De ruis van de wereld

Dirk van Weelden, Oase, Bezige Bij, 218 blz., f34,50
IN HOOFDSTUK 122 van Der Mann ohne Eigenschaften constateert Ulrich als hij door de stad naar huis wandelt, dat hij ‘het primitief epische’ is kwijtgeraakt. Niet alleen in de roman maar ook in het priveleven wordt nog al te vaak vastgehouden aan een ‘primitieve’ samenhang, terwijl het openbare leven ondoordringbaar is geworden en geen draad meer volgt. Het leven laat zich niet in een verhaal bevriezen, maar vloeit vrijelijk alle kanten op. Het geloof in het ‘en toen, en toen’, in causaliteit, is volgens Ulrich dan ook zacht gezegd naief: ‘Gelukkig degene die zeggen kan: “toen”, “alvorens” en “nadat”. De meeste mensen zijn in hun verhouding tot zichzelf in feite vertellers. Ze houden niet van lyriek, of alleen voor korte momenten, en ook al wordt er in de draad van het leven een klein beetje “omdat” en “opdat” meegesponnen, ze verafschuwen toch ieder doordenken dat verder gaat dan dat: ze houden van de ordelijke opeenvolging van feiten, omdat die op een noodzakelijkheid lijkt, en ze voelen zich door de indruk dat hun leven een “loop” heeft op de een of andere manier in de chaos geborgen.’

Yorick Oorman, de hoofdpersoon van Dirk van Weeldens nieuwe roman Oase, is met recht te typeren als Ulrichs neefje in het computertijdperk. Ook hij heeft geen eigenschappen, althans zijn eigenschappen verzinken in een moeras van vaagheid en onbestemdheid. Het menselijk bestaan karakteriseert hij als een volstrekt onoverzichtelijke en chaotische toestand, identiteit als dat wat je bewust kunt doorgeven van jezelf. En omdat hij ervan overtuigd is dat de dingen die zijn bewustzijn passeren maar een minuscuul bestanddeel vormen van wat er in zijn leven gebeurt en dat wat begrijpelijk en duidelijk is aan het menselijk bedrijf niet meer dan een illusie is, moet je van hem geen primitieve epiek verwachten. Ordening, ouderwetse woorden van houvast als ‘toen’, 'alvorens’ en 'nadat’ maken dan ook hoegenaamd geen deel uit van zijn universum.
En dat terwijl zijn relaas zoveel helderheid lijkt te beloven. Oase bestaat uit 26 brieven van Yorick aan zijn nog ongeboren zoon - 'Jongen, je was er bijna.’ (De gedachte dat het ongeboren kind een dochter zou kunnen zijn is kennelijk een ongerijmdheid). De brieven moeten een wereldgids of gebruiksaanwijzing vormen voor het menselijk bestaan, ze moeten vertellen van de plek waar het kind zal landen. Natuurlijk schrijft Yorick de brieven ook voor zichzelf: 'Terwijl ik jouw handboek voor het menselijk bestaan maakte, schilder ik het landschap van mijn leven zoals het er nu bij ligt.’ Oase is daarmee vooral als een zelfonderzoek te kenschetsen, als een gesprek van de brievenschrijver met zichzelf.
Dat zelfonderzoek vindt op een uiterst betekenisvol moment plaats, zo vlak voor de 'pure gebeurtenis’ die de geboorte is. Yorick bestempelt het wachten op de geboorte als het spiegelbeeld van de dodenwake. Als de geliefden en vrienden van de dode een nacht om diens levenloze lichaam huilen, zingen en bidden ruimen ze een vrijplaats in waar alleen maar aandacht is voor zijn 'Niet-Meer’. In zijn 'vruchtwacht’ bewerkstelligt Yorick een soortgelijke vrijplaats: hij laat de werkelijkheid en de comfortabele posen van zijn leven achter zich om zich in verbinding te stellen met het 'Nog-Niet’ van zijn zoon.
YORICK OORMAN typeert zichzelf als een magere slungel met een bril en grote voeten. Hij is een man van twaalf ambachten en dertien ongelukken. In zes jaar dwaalde hij door drie studierichtingen, zonder tot een afronding te komen. Een vak beheerst hij niet, zijn geld scharrelt hij bijelkaar met allerlei onnozele baantjes. Carriere, promotie, groeiend inkomen, het zijn woorden die op zijn leven niet van toepassing zijn. Hij is intelligent, maar zelden to the point. Zijn hersens zijn als water: zijn aandacht stroomt automatisch naar het laagste punt. En zijn geest heeft nog het meest weg van een filmcamera, 'zonder statief, zonder script, zonder regisseur, maar met alle tijd van de wereld en een onuitputtelijke voorraad onbelichte spoelen’.
Yorick werd volwassen in de jaren zeventig en tachtig, toen Nederland niet meer vanzelfsprekend welvarend was, toen werkloosheid, verval en angst voor de bom welig tierden. Geen wonder dat hij en zijn vrienden niet aan de toekomst dachten, dat ze als 'marginale rommelaars, overgekwalificeerde vaagneuzen’ terechtkwamen op de 'stillere rangeerterreinen van de maatschappij’. Zij hielden zich bij voorkeur op in 'het detail, het grensgebied, de overgangsfase, het noodgebouw, het work in progress’. Yorick is allergisch voor haast, voor het uitstippelen van 'doelen’. Hij heeft bepaald niet de indruk dat het leven een 'loop’ heeft.
Dat blijkt bijvoorbeeld mooi uit de bevreemding waarmee hij zijn kortstondige relatie met 'de juffrouw’ beschrijft. Zij is iemand met een gereguleerde baan, met een keurig ingericht huis, een gestreken garderobe. Iemand die ferme passen zet op haar modieuze schoenen, iemand met een gestructureerd leven kortom. Yorick is aanvankelijk zwaar verliefd op haar gewoonheid. 'Ze was zo normaal en toch gelukkig, het was onverdraaglijk geil.’ Totdat het hem gaat benauwen dat haar leven een gestroomlijnde reeks van geplande daden is, dat ze altijd vastberaden van het ene doel op het andere afstevent.
Het klinkt wat al te plechtstatig, want de toon van Oase is licht melancholisch en mild ironisch, maar toch: in de dolende Yorick portretteert Van Weelden ongetwijfeld de laat-twintigste-eeuwse mens. Bovendien, en ook dit klinkt te zwaar en programmatisch, stelt hij wat tegenover het gebrek aan ordening, doel en zin. Yorick gaat niet in de chaos ten onder, integendeel, hij voelt zich er redelijk wel bij. Hij vindt de kennis die door iedereen wordt omhelsd ontoereikend, ziet in dat wat wij 'gedeelde ervaring’ noemen de illusie is waarop het menselijk bedrijf geruststellend is gebouwd. En met de erkenning van de volstrekt onoverzichtelijke en chaotische toestand die de wereld is, heeft hij oog en oor voor de schemergebieden die gewoonlijk buiten het gezichtsveld vallen. Hij probeert, zoals hij dat zelf betitelt, te denken met zijn zintuigen.
OASE GAAT ongetwijfeld over triviale zaken en gedachten. De geschiedenis van een verliefdheid, de komst van de eerste baby, de rommelige strijd om het bestaan - kan het onbeduidender? Maar het triviale is niet triviaal als je met je zintuigen denkt. In een van de brieven aan zijn ongeboren zoon legt Yorick met zoveel woorden uit waar de spanning van het alledaagse uit bestaat: 'De eerste paar jaar merk je niets van het triviale, bedenk ik me nu, want dan ben je nog uitgerust met een waarneming zonder rangordes. Stukje bij beetje, sluipenderwijs, word je opgenomen in het spinneweb van stilzwijgende afspraken en gewoontes. Uiteindelijk ben je gedeelde realiteit, die bestaat uit de vanzelfsprekende verkaveling, rangordening en uitleg van de gewaarwordingen van binnen en buiten je lichaam.’
Als een slang stroopt Yorick de huid van de gedeelde realiteit van zich af. In feite streeft hij zelf de toestand van de zuigeling na die op komst is, want hij wil bovenal een hypergevoelig zintuig worden, leeg en ontvankelijk. Zoals hij ergens schrijft: 'Ik ben steeds bezig te ontsnappen uit wat ik weet en denk en zie om een losse, vrije toestand op te zoeken.’ Hij probeert juist op te merken wat zich normaal gesproken aan de zintuigen onttrekt. Zo blijft hij stilstaan bij het neerdwarrelen van stof, het opkringelen van rook, de snoeren en knoppen van geluidsapparatuur, het zoemen van een ijskast, de voetstappen in een verlaten steeg. Een van zijn schimmige baantjes is het schoonmaken van een cafe, diep in de nacht. Als de boel aan kant is, gaat hij aan een cafetafeltje zitten om uren naar het geruis van de stad te luisteren. Zijn permanente zoektocht naar de ruis van de wereld, de kier in het bestaan wordt nog versterkt door een geheimzinnige drug: alfanol. Door dat chemische roesmiddel worden zijn zintuigen verscherpt en buiten de controle van het bewustzijn gebracht.
Het is juist de zintuiglijkheid die de kracht uitmaakt van Oase. Door de weinig praktische tips voor 'aardlingen’, de levensverhalen van de aanstaande ouders, de desolate reizen van Yorick en zijn knullig gescharrel, wordt telkens geprobeerd ongrijbare zintuiglijke indrukken vast te leggen.