Schaamte verklaart de Russische onrust

De Rus wil geen horige zijn

Vroeg of laat stuit iedere Rus met een gemiddeld inkomen op de grenzen van de autoritaire bureaucratie. Een eerlijke carrière maken en een stabiel pensioen opbouwen? Lukt niet.

Over wat de middenklasse is, kun je twisten. Volgens economen zijn het de mensen die een meer dan gemiddeld inkomen hebben en een auto: middenklasse is bezit. Volgens politicologen zijn het de mensen die gedeelde belangen erkennen bij goede collectieve voorzieningen zoals scholen en ziekenhuizen: middenklasse is maatschappelijke betrokkenheid. Maar met zevenmijlslaarzen in het voetspoor van Norbert Elias’ studie over het civilisatieproces kun je ook zeggen dat de middenklasse de groep is die zich schaamt. Adel en armen schamen zich niet, de ene groep heeft te veel zelfbewustzijn en de andere te weinig. De graaf poept in het bijzijn van de knecht en beiden zitten er niet mee. De middenklasse wel, die poept en plast en vrijt achter gesloten deuren. Het zijn de mensen die behoeften kunnen uitstellen, omdat ze hun kinderen toekomst willen geven, maar ook omdat ze schaamte voelen.

Zomaar een vergelijking trekken tussen Rusland en een willekeurig ander land heeft weinig zin: daarvoor is het land te groot en zijn geschiedenis te eigenaardig. Maar via schaamte kun je de Russische onrust van het afgelopen jaar begrijpen. En via die onrust kun je iets over de verhouding tussen middenklasse en democratie zeggen, in Rusland, maar ook in het algemeen.

Maar eerst de meest onvermijdelijke Rus van de 21ste eeuw: Vladimir Poetin. Als je iets van Ruslands sterke man kunt zeggen, dan is het dat hij tien jaar geleden de trots op het land herstelde. Onder het gezag van Boris Jeltsin was niemand zeker van werk of inkomen en geneerde iedereen zich dood, voor de chaos in het land, voor de dronkenman aan het roer. Ex-spion Poetin perkte in antwoord daarop de jonge Russische democratie in. Hij bood in ruil een sportieve tors, een Amerika dat weer op zijn tellen paste en ten slotte ook flinke economische groei. Veel van de opbrengst van de enorme olievoorraden verdween in de zakken van kgb’ers. Maar de gewone Rus profiteerde ook, een beetje. Rijk zijn de Russen niet, zestig procent van de bevolking verdient minder dan 625 euro per maand. Maar een kwart van de bevolking heeft inmiddels wel een eigen huis en een auto. Er is onmiskenbaar een middenklasse ontstaan in Rusland.

Alleen, al deze zelfstandige, zelfdenkende mensen verwachten dat Poetin niet en plein public poept, dat hij zich inhoudt. Maar niks daarvan: de Russische bureaucratie verrijkt zich, met critici loopt het slecht af en rechters keuren het allemaal goed, in naam van de baas. Vandaar dat de middenklasse zich schaamt. Voor het feit dat ze Poetin in een eerder stadium wel steunden. Voor de manier waarop de verkiezingen onder de ogen van de kiezers geflest worden. Voor het feit dat de rest van de wereld toch weer lacherig naar Rusland kijkt, want ondanks alle mooie moderniseringspraatjes komt van het ooit zo trotse onderzoeksland geen universiteit meer voor in welk academisch ranglijstje ook.

‘Verdwijn winter, verdwijn’, zingen wat vrienden in een woonkamer in het centrum van de stad, terwijl er eentje gitaar speelt. Maar het is pas eind maart, niet lang na de door Poetin andermaal gewonnen presidentsverkiezingen, en het zal nog weken sneeuwen. Het verjaardagsfeestje loopt snel uit de hand wanneer de liedjes voorbij zijn. Een filmer krijgt ruzie met een bureaumanager van een uitgever. Het blijft nog net bij schreeuwen. De inzet is demonstreren. De filmer deed aan alle bijeenkomsten van de afgelopen maanden mee, de marsen door Moskou, de toegestane en verboden betogingen op de stadspleinen, die maandenlang het beeld in binnen- en buitenland beheersten omdat veel mensen dachten of zelfs hoopten dat er een nieuwe Russische revolutie aan zat te komen. ‘Je moet van je laten horen’, vindt de filmer, ‘want anders denken de bureaucraten dat ze alles achter gesloten deuren kunnen regelen. Demonstreren is een plicht.’ Hij wil vooral geen horige zijn, het is voor hem beschamend om onderworpen te zijn. ‘Jij hebt makkelijk praten, met je dikke orderportefeuille. Ik heb een kind op school en ik wil mijn baan houden dus ik houd mijn gemak’, antwoordt de bureaumanager, aangeslagen. Ze doet haar best stoïcijns te zijn, het is beschamend dat ze haar meningen voor zich moet houden.

De overige aanwezigen raken ook verdeeld, de hardnekkigere critici van het regime versus de mensen die tot de orde van de dag over willen gaan. De echt bozen generen zich voor hun regering, de rest geneert zich voor zijn passiviteit. Het valt me op dat de activisten meer geld hebben, zekerder zijn van een inkomen.

Het doet me terugdenken aan de laatste grote demonstratie tegen het bewind van Poetin, half februari dit jaar. Op de zestien kilometer lange ringweg door Moskou vormden duizenden mensen hand in hand een menselijke keten. Om me heen stonden gewone mensen, vormgevers, bedrijfsadviseurs. Arme Russen zijn herkenbaar aan hun grauwe versleten kleding, maar hier waren ze niet te zien. De activisten werden ondersteund door langzaam over de ringweg rijdende auto’s. Het waren luxe wagens die met vlaggen uit de ramen meededen. In anderhalf uur zag ik in de stoet geen Lada, des te meer Mercedessen, Lexussen en jeeps van de duurdere soort. Op vijftien miljoen inwoners van de hoofdstad zegt dat niet alles, maar waar ter wereld zie je een Range Rover van 140.000 euro met een spandoek voor meer inspraak?

Met twee op het oog nagenoeg identieke socio­logie studerende Sacha’s om de tafel bespreek ik een tijdje later wat te doen nu Poetin nog zes of misschien wel twaalf jaar blijft. De een zegt op overtuigde toon te blijven demonstreren. De ander meldt wat bedremmeld dat niet te doen, alsof het een bekentenis is. Je kunt je niet bij al die oplichterij neerleggen, zegt felle Sacha, verzet moet. Tamme Sacha ziet doorgaan met protest als energieverspilling. En hij denkt dat de nieuwe oppositiepolitici nog iets ten goede kunnen veranderen aan het beleid van Poetin. Een suggestie die felle Sacha doet snuiven van verontwaardiging. Hij woont in het centrum, in het grote huis van zijn ouders, beiden geslaagd in onafhankelijke beroepen. Tamme Sacha komt uit de provincie en heeft een kamertje ver weg in een buitenwijk.

Er is de gêne van de succesvolle nieuwe middenklasse, de creatieven, internetondernemers, filmers, fotografen. Ze zijn op eigen kracht min of meer welvarend geworden, niet door een baantje bij de overheid. Ze willen eerlijke carrières maken, een stabiel pensioen opbouwen, hun gelijk kunnen halen in een rechtszaak wanneer ze een zakelijk conflict hebben. Ze generen zich dat hun land hun niet de ruimte biedt.

En er is de gêne van een iets traditionelere middenklasse, de artsen en leraren en anderen met denkende beroepen die in Rusland nu eenmaal slecht betalen. Ze willen niet gemanipuleerd worden, door ambtenaren die voor een extra centje je zoon van de gevreesde dienstplicht kunnen vrijstellen, door leidinggevenden met banden in de politiek, zoals met de plotseling afgekondigde extra schooldagen die toevallig gelijkvielen met de demonstraties – zodat scholieren en leraren niet konden protesteren. Ze generen zich dat ze zich toch weer plooien in de plannen van Poetin.

Beide groepen geven in enquêtes en onderzoeken aan dat ze minder dan de gemiddelde Rus op hebben met Poetins alleenheerschappij: de middenklasse is inderdaad een belangrijke steunpilaar voor de democratie. Maar deze mensen verlangen naar democratie in zijn oervorm: goed bestuur. De partij van zjuliki i vori, van ‘dieven en oplichters’, zoals oppositieleider Alexei Navalny de kliek rond Poetin doopte, moet weg, meer niet. Middenklasse Russen willen niet om de haverklap naar de stembus, ze hoeven ook geen ziektewet zoals in Nederland of een Congres zoals in Amerika. Ze willen zonder problemen een bedrijf beginnen, ze willen niet bang zijn voor een politieagent. Want zelfontplooiing en leven zonder angst zijn niet te koop, vroeg of laat stuit je ondanks je mooie middenklasse-inkomen op de grenzen van de autoritaire bureaucratie. Dan staat de fiscus met een verzonnen aanslag op de stoep, dan dwingt de brandweer je een idiote vergunning te kopen, dan brandt het antieke huis dat je voor de buurt wil behouden af omdat de burgemeester daar een winkelcentrum wil. En hoe meer je te verliezen hebt, hoe eerder je de politiek uit het oog verliest.

Deze Russische toestand werpt een ander licht op het westerse debat over de middenklasse. Om die middenklasse weer aan de democratie te binden moet er een ‘nieuw narratief’ over de zo belangrijke verzorgingsstaat komen, heet het in het ouwelijke jargon van Francis Fukuyama in een recent en veelbesproken essay. Een nieuw narratief… Zie je Augustinus of Thomas More al staan handenwringen, ‘die Christus spoort wel, maar hij heeft een nieuw narratief nodig’? Poetin maakt de democratie onder­geschikt aan de economie, en stelt die economie in dienst van hemzelf. Het is niet de middenklasse die zich afwendt van de democratie, maar de macht die de democratie uitwoont.

Transparante beslissingen en eerlijke rechtspraak zijn geen nieuw verhaal, ze zijn zo oud als de mensheid. Vanuit dit perspectief is het niet de opgave om opnieuw de middenklasse te laten zien dat ze via de democratie mooie scholen en ziekenhuizen kan krijgen, maar is het de opgave de vervetting van het bestuur te bestrijden. Op die basis is er heel goed een parallel met bijvoorbeeld Nederland mogelijk. Die vervetting van het bestuur begint aan het Nederlandse thuisfront bij het gedogen van smeergeld in de bouw of met het onder de tafel uitdelen van leidinggevende baantjes als bij de Raad van State en die wordt voortgezet met het achteloos zakendoen met corrupte regimes.

Nederlandse ondernemers en de Nederlandse regering zitten er niet mee om zakendoen met Rusland te vergoelijken. De miljarden die in de zakken van overheidsboeven verdwijnen, maar ook de manier waarop nu weer in sneltreinvaart de kritische media in Moskou aan banden worden gelegd, of de virulente homohaat die het regime uitdraagt: het wordt allemaal als Russische eigenaardigheid door de vingers gezien. Shell en Gasunie moeten voort, de kachel moet branden. In antwoord op zijn wandaden Poetin boycotten is zinloos. Maar negeren wat er in Rusland gebeurt geeft de boodschap af die ook zelfverrijkende woningbouwbestuurders uitdragen of populisten die met een koranverbod Limburg aan werk zeggen te helpen: democratie is werk voor anderen.

En dat is dus een misverstand. Mensen onttrekken zich niet aan de democratie omdat ze niet van eerlijk delen houden, of omdat ze niet een kilometer asfalt voor elke euro belastinggeld terugkrijgen. Gebrek aan politiek fatsoen jaagt ze weg. Bij de middenpartijen ontbreekt het fatsoen om consequenties uit ideologische overtuigingen te trekken en om eerlijke bestuurders eerlijk in het zadel te helpen. Bij de randpartijen ontbreekt het fatsoen om normale taal te gebruiken en mensen gelijk te behandelen. Dat tekort aan fatsoen vertaalt zich in de achteloosheid waarmee Fukuyama de middenklasse wegzet als een stel calculerende nitwits of in de achteloosheid waarmee landen als Rusland en China voor de democratie afgeschreven worden.

Het is in antwoord op zedeloosheid dat mensen hun schouders ophalen over democratie. Cynisme baart gêne. Politieke gemakzucht zet de bijl aan de wortel van onze verworven­heden. Bestuurders moeten de Poetin in zichzelf bestrijden, in plaats van burgers lastigvallen of naar ‘grote verhalen’ snakken.