De Rotary is rijker dan u denkt

Het sociale kapitaal van de Rotary is goud waard. ‘We serve betekent niet: wij serveren bier.’ Maar wie heeft er nog tijd voor de Rotary?

‘WIE WIL ER NOU niet zo wakker worden gekust?’ Cardioloog Harriette Verwey (60), autoriteit op het gebied van hartklachten bij vrouwen, laat zich uitbundig begroeten. Ze is een loyaal bezoekster van het wekelijkse ontbijt van Rotaryclub Leiden AM, al begint dat ’s ochtends om kwart over zeven.
Deze woensdag zijn zeventien van de 29 leden aanwezig in Stadscafé Van der Werff en plaatsvervangend voorzitter Jobs Brussee (47) is tevreden. 'Een mooie opkomst, dat is leuk voor de spreker.’ Om stipt half acht verricht hij de officiële opening, met een lepeltje tikt hij tegen een koffiekopje. Ho, sputtert het gehoor, dat gaat zomaar niet, waar is de koperen Rotary-bel met houten hamer? Vlug wordt de traditie uit de kast gehaald. Dan de keek op de week. Heeft iemand iets nieuws te melden? Jan Maasdam (64, eigenaar van het gelijknamige administratiekantoor) staat op en vertelt dat hij anderhalf uur eerder opa is geworden. Femke heet ze, leest hij voor van een briefje, ze weegt 3460 gram, is 48 cm lang en moeder en dochter maken het goed. Het bericht wordt met applaus ontvangen. Verder geen bijzonderheden vandaag, ook de secretaris heeft niks te melden, stelt de voorzitter vast.
Na het facultatieve gebed mag er gegeten worden: 'Eet smakelijk allemaal.’ Aan de bruine houten tafels in de eetzaal van het Leidse café worden geanimeerde gesprekken gevoerd. Jobs, hoe gaat het met de business? 'Hard sleuren jongen’, en hij vertelt dat het vandaag weer een lange dag wordt. Brussee is geliefd in de club. Hij is een 'goeie vent, een selfmade man die met hard werken een mooi bedrijf heeft opgebouwd’. De Bang & Olufsen-dealer stimuleert zijn vier kinderen eveneens om de deur uit te gaan en zo veel mogelijk mensen te ontmoeten. 'Dat is goed voor je ontplooiing.’ Hij is lid van de feestcommissie van de basketbalvereniging en als vrijgemaakt gereformeerde ook actief in de kerk. 'Ik doe graag iets voor anderen.’
Buiten wordt het langzaam licht.

ROTARY: een besloten, informeel netwerk voor de haves, een wereldwijde serviceorganisatie met een maatschappelijke missie, een broedplaats voor kameraadschap en dienstbaarheid. Credo: service above self. Menige waterput in Ghana wordt gerealiseerd dankzij fondsenwerving van een Rotary-club; in Nederland zijn speeltuinen, voedselbanken en hospices populaire projecten. Nederland telt twintigduizend Rotarians, verdeeld over 486 clubs, maar de gloriedagen van het old boys network zijn geteld. Het ledenaantal stagneert en de club vergrijst, nagenoeg de helft van de leden is ouder dan zestig jaar, twintig procent ouder dan zeventig. Wat moet een leuke jonge ondernemer daartussen?
Ooit stonden ze in de rij, van oorsprong alleen mannen, en pas vanaf 1989 ook vrouwen, nadat het hoogste Amerikaanse rechtscollege seksediscriminatie bij de club had verboden. Lid worden kon uitsluitend op uitnodiging en de ballotage verliep in het diepste geheim, om niemand tegen het hoofd te stoten. Overspel was een reden om iemand te weigeren, weten oude leden nog.
Tot het einde van de vorige eeuw had het lidmaatschap status. Een Rotarian? Dan was je iemand. Directeur, eigenaar van een mooi bedrijf of burgermeester. Anno 2010 is niet alleen het hoofd van de school lid, ook de onderwijzer. Maar ook die staat niet meer te springen. Wekelijks een avondje gezellig naar de Rotary, naast een veeleisende baan, de taakverdeling thuis, vriendenkring en sportclub? Leg dat je partner maar eens uit. En er is de concurrentie van sociale media als Linkedin, Facebook en Hyves. In 2010 luidde Rotary International de noodklok: aanwas van jonge leden werd tot speerpunt van de organisatie gemaakt.
Wie kan het zich nog permitteren om in werktijd een paar uur afwezig te zijn? Met het uitsterven van de oude elite verdwijnt ook de traditie van de middagclub, heren in fauteuils, met sigaren en cognac. Het gros komt nu ’s avonds bijeen, en de ontbijtclub, zoals Rotary Leiden AM, is in opmars, met name onder jongere, drukbezette leden. Het wachten is op de eerste Rotary E-club in Nederland, met ontmoetingen via de computer. In de Verenigde Staten bestaan ze al.

IN DE EETZAAL van Stadscafé Van der Werff geeft Wim Spierdijk (56), chef sport van het Leidsch Dagblad, een powerpointpresentatie over zijn werk. Wat is nieuws, hoe wordt de krant gemaakt en welke rol spelen adverteerders? 'Toen ik nog op de stadsredactie werkte, kwam ik dankzij de Rotary vaak met een mooie scoop op m'n werk. Het zijn natuurlijk niet de minste mensen die hier zitten.’
De aanwezige Rotarians luisteren aandachtig en stellen kritische vragen. Dit is waarom men lid is; contact met mensen uit andere professies - volgens voorschift mag van elke beroepsgroep slechts één vertegenwoordiger toegelaten worden - verruimt de blik op de samenleving. In het verleden had de club nog mooie maatschappelijke projecten. Het concert voor doven en slechthorenden in 2003 bijvoorbeeld. En de wijnactie in 2007, toen de club via een bevriende importeur voor een klein prijsje wijn insloeg en met winst doorverkocht voor een weeshuis in Zuid-Amerika. De community service is de laatste jaren naar de achtergrond verschoven.
Rotary Leiden After Midnight had ook wel iets anders aan het hoofd: twee leden maakten ruzie, eentje stapte op, anderen volgden. Meer woorden wil niemand eraan vuil maken. De organisatie heeft een deuk opgelopen en de club zoekt naarstig nieuwe leden. Van echt iets dóen voor de samenleving komt het even niet, er wordt steeds vaker gewoon de portemonnee gepakt. Jammer, vindt Brussee. 'Het is ook niet zo makkelijk om een goed doel te vinden’, meent Martha ’t Hart-Eerdmans (65, gepensioneerd, voormalig hoofd van de afdeling diëtetiek van het Leids Universitair Medisch Centrum, en tante van Joost Eerdmans) uit Voorschoten. 'In de omgeving zijn een stuk of acht Rotary’s, daar wil je niet mee concurreren, en dan heb je ook nog de Lions.’
Tandarts Henk van Iterson (63) uit het nabijgelegen Oegstgeest ziet de toekomst van de Rotary somber in: 'Ik was onlangs op een districtsconferentie, daar weet je helemaal niet wat je ziet. Er zit geen leven meer in. Het is ook zo stroperig allemaal, voordat een project van de grond komt, ben je een eeuwigheid verder.’ In 1999 ging hij nog twee maanden naar de Clinica Dental Rio Dulce in de jungle van Guatemala om de bevolking van haar kiespijn af te helpen. Het Rotary-project kostte hem bakken met geld, zijn praktijk lag stil, maar de kosten liepen door. Hij verdiende er wel de Paul Harris Fellow-draagspeld mee, een onderscheiding vernoemd naar de oprichter van de Rotary.
Toen in 2006 het nabijgelegen weeshuis Casa Guatemala met een kapotte boot en waterpomp zat, schoten hij en zijn fellow-Rotarians direct te hulp. 'Ik ben er met 8890 dollar in mijn binnenzak naartoe gevlogen en heb ter plekke de noodzakelijke spullen gekocht.’ Maar de laatste tijd? 'Ik kan mijn idealisme steeds minder kwijt.’ Van Iterson zit regelmatig in z'n leren motorpak aan het wekelijkse clubontbijt. Toen de districtsgouverneur onlangs op bezoek kwam, zag Henk hem denken: jij, lid van de Rotary?

DE WERKGROEP filantropie van de Vrije Universiteit Amsterdam deed in 2006 voor het eerst onderzoek naar de maatschappelijke bijdrage van serviceclubs in Nederland, waaronder de Rotary. Met 3,2 miljoen euro per jaar is ze koploper, gevolgd door Lions en Tafelronde. Per lid valt het echter tegen: een Rotarian haalt jaarlijks 160 euro voor het goede doel op.
'Het verbaast me hoe weinig men eigenlijk geeft’, zegt hoogleraar filantropische studies Theo Schuyt, 'zeker als je kijkt naar de achtergrond van de leden. Er zit nog enorme potentie, en de doelstelling, het dienen van de maatschappij, is actueel. Er is behoefte aan particuliere inzet en Rotarians zitten in een positie dat ze iets kunnen betekenen.’
De Rotary begon in 1905 in Chicago, in een wildwest-economie zonder normen en waarden. De boodschap van Paul Harris - 'wees een fatsoenlijk zakenman’ - paste in die tijd; zonder maatschappelijke stabiliteit geen economische groei. 'Het ideaal van Harris is weer relevant, nu onder de noemer maatschappelijk verantwoord ondernemen. Wat betekent economische groei als je er ecologisch een puinhoop van maakt?’ zegt Schuyt. Hij pakt het dikke dossier erbij. 'Revitalisering oud particulier initiatief’ staat op de kaft. 'De clubs moeten wel vernieuwen, anders houden ze op te bestaan. Eindeloos praten over een luttel bedrag past niet in de moderne manier van liefdadigheid.’
Jonge tweeverdieners hebben weinig tijd, maar willen meer doen dan chequeboekactivisme, blijkt uit alle onderzoeken. 'Het sociale kapitaal van Rotarians is goud waard’, aldus Schuyt. 'Door het netwerk beschikbaar te stellen kunnen economische en maatschappelijke doelen gerealiseerd worden. Organisaties samenbrengen, huisvesting voor voedselbanken regelen, een school adviseren, werkzoekenden begeleiden, zoals nu op kleine schaal gebeurt via het project Jobrotary. Ga naar het stadhuis, vraag waar de knelpunten zitten en stem projecten daarop af. We serve betekent niet: wij serveren bier.’
Hoogleraar Schuyt is zelf lid van de concurrerende Lions: 'Ik werd gevraagd door iemand waar ik geen nee tegen kon zeggen. Het had net zo goed de Rotary kunnen zijn.’ Onlangs maakte hij een wervingsfolder voor nieuwe leden waarin wapenfeiten en nieuwe projecten helder zijn beschreven en een beroep wordt gedaan op de betrokkenheid van inwoners bij hun stad: 'Omdat de komende jaren de inbreng van burgers belangrijk wordt om Alkmaar een leefbare en economisch dynamische stad te houden. De gemeente kan het niet alleen.’
Zo moet het, laat zien wat je doet, zegt Schuyt. Hij pakt het standaardwerk van Thomas Adam uit zijn boekenkast, Philantropy, Patronage and Civil Society (2004). 'Uiteindelijk draait het allemaal om de vraag hoe je je rijkdom omzet in maatschappelijk prestige. Geld alleen zegt niks, maar als mecenas van The Metropolitan Museum of Art heb je status.’

ROTARY LEIDEN AM krijgt jaarlijks, net als alle andere clubs, bezoek van het districtshoofd, gouverneur genaamd. Nederland heeft er zeven, Leiden AM valt onder 1600, het district van gouverneur Ton van Vliet (68). 'Ik motiveer leden om Rotarians te zijn en zeg altijd: kijk eens wat verder dan je eigen club. Afdwingen kan ik niks, maar ik laat zien wat er allemaal mogelijk is. Voor hun projecten kunnen leden bijvoorbeeld extra geld krijgen van de Rotary Foundation. Dat weten ze niet, of ze denken dat zo'n aanvraag heel ingewikkeld is, wat al lang niet meer zo is. Ja vroeger, toen alles nog per post verstuurd werd, moest je inderdaad weken wachten op een handtekening uit Amerika.’
Van Vliet, gepensioneerd locatiedirecteur van een laborantenopleiding en postzegelverzamelaar, werd vorig jaar bij Rotary International in San Diego voorbereid op het gouverneurschap. Het is een dagtaak, liefdewerk oud papier, zegt hij, het lukt niet als je een baan hebt. De gang van zijn woning in Bleiswijk staat vol collectedozen voor het Shelterbox-project, dat tenten doneert aan slachtoffers in rampgebieden. Na de aardbeving werden in vijf maanden tijd twintigduizend shelterboxen naar Haïti verstuurd. Een schoolvoorbeeld, geïnitieerd door een enkel lid en uitgegroeid tot het grootste Rotary-project aller tijden.
Hier mag best wat meer reclame voor gemaakt worden, vindt de gouverneur: 'Met goede daden te koop lopen wás not done. Maar willen we leden aantrekken, dan moeten we zichtbaar maken wat we doen. Dat kan ook op een chique manier, in Wassenaar rijdt een gesponsorde ouderenbus met ons logo.’ Tot zijn ongenoegen schoppen projecten het in de media niet verder dan de kolommen van de huis-aan-huisbladen. In januari werd daarop een voor de Rotary onaangename uitzondering gemaakt. Kranten kopten dat Rotarians in Arnhem een eigen woonwijk willen bouwen waar ze tussen 'ons soort mensen’ kunnen wonen. De zeven gouverneurs stelden gezamenlijk snel een brief op voor alle leden: een dergelijk woonproject is geen officiële lijn. Veel meer konden ze niet doen, de clubs zijn autonoom.
Van Vliet is sinds 1985 lid. Na zeven maanden gouverneurschap maakt hij de balans op: de ene afdeling is actiever dan de andere en Rotarians zijn net mensen, in alle soorten en maten. IJdelheid, jaloezie, ruzies, het komt in de beste clubs voor. Soms is het fellowship moeilijk in ere te houden. Als het niet gaat zoals het moet, dan moet het maar zoals het gaat, meent een nuchtere Van Vliet. Maar de Rotary is beslist geen club voor louter rijke mensen, benadrukt hij, er zijn ook leden die in een benedenhuis wonen of in een gewoon rijtjeshuis, net als hij. En nee, de Rotary is geen afspiegeling van de maatschappij, helaas. Nauwelijks jongeren, weinig vrouwen, slechts een enkele allochtoon. Er zijn zelfs nog een paar herenclubs die geen 'meisjes’ uitnodigen. Die sterven volgens de gouverneur vanzelf uit.
Liever vertelt hij over de Rotary-postzegel, door hem bedacht, ontworpen en verkocht. De opbrengst, inmiddels al 85.000 euro, is voor de End Polio Now-campagne. In 1985 stierven er duizend kinderen per dag aan polio, nu nog negenhonderd per jaar. 'Dankzij Rotary, die aan de basis van de actie staat. Fantastisch toch? Ik maak deel uit van een organisatie met 1,2 miljoen vrijwilligers die een bijdrage levert aan de wereldvrede.’
Lid worden hoeft niet meer per se op uitnodiging, inschrijven kan via www.rotary.nl. De gouverneur gaat dan met uw gegevens langs clubs, op zoek naar een match. Sinds juni 2010 heeft Van Vliet er vijf geplaatst.