Essay Morele verbondenheid Nederland-VS

De rotsen van Manna-Hata

De opstellers van de Akte van Verlating uit 1581 en de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring uit 1776 koesterden dezelfde verwachtingen. De gedeelde waarden legden onze lotsverbondenheid vast en zullen worden ondermijnd als wij onze politieke normen er niet aan onderwerpen. Vanaf april wordt de sterke band tussen Amsterdam en New York gevierd met verscheidene manifestaties onder de noemer ‘New York 400’.

HET ZAL MOEILIJK ZIJN iemand op deze wereld te vinden die niet een heel persoonlijk beeld heeft van Amerika. Ik denk dat de VS de eerste waarlijk globale entiteit zijn uit de menselijke geschiedenis, in die zin dat ieder mens er zich een beeld van vormt. Als het over Amerika gaat, hebben we allemaal een persoonlijk verhaal, ook ik. Dat begint met het verhaal van mijn moeder.
In 1944 was mijn moeder zes en woonde ze met haar ouders in Heerlen, in een mijnwerkersbuurt. In september van dat jaar gonsde het van de geruchten over de aanstaande bevrijding, maar niemand wist wat er zou gebeuren. Op een zondagmiddag liepen mijn grootouders met hun dochtertje naar de ouders van mijn oma aan de andere kant van Heerlen. Onderweg kwamen zij nerveuze Duitse militairen tegen in het na vier jaar herkenbare feldgrau, lopend en op de fiets, met wat schaarse bezittingen op de bagagedrager. Weinig indrukwekkend herrenvolk op de vlucht. Andere soldaten liepen, het geweer in de aanslag, in dezelfde richting als mijn grootouders. Opeens zagen zij boven aan de straat militairen in een andere kleur uniform, lichtbruin. Die militairen gebaarden ‘ga weg! ga weg!’ en riepen in een taal die zij niet verstonden. Mijn grootouders en moeder doken snel een huis in. Er werd geschoten over en weer. Er vielen doden. Even later kwamen militairen naar binnen: één en al vriendelijkheid, al waren deze frontsoldaten uitgehongerd en smeekten ze de bewoners om eten. ‘Ammi’s, dat zijn Ammi’s’, werd er gefluisterd. Zij brachten de vrijheid.
Vervolgens nam een van hen de zus van mijn oma mee als oorlogsbruid, maar dat is een ander verhaal. Waar het om gaat is dat ik ben opgegroeid met een onvoorstelbare dankbaarheid voor wat de Amerikanen voor ons hebben betekend.
Dan, een heel grote sprong naar voren misschien, juni 2008, het Pinkpop-festival, op nog geen mijl van waar mijn moeder haar eerste Amerikaan zag. Nu sta ik met mijn dochter van 21 en zoon van 19 tussen het publiek. Wij wachten op een Amerikaanse hardrockband, Rage against the Machine. Ineens klinken sirenes. Dezelfde sirenes die mijn moeder vroeger waarschuwden voor luchtaanvallen. Het is onheilspellend, veertigduizend mensen kijken stil toe. Dan worden vier mannen in oranje jumpsuits, de handen geboeid, met kappen over hun hoofd, het podium op gevoerd. ‘Guantánamo Bay’, fluistert mijn zoon naast mij. Het blijft stil totdat de band gaat spelen.
De muziek is hard en meedogenloos, zoals ook de verbeelding van wat er misging in Amerika de afgelopen jaren. Niet alleen voor mijn zoon, maar voor talloze Europeanen én Amerikanen is Guantánamo Bay bepalend voor hun beeld van Amerika. Overigens geldt dat ook voor het protest ertegen, zoals verwoord door heel veel Amerikanen, of zij nu muziek maken of niet.

IN EEN HEEL KORTE TIJD is dat waarmee ik ben opgegroeid, die belangrijke waarden waarin ik geloof en die ik deel met Amerika, in de ogen van velen besmet. Zeker, over de smaak van Rage against the Machine valt te twisten, maar feit blijft dat de waarden die wij Europeanen en Amerikanen delen, waarden waarvan wij vinden dat deze fundamenteel zijn, ondermijnd worden als wij onze politieke normen er niet aan onderwerpen. Niet alleen mensen in de buitenwereld, maar ook onze eigen burgers zullen dan de vraag opwerpen of wij niet met twee maten meten: anderen aanspreken op normen die wij zelf ‘letterlijk’ buiten de orde verklaren als het ons zo uitkomt.
Daarom is het zo belangrijk dat we er nu ook alles aan doen om een succes te maken van de eerste prioriteit van president Obama: herstel van de morele basis waarop hij zijn activiteiten wil grondvesten. Nationaal en internationaal. In de woorden van Thomas Jefferson: ‘In matters of style, swim with the current; in matters of principle, stand like a rock.’ Als de waarden van Amerika ter discussie staan, raakt dit alle Europese landen rechtstreeks, raakt dit Nederland rechtstreeks. Omdat wij, met alle verschillen, niet alleen door onszelf, maar ook door de buitenwereld als waardengemeenschap worden beschouwd.
En terecht. Want er loopt een rechte lijn van de Akte van Verlating uit 1581, die de geboorteakte was van Nederland, naar de Onafhankelijkheidsverklaring uit 1776, waarmee de Verenigde Staten het levenslicht zagen; er is een buitengewone parallel tussen de VS in de tweede helft van de achttiende eeuw en de Nederlandse Republiek uit de late zestiende en zeventiende eeuw. Een parallel die uniek is in de geschiedenis.
Uiteraard hebben de Britten een zeer grote invloed gehad op de wordingsgeschiedenis van de VS en zeker was de Franse revolutie, in tijd samenvallend met de Amerikaanse onafhankelijkheid, van bepalende invloed op de strijd. De Verlichting speelde daarbij aan beide kanten van de oceaan een hoofdrol. Maar er zijn te veel overeenkomsten tussen hoe Nederland tot stand kwam en hoe de Verenigde Staten zijn ontstaan om niet van een unieke parallel te spreken. Dat geldt ook voor de zwarte bladzijden. De rechten die de burgers zo graag voor zichzelf opeisten, werden heel lang aan anderen onthouden. Slavernij maakte lange tijd onlosmakelijk deel uit van het economische en sociale systeem. Andersdenkenden kregen meer ruimte dan elders, maar zelden volledig dezelfde rechten.
Dezelfde verwachtingen, dezelfde hoop en dezelfde waarheden die door de opstellers als vanzelfsprekend werden gezien, vormen de basis van de Akte van Verlating en de Onafhankelijkheidsverklaring. Op dit fundament is in de loop der eeuwen veel gebouwd, veel gedeeld, veel bereikt. Niet alles kunnen wij ons herinneren, niet alles is even fraai. Maar het saldo van onze ervaringen is positief, de kracht van het bereikte trotseert de tijd, trotseert tegenslag. Deze gedeelde geschiedenis in al haar aspecten onder ogen zien, eruit leren en er toekomstig handelen aan toetsen, is van grote waarde voor onze beide samenlevingen.

DE REPUBLIEK WAS VANAF haar ontstaan de ‘melting pot’ van Europa. Tolerantie, of deze nu werd ingegeven door morele overwegingen of door economische berekening, was een feit. Spinoza, Descartes, Locke en talloze andere, minder bekende mensen vonden een toevluchtsoord waar zij zichzelf konden zijn. Overal waar vertegenwoordigers van de Republiek zich vestigden was dezelfde tolerantie uitgangspunt. Op die basis is ook New Amsterdam gesticht.
Ik zie het als een plicht hier bij stil te staan. De waarden waarop onze beide landen zijn gebouwd, behoeven altijd onderhoud en zijn nooit voor iedereen vanzelfsprekend geworden. Ook in de 21ste eeuw zijn er nog honderden miljoenen mensen op de wereld die hunkeren naar wat wij zo vanzelfsprekend vinden. Tegelijkertijd zijn wij onze vrijheid, onze democratie en onze meritocratie misschien wel iets te vanzelfsprekend gaan vinden. Bovendien zijn er krachten in de wereld die de fundamenten van onze samenleving afschilderen als overleefd en decadent. Die waarden als vrijheid, gelijkheid en democratie relativeren omdat ze gepaard gingen met koloniale overheersing. Het wonder van de tweede helft van de vorige eeuw is dat de waarden waarop onze beide landen zijn gebouwd een steeds universeler karakter hebben gekregen. Dit mag nooit verloren gaan. En daarom is het goed dat we bij iedereen in herinnering roepen hoe het zo ver is gekomen.
New York staat dit jaar stil bij een opmerkelijke gebeurtenis in september 1609. Toen liet een schip van de VOC het anker zakken voor een eiland dat door de toenmalige bewoners Manna-Hata werd genoemd. Aan boord van de Halve Maen bevonden zich een Engelse kapitein, Henry Hudson, en een bemanning bestaande uit Britten en Hollanders, op zoek naar een route naar de Oost. Hudson hoopte op een rivier terecht te zijn gekomen die hem in staat zou stellen snel naar de Stille Oceaan te varen. Het zou allemaal anders lopen. Hudson zou een tragisch einde kennen. Ongetwijfeld zal hij, toen hij doodvroor in de sloep waarin hij met zijn jonge zoon door zijn muitende bemanning was achtergelaten, hebben gedacht dat hij op alle fronten had gefaald. Maar hij had iets in gang gezet wat heeft geleid tot de wording van een van de meest bijzondere, meest aantrekkelijke en meest inspirerende steden ter wereld: New York.
Het is niet aan mij om een oordeel te geven over de invloed die New York heeft op de ontstaansgeschiedenis van de VS. Misschien neemt New York in de VS wel eenzelfde uitzonderingspositie in als Amsterdam, de stad waar het oorspronkelijk naar is vernoemd, in Nederland. Beide steden, hoewel in omvang zeer verschillend, zijn in wezen kosmopolitisch, kinderen van de zee, bewoond door mensen die vaak van ver komen, maar zich snel ‘New Yorker’ of ‘Amsterdammer’ voelen, sneller dan dat zij zich ‘Amerikaan’ of ‘Nederlander’ voelen. Het land waarvan zij deel uitmaken, zou ondenkbaar zijn geweest zonder deze steden en tegelijkertijd nemen beide steden in dat land een uitzonderingspositie in.
Dit is niet uniek, want er zal nog een handvol steden zijn waarvoor hetzelfde geldt. Uniek is wel dat deze twee steden al vierhonderd jaar met elkaar zijn verbonden, al zal dat zeker aan New Yorkse kant niet altijd zo ervaren worden. Ze hebben dezelfde culturele code gebaseerd op vrijheid, tolerantie, vooruitstrevendheid. Bijzonder in het eigen land, een magneet voor mensen van overal. En ook dit verbindt beide steden: zij kennen hun geschiedenis, maar zijn er niet in blijven hangen. Zij omarmen vooruitgang, openheid tegenover de wereld, panache – of moet ik schrijven: een grote mond en een klein hartje? Zij omarmen ondernemingszin en sociale samenhang met respect voor diversiteit.

HEEFT NEW YORK DIT ALLEMAAL aan Amsterdam te danken? Ik ben te veel realist (en te weinig Amsterdammer) om deze overdreven stelling te poneren. Natuurlijk is het niet zo. Natuurlijk, symbolen in het wapen van New York herinneren vandaag nog aan deze tijd en op talloze plaatsen in de stad zijn namen nog te herleiden naar de Nederlandse pioniers. Maar sinds 1624 zijn er vele golven van invloeden over de rotsen van Manhattan gespoeld. Na iedere golf bleef er steeds een beetje sediment achter dat bijdroeg aan de wording van the Big Apple van vandaag. Het is bijzonder dat helemaal aan het begin Nederland hieraan een bijdrage heeft mogen leveren. Een bijdrage die niet altijd zichtbaar is en waarvan zelfs Nederlanders zich niet altijd bewust zijn. Desalniettemin, in mijn ogen: een wezenlijke bijdrage.
Bijzondere aandacht verdient de joodse bijdrage aan de wording van beide steden. In de Republiek vonden joden, die elders in Europa voor hun leven moesten vrezen, een vrijhaven waar zij konden leven, werken en geloven zonder angst. Niet dat de samenleving vrij was van antisemitisme, maar men gunde joden de godsdienstvrijheid die men ook voor zichzelf bevochten had. Dit gold ook voor New Amsterdam, waar joden niet steeds met open armen zijn ontvangen, maar wel hun plaats kregen in de samenleving en zo het fundament konden leggen voor een gemeenschap die tot op heden bloeit. De nazi’s hebben het joodse hart van Amsterdam uit mijn land gerukt en littekens achtergelaten die New York gelukkig bespaard zijn gebleven. Maar zeker voor de geschiedenis van deze bevolkingsgroep hebben die vierhonderd jaar een zeer bijzondere betekenis. Amsterdam en New York zouden niet zijn wat ze zijn zonder hun joodse DNA.
Bij mijn eerste bezoek aan New York, nu veertien jaar geleden, viel mij op hoeveel wij in letterlijke zin op elkaar lijken. We kijken allemaal naar Amerikaanse televisieseries. We dragen allemaal Amerikaanse kleren. Bedienen ons van Amerikaanse metaforen, luisteren naar Amerikaanse muziek, gaan naar Amerikaanse films en krijgen ook daarmee de illusie dat die samenlevingen eigenlijk bijna identiek zijn. Terwijl onze samenlevingen ook enorme verschillen hebben. Onze sociaal-economische ordening kent nog veel verschillen, al lijken die kleiner te worden. Religie heeft in de Europese samenleving een veel minder prominente positie dan in de VS. De last van wereldmacht rust niet op onze schouders en sommigen in Europa zijn daar blij over, terwijl anderen nog steeds mokken over het verlies van positie.
Wat Nederlanders en Amerikanen onvoorwaardelijk verbindt, is het streven naar vrijheid. Simon Schama, een bijzondere Brit, want hij kent onze beide landen zeer goed, zegt over Amerika dat het wordt gekenmerkt door ‘passion for faith and zeal for freedom’. De combinatie is uniek, omdat ze godsdienst onvoorwaardelijk verbindt met vrijheid en iedereen de vrijheid gunt zelf zijn godsdienst te kiezen en te belijden. Dat is ook altijd het wezenskenmerk van Nederland geweest, ook al heeft godsdienst inmiddels een minder zichtbare of prominente plaats in de samenleving.
Verbaasd zijn we soms over de verschillende invulling die we geven aan deze begrippen. Weinig Nederlanders zullen begrijpen dat je met een beroep op vrijheid vuurwapens mag bezitten. Weinig Amerikanen zien iets in de vrijheid die leidt tot het legaliseren van prostitutie of het tolereren van drugsgebruik. Het mooie is overigens dat er bínnen beide samenlevingen ook sterk verschillend over deze onderwerpen wordt gedacht. Maar de liefde voor vrijheid is overal even groot. Er zijn weinig mooiere beschrijvingen van die vrijheid dan die van een New Yorker van formaat, een Amerikaan met Nederlandse, Zeeuwse wortels: FDR. Toen Europa door Hitler in vuur en vlam was gezet en de VS nog niet in de oorlog waren betrokken, sprak president Roosevelt over de Vier Vrijheden – freedom of speech and expression, freedom of every person to worship God in his own way, freedom from want, freedom from fear. Roosevelt zei: ‘Dit is geen visie voor een ver millennium. Het is een vaste grondslag voor een wereld die in onze tijd en binnen onze generatie kan worden bereikt. Die wereld is de pure antithese van de zogenaamde “nieuwe orde” van tirannie, waar de dictators met het geweld van de bom naar streven.’
Deze woorden zijn vandaag niet minder waardevol dan 68 jaar geleden. Eén maand na 9/11 was ik met mijn gezin in New York. Onze oudste kinderen waren toen vijftien en twaalf jaar oud. Wij liepen vanaf het metrostation bij City Hall naar Ground Zero. Overal lag een laag stof, de stank was nog steeds bedrukkend. Duizenden mensen uit de hele wereld liepen met ons mee of kwamen ons tegemoet. Niet één van hen een ramptoerist, allemaal voelden wij de omvang van de tragedie en de verantwoordelijkheid die lotsverbondenheid vraagt. Mijn kinderen zullen dit nooit vergeten en weten nu welke prijs vrijheid van ons kan vragen.
Het was geen wonder dat de terroristen New York hadden uitgekozen als doelwit. De stad die vrijheid, die onze waarden meer verbeeldt dan enige andere plek ter wereld. Wat er sindsdien ook is gebeurd en welke verschillen van mening er ook zijn ontstaan tussen ons over de wijze waarop het terrorisme moet worden aangepakt, in de verdediging van de vrijheden die daar werden aangevallen staan wij schouder aan schouder.
Dit zal ook moeten gelden voor alle andere grote uitdagingen waarvoor wij staan. Of het nu gaat om economie, ecologie, energie of welke andere ‘e’ er nog te bedenken valt, de uitdagingen zijn zo groot dat een oplossing die slechts gedragen wordt door één kant van de Atlantische Oceaan het niet zal halen. Alleen als Amerikanen en Europeanen bereid zijn tot een gezamenlijke aanpak zullen we genoeg overtuigingskracht genereren om de rest van de wereld mee te krijgen.

Frans Timmermans is staatssecretaris van Buitenlandse Zaken