Spanje

De rotzooi meer dan zat

MADRID - ‘Dan nu de trekking van de Bono Loto’, klinkt het op televisie nadat zojuist het nieuws is afgesloten. Spanjaarden vergeten politieke aanslagen in hun land bijna net zo snel als ze zich voordoen. Wellicht komt dat omdat er jaarlijks te veel pistoolschoten en bomexplosies klinken. Of misschien is het omdat bijna niemand nog inziet wat Eta voor ogen heeft.

Door hun routine trekken de aanslagen alleen nog de aandacht door hun mate van gruwelijkheid. Zoals de kleefbom onder de auto van de secretaris van de Jonge Socialisten, die tijdens de klap een been verloor. Afgrijselijk was ook de Eta-strijdster die in stukken werd gescheurd omdat de bom op de keukentafel ineens ‘boem’ zei. Ze maken emoties los, de minister van Binnenlandse Zaken zal zich roeren, iemand zal de woorden hijos de puta laten vallen. Daarna overheerst opnieuw de apathie, ondanks de hijgerige toon van de Spaanse media als het om Eta gaat. Bijvoorbeeld vorige week. Als door ‘een wonder’ vielen er geen doden toen voor het stadion van Real Madrid een bomauto ontplofte. En dat terwijl ‘tienduizenden supporters’ onderweg waren naar de halve finale van de Champions League. Onzin. Het gebeurde ruim vier uur voor de voetbalwedstrijd begon, en bovendien op de steevast stille Dag van Arbeid als iedere Madrileen de stad ontvlucht. Ten overvloede waarschuwde Eta drie kwartier vóór de knal over een witte Renault 19, waarin de springstof zat verstopt. (Wees gewaarschuwd als u een Renault 19 bezit. De eenvoudig te stelen modellen zijn zeer bij Eta in trek.). De marge na het telefoontje was meer dan voldoende om het gebied bij het stadion af te zetten.

Even later was Eta wereldnieuws, mooi geholpen door het 11 september-achtige effect van witte rook die rond een kantoortoren walmde. Operatie geslaagd. Tegen de tijd dat Patrick Kluivert tevergeefs probeerde Barcelona vóór te krijgen op Real Madrid, was minder dan honderd meter verderop alleen een schroeiplek over. Bijval voor dergelijke wapenfeiten van Eta is teruggebracht tot de 140.000 Basken die vorig jaar mei tijdens regionale verkiezingen hun stem uitbrachten op Batasuna (‘Eenheid’), Eta’s politieke ruggengraat. Dat aantal betekende een fors verlies ten opzichte van de regionale verkiezingen de keer ervoor. Zelfs in Baskenland begrijpen steeds minder mensen wat Eta nog wil. De organisatie ontstond in 1961 als de intellectuele discussiegroep Euskadi ta Askatasuna(‘Vrijheid voor Baskenland’). Het waren andere tijden, waarin iedere tegenstander van het regime zo zijn motieven had een triomf van Eta als een persoonlijke overwinning te vieren. Gracias a diosvoor hen overleed generaal Franco in 1975, al doodde Eta in zijn tijd nooit zoveel mensen als tijdens de democratie die volgde. Het werd roeien tegen de stroom in, al gedijde de gewapende organisatie op historische vergissingen zoals de ‘vuile oorlog’ die de socialistische regering van Felipe González in de jaren tachtig tegen Eta inzette. Anderzijds werd het politieke verhaal van een onafhankelijk Baskenland, bezet door de twee agressieve staten Spanje en Frankrijk, steeds lastiger te verkopen. Met name van dat laatste begint nu zelfs Eta zich bewust te raken. De grootste bedreiging voor de organisatie – steeds meer gezien als een maffia die belangen veilig stelt – is niet zozeer succesvol politieoptreden als wel het oplossen van politieke steun. Krampachtig wordt daarom elk ‘fascistisch’ handelen door de centrale regering in Madrid aangegrepen als bewijs voor de onderdrukking. Het valt te verwachten dat Eta ook garen zal spinnen bij een mogelijk verbod van Batasuna. De ingrijpende wetswijziging die dat mogelijk moet maken, groeide afgelopen weken uit tot de persoonlijke obsessie van Spanjes centrumrechtse premier Aznar. Tegelijkertijd is opvallend hoe het politieke debat over een eventueel verbod van Batasuna de meeste Spanjaarden vrijwel koud laat. Ze zijn simpelweg de rotzooi iedere keer ontzettend zat.