De rubberen ruggegraat van het riod

Begin dit jaar was het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie (Riod) in rep en roer. Huishistoricus Gerard Aalders had samen met vakgenoot Coen Hilbrink in opdracht van het Riod een boek geschreven over Wim Sanders, spin in het web van het naoorlogse inlichtingenwezen.

Aalders en Hilbrink waren tijdens hun onderzoek gestuit op het lidmaatschap van prins Bernhard van de NSDAP en wensten dit in hun boek vermelden. Het gebouw van het Riod aan de Amsterdamse Herengracht was te klein voor alle geniepige manoeuvres waarmee het bestuur van het instituut zijn eigen auteurs probeerde uit te rangeren. Van alle kanten werd het duo onder druk gezet om zelfcensuur toe te passen.
Twee minuten voor de officiële presentatie van het boek distantieerde het Riod zich zelfs van een deel van de inhoud van het onderzoek. De betrekkingen met paleis Soestdijk waren gered, de reputatie van het Riod lag bij het grof vuil.
Het was de zoveelste keer dat het Riod-bestuur blijk gaf van zwakke knieën en rubberen ruggegraten. In de glorietijd onder dr. L. de Jong laadde het instituut al telkens de verdenking op zich dat het vooral uit was op de imago-redding ten behoeve van het Nederlandse establishment in en rond oorlogstijd, het huis van Oranje-Nassau voorop. Intriges op het hoogste niveau bleven zo buiten schot. In plaats daarvan schoot het Riod wel papieren kanonskogels af op relatief klein grut als Friedrich Weinreb en Willem Aantjes, die beiden op geheel eigen wijze in ongenade waren gevallen bij de machtigen van dit land. Zo bleef het Riod altijd ruiken naar politieke manipulatie.
Het mag dan ook bitter-ironisch heten dat uitgerekend dit instituut door minister Van Mierlo is verblijd met de opdracht de waarheid over de gebeurtenissen rond de val van Srebrenica te onderzoeken. De autoriteitenvrees die het Riod de afgelopen vijf decennia heeft gedemonstreerd (in essentie: likken naar boven en trappen naar beneden), zou tijdens dit onderzoek draconische vormen kunnen aannemen. Uiteindelijk: wie zijn eigen stoep niet eens kan vegen, moet niet worden belast met het onderhoud van een ganse snelweg.
Een scherp onderzoek naar de gang van zaken rond Srebrenica zou niet alleen de top van de NAVO in diskrediet brengen, maar ook ons eigen paarse kabinet, en dat is waarschijnlijk meer dan het Riod-bestuur in al zijn hovaardigheid zou kunnen verdragen.
Het is dan ook het beste als de Tweede Kamer het idee van Van Mierlo onmiddellijk naar het vuilnisvat verwijst en onverkort vasthoudt aan een eigen enquête naar de val van Srebrenica. Daar hoort dat onderzoek uiteindelijk ook thuis.
Dan kan de kamer na afloop alsnog Joris Voorhoeve, hoe hardnekkig deze zich dezer dagen ook verdedigt, zijn dikverdiende congé geven. Het doldrieste voorstel van Van Mierlo moet sowieso zijn bedoeld om de Kamer van zo'n onderzoek af te houden. Laten we voorlopig maar de conclusie trekken dat er zoals altijd weer een dikke politieke wurgslang onder het Riod-gras verscholen ligt.