Jonathan Coe, De gesloten kring

De roman is geen soap

Jonathan Coe

De gesloten kring

Meulenhoff, 463 blz., € 19,90

In zijn roman De Rotters Club wilde Jonathan Coe de Britse jaren zeventig tot leven wekken, voor hem een periode van eerlijkheid en felle (vak bonds)strijd voor een beter bestaan waarin het virus van de ironie nog niet iedereen tot een vrijblijvende relativist had gemaakt. Dat tijdperk, afgesloten met de onweerstaanbare opkomst van het thatcherisme, wordt door Coe’s verteller omschreven als een «van de schemerigste uithoeken van de geschiedenis». Coe’s verhaal concentreert zich op het langzame uit elkaar vallen van een vriendenclub op een Birminghamse eliteschool en wordt opgedist in het Berlijn van 21 november 2003, hoog in een ronddraaiend restaurant met uitzicht op de glazen kolos van het nieuwe Rijksdaggebouw. Dit is het nieuwe Europa. Twee nazaten van de vriendenclub vertellen elkaar het verhaal van de Rotterkring vol scholierenleed, kalverliefde, lege schoolvakanties, fabrieksstakingen, IRA-terrorisme en mysterieuze verdwijningen.

Jonathan Coe heeft zich na aandringen van zijn lezers laten verleiden tot het schrijven van een vervolg op De Rotters Club. Aan het slot van De gesloten kring zijn we weer terug in Berlijn op 21 november 2003, waar dezelfde twee jonge volwassenen de draad van hun verhaal over de ouder en vermoeider geworden leden van de Rottersclub weer oppakken. De gesloten kring begint in de maand dat de Apocalyps voor de deur van de wereld lijkt te staan: december 1999. Maar het zijn niet de wereldwijde computersystemen die op hol slaan, het is de vriendenkring die langzaam maar zeker verkruimelt.

Met De gesloten kring wilde Jonathan Coe zowel een politieke roman, een detective (de oplossing van een «verdwijning») als een familieroman schrijven en in één moeite door vanuit wisselende vertelperspectieven en uiteenlopende tekstsoorten (brieven, notulen, e-mails, krantenstukken, korte verhalen, racistische pamfletten, gedichten en sms’jes) de tijdgeest tussen 1999 en 2004 vangen. Hoe «brave» is Tony Blairs New Britain, hoe «cool» is het 21ste-eeuwse Britannia, hoe links is New Labour, uit welke hoek komt het ultrarechtse racistische gevaar?

Paul Trotter, opportunistisch en jongbakken New Labour-parlementslid, weet beter om te gaan met het wendbare hier en nu dan zijn oudere broer Benjamin, die nog altijd gebukt gaat onder een stukgelopen jeugdliefde. Al twintig jaar werkt hij aan zijn megaproject, de roman Onrust (inclusief muziek), die zou moeten gaan «over de politieke gebeurtenissen van de afgelopen dertig jaar, en hoe die in verband staan met… gebeurtenissen in mijn eigen leven». Die roman krijgen we niet te lezen, maar het idee dat Coe’s twee romans samenvallen met Onrust is zo gek nog niet. Paul leeft licht, losbandig en met verve en koestert de waan van de dag, Benjamin is loodzwaar op de hand en zo zelfgenoegzaam dat hij zelfs zijn eigen vrouw op cruciale momenten misverstaat. Hij heeft de mentaliteit van een ongelovige monnik, hij blijft een celibataire wereldvreemde die geen enkel signaal uit de samenleving opvangt. Hij is blijven puberen, blijven steken in de jaren zeventig.

Coe dikt de plot aan door alle verwikkelingen uit het eerste deel van De Rotters Club tot ver achter de komma uit te werken zodat er geen verhaaldraad meer rafelt of doodloopt. Ambachtelijk meestal in orde, maar inhoudelijk overdone want te uitleggerig (hoe corrupt is de wereld!) en met te veel duveltjes uit te veel doosjes. Wat in De Rotters Club wonderwel lukte – de innige verstrengeling van politiek geweld en familie-ellende zonder dat de personages symbolen voor standpunten werden – is in De gesloten kring te vaak krampachtig verknoopt. Parlementariër Paul Trotter is het karikaturale type van de zwenkende en zwalkende Blair-adept die voor de inval in Irak is omdat dat zijn relatie met zijn pr-vrouw en geliefde Malvina verstevigt.

Coe gebruikt deze opportunist om duidelijk te maken dat New Labour (toverwoorden: innovatie, nieuwe economie, eigen initiatief) in wezen Conservatief met een vaag sociaal randje is en ver af staat van wat eens de arbeidersklasse heette. Coe’s kritiek tussen de regels door op het lege culturele leven dat nog louter vorm is (glamour) en geen enkele inhoud meer kent, is niet vilein genoeg om indruk te kunnen maken. En de wijze waarop 11 september 2001 in De gesloten kring «voorbij komt» is ronduit knullig want terloops verpakt in een e-mail.

Zeker, af en toe weet Jonathan Coe scherp te verwoorden hoe de meningenmarkt fluctueert en hoe groot de kloof blijkt tussen wat iemand wil en wat iemand kan (Benjamin Trotter als accountant en als hopeloos mislukte minnaar en schrijver die zich terugtrekt uit de wereld), maar wie zowel een politieke roman als een familiesaga en een detective over mysterieuze ver dwijningen wil componeren, moet meer brille en meer literaire beze tenheid tonen. Jonathan Coe had geen antwoord moeten geven op de kin derlijke lezersvraag: «Komt er een vervolg op De Rotters Club?» De roman is geen soap.