost-Europa.»

«In Hongarije is gelukkig erkend dat sprake is van segregatie in het onderwijssysteem», zegt Cahn. «Maar het plan dat is opgezet om die te bestrijden, heeft feitelijk een omgekeerd effect gesorteerd. De Roma-kinderen bleven in de klassen die als schakelklassen waren bedoeld, of haakten af.» Miklósi Gábor van het Roma Press Center in Boedapest vult aan: «Het geld dat was gereserveerd om lessen in de Roma-geschiedenis en -cultuur te geven, werd aan andere zaken besteed. Zo gaat het vaker met dit soort projecten. De EU is blij met de introductie ervan en op papier ziet het er mooi uit, maar van de uitvoering komt vaak weinig terecht.»

Volgens Gábor denkt de regering dat hoe meer geld er aan Roma wordt besteed, hoe meer er voor hen wordt gedaan. Vaak worden daarbij statistieken vervalst. «Er werd bijvoorbeeld gezegd hoeveel geld er aan onderwijs was besteed, en berekend hoeveel procent van de kinderen Rom was, en vervolgens werd beweerd dat dat deel van het totale budget aan hen was uitgegeven, terwijl dat niet waar was.» Gábor is niet erg optimistisch over de toekomst: «Als met de uitbreiding van de EU de economische groei hier aanhoudt en het welvaartsverschil tussen de Roma en de anderen blijft groeien, dan zullen de sociale spanningen toenemen en zal er geweld komen. Tenzij er een zeer charismatische Roma-leider opstaat, iemand zoals Martin Luther King.»

Krakau — Soortgelijke berichten komen uit Polen. «De Roma zullen het grootste politieke probleem van het toekomstige Europa zijn», meent Adam Bartosz, directeur van het Roma-museum in Tarnów, ten oosten van Krakau: «Op de Balkan zie je de eerste radicale reacties op de achterstelling van Roma. Er is daar een groep die zich politiek agressief opstelt en die een Roma Republiek binnen Macedonië wil uitroepen.» Volgens Bartosz staan de Roma opnieuw op een cruciaal punt in hun geschiedenis: «Enerzijds hebben ze nu de mogelijkheid om zich politiek te mobiliseren, anderzijds heeft hun erkenning als nationale minderheid door de meeste Europese landen nauwelijks in verbetering geresulteerd. De Roma zullen daarom in Europa een speciale status moeten krijgen.»

Aan die status wordt in de EU gewerkt. Andrzej Mirga, een Rom uit Krakau en auteur van wetenschappelijke publicaties over internationale Roma-politiek, laat zich er voorzichtig over uit: «Op dit moment zijn er serieuze voorbereidingen binnen de EU en de Raad van Europa om een Roma-parlement op te richten. Maar er komt veel bij kijken. Er zal op Europees niveau door Roma gestemd moeten worden. Dat levert nationaal gezien nu al enorme problemen op. En er zal inhoud aan zo’n parlement moeten worden gegeven, terwijl er onder Roma-leiders grote verdeeldheid over zo’n invulling bestaat.» Mirga is voorstander van ontwikkelingen in deze richting, al denkt hij dat er nog een lange weg te gaan is: «Op grond van een lange geschiedenis van uitsluiting en nieuwe vormen daarvan in het recente verleden hebben we, mede dankzij de steun van de EU, een positie als nationale etnische minderheid verworven. Nu blijkt dat dit niet voldoende is en dat nationale regeringen de Roma niet werkelijk erkennen, zullen we op Europees niveau naar een oplossing moeten zoeken. We zouden onze emancipatie liever via reguliere burgerrechten en sociaal-liberale politieke partijen willen bereiken, maar dat is niet gelukt.»

Volgens Mirga betekent dit dat slechts een etnisch georiënteerde politiek voor de Roma overblijft: «Met als serieus risico voor nationalistisch te worden uitgemaakt. Maar ik ben ervan overtuigd dat de aanspraak van Roma op representatie slechts één doel heeft: om niet meer behandeld te worden als in de weg staande objecten, maar als burgers. Als een groep met een eigen geschiedenis en traditie, en met rechten zoals ieder ander.»