De ronde van nederland (1)

ZEVEN UUR, donderdagochtend, oprit S106 van de ringweg rond Amsterdam. In beide richtingen razen auto’s, de lokale radio meldt een dodelijk verkeersongeval in de voorbije nacht. De oostelijke rijbaan voert langs glimmende kantoortorens, de twee schoorstenen van de elektriciteitscentrale en de kranen van de westelijke havens. Dan duikt hij onder het IJ door en doorklieft de polders die in ochtendnevels gehuld liggen.

Nederlands grootste bouwwerk ontbeert de waardering die het verdient. Tweeduizend kilometer snelweg wordt afgedaan met een schouderophalen. Een snelweg is de snelste verbinding tussen twee punten en daarmee uit. Snelwegen zijn slecht voor het milieu en bovenal saai.
Zelfs de ANWB loopt er niet warm voor. ‘Als het u te doen was om een sfeerimpressie van Nederland vanaf de fiets had ik u meer behulpzaam kunnen zijn. Nederland gezien vanaf de snelweg lijkt me echter niet te kunnen boeien’, schrijft de voorlichtster.
Tegenover de minaretten van de Zaanse moskee Sultan Ahmet staat het eerst tankstation van de reis, een groen BP-station. Naast de kassa ligt een ijzeren staafje van vier bij twee centimeter, dat wordt gebruikt om de pakjes sigaretten en shag aan te drukken zodat ze keurig in de schappen liggen. 'Een collega heeft er laatst een mooie deuk mee in de auto van een doorrijder gegooid’, zegt de caissière tevreden. 'Ondanks de videobewaking is het een paar keer per week raak. Je staat continu op te letten. Als de bestuurder blijft zitten en de passagier tankt, loop je al naar buiten.’
Na de BP-tank buigt de weg over een klaverblad richting Groningen. Het viaduct biedt uitzicht over de slootjes van het veenweidegebied. Strookjes weiland met koeien afgewisseld met strookjes schapen. Bruggen en viaducten zijn een verademing in het vlakke polderland, even word je omhoog getild en verheft je blik zich.
Aan de andere kant staat een file. Door de reconstructie van knooppunt Zaandam zullen tot het eind van het jaar op vaste tijdstippen auto’s uit heel Noord-Holland hier een ketting vormen. Deze files vinden forenzen nauwelijks een probleem, ze scheren zich, lonken naar de buurvrouw in de file, draaien een cassette met tips voor time management. Het zijn de onverwachte files die tot razernij leiden.
OM DE OVERVOLLE wegen te ontlasten wil de overheid meer mensen in één auto krijgen. Verspreid over het land liggen ruim 350 carpoolpleinen. Bij afslag Zaandijk opende ondernemer Ted Deckers in maart de eerste Carpool-Plus. Onder een parasol op zijn idyllische parkeerplaats vertelt de voormalige autovertegenwoordiger: 'Dit is niet zomaar een coffeecorner, dit is een Europese primeur waar vijf jaar voorbereiding in zit. Kijk, een carpooler wordt nog steeds gezien als een lulletje rozewater. Een echte macho zit neuspeuterend en scheten latend in zijn eigen wagen. Hij weigert zijn auto onbeschermd achter te laten op een weiland met glasscherven en in de fik gestoken kranten. Om voor sociale controle te zorgen, heb ik er een café aan toegevoegd met lekkere espresso, vers stokbrood en alcoholvrije rosé. En je kunt hier ook boodschappen laten doen, een brief posten, vergaderen en een carpoolmaatje zoeken per computer.’
Deckers ziet al een hele keten voor zich, hij heeft het Carpool-Plusverkeersbord al laten registreren. Maar voorlopig is het rustig en heeft hij alle tijd om zijn gras te maaien.
Verder over de A7 naar het noorden, over de lange rechte weg die ’s nachts gebruikt wordt om de snelheid van auto’s uit te testen, want controle is hier niet. Doorrijders ook nauwelijks, want ze kunnen hier geen kant op. Zo'n dertig per jaar heeft de beheerder van Esso-station Middelsloot er, elk jaar zet hij de videobeelden van de niet-gepakte doorrijders op een verzamelband.
'No beer. Geen bier’, staat op een bordje aan zijn deur. 'Vroeger verkocht ik wel bier, toen was het hier net een stamkroeg. Soms moest ik ze ladderzat buiten zetten. Nu mag je langs de snelweg geen alcohol meer verkopen, je krijgt zo tienduizend gulden boete. Wel zo rustig.’
Voor noodgevallen heeft hij een viervoeter in zijn kantoortje. 'Wat voor een, dat wil jij niet weten.’ Om meteen te sissen: 'Een dobermannpinscher.’
Stolpboerderijen schieten voorbij, een bord in het weiland deelt mee: 'Dit landschap wordt u aangeboden door de boeren en tuinders.’ Op parkeerplaats Broerdijk, een van de vele homo-ontmoetingsplekken langs de snelweg, opent een rode wagen uitnodigend het portier als ik langsloop. Er komt hier nauwelijks iemand langs en van de snurkende vrachtwagenchauffeur even verderop heeft hij weinig te verwachten.
Bij tankstation De Zingende Wielen bij Den Oever mogen we helaas niet stoppen, dat ligt net buiten de snelweg. Wie wil nog beweren dat Nederland geen poëtische autocultuur heeft? Zo'n naam verzoent je weer even met de officiële benaming die Rijkswaterstaat aan tankstations geeft: verzorgingsplaatsen.
Op het IJsselmeer spuit een vissersboot zijn netten schoon. Een Franse vrouw met dikke spataderen worstelt zich omhoog in de ranke uitkijktoren die Dudok ontwierp op de plaats waar de Afsluitdijk in 1932 werd gesloten. Een snelle foto en weer terug.
'Toeristen blijven hier een kwartier’, weet de beheerder van het souvenirwinkeltje in de voet van de toren, 'dat is de tijd die het kost om de bussen verderop te laten keren.’ Hij zit al 38 jaar in het vak, 365 dagen per jaar. Al die tijd hangt zijn winkeltje vol met molens, klompen, ansichtkaarten. 'Ze zeggen dat ik het over een andere boeg moet gooien. Onzin, dit is wat toeristen willen.’
Met de blower verwarmen we de ijskoude broodjes IJsselmeerpaling van Texaco-shop Breezanddijk. Tankstations koelen alles op vier graden, omdat het eten dan langer vers blijft. Bijkomend voordeel: de klant proeft niet wat hij eet.
In de Lorentzsluizen ligt een file van ruim honderd motorbootjes en zeilboten te wachten. Het vrijheidsgevoel van de vrijetijdsschippers moet een aardige deuk oplopen door deze massaliteit.
De Friese kust verwelkomt ons met een rij monumentale witte windmolens. Bij Sneek breken zes stoplichten de snelheid van de snelweg. 'Geef elkaar de ruimte’, onderwijst een billboard langs de weg - een campagne die op deze lege wegen overbodig lijkt. 'In de zomer is het hier knap druk’, zegt BP-kassier R. Adema fier. 'Dan word ik regelmatig gebeld door Driebergen of het al vastzit.’ Als doorrijden al voorkomt, is het meestal per ongeluk. 'Dan komen ze uit zichzelf terug om te betalen.’
Friesland is leeg, alleen bij Heerenveen - 'De toplocatie van Noord-Nederland’ - dijen de bedrijventerreinen uit. Zoals overal bestaan ze uit een verzameling blokkendozen. Elke ondernemer probeert vervolgens een persoonlijk tintje aan zijn doos te geven, met een luifeltje, een glazen geveltje, een torentje of een blokje kantoor.
BIJ VIADUCT De Scheiding begint de provincie Groningen, in de tankstations maakt de Friese worst plaats voor Groninger metworst. Later zullen we de harde Drentse worst tegenkomen. 'In Groningen hebben we niet zoveel water, dus ook geen toeristen. Duitse bussen rijden in één keer naar de Keukenhof. Maar wij hebben de bietencampagne.’ In het najaar rijden vrachtwagens af en aan om de bieten uit de Noordoostpolder naar de Groningse suikerfabrieken te brengen. 'Driehonderd liter per vrachtwagen en dat vier keer per dag’, zegt de man van het Esso-station handenwrijvend.
Even verderop duiken de machtige ketels, silo’s en schoorstenen van suikerfabriek Hoogkerk op. Een verkeersbord 'P + bus’ probeert automobilisten die in de stad Groningen moeten zijn, uit hun auto te lokken. Bij de apenrots van de Gasunie, door Albers en Van Huut gebouwd met hun vaste trucje van schuine baksteenwanden en neptransen, buigen we terug naar het zuiden. Een oude hoogspanningsmast met zeven vlammetjes geeft aan dat we de stad verlaten. Tweehonderd kilometer in 7,5 uur, op deze manier duurt de ronde van Nederland eindeloos.
ELF AUTO’S staan er op de parkeerplaats bij Shell-station De Witte Molen, van de bestuurders geen spoor. Hier treffen homo’s uit de drie noordelijke provincies elkaar. Achter de bosjes langs de vaart - 'flikkergroen’ in ambtelijk jargon - wordt druk gekeken, gelopen en nog eens gekeken. Shell-kassier Ronald vindt het wel prettig: 'Vroeger zaten ze aan de overkant, maar daar werd het steeds onveiliger. Hier profiteren ze van de sociale controle van het tankstation. Dat mes snijdt aan twee kanten, ik voel me ook veiliger.’
’s Avonds om negen uur laat hij het kogelvrije glas van de balie zakken, zoals de verzekering eist. Hij kijkt elke week naar het programma Opsporing verzocht, 'Misschien zie ik hier in de zaak iemand die wordt gezocht.’
Donkergedakte schuren en boerderijen die in groepjes bijeengehurkt staan, verraden dat we in Drenthe zijn. Deze provincie verdient de eerste prijs voor melige veiligheidscampagnes. Overal langs de A28 hangen blauwe borden met grapjes als: 'Zekerheid kent geen tijd’, 'Hoe staat het met uw polis?’ en 'Ooit eerder geslipt?’
Vlak voor Assen komen van rechts hoogspanningsleidingen aanzetten, ze lopen een paar kilometer evenwijdig aan de weg, wijken bij motel Assen, om daarna de weg weer te vergezellen. 'Kathedralen van de twintigste eeuw’ luidt de stoplap voor snelwegen, maar asfaltvlaktes missen de majestueuze kracht voor dat beeld. De werkelijke kathedralen van deze eeuw zijn de hoogspanningsleidingen die als ijle wanden in het landschap zijn opgetrokken. Ze zijn groot genoeg om de snelweg van repliek te dienen en uit te dagen.
In Groningen en Overijssel is het asfalt van de A28 al vernieuwd, hebben ze Drenthe soms overgeslagen? 'Daar lijkt het wel op’, zegt de kassier verlegen, haast verontschuldigend. In Drenthe valt pas op hoe laconiek en zelfbewust de Groningse kassiers zijn.
VOLGENS architecten als Rem Koolhaas en Adriaan Geuze is de snelweg een non-plaats, een hyperruimte met zijn eigen anonieme cultuur en logica. Hij trekt voorbij aan tankstations, fastfood-restaurant en motels. Maar deze pleisterplaatsen worden gedreven door mensen die op een steenworp afstand wonen. Zij bepalen de regels van hun regionale universum, samen met de vaste klanten uit de buurt, die stoppen voor een praatje over de plaatselijke voetbalclub. Kassiers vormen de ruggegraat van de snelweg. Zij zijn de constante factor, de reiziger is degene die even binnenkomt, een rimpeling in hun dagelijkse routine.
Een jongen bij BP-station Panjerd fluistert ons een geheime tip toe. Aan het begin van de oprit naar de snelweg loopt een pad de bosjes in. Vijftig meter verder heeft iemand autobanden in de sloot gegooid zodat je kunt oversteken naar een prachtige zandafgraving waar naakt wordt gezwommen. In het weekend schijnen hier hele families fietsend over de vluchtstrook naartoe te komen. Een korte duik en de hitte van de reis is afgespoeld, de snelweg raast vertrouwd achter de bomen. De hoge fluittonen van vrachtwagens zwellen aan en sterven weg.
Onder het rijden lijkt het of de snelweg zijn hele omgeving domineert, alsof iedereen opkijkt tegen deze grijze rivier van vaart en beweging. Maar onder aan de afslag neemt het plattelandsleven onmiddellijk zijn loop, uitspanningen zijn meer gericht op fietsende weekendtoeristen dan op vertegenwoordigers. Niemand let op de snelweg.
Bij afslag De Wijk zien we het eerste bord 'Klassieke varkenspest, vervoer verboden’. Richting Brabant worden het er steeds meer en overal zien deze gele borden er smoezelig en geïmproviseerd uit, als om een maximale tegenstelling te bereiken met de keurige blauwwitte ANWB-borden. Op Radio Oost houdt een varkenshouder een emotioneel betoog tegen een concert van Normaal.
Vrachtwagens moeten hier rechts houden van zeven tot negen en van vier tot zes. De spits duurt er dus drie uur korter dan in de Randstad.
Bij Haerst is het eerste tankstation dat 24 uur per dag open is. Op mijn eerste vraag verwijst de manager naar het hoofdkantoor: 'Ik heb geen toestemming om u te woord te staan.’ En ik vroeg alleen maar hoe het komt dat de Shell-stations in het noorden bier verkopen en andere tankstations niet. Op zich mogen tankstations evenals winkels zwak alcoholische dranken verkopen. Maar omdat ze op zondag en ’s avonds laat open zijn, moeten ze sinds 1996 een ontheffing aanvragen - en daarin verbiedt Rijkswaterstaat de verkoop. 'We maken onze voorraad op’, zegt de ene Shell-kassier. 'We verkopen niet na tien uur ’s avonds’, zegt een ander. En deze middenstander weigert elk gesprek.
Bij Zwolle komen we op de A50 en langzaam wordt het verkeer drukker. Als een Duitse Autobahn zwiert de snelweg met zijn brede middenberm majestueus door de heuvels van de Veluwe. De hoogspanningsleidingen vormen hier geen ensemble met de weg zoals in de polder, ze verstoren juist het ritme van de weg.
De namen van de viaducten verwijzen naar oude landgoederen als Petrea en De Dellen, of naar de lokale geschiedenis. Zo memoreert Keizersveld dat de Saksische Keizer Otto(II aan het einde van de tiende eeuw een plaatselijke abdij het recht verleende om tol te heffen. Viaducten en verkeerspleinen in heel Nederland gaan gebukt onder zulke vergeefse pogingen om snelwegen een historisch aureool te geven. Een nummer zou veel eerlijker en duidelijker zijn.
BIJ ESSO-station Het Veen klimmen chauffeurs op slippers en leren klompjes achter hun buik uit hun truck, schudden hun benen al lopend los en waggelen naar de sloten koffie en warme truckersballen. Elke dag komt een oude, gebogen man met een rood gezicht hier twee kroketjes eten, dit is zijn stamcafé. Zoals overal langs de snelweg kost een kop koffie hier maar een gulden. Aan de Stehtisch probeert hij aan te pappen met de chauffeurs, maar die hebben het vandaag te druk met elkaar.
Een gedrongen chauffeur van expeditiebedrijf Van Rooijen pest een collega van Bavaria die een bedrijfsuniform moet dragen. De Bavariaman verweert zich: 'Bij Heineken moeten ze een stropdas dragen, dat hebben wij geweigerd.’
Truckers eten en drinken staande, dan kunnen ze eindelijk hun benen strekken. Maar staan is ook flexibel: je kunt blijven hangen, maar je kunt ook elk moment vertrekken of je even omkeren naar de pornohoek.
Esso-stations zijn wat ruiger dan andere: meer porno, de Playboy opzichtig naast de kassa, grote kannen koffie in plaats van een automaat. Esso is nog een beetje van de 'mannen van de weg’, Shell mikt op families met kinderen. Maar ook bij Shell zijn de vieze blaadjes voorlopig nog niet uit de schappen verbannen. In totaal zijn er 198 tankstations langs de Nederlandse snelwegen, Shell heeft veertig procent van de markt in handen. Dit bedrijf is de Albert Heijn van de snelweg: smaakvol, politiek correct en saai. De grootste maatschappij speelt het sterkst in op de verburgerlijking van de snelweg.
De rijkswegen zijn allang niet meer het exclusieve domein van vrachtwagenchauffeurs, vertegenwoordigers en pompbediendes. Een kwart van de 67 mensen die ik deze twee dagen spreek is vrouw. Snelwegen zijn een spiegel van de samenleving, en ze worden ook steeds netter en schoner. Maar onder het nette oppervlak borrelt een onderstroom van smoezeligheid. Snelwegen zijn plekken voor anonieme seks, tippelzones, porno in de schappen, goedkope snacks met als toppunt de gehaktstaaf. In een gewone snackbar heet dat een frikadel, maar in een poging om een gezonder imago te creëren kwamen de marketeers met deze onsmakelijke naam voor een korte, rulle staaf van ongedefinieerde samenstelling die dagenlang op een opwarmplaat ligt.
Ook op het volgende tankstation treffen we een stamgast die minstens eens per dag langskomt. 'Ik word nog net niet uitgenodigd voor de bedrijfsfeestjes’, zegt hij, zijn aangekoekte tanden ontblotend. Hij houdt van autorijden, gemiddeld rijdt hij 150 pocht hij, 'maar met Chrissy Hynde op de radio trap ik het gaspedaal helemaal in’. Over zijn andere bezigheden wil hij niet veel kwijt, 'iets met processen bij Akzo door het hele land’. Lifters neemt hij alleen in Nijmegen mee, 'dan weet je tenminste wat je hebt en da’s niet verkeerd’.
De kassiers langs dit stuk snelweg zijn opvallend gesloten en wantrouwig. We rijden door de biblebelt van Nederland.
VOORBIJ Apeldoorn bewijst wildwissel Woeste Hoeve dat natuurlijke inpassingen van snelwegen ook architectonisch spannend kunnen zijn. Het verkeer wordt door twee grote ellipsvormige bogen onder de edelherten doorgeleid, voor de parallelweg aan de rechterkant is een kleine ellips uitgespaard in de groene dijk. Even verderop voert een uitvoegstrook naar een bushalte waar wandelaars de bus met een stopknop kunnen waarschuwen; auto’s mogen hier niet komen.
In de mooiste bocht van Nederland ligt De Schaars, een van de weinige Shell-stations die nog door een onafhankelijke pachter wordt gedreven. Alcohol verkoopt hij niet, porno evenmin. Maar voor condooms hoef je hier niet stiekem naar de automaat in de heren-wc, die liggen gewoon in de schappen.
Parkeerplaats Kabeljauw markeert het einde van de Veluwe. De rechterberm van de weg loopt als een soort eretribune omhoog: een uitgelezen plaats voor bermtoerisme. Hij schilt een appeltje, zij schenkt koffie uit de thermoskan. Zij: 'Wij zijn niet zulke reizigers, maar we kómen er wel. Een uur rijden en dan stoppen we een half uurtje.’ Hij klaagt over de hardrijders: 'Die moesten ze eruit pikken en gelijk van de weg gooien.’ Kinderen hollen de heuvel af en rollen gierend naar beneden.
MET EEN RUIME bocht steekt de weg de Rijn over. Rechts blinkt het water in een trage stroom door oneindig laagland, zes schoorstenen van steenfabrieken priemen ten hemel. Links de gebogen sluizen en de tv-toren van Arnhem.
De ongereptheid van het rivierenlandschap wordt bij Valburg wreed verstoord door een distributiepark. 'Ondernemers opgelet! Hier uw bedrijf’, schreeuwt een bord. Kruidvat stuurt van hieruit zijn vrachtwagens door het hele land. Links van de weg is een enorm Multimodaal Transport Centrum gepland. Waar nu nog boerderijen liggen, worden over tien jaar containers uitgewisseld tussen de binnenvaartschepen van de Waal, de treinen van de Betuweroute en de vrachtwagens van de A15.
Eén rijbaan van de brug over de Waal is afgesloten voor onderhoudswerkzaamheden. Het is hoogzomer dus de werkzaamheden langs de weg zijn tot een minimum beperkt. In Friesland werden bomen bijgezaagd, bij Herenveen was men doende een klaverblad te bouwen, bij Assen werden kabels in de berm gelegd. Veel meer is er niet te doen.
Weerbroek is een tankstation van de oude stempel: klein, smoezelig en gemoedelijk. Als er ’s nachts vaste klanten komen, doen de kassiers de deur op slot zodat ze niet achter kogelvrij glas door een microfoontje hoeven te praten. Na 24 jaar dienst gaat het station volgende maand tegen de vlakte, de zandhopen voor de fundering voor een groot station liggen al klaar.
Richard werkt er pas twee maanden. 'Ik ben zeven jaar uitbeender geweest en mijn schouders zijn nu al versleten. Op een zondag werd ik gebeld door de beheerder die had gehoord dat ik ander werk zocht, de volgende dag begon ik op proef, een week later had ik een baan.’ Met groot enthousiasme heeft hij zich op dit nieuwe werk gestort. 'Ik kan niet tegen stilzitten. Dus als ik moet plassen, neem ik een vaatdoek mee, ga even over de tafels en pak de wc meteen mee.’
In weerwil van Richards doekje stinkt de wc, zoals de meeste wc’s op tankstations stinken. Overal hangen lijstjes met de tijdstippen waarop de wc is schoongemaakt met een paraaf van de pompbediende. Elke twee uur, als we sommige lijsten moeten geloven. Allemaal mooie voornemens, evenals de mededeling dat ze graag alle klachten horen.
Buiten op de parkeerplaats zorgt een vrachtwagen met varkens voor verbaasde blikken. Iedereen staart: heeft die chauffeur wel een ontheffing? Zijn die varkens voor consumptie? Of moeten ze worden afgemaakt? Door alle berichten over varkenspest heeft dit transport bijna iets onzedelijks. Alleen twee Polen kijken niet op of om - wat valt er nou te zien aan een vrachtwagen met varkens?
ONDER Nijmegen, bij knooppunt Neerbosch, begint de nieuwste snelweg van Nederland: de A73 naar Roermond. Aan de voet van de weg wordt een nieuwe wijk gebouwd, halfdoorzichtige schuren van twee verdiepingen dienen als geluidwal. De geheimzinnige silhouetten van fietsen, tuingereedschap en andere spullen prikkelen de fantasie van de voorbijrazende automobilist. De bewoners zorgen gratis voor een steeds veranderende geluidswal.
De A73 tussen Boxmeer en Venlo is de mooiste weg van Nederland: leeg, ruim, helder en stijlvast. Hij is in één keer ontworpen: de geluidschermen, de vangrail, het wegdek van betonnen platen, de viaducten, de loopbruggen. De geluidschermen bestaan uit houten panelen in stalen frames, spaarzaam voorzien van een rood verticaal accent. De pijlers van de viaducten lopen aan de voorkant taps toe. Alles past bij elkaar en dat geeft een weldadige rust, als op de Franse autoroute. Hier valt pas goed op dat bijna alle andere Nederlandse snelwegen bestaan uit lukraak aan elkaar geplakte stukjes.
In de avondzon rijden we door het Noordbrabantse landschap, langs zondoorstoofde akkers en dorsende boeren. De idylle wordt net op tijd verstoord door een vuilnisbelt langs de weg. Achter een bouwvallig hek liggen bergen afval, zwermen vogels zoeken naar voedsel, de geur van ontbinding dringt het autoraampje binnen. Waarschijnlijk zal ook deze schandvlek snel worden weggemoffeld achter een keurige groene wal. De stank van de lage varkensstallen met voedersilo’s zal moeilijker uit te wissen zijn. Dit is de Peel, de bakermat van de pestepidemie.
Restaurant De Wuust is pas twee maanden open, het is de 38ste parel aan de kroon van de AC-keten, voorheen Alberts Corner. Roze Fristi-parasols moeten de varkenslucht op het terras doen vergeten. Van der Valk-restaurants hebben obers, AC zet daar luxueus ogende buffetten en saladebars tegenover. Messing en spiegels moeten de sfeer van Dynasty oproepen, maar overal zitten vliegen: op de tafels, de salades, de balie waar eten wordt uitgeserveerd. Het eten is nog slechter dan bij Van der Valk, de studente die het opschept, geeft grif toe dat het gewoon snacks zijn: doorgekookt en vet. Tevreden verorbert een familie uit Drenthe haar maaltijd. De avond valt.
Bij het naastgelegen tankstation stopt een marechaussee, hij tankt zonder van zijn motor te komen. Zijn dienst zit erop, hij heeft een Leopardtank geëscorteerd en gaat terug naar Eindhoven. 'Ik rijd altijd iets harder dan de maximumsnelheid, want anders veroorzaak ik een file omdat iedereen op zijn rem gaat staan’, zegt hij vanonder zijn martiale snor. Hij bevestigt mijn indruk dat er nauwelijks meer hard wordt gereden in Nederland: 'Vandaag pikte ik er een aannemer uit die 150, 160 reed. Onder het rijden speelde hij kantoortje: papieren op schoot, telefoon aan zijn oor, zakrekenmachine op het dashboard. Maar dat is zeldzaam, we hebben het langzamerhand helemaal kapotgecontroleerd. Soms gaat het te ver, ik word ook ziek van een bon voor drie kilometer te hard rijden.’
Bij Venlo houdt de snelweg op, ineens moeten we terug naar tachtig. Pas vorig jaar hakte het kabinet de knoop door om hem op de oostelijke oever van de Maas door te trekken. In 2008 moet de weg klaar zijn. De weg maakt deel uit van het rijkswegennet dat in de napoleontische tijd is aangelegd. De meeste snelwegen zijn eenvoudig over deze oude wegen heen geasfalteerd. Langzaam rijden we de varkens uit, de kassen en kippen tegemoet. Tankstations zijn gesloten, mensen zitten op terrasjes of achter de tv in hun verlichte woonkamers met geopende gordijnen.
Op een provinciale weg kun je overal stoppen, afslaan, een andere weg nemen. Willekeur ligt op de loer, het houvast van de snelweg ontbreekt. Gelukkig komen we na twintig kilometer en elf stoplichten op de snelweg. Jagende achterlichten in de nacht, strakke witte lijnen, twee verlichte schoorstenen wijzen de weg.
Esso-station Het Anker is het eerste tankstation dat een miniem supermarktje herbergt met blikken soep, babyvoeding, scheermesjes en pakken koffie. Verse groente hebben ze hier niet. 'Zie je een vrachtwagenchauffeur al een bloemkool kopen? In de Randstad loopt dat misschien, maar hier niet’, zegt de kassier.
Over een heuvel aan de linkerkant kruipt een grote witte stoomwolk, en dan, ineens, ligt daar het DSM-complex in al zijn chemische glorie. Vijf kilometer voert de weg langs een flonkerende stad van pijpen, torens, leidingen, reactoren, brandende schoorstenen, opslagtanks en nog meer pijpen. Om de feestvreugde te verhogen, is de vangrail van de afslag naar Heerlen met reflectoren afgezet, in onze koplampen licht de bocht van 270 graden op als een reuzendiadeem.
LANGZAAM laten we de chemische industrie achter ons, nog een paar verspreide lichtjes en dan zitten we weer in de donkere Limburgse heuvels. Op het nutteloze klaverblad Bocholt - ooit bedoeld voor een extra weg naar Maastricht - bereiken we het zuidelijkste punt van de ronde, in het zicht van het grenswisselkantoor buigen we terug naar de stadssnelweg door Heerlen.
Bij het bord 'Crematorium’ gaan we de weg af. Op de rand van een bedrijventerrein duikt het gele bord op van het Formule 1-hotel, als een baken in de nacht. Veel Duitse, Franse en Poolse nummerborden op de parkeerplaats. Ik stop mijn creditcard in de nachtautomaat en na wat geratel verschijnt de boodschap dat ons gesprek kan beginnen. Na wat heen en weer toetsen krijgen we kamernummer 101 toegewezen en een toegangscode. We toetsen de code in het apparaat naast de deur en de deur gaat met een lichte klik echt open. Een kamer van drie bij vier, alles aard- en nagelvast, standaard ingericht van Sidney tot Stockholm. Slapen is hier tot de essentie teruggebracht. De wc en douche op de gang reinigen zich automatisch na gebruik.
'Wat moet er in die telefoon?’ vraagt een Israelisch junkiemeisje in rood topje dat na ons binnenkwam. 'Hij accepteert geen marken. Is dit eigenlijk al Nederland of niet?’